Boeken / Non-fictie

Monumentale gids waarin het vertelplezier soms verdwaalt

recensie: Stoute Schoenen - Bart Van Loo
cover Stoute SchoenenBol.com

Met de historische wervelwind De Bourgondiërs scoorde Bart Van Loo onverwacht een monsterhit: maar liefst 400.000 exemplaren gingen over de toonbank (waarvan 130.000 in vertaling). De verwachtingen rond de opvolger waren dan ook hooggespannen. Lost Stoute Schoenen die in? Absoluut, zij het met een kleine kanttekening.

Nog los van de inhoudelijke kwaliteit van het boek kan je alleen maar tonnen respect hebben voor het werk dat Bart Van Loo verzette voor Stoute Schoenen. Baseerde hij zich voor De Bourgondiërs voornamelijk op kronieken, dan dook hij nu in tientallen archieven, bezocht hij tal van musea en hun collecties, dwaalde hij langs en door historische panden en ruïnes, en doorkruiste hij zo goed als het volledige Bourgondische hertogdom van weleer, in het spoor van hun kleurrijke en spraakmakende gezaghebbers. Het resultaat van ruim vijf jaar werk? Een 800 pagina’s tellend monument voor de Bourgondische aartsvaders, tjokvol historische feiten en inzichten, weetjes, reisimpressies, beschrijvingen van kunstwerken en wat nog meer. Een schatkamer van papier, een grabbelton vol anekdotiek en wetenswaardigheden, verrijkt met heldere, kleurrijke foto’s van Geert Van de Velde, die Van Loo op zijn tochten vergezelde.

Rouwstoet achterna

Kortom, als werkstuk en uitgave is dit sowieso ongezien. Maar is het ook lezenswaardig? Absoluut. Het opzet? Bart Van Loo gaat in de landen van herwaarts (de Lage Landen) en derwaarts over (Bourgondië), zoals de regio’s onder hertog Filips de Goede werden genoemd, op zoek naar zichtbare sporen van Bourgondische aanwezigheid. Met als handige corridor tussen de twee regio’s – en het onbetwistbare hoogtepunt van het boek – de rouwstoet voor ‘aartsvader’ Filips de Stoute, die Van Loo reconstrueert door die na te reizen. Een rouwstoet – of beter: repatriëring avant la lettre – die startte in Halle (bij Brussel) en na ettelijke weken eindigde in het kartuizerklooster van Champmol in Bourgondië, waar de graaf werd bijgezet. Onderweg vallen heel wat fijne passages te lezen, niet zelden doorspekt met milde humor:

‘Het is in dit decor dat Filips zijn allerlaatste nacht doorbracht in Kortrijk. De rekeningen van het kapittel leren dat de kapelaans van de hertog tijdens de nachtwake ter verpozing wijn te drinken kregen en dat hiervoor 40 schellingen werden betaald. Daar staan we dan met onze blik vanuit de eenentwintigste eeuw: alcohol nuttigen bij een lijk in een katholiek gebedshuis tijdens het opdreunen van Latijnse psalmen en rozenkransen.’

Ook fijn zijn de historische bespiegelingen die Van Loo als smaakmakers doorheen de tekst strooit. Zoals wanneer hij vaststelt dat destijds een monument verplaatst moest worden om stadsuitbreiding mogelijk te maken:

‘Zo gaat dat met geschiedenis, dingen worden verhuisd en veranderd naargelang het uitkomt. Met wat geluk wordt het een keer opgeschreven en pas daarna vergeten.’

Kreunend onder een berg

Waarom dan die ‘maar’ van in de inleiding? Omdat Van Loo’s vertelkunst bij momenten wat kreunt onder die berg historisch materiaal. Wie Van Loo aan het werk zag op het podium of het voorrecht had hem te interviewen, weet dat vertelplezier en energie zijn handelsmerk vormen, wat hij wonderwel wist te vertalen naar de pagina’s van De Bourgondiërs. Dat is in Stoute Schoenen veel minder het geval. Is dat een verwijt? Geenszins. Maar het belemmert bij momenten wel de leesvaart.

Bij momenten dreigt ook wat moeheid na een zoveelste bombardement van (onbekende) locaties en namen, waarbij je soms gedesoriënteerd geraakt in tijd en ruimte – hoe goed Van Loo ook zijn best doet je bij de hand en bij de les te houden. Persoonlijk hielden wij daarom meer van De Bourgondiërs, dat vloeiend en verhalend was en waarin de vertelkunst van de meester écht tot zijn recht kwam. Stoute Schoenen is geen familie- of dynastieke kroniek, maar eerder een literaire reisgids – en een Trotter of Time to Momo lees je ook niet in één ruk uit, al doet die vergelijking uiteraard oneer aan het titanenwerk en de schrijfvaardigheid van Van Loo. Op de pagina’s waar hij zijn energieke stijl wel de vrije teugels geeft – een bespiegeling over zijn dochter in een kathedraal, de voor kippenvel zorgende laatste pagina’s waarin hij terugkeert naar het begin – besef je dat hier zijn echte kracht schuilt. Maar nogmaals, de wat moeizamere vaart is nu eenmaal eigen aan het opzet en het bronmateriaal. Want om zelf terug te keren naar het begin: je kan alleen maar tonnen respect hebben voor het werk dat Bart Van Loo verzette. Hij heeft het ondernomen.