Theater / Voorstelling

Een familie is als een oude draaimolen: ze draait ondanks alles door

recensie: Carrousel – Vis à Vis
Theatergezelschap Vis à Vis - Carrousel - Fotografie Marinus Vroom-5Marinus Vroom

Een heuse kermis, inclusief reuzenrad en schiettent, is verrezen op het grootse speelveld van theatergroep Vis à Vis in Almere. Centraal staat een prachtige maar krakkemikkige draaimolen, steeds opnieuw opgeknapt door de Surinaamse familie die hem bezit. Het draaiende houden van die antieke molen in het theaterspektakel Carrousel kun je zien als een metafoor voor een familie, waarin generatie na generatie moet zorgen voor vernieuwing en voortgang.

Wat is ouderwetser dan een draaimolen op de kermis aan de praat houden? Daar zit toch geen toekomst in?!
Het ding is van de Surinaamse Nederlander Ewald (Ruurt de Maesschalck). Zijn vader (‘Opa’) heeft het gevaarte lang geleden zelf gebouwd. Maar de draaimolen heeft zijn beste tijd gehad. Het oude barrel is om de haverklap stuk, en in het ergste geval komt er rook uit, of slaan de vlammen eruit.

Toch is de bedoeling dat die draaimolen binnenkort zal overgaan naar alweer de volgende generatie: de 25-jarige dochter Frida. Zij heeft twee rechterhanden en verstand van techniek: ideaal om een hoogbejaarde draaimolen keer op keer te repareren. Maar Frida is net klaar met haar studie en niet van plan haar leven te slijten op de kermis.

Generatieconflict

Komt bij dat de vileine, achterbakse directeur van de kermis, Berto, aast op de toplocatie die de draaimolen inneemt. Dus die is het ding liever kwijt dan rijk.
Die directeur heeft op zijn beurt een dochter, Lucky. Zij onderhoudt het versleten reuzenrad en ze maakt suikerspinnen.
Vader Berto (Rutger Buiter) wil Lucky graag aan zijn kant in de strijd om de draaimolen, maar Lucky wil geen ruzie, zij is liever gelukkig dan rijk. Ook daar speelt een generatieconflict.

Dit is in een notendop de plot van Carrousel. Om deze twee vader-dochterkoppels heen cirkelen de figuren van diverse Surinaamse voorouders van Frida. Daarmee zijn het doorgeven van het stokje, het waarderen van je familie en waar die voor staat de belangrijkste thema’s van deze voorstelling. Weet waar je vandaan komt, wie jou voorgingen en laat dat meewegen in het antwoord op de vraag waar je zelf naartoe wilt.

Hoogstandjes

Theatergroep Vis à Vis heeft een stevige reputatie opgebouwd als maker van familievoorstellingen in de open lucht, op het eigen terrein bij het Almeerderstrand. Daarbij draait het niet alleen om het stuk, om het verhaal, maar zeker ook om het visuele aspect: mooie kostuums, goed licht, meeslepende livemuziek. Om spektakel: het geheime wapen van Vis à Vis is een stevig team van technisch behendige bouwers die in staat zijn tot mooie en verrassende technologische hoogstandjes. Het resultaat zijn vrolijke, feestelijke, spectaculaire voorstellingen.

Miniatuurhuis

Dat geldt zeker voor Carrousel. De spectaculaire draaimolen die het middelpunt vormt van deze voorstelling heeft twee verdiepingen. De onderste is de feitelijke draaimolen met zes draaimolenfiguren, waarvan de opvallendste figuur een roofdier is dat over een hoge kraag van riet heen springt. De bovenste verdieping is een miniatuurhuis waarin de Surinamer Ewald woont; daar is ook een plekje voor zijn dochter.
De draaimolen heeft rijen lichtjes, mooie beschilderingen en kan echt draaien. Met behulp van rook en vuur wordt verbeeld hoe slecht het oude beestje eraan toe is.

