Koortsdroom in Eddington
FilmdepotIn regisseur Ari Asters Eddington is het Wilde Westen niet langer een plek van cowboys en revolvers, maar van smartphones, boomer-vlogs en livestreams. De film speelt zich af in de zomer van 2020, een periode die nog vers in het collectieve geheugen ligt, en gebruikt de coronapandemie niet alleen als decor, maar als katalysator voor morele en sociale ontwrichting.
Sinds hij werd benoemd tot de nieuwe kroonprins van het horrorgenre, na het succes van Hereditary (2018) en het uitstekende Midsommar (2019), lijkt Ari Aster de afgelopen jaren vooral bezig te zijn geweest met het ontmantelen van zijn eigen mythe. Zijn opvolger Beau is Afraid (2023), een drie uur durende kafkaëske moedertrauma-opera, voelde als een opzettelijke beproeving: een ambitieuze maar ook uitdagende, met vlagen vermoeiende film die allesbehalve een crowdpleaser was.
Beau is Afraid leek bijna een exorcisme voor Aster zelf; alsof hij al zijn angsten en frustraties uit zijn systeem moest gooien om los te breken van het horrorimago en de wereld te laten zien: ik heb meer in mijn mars. Nu is hij terug met een western, hoewel de echo’s van zijn eerdere werk in het horrorgenre nog steeds duidelijk voelbaar zijn: Eddington is een ware koortsdroom waarin het Amerikaanse ideaal langzaam wordt uitgehold door paranoia, cultdenken en digitale zelfverheerlijking.
Een dorp in lockdown
Het is mei 2020. De wereld is in lockdown, zo ook het fictieve dorpje Eddington, waar sheriff Joe Cross (Joaquin Phoenix) de scepter zwaait. Hij heeft moeite met het coronabeleid, dat wordt doorgevoerd door rivaal en burgemeester Ted Garcia (Pedro Pascal). De twee komen in een clash, wat al snel leidt tot een verkiezingsstrijd tussen Joe en Ted. De meningsverschillen over covidbeleid zijn echter slechts de katalysator van de tweestrijd. Eddington is dan ook geen reconstructie van de pandemie, maar een ontleding van het moment waarop de Amerikaanse samenleving, volgens Aster, definitief brak.
In interviews noemt Aster covid niet de oorzaak, maar het inflection point – het moment waarop de deur naar gedeelde waarden voorgoed dichtviel. Het dorp Eddington fungeert als microkosmos van een Amerika in verval: Joe Cross die complottheorieën verspreidt, burgemeester Ted Garcia die een AI-datacenter binnenhaalt. Aster toont een samenleving waarin iedereen gelooft dat hij gelijk heeft, maar niemand weet waar het conflict werkelijk over gaat, of waarom het ooit begon.
Smartphones, smartphones en nog eens smartphones
De smartphone is overal in Eddington. Waar veel filmmakers het apparaat proberen te mijden als de pest vanwege zijn zogenaamd ‘on-cinematische’ karakter, kijkt Aster het kwaad recht in de ogen: in zijn western zijn smartphones de nieuwe revolvers. We zien relaties die kapotgaan door Instagram-dm’s, mensen die liggen te doomscrollen in bed en Facebook-feeds die complottheorieën voeden. Zodra er iets in de buurt komt van een conflict, zal je in de achtergrond iemand zien die het loopt te filmen.
De chaos en het geweld worden met de minuut opgevoerd in de 2,5 uur durende western. Dat maakt Eddington naast een bijtende satire een grappige, maar ook hyper-gewelddadige film tot het extreme aan toe. Asters humor is inktzwart, en zijn woede voelbaar. Hij spuwt met gif naar het politieke landschap en de institutionele hypocrisie, zonder op enig moment prekerig over te komen. Of je nou links of rechts bent, democraat of republikein: iedereen is verdoemd. Er zijn geen helden in de wereld van Eddington, alleen maar verliezers. Het is ook geen toeval dat de film opent en eindigt met een AI-datacenter: terwijl de gemeenschap langzaam uit elkaar valt, groeit het datacenter op de achtergrond – als een totempaal voor polarisatie.


Herman Sorgeloos
Filmdepot
© TPS Productions/Focus Features, 2025 All Rights Reserved