Film / Films

Dinotopia

recensie: Dinotopia

Hallmark is een niet onverdienstelijk producent van miniseries. Je weet wel, die politiek correcte, gezinsvriendelijke films die in vier delen op woensdagavonden uitgezonden worden. In het verleden bracht Hallmark al series als Merlin (met Sam Neill), Gulliver’s Travels (met Ted Danson) en verhalen als David Copperfield en de Odyssee van Homerus. Stuk voor stuk series met veel gevoel voor detail, maar zonder dat doorslaggevende element dat van speelfilms successen maakt.

~

De miniserie is net te klein voor de bioscoop, maar ook te groot voor de televisie. Wie zo’n serie bekijkt, vraagt zich af of al dat geld echt uitgegeven is om hem, de bankzitter, te plezieren. Zonde toch? Een film mag veel kosten omdat iedereen er een bioscoopkaartje voor over heeft. Maar een miniserie, die gratis op de buis komt? Het lijkt erop alsof hier achteloos met geld gesmeten wordt. En wie de volgende miniserie bekijkt, ziet dat vermoeden bevestigd.

Geforceerd

De serie heet Dinotopia en gaat over twee broers, Karl en David, die met hun vader in een vliegtuigje een storm binnenvliegen en vervolgens neerstorten. Pa zakt met het toestel naar de zeebodem, David en Karl spoelen aan op het strand. Dit gaat allemaal heel erg snel en geforceerd. Binnen vijf minuten na de opening credits liggen de heren op het strand en moet de kijker duidelijk zijn wat voor een karakter ze hebben en dat ze (daarom) niet met elkaar overweg kunnen. Het voelt en klinkt vreselijk nep als de een de ander verwijt dat ze neergestort zijn.
Verhelderend is de deleted scene die bij de extra’s te zien is. Daarin ontmoeten de broers elkaar op het vliegveld en maken ze stennis over een cadeau dat ze hun vader geven. Maarja, deze scene is verwijderd. Waarom?

~

Karl en David slenteren wat over het strand en door het bos, op zoek naar een telefoon. Na een tijdje komen ze tot de verbijsterende ontdekking dat ze rondlopen in Dinotopia, een vergeten rijk waar nog dinosauriërs rondlopen. Echt verbijsterd zijn ze niet door deze ontdekking.
Zoals dat gaat ontmoeten ze de dochter van het nationale opperhoofd en rijden ze met haar mee naar de hoofdstad. Marion toont hen Dinotopia, en dit is het begin van een aantal uren visuele overdaad.

Mongoolse ruiterpakken

Want mooi is het. De dino’s zijn mooi vormgegeven en bewegen goed. De decors, gebouwen, landschappen, beplanting, alles is met een groot oog voor detail verzorgd. De kostuums die de Dinotopiërs dragen zijn prachtig. Allerlei culturen en eeuwen zijn vertegenwoordigd, van mongoolse ruiterpakken tot jurken uit de pruikentijd. Die mengelmoes is er niet zonder reden. Al eeuwenlang spoelen er drenkelingen aan op Dinotopia. Die kunnen nooit meer terug naar de echte wereld en moeten inburgeren. Al die kleren en kleuren vertegenwoordigen een ideale multiculturele samenleving.

Zippo

Op het gebied van kleding hebben de makers van Dinotopia dus goed nagedacht, al hadden ze waarschijnlijk aanwijzingen uit het boek. Dinotopia is namelijk bedacht door schrijver James Gurney. En hij is dus ook verantwoordelijk voor de grootste fout van het hele verhaal: de dino’s kunnen praten. Vreselijk. Karl en David worden door prinses Marion ondergebracht bij een vriend van haar, genaamd Zippo. Niet alleen zijn naam, maar alles aan hem is irritant. Deze dino spreekt bijzonder beschaafd Brits, houdt van lezen en archeologie en zet bij tijd en wijle een potsierlijk brilletje op. Gekunstelder kan haast niet.

