Film / Films

De banaliteit van het kwaad in close-up

recensie: Das Verschwinden des Josef Mengele – Kirill Serebrennikov
Das-Verschwinden-des-Josef-Mengele_st_1_jpg_sd-highFilmdepot

In Das Verschwinden des Josef Mengele brengt de Russische regisseur Kirill Serebrennikov een indringend portret van de beruchte nazi-arts die in Auschwitz de bijnaam ‘engel des doods’ kreeg. Het resultaat is een huiveringwekkend, maar ook menselijk portret van een man die tot aan zijn dood in Brazilië probeerde te ontkomen aan gerechtigheid, en aan zichzelf.

De film opent in een Braziliaans laboratorium in de jaren tachtig. Studenten buigen zich over een skelet met een gat in het linker jukbeen: het enige bewijs dat ze naar de resten van Josef Mengele kijken. Vanuit dit ijzingwekkende begin duikt Serebrennikov terug in de tijd, naar het leven van Mengele na de oorlog.

Met valse paspoorten en nieuwe namen (Gregor, Peter, en uiteindelijk Pedro) vlucht hij via Argentinië en Paraguay naar Brazilië. Wat volgt is een claustrofobisch portret van een man op de vlucht, voortdurend op zijn hoede, maar nooit in staat tot zelfreflectie. Zelfs wanneer zijn zoon Rolf hem in 1977 opzoekt, weigert Mengele verantwoordelijkheid te nemen.

Voor hem was alles wat hij deed ‘noodzakelijk’. Die confrontatie vormt een van de kernmomenten van de film. Zoals Serebrennikov in een interview toelicht: ‘Wat gebeurt er met oorlogsmisdadigers nadat de oorlog voorbij is? Is er zoiets als goddelijke gerechtigheid?’

Een monster dat mens blijft

Serebrennikov kiest bewust voor Mengeles perspectief. Daarmee begeeft hij zich op gevaarlijk terrein: het risico om empathie te wekken voor de dader. Toch is dat niet Serebrennikovs bedoeling. Hij verwijst naar Hannah Arendts idee van de ‘banaliteit van het kwaad’, het besef dat monsters vaak gewone mensen zijn.

Acteur August Diehl (bekend van Inglourious Basterds) maakt dat pijnlijk voelbaar. Zijn Mengele is geen karikatuur, maar een man die zichzelf voortdurend rechtvaardigt. ‘Hij blijft geloven dat hij niets verkeerd heeft gedaan’, zegt Diehl. ‘Dat is wat hem zo beangstigend maakt.’ Het subtiele spel van Diehl zorgt ervoor dat je als kijker begrijpt hoe gevaarlijk zelfbedrog kan zijn, zonder ooit sympathie voor Mengele te voelen.

Zwart-wit als moreel kompas

Visueel is Das Verschwinden des Josef Mengele verbluffend. Serebrennikov filmt het grootste deel in korrelig zwart-wit, alsof het verleden letterlijk kleurloos is geworden. Alleen de scènes in Auschwitz, die als korte, schokkende flashbacks verschijnen, zijn in kleur. De regisseur legt uit waarom: ‘Voor Mengele was Auschwitz in zijn eigen vertekende beleving de beste tijd van zijn leven. Hij had een gezin, een carrière. Door die scènes in kleur te tonen, laat ik zien hoe verdorven die perceptie was.’

De cameravoering is vaak handheld, wat de kijker het gevoel geeft er zelf bij te zijn. Dat maakt de film beklemmend en realistisch, zelfs wanneer de werkelijkheid vervormd lijkt door Mengeles waanbeelden.

Een spiegel van onze tijd

Hoewel het verhaal zich afspeelt in de jaren veertig tot tachtig, voelt het pijnlijk actueel. Serebrennikov benadrukt dat hij tijdens de productie dacht aan het heden: ‘In 2025 zijn er nog steeds mensen die het bestaan van de Holocaust in twijfel trekken. Deze film is een waarschuwing: het kwaad verdwijnt niet, het verandert alleen van vorm.’

De film laat zien hoe makkelijk een samenleving wegkijkt en hoe velen meewerken aan het in stand houden van onrecht, uit angst, gemak of eigenbelang. Het kwaad zit niet enkel in Mengele, maar ook in iedereen die hem steunde.

Het slot vormt een indringend einde van een verhaal dat bewust elke eenvoudige verklaring vermijdt. Das Verschwinden des Josef Mengele is traag, soms meedogenloos, maar nooit afstandelijk. Dankzij het hypnotiserende spel van Diehl en Serebrennikovs scherpe visie wordt de kijker gedwongen om te reflecteren op de dunne lijn tussen menselijkheid en monsterlijkheid.

Te zien vanaf 16 oktober 2025