Film / Films

Linklaters ode aan cinema

recensie: Nouvelle Vague - Richard Linklater
nouvelle vague© Filmdepot

Richard Linklater reconstrueert met Nouvelle Vague niet de geboorte van de Franse filmbeweging uit de jaren ’60, maar vangt vooral het gevoel dat erbij hoorde: dat film alles kan zijn. Nouvelle Vague is een hangout-film over makers, ego’s en ideeën. Losjes, speels en gemaakt met een onmiskenbare liefde voor film.

De nieuwe film van Linklater is een feest van herkenning voor de cinefiel. Alsof je naar The Avengers voor filmnerds kijkt, wandelen de grote spelers van de Franse cinema door het beeld. Namen als Truffaut, Melville, Bresson en Chabrol komen en gaan. Niet als de legendarische figuren waar ze nu bekend om staan, maar als jonge makers vol ideeën, twijfel en arrogantie, klaar om de wereld van film op te schudden. De spotlight in Nouvelle Vague staat op de maestro van de beweging: Jean-Luc Godard. De film volgt hem door de straten van Parijs, waar hij À bout de souffle (Breathless) maakte, volgens velen een van de meest invloedrijke films aller tijden.

Hangout-film

Linklater staat bekend als de man van de hangout-film, een officieus subgenre van films waar conflict of climax ver te zoeken is. Weinig spanning, weinig drama, een echte slice of life met ruimte voor humor en kleine momenten die een wereld kunnen schetsen. Een film waar je elk moment kunt ‘binnendruppelen’, zonder eigenlijk iets van het verhaal gemist te hebben. In dat opzicht voelt Nouvelle Vague als Linklaters eerdere film Dazed and Confused (1993), maar dan volledig gedipt in de esthetiek van Godards À bout de souffle uit 1960. De hippies ingeruild voor pretentieuze filmmakers, de highschool voor de straten van Parijs, en joints voor sigaretten en koffie.

Linklater ontmantelt de mythe rond Godard in Nouvelle Vague en zet er een man voor in de plaats: een haantje dat zichzelf ziet als revolutionair, een zelfverklaarde profeet van de cinema. Zijn monologen eindeloos en meanderend, vol kunst en politiek. Ze botsen heerlijk tegen de banale chaos van het filmsetleven: een camera die weigert te draaien, een acteur die te laat komt, een crew die op halve kracht werkt. Linklater kijkt niet neer op de klungeligheid; hij omarmt deze. Je verlaat de film dan ook niet met het gevoel dat je naar legendes hebt gekeken, maar naar mensen die durfden te maken, ondanks alle twijfel en tegenslag.

Liefdesbrief

Stilistisch is Nouvelle Vague een kameleon. Linklater bootst de look en feel van À bout de souffle tot in de details na: zwart-wit, losse camerabewegingen, abrupte montage, speelse omgang met dialoog. Het is duidelijk dat Linklater niet zozeer een verhaal wil vertellen of een boodschap wil overbrengen (want die is er eigenlijk niet). Bijna obsessief doet hij zijn best om zijn eigen handtekening uit te wissen – als eerbetoon, maar ook als experiment.

Dit gaat echter niet zonder risico. Cinefielen en makers zullen ongetwijfeld smullen van de details en verwijzingen, maar voor wie op zoek is naar spanning of emotie is Nouvelle Vague misschien een lange zit. Toch blijft er genoeg doorheen sijpelen dat onmiskenbaar Linklater is: zijn fascinatie voor makers en kunstenaars die praten, zoeken en dromen.

De vraag dringt zich op waarom hij (een Amerikaan) deze film móést maken, iets waar hij zelf ook jaren onzeker over was voordat hij besloot het toch te doen. Misschien ligt het antwoord bij hemzelf. Ook Linklater kwam uit een filmbeweging, namelijk die van de onafhankelijke cinema uit de jaren ’90, samen met namen als Soderbergh en Tarantino. Is Nouvelle Vague dan misschien een stille zelfportettering?

Wat Nouvelle Vague in ieder geval is, is een liefdesbrief aan rebellie, aan het maken zelf, en aan cinema als daad. Of zoals Linklater het zelf verwoordde: ‘A love letter to those who made you want to make films.’ En soms hoeft een film ook niet veel meer te doen dan dat. Zodra je de knop kan omzetten en los kan laten dat er vrijwel geen drama of conflict gaat komen, is het puur genot om jezelf even onder te dompelen in het Parijs van de jaren ’60.