Kunst / Expo binnenland

Een spiegel voorgehouden

recensie: Fiona Tan – Monomania
Fiona Tan, RijksmuseumRijksmuseum persbeelden

De tentoonstelling Monomania van Fiona Tan (1966) in de zuidvleugel van het Rijksmuseum Amsterdam begint met het olieverfschilderij Portret van een kleptomaan van de negentiende-eeuwse Fransman Théodore Géricault, een bruikleen uit het Museum voor Schone Kunsten Gent. Hiermee begon ook Tans zoektocht naar wat monomania is, hoe het in beeld wordt gebracht en wat voor indruk dit op de beschouwer maakt.

Monomania is volgens het begeleidende boekje dat de zaalteksten vervangt ‘een vorm van gedeeltelijke krankzinnigheid en [wordt] beschreven als één enkele ziekmakende obsessie in een verder gezonde geest. Rond 1850 staat monomania synoniem voor emotionele “waanzin”.’

Fiona Tan. Foto: Andreas Langfeld.

Dat is ook de tijd die centraal staat in Tans jarenlange zoektocht naar het begin van de psychiatrie en in de twee jaar voorbereiding voor deze tentoonstelling. Tan is de eerste kunstenaar die van het Rijksmuseum Amsterdam carte blanche krijgt voor een tentoonstelling. Wat meer is ‘dan cureren’, zei ze fijntjes tijdens de perspresentatie. In de catalogus eindigt zij met de constatering dat ze, nog eens kijkend naar het gezicht van de zogeheten kleptomaan van Géricault, uiteindelijk medeleven en empathie voelt en in hem een medemens herkent.

Associëren en verbanden leggen

Edvard Munch (eigenhandig gesigneerd), Staand naakt met rood haar, 1902, Rijksmuseum. inv.no. RP-P-1953 -888

De tentoonstelling roept ons op om dat ook te gaan voelen en onze eigen associaties en verbanden te leggen tussen de kunstwerken. Kunstwerken en gebruiksvoorwerpen die merendeels afkomstig zijn uit verschillende depots van het Rijksmuseum, naast enkele bruiklenen en eigen werk van Fiona Tan, en die verdeeld zijn over tien zalen. Doeken, boeken, beelden, foto’s en nog veel meer met aan het einde een grote video-installatie, Janine’s Room (2025), die alles op drie schermen lijkt samen te vatten. Janine verwijst naar Janine Dakyns, die wordt genoemd in de roman The Rings of Saturn van W.G. Sebald, een schrijver die Tan heeft geïnspireerd in haar werk. Sebald schrijft onder meer: ‘In een zandkorrel in de zoom van Emma Bovary’s winterjurk, zei Janine, zag Flaubert de hele Sahara. Voor hem woog elk stofje zo zwaar als het Atlasgebergte.’

Opvallend is dat de fraai verzorgde en origineel vormgegeven catalogus (een design van Irma Boom, net als het begeleidende boekje) niet begint met Géricault, maar met een afbeelding van een spiegel in de Queen Anne style (Noord-Nederland). Je zou deze, samen met twee andere werken waar de spiegel naast hangt, als de uitgangspunten van Tans werkwijze kunnen zien. Die twee andere stukken zijn Ophélie van Odilon Redon en Zonde van Edvard Munch. Ze staan als het ware respectievelijk symbool voor de drie aandachtspunten die Tan aanhield bij zowel haar twee jaar durende onderzoek als de keuze van de kunst- en andere werken: wetenschap – kunst – representatie.

Wetenschap, kunst, representatie

Wetenschap manifesteert zich hier in de vorm van een geoxideerde spiegel, vergelijkbaar met de tien spiegels die kunstenaar Germaine Kruip toonde op een tentoonstelling in de Amsterdamse Oude Kerk (2015-2016). Door die oxidatie kun je jezelf niet in de spiegel zien: ‘An image of absence’ noemt Tan het in een essay in de catalogus. Redon en Munch vertegenwoordigen niet alleen kunst (respectievelijk olieverf en pastel op papier en een lithografie), maar ook representatie. Ophelia staat voor wat tijdens een congres over haar (in Arnhem, 2009) hysterie en melancholie werd genoemd, twee zogenaamd typisch vrouwelijke aandoeningen. Tan schrijft, wederom in de catalogus, dat een mysterieuze ziekte als hysterie door de Franse psychiater Jean-Etienne Dominique Esquirol (1772-1840) werd gelabeld als een psychische in plaats van een eerder neurologische aandoening om zo ‘zijn onderzoeksveld te vergroten en zijn vak te legitimeren’. De achtergrond van Zonde van Munch (Staand naakt met rood haar) zou kunnen worden gezocht in de associatie die binnen met name het christendom soms wordt gelegd tussen seksualiteit en zonde. De vrouw heeft lang rood haar, zoals ook Maria Magdalena vaak met lang rood haar wordt afgebeeld. Maria Magdalena ging ten onrechte de geschiedenis in als prostituee. Fiona Tan zoekt de achtergrond van de vrouw binnen het kader van ‘Waanvoorstellingen’.

Odilon Redon (eigenhandig gesigneerd), Ophélie, la cape bleue sur les eaux (Ophelia, de blauwe nonnenkap in het water), 1900 – 1905, Rijksmuseum, Inv.no. SK-A-4840.

Het zijn zomaar enkele voorbeelden uit een overweldigende tentoonstelling die je, soms letterlijk, een spiegel voorhoudt, zoals in de zaal met zes digitale installaties (De criminele klasse). Je moet er moeite voor doen om de persoonlijke herinneringen, associaties en verbanden die Tan legt te kunnen volgen en je wordt uitgenodigd er ook voor jezelf naar op zoek te gaan. Als dat lukt, krijg je er zóveel voor terug, dat er een paar dagen in je hoofd niets meer bij lijkt te kunnen. Een effect dat misschien niet eens zo ver van de bedoeling van deze expositie afligt. Even opgesloten zitten in je hoofd, zoals de vissen in de Goudviskom met drie schepen (Bohemen), ook te zien in de tentoonstelling. Ge(s)laagd dus. En meer dan dat.