Theater / Voorstelling

Het ongeluk dat eenzaamheid heet

recensie: Nachtschade – Het Nationale Theater
NachtschadeAndreas Terlaak

Ze zal maar héél even blijven logeren, de eenzame zus die moet worden opgevangen na een ongelukje met de fiets. Héél even zal ze bivakkeren op de bank bij haar zwangere zus en haar zwager. Maar ‘heel even’ wordt dagen, wordt weken. En die onfortuinlijke fiets is niet het enige ongeluk dat haar treft. De extreem drukke, dominante, verwarde zus belichaamt het ongeluk dat eenzaamheid heet in Nachtschade van Het Nationale Theater.

De personages in Nachtschade hebben geen namen. Ze heten ‘de vrouw’, ‘haar zus’, ‘de man’ – enzovoort. Daarmee bewerkstelligt toneelschrijver Annet Bremen vanzelf een vorm van anonimiteit. Het belangrijkste thema van dit stuk is eenzaamheid. En die is universeel, kan iedere, anonieme mens treffen, zo lijkt de bedoeling van het weglaten van namen.

Verantwoordelijk

De vrouw (Mariana Aparicio) is helemaal opgedirkt om uit te gaan. Rode avondjurk met een blote rug, rode schoentjes, het lange haar in een kunstige staart. Maar wanneer de zwager bij wie ze logeert thuiskomt, is ze helemaal niet vertrokken. Daar gaat het romantische avondje met zijn vrouw waarop de man zich had verheugd. Want de verongelukte schoonzus gunt het koppel geen moment privacy, is dominant aanwezig, zeurt voortdurend om de aandacht van haar zwangere zus. Die voelt zich op haar beurt verantwoordelijk en biedt de logee keer op keer een brede schouder.

Lastpak

Maar in feite is dat fietsongeluk niet het echte probleem. Eigenlijk is de vrouw hevig in de rouw vanwege het verlies van haar vriend, haar grote liefde, die zelf een einde heeft gemaakt aan zijn leven. Ongeacht wat er gebeurt, wie er hulp biedt: het is niet genoeg. De vrouw blijft in haar jachtige, ongelukkige bubbel zitten.

De zus (Esther Scheldwacht) en de zwager (Chiem Vreeken) zijn geduldig, hebben begrip, bieden hulp; hoewel de situatie de zwager stevig de keel begint uit te hangen. Deze zwager vindt de vrouw een aandachtzuigende lastpak, maar hij is niet bij machte haar vertrek te eisen. Dus zitten ze vooralsnog aan haar vast.

Treincoupé

Setting is het appartement van de zwangere zus en de zwager, op de bovenste verdieping van een torenflat (scenografie: Koen Steger). De ramen kunnen niet open, geluiden van buiten dringen gedempt door. Dat levert op dat je mensen in tegenoverliggende appartementen kunt waarnemen, maar dat contact niet mogelijk is.

Het appartement is vormgegeven als de coupé van een metro, met een rij stoelen, met een metalen stang horizontaal aan het plafond met lussen waaraan passagiers kunnen hangen die geen zitplaats hebben kunnen vinden. Klapdeuren naar buiten. Een metro is hier het ultieme symbool van eenzaamheid en anonimiteit: passagiers kijken elkaar niet aan, maken geen contact, zijn niet met elkaar bezig.
De vrouw, de logee, slaapt erg onhandig over een paar losse stoelen heen liggend. Het stuk verbeeldt één nacht in haar leven. Het zou zomaar kunnen dat er nog velen zoals deze zullen volgen.

Herrie

Belangrijk element, zowel in het verhaal als in de vormgeving, is de trein of metro die periodiek langs de torenflat raast, met veel herrie en felle lichten. Hij wordt verbeeld door een rij van felle tl-buizen die in hoog tempo langsflitsen van de ene kant van het podium naar de andere. De trein is een signaal dat er ook buiten het appartement mensen zijn met een leven, maar die zijn niet waarneembaar, niet aanspreekbaar, de anonimiteit is compleet. Bovendien beïnvloedt de voorbijrazende trein de handeling. Hij verstoort gesprekken. Maar hij biedt de personages ook de kans geluidloos hun frustratie uit te schreeuwen.