~

In Dinotopia leven de dino’s en mensen vreedzaam naast elkaar. Het is zelfs zo, dat elk mens een dino-partner heeft, al wordt niet duidelijk hoe men een enorme brachiosaurus aan een mens koppelt, laat staan hoe de voortplanting geregeld is.
Dino’s kunnen lezen, praten, zitten in de volksvertegenwoordiging. De meeste mensen hebben daar vrede mee, maar niet Cyrus Crabb. Deze Crabb is een cynische mankepoot, die niets liever wil dan Dinotopia verlaten. Maar hij weet de weg niet, en zoekt naar allerlei manieren om aan de benodigde kaarten en routes te komen. Logisch dus dat hij de twee nieuwkomers Karl en David voor zijn karretje wil spannen.

Enige acteur

Deze Cyrus is de fascinerendste figuur van heel Dinotopia. Zijn bedoelingen zijn niet geheel en al smetvrij, zoveel is duidelijk, maar acteur David Thewliss weet van Crabb een figuur te maken die zowel aimabel als irritant is, vriendelijk en cynisch, warm en berekenend. Bij geen enkele andere figuur is het karakter zo complex. Thewliss is tegelijk de enige acteur van enige naam, de overigen zijn stuk voor stuk volslagen onbekenden. Waarschijnlijk hebben de kosten voor visual effects alle budget opgeslokt, waardoor en nog maar één echte acteur gehuurd kon worden.
Hoe dan ook, Thewliss speelt zijn rol met verve. Waar Crabb opduikt, ontstaat spanning. En aan spanning ontbreekt het nog wel eens in het tweehondervijftig minuten lange Dinotopia.

De aankleding van Dinotopia is uitmuntend verzorgd, en ook de gebruiken van het land, de cultuur en de geschiedenis worden goed en volledig in beeld gebracht. Maar daardoor gebeurt er maar bar weinig. We volgen David en Karl op hun inburgeringscursus, maar het is allemaal weinig spannend. Het lijkt wel een reclameboodschap, een reis door het land om alle culturele aspecten aan bod te laten komen. Alleen wanneer de zonnestenen, de energiebronnen van Dinotopia, beginnen te haperen, ontstaat er iets van plotstuwing. Maar op deze stroomstoringen wordt lang niet genoeg nadruk gelegd om er serieuze dreiging in te zien.

Lachwekkend

De serie duurt om en nabij de vier uur, maar pas in de laatste veertig minuten is er sprake van een ontknoping. De aanzet voor verschillende dingen is al veel eerder gegeven, maar het duurt allemaal verschrikkelijk lang, en bovendien werkt het slechte acteren van de hoofdpersonen niet mee aan de opbouw van spanning. Veel angstige dialogen en handelingen zijn eerder lach- dan zorgwekkend. Enkele hiaten en onverklaarbare acties zijn ook niet opbouwend.

Emotie

~

Deze miniserie is gemaakt met teveel aandacht voor het oog en te weinig voor het hart. Geen spanning, weinig emoties, al probeert componist Trevor Jones uit te leggen dat muziek er is om een film die extra lading mee te geven. Zijn score is onberispelijk, maar beklijft niet. En als hij in een kort interview (een van de extra’s) uitlegt dat muziek de emotie in de film versterkt, voegt dat opnieuw weinig toe. Niet aan je kennis van filmmuziek, noch aan de waarde van de DVD. Het interview is ook nog eens heel slecht opgenomen op een goedkope digitale camera en vrijwel zonder aandacht voor belichting. Alles is grijs.

Ook de overige extra’s zijn goedkoop en met weinig zorg gemaakt. Een storyboard-vergelijking kan best leuk zijn, maar deze slaat werkelijk alles. Boven in beeld zie je de tekening, onder in beeld het eindresultaat. De tekeningen lopen totaal niet synchroon met de film, en bovendien worden ook nog eens driekwart van de tekeningen overgeslagen. Zo is er toch geen lijn meer in te ontdekken.
Het filmpje dat ‘making of‘ moet heten behelst weinig meer dan een uitgebreide reclameboodschap die werd uitgezonden aan de vooravond van de eerste vertoning, op 12 mei 2002 op ABC in de Verenigde Staten.

Dinotopia kabbelt maar. Voor een woensdagavondje ontspannen televisie maakt dat niet zoveel uit. Er is genoeg visual candy. Op grond van slechte acteerprestaties en een trage voortgang echter wordt Dinotopia afgekeurd. Dan toch maar liever Jurassic Park. Daar doen de dino’s tenminste waar ze ervoor waren.