Boeken / Fictie

Een Joël Dicker voor iedereen

recensie: Het rampzalige bezoek aan de dierentuin
Afbeelding recensie Het rampzalige bezoek aan de dierentuinPexels

Het is een uniek boek tussen de dikke pillen waarmee schrijver Joël Dicker menig lezershart wist te veroveren: de nieuwste roman Het rampzalige bezoek aan de dierentuin presenteert zich terecht als ‘een nieuwe pageturner voor alle leeftijden’. Hoewel klein van stuk, biedt dit boek een groots verhaal over het reilen en zeilen op een school voor speciale kinderen, waarin de onbedoeld geestige opmerkingen van deze jonge helden je zullen ontroeren.

De proloog maakt de lezer meteen hongerig. Hongerig naar informatie, hongerig naar de sappige details en vooral hongerig naar het einde van het boek. De ik-verteller van het boek, Joséphine geheten, maakt meteen kenbaar dat er iets grotesks heeft plaatsgevonden in het verleden. Gedreven door haar schrijversambities is Joséphine op latere leeftijd in de pen geklommen om het grootse mysterie te delen met haar lezers. Jaren geleden, tijdens een schoolbezoek aan een dierentuin, is er blijkbaar iets voorgevallen wat te classificeren valt als een ‘ramp’. De lezer weet op de eerste pagina van het boek nog niet dat het bezoek aan de dierentuin de kers op de taart is na alle rampen die zich voor die uiteindelijke ramp voordoen. Het tweede tot en met het eenentwintigste hoofdstuk verhalen ieder over een catastrofe van beperkte omvang.

Er is niet veel voor nodig om het iedere keer weer zover te laten komen. Neem een pittoresk schooltje voor zes speciale kinderen (Joséphine, Otto, Artie, Thomas, Giovanni en Yoshi), een te geduldige en lieve juf (juffrouw Jennings) en een grote overstroming. Waar zou dit in resulteren? Nou, bijvoorbeeld in het volgende. De overstroming maakt het schoolgebouw van de zes erg nieuwsgierige scholieren dusdanig onbruikbaar dat diezelfde kids nu ondergebracht worden op een ‘normale’ school met een alleraardigste directeur.

True crime

Ondanks hun unieke aard (van dwangneuroses tot hypochondrie tot autisme), vormen de zes bijzondere kinderen het doelwit van pesterijen op deze nieuwe school. Ze weten goed van zich af te slaan – in de meest letterlijke betekenis van dat woord. Met een vader die karateleraar is, weet Thomas de meest rake klappen uit te delen. Zoals aan de gemene Balthazar, die later in het boek een belangrijke handlanger blijkt te zijn in de zoektocht van ‘de zes’ naar antwoorden op de prangende vraag: ‘Wie heeft hun school laten overstromen?’. Ook de oma van Giovanni, die iets te veel politieseries heeft gekeken, helpt hen graag met hun onderzoek. Al puffend aan haar sigaretten neemt ze dagelijks de nieuwste ontwikkelingen door met haar kleinzoon en zijn vriendjes. En met succes: hun leven verandert stilaan in een echte detectiveserie met een uitkomst die niemand had kunnen voorspellen.

Een manusje-van-alles

Hoe zo’n verhaal op je overkomt? Als een spannende jeugdthriller misschien, of een ietwat te kinderlijk ingerichte misdaadroman? Wellicht iets van beide? Dat zou goed kunnen, aangezien het de voornaamste wens was van Dicker om een boek te publiceren dat ieder lezerspubliek dient. Na twaalf jaar schrijverij besloot Dicker een boek te vervaardigen dat alle lezers – groot en klein – met elkaar kunnen delen. Juist door te kiezen voor kinderen met een zekere hoogbegaafdheid worden thema’s als inclusiviteit en democratie niet geschuwd. Het leidt zelfs tot een van de meest grappige passages die ooit in een all-age-boek (of liever: crossover- of multidoelgroepenboek) zijn aangetroffen. In een recalcitrante bui besluiten de zes speurneuzen om de kritische schoolouders voor eens en altijd de mond te snoeren in een hilarisch toneelstuk. Ook de ontzettend eigenzinnige en bijdehante uitspraken van de zes kinderen leiden continu tot humorvolle misopvattingen.

In zijn opzet is Dicker zeker geslaagd: het smalle boekje biedt een ongekend (doch kortstondig) leesplezier voor jonge en (iets) oude(re) lezers. Hoewel het zeer vermakelijk is, is het nu ook weer geen boek dat je lang bij zal blijven. Het is zeker goed geschreven, maar de literair-stilistische kant van dit boek verdient bij lange na niet zoveel lof als zijn voorgangers, zoals de debuutroman De waarheid over de zaak Harry Quebert. Het idee achter dit specifieke boek verdient echter natuurlijk op zichzelf een dikke pluim.