Saai

De teksten die Annet Bremen haar personages in de mond legt, zijn zeer abstract, en veelal fragmentarisch. Veel flarden, veel afgebroken zinnen, ook. Bremen maakt het de toeschouwer niet makkelijk.

‘Eigenlijk hou ik helemaal niet van echt’, zegt de vrouw. ‘Ik vind ‘echt’ eigenlijk echt verschrikkelijk saai. Zo dodelijk, zo oervervelend, onverdraaglijk saai… Alles is beter in mijn hoofd.’

Deze passage is de sleutel tot begrip van de handeling. Vaak is het diffuus wanneer de vrouw droomt of fantaseert en wanneer dingen echt gebeuren. Veel van wat we zien, gebeurt alleen in het hoofd van de vrouw.
Het zijn een soort irreële fantasieën, waarin leukere, maar ook pijnlijkere dingen gebeuren dan in haar echte leven. Zo danst ze met haar overleden geliefde, die achter de ramen van de coupé staat, rood verlicht. De vraag is hoelang deze vrouw nog zal doorgaan met op deze manier leven.

Blanche DuBois

Nachtschade leunt niet toevallig op A Streetcar Named Desire (1947) van de Amerikaanse toneelschrijver Tennessee Williams. De onfortuinlijke vrouw heet bij Williams Blanche DuBois. Blanches man heeft zelfmoord gepleegd, waarna zij zich heeft genesteld in het leven van haar zwangere zus Stella en haar zwager Stanley.

Net als Blanche, maar dan getroubleerder, ratelt de vrouw in Nachtschade. Ze kakelt iedereen de oren van de kop met haar overdenkingen en theorieën. Mariana Aparicio speelt haar met ongekende expressie en variatie in haar stemgebruik, met bijna acrobatisch gebruik van haar lichaam. Dansend, springend, rollend, kruipend. Deze vrouw is getikt, maar ze is ook intelligent en diepzinnig. En verdrietig, wanhopig, ten einde raad.

Sterk

Esther Scheldwacht neemt de rol van de zwangere zus op zich. Haar doen en laten wordt gedicteerd door het dikmaak-pak dat de groeiende buik verbeeldt. Scheldwacht is sterk zoals we haar kennen: ze zet de zus ongerust, verantwoordelijk, beschermend neer. Vleugellam gemaakt door de spagaat waarin ze zit, tussen de man op wie ze verliefd is en de zus die ze niet durft te laten vallen.

Chiem Vreeken neemt alle mannenrollen op zich, zowel die van de echt-bestaande zwager als die van de overleden vriend en een mislukte date van de vrouw. Opvallend is dat Vreeken er in al deze rollen vol ingaat. Hij pikt de belangrijkste emotie eruit en vergroot die dan uit. De ongeduldige zwager. De zwoele vriend. De begerige date.

Kaleidoscopische

Het totaal levert een bijna filmische voorstelling op, inclusief een soort filmstills die het resultaat zijn van harde belichting (licht: Tim van ’t Hof, Jaan Smit). Regisseur Belle van Heerikhuizen maakte vorig seizoen bij Het Nationale Theater de ontroerende, sobere voorstelling Schuldig Kind. Voor Nachtschade kiest Van Heerikhuizen voor een kaleidoscopische enscenering met elkaar strak opvolgende scènes, steeds met een ander beeld, een andere insteek, met andere personages, ander gebruik van licht en ruimte.

Makkelijk is Nachtschade niet. De voorstelling laat je achter met een heleboel vraagtekens over wat je nou precies hebt gezien en meegemaakt, met een hoofd vol indrukken en associaties om over na te denken. Fascinerend. Gaat dat zien.

Tekst: Annet Bremen
Scenografie: Koen Steger
Licht: Tim van ’t Hof, Jaan Smit
Muziek: Tessa Rose Jackson
Kostuums: Gina van Os
Dramaturgie: Willemijn Barelds, Marlotte Frowijn
Techniek: Jan Harm Wagner, Wil Caspers, Joris Engering, Rutger Bouwman