Ode aan Bohemen
perskitNee – het gaat niet om 50 jaar Bohemian Rhapsody, maar het draait op de nieuwe cd van Trio 258 om meer dan anderhalve eeuw Bohemian Legacy. Daarbij denk je als muziekliefhebber direct aan de zogeheten Nationale School, die in het toenmalige Tsjechoslowakije zijn opmars maakte. Met componisten als Smetana, Dvořák en Suk. Zij putten inspiratie uit de sages en volksmuziek van Bohemen.
Trio 258 bestaat uit Lestari Scholtes (piano), Eduardo Paredes Crespo (viool) en Leonard Besseling (cello). De naam van het trio verwijst naar Keizersgracht 258, waar ze tien jaar geleden voor het eerst samenkwamen en waar ook het atelier is gevestigd van vioolbouwer Matthieu Besseling, de bouwer van de cello van Leonard Besseling. De muziek die ze spelen omvat drie generaties: Smetana (1824-1884), Dvořák (1841-1904) en Suk (1874-1935).
Bedřich Smetana was eigenlijk de eerste componist die inspiratie putte uit Tsjechische thema’s, ritmes en melodieën. Hij werd vooral bekend door zijn symfonische gedicht De Moldau, dat de loop van deze rivier in muziek vangt. Zijn muziek was van grote invloed op die van de volgende componist, Antonín Dvořák, wellicht de beroemdste van de drie. Josef Suk ten slotte was weer een leerling én schoonzoon van Dvořák. Hij is de minst bekende en Trio 258 breekt terecht een lans voor zijn muziek.
Warmbloedige Smetana
De cd begint warmbloedig met het Pianotrio in g kleine terts opus 15 van Smetana, dat hij schreef na de dood van zijn dochter. Verschillende emoties wisselen elkaar af. Een lyrische cellomelodie, een vioolsolo in het hoge register van het instrument dat zingt als een leeuwerik in de lucht en een pianopartij waarin de pianiste stevig in de toetsen moet grijpen. De klopmotieven zou je enerzijds kunnen duiden als een hartslag en anderzijds ‘gewoon’ als de invloed van Beethoven, die er zich ook graag van bediende. Het Pianotrio is een verhaal dat spannend wordt verteld, om het even wat je er als luisteraar in hoort, want spelen kunnen ze, Trio 258!
Een lang en kort stuk
Waar Smetana het nog op drie delen hield, had Dvořák voor zijn Pianotrio nummer 3 in f kleine terts opus 65 vier delen nodig. Aan de ene kant zijn we met hem verder in de tijd opgeschoven, aan de andere kant horen we ook hier nog invloeden uit het (neo)classicisme van Beethoven en Brahms. Soms zelfs meer dan trekjes uit de Boheemse volksmuziek.
Tot slot klinkt de Elegie in Des grote terts, een kort werk van Josef Suk, zó kort (zo’n zes minuten) dat het een volledig deel van Smetana of Dvořák zou kunnen omspannen. Het is een ode aan Praag, met de wat melancholieke stemming die de stad kenmerkt. Met een nog kortere, hevige uitbarsting die even doet denken aan de muziek van de Roma uit die streek.
De retorische accenten die de leden van Trio 258 toepassen, laten duidelijk horen dat ze zich de (muzikale) taal van Bohemen eigen hebben gemaakt. Soms gelardeerd met een subtiel glijden (portamento) tussen de noten. En zó direct opgenomen, dat je soms de ademhaling van de musici kunt horen. Het is zo alsof je je in dezelfde kamer aan de Amsterdamse Keizersgracht bevindt, zeg maar.
Overigens debuteert het trio op 13 maart 2026 in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw. Ze spelen dan het Eerste trio van Franz Schubert en het op deze cd opgenomen Pianotrio in f kleine terts van Dvořák.

This work is from the William P. Gottlieb collection at the Library of Congress. Rights and restrictions. In accordance with the wishes of William Gottlieb, the photographs in this collection entered into the public domain on February 16, 2010.
Pim Burgers (De Fundatie)
https://unsplash.com/photos/I3adKpDNAjM