Muziek / Concert

Mooie start operaseizoen

recensie: Der Zwerg - Alexander Zemlinsky

Iedereen kent het schilderij De hofdames van Vélazquez. Het beeldt de Spaanse kroonprinses Donna Clara af, te midden van haar hofdames. Rechts vooraan staat de hofnar. Deze hofnar staat centraal in de opera Der Zwerg van Alexander Zemlinsky, de opening van het operaseizoen van De Nederlandse Opera onder leiding van hun nieuwe chef-dirigent Lorenzo Viotti.

De Oostenrijkse componist Alexander Zemlinsky (1871-1942) moet met de hofnar hebben kunnen meevoelen. Bekend is dat de vrouw waarmee hij een verhouding had, Alma Schindler (de latere Alma Mahler-Schindler) hem ‘ongelofelijk lelijk’ vond. Dat heeft hem niet lekker gezeten; hij baseerde zelfs een opera op het feit dat zij hem verliet (Eine florentinische Tragödie).
In de opera Der Zwerg (1922) vraagt hij het publiek als het ware om empathie en inlevingsvermogen te hebben met iedereen die afwijkt van wat ‘normaal’ heet te zijn

Hoe het oogt

Nu is het niet zo, dat alle nuances in het libretto zijn verdwenen en iedereen even hardvochtig is. Zo is een van de kamermeisjes aan het hof, Ghita (gezongen door Annette Dasch) wel degelijk in staat empathie te tonen met de kleine man. Toch heeft de Nederlandse film- en theaterregisseur Nanouk Leopold, die met deze productie haar operadebuut maakte, primair gekozen voor een letterlijke verbeelding van ‘hokjesdenken’: op het podium van de Nationale Opera & Ballet staat een rij van zeven open kubussen, klein en groot. Hierin zitten de zangers gevangen. Slechts één keer stapt de jarige infante (een prachtrol van Lenneke Ruiten) eruit. Dat gebeurt als de dwerg is overleden nadat de werkelijkheid tot hem is doorgedrongen dat hij lelijk is en de kroonprinses niet op hem verliefd is. Dat lijkt echter verder geen betekenis te hebben.
Ook  de kleine man (sterk gezongen door heldentenor Clay Hilley) zingt vanuit zo’n kubus.
De hofdames leven in een roze sprookjeswereld. Ze zijn in roze, tule kleding gestoken, kostuums die zijn ontworpen door Wojciech Dziedzic.
Dat is de uiterlijke kant van de productie. De videobeelden (van Leopold Emmen) die op de achterwand worden geprojecteerd, staan voor het ambigue karakter van de personages. Daar heeft de dwerg vleugels. Vleugels, omdat hij in zijn eigen verbeelding de lichtheid van een vogel heeft. Vleugels die tevens symbool staan voor wat hij volgens de tentoonstelling met ontwerpen van jonge kunstenaars op het plein voor gebouw van de Nationale Opera en Ballet ook symboliseert: een kunstenaar.

Hoe het klinkt


Maar hoe klínkt het nu? Zemlinsky is een laatromantische componist die een graantje heeft meegepikt van de stijl van bijvoorbeeld Mahler en Wagner. Aan Mahlers orkestratie doen de mandoline en gitaar in het orkest denken, aan Wagner de zogeheten Leitmotive waarmee een personage door de hele opera door herkenbaar is. Zo is er in deze opera bijvoorbeeld een motief in de althobo dat staat voor de dwerg en – aan het begin – stijgende glissandi in de strijkers die klinken wanneer hij zijn haar ijdel naar achteren gooit. Tegen het eind doet hij dat nog een keer, maar dan blijven die glissandi uit, wat een onbedoeld geestig effect heeft.
Het Nederlands Philharmonisch Orkest zit niet in de orkestbak, maar op de bühne en is onder leiding van Lorenzo Viotti buitengewoon goed op dreef. Ze pakken flink uit, maar kunnen ook fluisterzacht spelen. Dat geldt ook voor het koor van de opera (ingestudeerd door Ad Broeksteeg). Allebei treden ze stevig en verfijnd op en treffen de sfeer raak. Zoals in een lome zomermelodie die op een gegeven moment in het orkest langskomt. Lorenzo Viotti is de nieuwe chef-dirigent en gooit hoge ogen met deze openingsproductie van het nieuwe seizoen. Dit smaakt naar meer!