Muziek / Album

Ein of Kein Heldenleben?

recensie: Pareltjes uit de laatromantiek

De klassieke muziekmarkt ligt op zijn gat. Da’s heel jammer voor die mannen met Mercedes cabriolets, die in de jaren tachtig en negentig konden profiteren van het feit dat de halve mensheid zijn lp-collectie inwisselde voor cd’s. Maar het is heel goed nieuws voor u en mij. Want al die voormalig grote labels verkopen nu de licensierechten van ooit peperdure uitvoeringen aan super-budgetlabels zoals Brilliant Classics, het huismerk van Kruidvat. En waar je voor een nieuwe uitgave twintig euro betaalt, hoeft datzelfde schijfje bij de drogist niet meer dan een tiende daarvan te kosten.

Nou openbaarde Brilliant Classics zich in het verleden vaak als een ekster. De gimmick van het label was vooral om complete cycli (symfonieën, concerten enzovoort) te brengen, en als ze die niet konden aanschaffen gooiden ze wat willekeurige opnamen bij elkaar. Daardoor kon je een Mahlercyclus krijgen waarvan één opname uit de jaren zestig en een andere uit de jaren negentig afkomstig was – met nogal wat verschillen in opnamekwaliteit. Maar de nood nam toe en Brilliant was allengs in staat om beter materiaal te recyclen. Bijvoorbeeld de Mahlersymfonieën die het nu in de aanbieding heeft. Want begin jaren negentig hoorde de cyclus die Denon uitbracht met het Radio-symfonieorkest Frankfurt en Eliahu Inbal tot de top. Prijs toendertijd: een dikke tweehonderd euro voor vijftien cd’s. Je zult ‘m maar gekocht hebben. Want tegenwoordig betaal je daar bij Brilliant een krappe dertig voor.

Richard Strauss
Richard Strauss

De Richard Strauss-editie die nu in de schappen van Kruidvat ligt, is van iets langer geleden; hij werd tussen 1970 en 1974 opgenomen door de Staatskapelle Dresden onder leiding van kameraad Rudolf Kempe. De Staatskapelle was toendertijd het beste orkest van de DDR en dat hoor je ook aan deze serie. Het feit dat ze bovendien alle (negen) cd’s in vier jaar opnamen betekent ook dat het geluid, zowel qua interpretatie als technisch, over het geheel heel homogeen is vastgelegd.

En deze lieden konden Strauss heel goed aan. Nee, we hebben het niet over de walskoning of diens familie. Richard Strauss moest aan het einde van zijn leven ook toegeven dat hij een groot deel ervan had besteed met uitleggen dat hij niet de schrijver van de Schöne blaue Donau was. Maar in zijn dagen was Richard nauwelijks minder beroemd dan zijn suikerzoete Weense naamgenoten. Rond 1900 schrok hij het muzikale establishment op met een aantal geluidsgedichten, stukken die braken met alle symfonische conventies. De beroemdste zijn Don Juan, Till Eulenspiegels lustige Streiche en natuurlijk Also sprach Zarathustra, waarvan zo ongeveer de eerste minuut (nogmaals) beroemd werd gemaakt door Stanley Kubricks 2001: A space Odyssey. Dat stuk met die toeters en paukenslagen, weetuwel.

Eenmaal tot rust gekomen schreef Strauss een symfonische ode aan het huiselijke geluk, de Sinfonia Domestica. Misschien om mevrouw Strauss, bij wie hij op een onwaarschijnlijke manier onder de plak zat, tegemoet te komen. Het is niet een van z’n hits geworden en luisterend naar deze set snap je wel waarom. Maar goed, als je niet aan het gezinnetje Strauss rond het knapperend haardvuur denkt is het allemaal best genietbaar. Heel erg van het rechte pad dwaalde Richard toch ook niet, want de man was nog beter als zakenman dan als componist – en er moest geld in het laadje komen.

Lichtheid

Rudolf Kempe
Rudolf Kempe

Strauss’ huiselijke symfonie staat op cd nummer drie en die is daarmee met Don Juan ook meteen de leukste van het stel geworden. Till Eulenspiegel lustige Streiche kent, in tegenstelling tot de meeste stukken uit de laatromantiek (denk Goethe, Germaanse zwaarwichtigheid en oudheidsdrama’s) een vrij frivool onderwerp en Kempe hanteert de juiste lichtheid. De opname komt daarbij opmerkelijk helder door. Dat gevoel voor de stemming van het stuk is wat deze hele set kenmerkt: van Eulenspiegel, via het ongelooflijk pretentieuze Ein Heldenleben, het onverwacht ingetogen Don Quixote en de weidse Alpensinfonie naar het monumentale Zarathustra, overal weet Kempe feilloos de goede snaar te raken. In vergelijking met meer moderne interpretaties neemt hij zijn vrijheden, maar die eigenzinnigheid stoort zelden.