Orkest

Mooie technische stunt is ook een soort zweefmolen die hangt aan een zeer hoge bouwkraan. Vandaar daalt het driekoppige orkest neer, dat voor virtuoze livemuziek zorgt vanuit het ‘kassa’-gebouw. Vooral de vaardige slagwerker Clara de Mik houdt de stemming er goed in.
Vanuit die hoge bouwkraan daalt ook de Surinaamse voormoeder Oma Joosje (de fantastische zangeres Susan Malaika Bailey) neer, gekleed in een fraaie traditionele jurk, uitgevoerd in wit, en gecompleteerd met een enorme hoed.

Voormoeder

Het script (tekst: Jibbe Willems) is niet ijzersterk en soms lastig te begrijpen. Het duurt bijvoorbeeld lang voordat de familieverhoudingen duidelijk zijn. Zo lijkt het een tijdje alsof de twee ‘oudere’ Surinamers de moeder en vader zijn van de draaimolenman. Na verloop van tijd blijkt echter dat Oma Joosje, de voormoeder van de overige Surinamers, niet de vrouw is van ‘Opa’, maar zijn moeder.
Mogelijk is dat sneller duidelijk voor mensen die Sranantongo begrijpen: Oma Joosje spreekt ‘Opa’ aan met ‘mi boy’: mijn jongen. Het zou kunnen dat Surinaamse moeders hun zoon zo aanspreken.
De geest van die ‘Opa’ (Erwin Boschmans) spookt rond over de kermis.

De rode draad, hoe gaan generaties om met elkaar en met het familiale erfgoed, leidt wel tot brede filosofieën in de tekst, maar niet tot een soort conclusie over wat te doen met dat erfgoed. Gevolg is dat bijvoorbeeld het einde vaag blijft.

Tulpen kietelen

Fijn in de tekst is de verzameling nonsens-woorden die Frida bezigt om gereedschap mee aan te duiden dat ze nodig heeft om de kapotte draaimolen mee te repareren.
Grappig is ook de reeks smoezen die de luie kermisdirecteur heeft om onder klusjes uit te komen, zoals ‘ik moet de tulpen nog kietelen’.
Reuzenrad-dochter Lucky schiet te hulp wanneer de draaimolen-familie in de problemen is onder het motto: ‘Wij zijn kermis, kermis helpt elkaar.’

Verdieping

De tekst is goeddeels opgebouwd uit dialogen. Regisseur Gerold Guthman kiest ervoor vooral die twee acteurs die tekst hebben dan ook te laten spelen, de overigen hebben dan feitelijk geen rol. Dat is jammer; de niet-sprekende acteurs in karakter laten blijven, had kunnen bijdragen aan verdieping van Carrousel en de humor een steuntje in de rug kunnen bieden.

In de cast valt vooral de acrobatische Lotte Rischen op als Lucky, de dochter van de kermisdirecteur. Rischen laat een mooie combinatie zien van heldere tekstbehandeling en het spelen van een jonge vrouw die ploetert om haar kermisbestaan zin te geven.

Verwachtingen

Deze voorstelling is misschien niet bedoeld om een sterke plot over te dragen, maar meer om de intentie te benoemen. Wanneer mensen van land naar land migreren, is het lastig zowel om te aarden als om de oude tradities in ere te houden. Plus: generaties kunnen verwachtingen van elkaar hebben waar ze wederzijds niet aan kunnen of willen voldoen.

Carrousel mag als toneelstuk wat haken en ogen hebben, de geestige, spectaculaire voorstelling is een lust voor het oog en erg grappig, en gaat daarom recht naar het hart.

Script: Jibbe Willems
Componist: Stijn Hoes
Muziek: Stijn Hoes, Erik Hofland, Clara de Mik
Decorontwerp: Douwe Hibma en Jan Willem van der Schoot
Kostuumontwerp: Nicky Nina de Jong