Wat verder opvalt is de consistentie van Strauss’ werk. Dat de ‘hits’ goed in elkaar zaten wisten we wel, maar de vroege werken (vooral de concerten) en de latere stukken vertonen een soortgelijke kwaliteit. De eerste cd met daarop de hoornconcerten, het hoboconcert het Duett-concertino, zal voor de oppervlakkige Strausskenner als een openbaring komen. Een goede doos dus, en elke cent waard van de twintig euro die hij je armer zal maken.

Maar toch…

Von Reznicek
Von Reznicek

Waarom ben ik er dan niet zo mee ingenomen als het bovenstaande suggereert? Om dat uit te leggen moet ik een vergelijking maken. Stel je voor, je koopt bij de Appie een fles goede wijn. Laten we zeggen: de beste die je krijgt voor vier euro. Je hebt het naar je zin, de wijn smaakt, alle ingrediënten voor een goede avond. Net als je jezelf vertelt dat alles perfect is breek je fles nummer twee aan en die is zoveel beter dat de eerste een beetje verbleekt in vergelijking.
Hetzelfde doet zich voor als je na een uurtje Strauss twee stukken van Emil Nikolaus von Reznicek – Schlemihl en Der Sieger – in de speler gooit. Veel lijkt hetzelfde: beiden zijn hoog-romantische componisten, tenslotte. Maar Von Reznicek wist de scherpe randjes een stuk beter te vinden dan de indertijd weliswaar hippe maar uiteindelijk toch wat gezapige Strauss. Was Richard al onorthodox, bij Emil kom je nog meer eigenzinnigheid tegen – en bovendien nogal wat beter georkestreerd.

Neem Schlemihl, dat door een criticus van de ondertitel Kein Heldenleben werd voorzien. De goede verstaander weet waarnaar dat verwijst. De hele tijd lopen dissonante lijntjes als kleine stekeltjes door de melodie. Maar niet op een vervelende manier, eerder op een wijze die je nieuwsgierig maakt naar dat wat gaat komen.

Sjlemiel

Beide stukken werden vlak na de Eerste Wereldoorlog afgeleverd, eerst Der Sieger, vervolgens Schlemihl. De inhoud is grotendeels autobiografisch en het is in essentie programmatische muziek: elk deel schetst een bepaald, omschreven beeld. Zoals altijd bij CPO zijn de commentaren in het cd-boekje bijna encyclopedisch, dus je hoeft je niet lang af te vragen wat het programma dan wel zijn mag. Von Reznicek kende geen erg gelukkig leven, dus het is niet vreemd dat Schlemihl een tragische geschiedenis vertelt.

Michail Jurowski
Michail Jurowski

Jurowski stuurt zijn WDR-orkest zo vakkundig aan dat je bijna vergeet dat het een middelbaar Duits radio-orkest is. En dat is zeker een prestatie, als je zowel de technische eisen als de schaal van de stukken in gedachten houdt. Zowel Der Sieger als Schlemihl kennen een (overigens niet uitgebreide) zangpartij – de eerste voor sopraan, de tweede voor tenor. De eerste beluistering laat je achter met het idee dat alle orkestrale registers worden opengetrokken maar bij nadere beschouwing blijft die indruk niet overeind. Het is juist de spanningsopbouw die zo effectief is, dat hij je meesleurt in de maalstroom van emoties die naar het hoogtepunt leidt. Reznicek schrijft dan ook sensueler, emotioneler dan de vooral cerebrale Strauss.

Appels en peren? Ja en nee. Beide componisten waren artistiek verwant, kenden en hielpen elkaar. Die verwantschap is goed te horen. En natuurlijk, beiden waren ze als kunstenaar autonoom, met hun typische gewoonten en maniertjes. Een liefhebber van dit laatromantische repertoire kan eigenlijk niet zonder deze opnamen – daarvoor zijn ze, zowel interpretatief als inhoudelijk, veel te interessant. Maar ik kan het gevoel niet onderdrukken dat Reznicek een wijn met veel meer inhoud en aroma serveert dan Strauss met zijn bonuspunten weet waar te maken. Probeer maar, het smaakt uitstekend.

Richard Strauss: Orchestral Works. Staatskapelle Dresden o.l.v. Rudolf Kempe. Brilliant Classics (9 CD’s), prijs ong. 23 euro.

Emil Nikolaus von Reznicek: Schlemihl, Raskolnikoff. Nobuaki Yamamasu, tenor; WDR Sinfonie-Orchester Köln o.l.v. Michail Jurowski. CPO Classics, prijs. ong. 20 euro

Emil Nikolaus von Reznicek: Der Sieger. Beate Koepp, sopraan; WDR Sinfonie-Orchester Köln o.l.v. Michail Jurowski. CPO Classics, prijs. ong. 20 euro

Reageer op dit artikel