Theater / Voorstelling

Clash van culturen en van rollenpatronen

recensie: Gedeelde grond – Stichting Nox/Meervaart/Theaterbureau De Mannen
Mouna en Walid_Gedeelde Grond (c) Richard Beukelaar (1)Richard Beukelaar

‘De lucht, de geur, het eten’, verzucht Mounir. De hele atmosfeer maakt dat hij het gevoel heeft dat hij thuiskomt als hij vanuit Den Haag naar Marokko reist. Maar zijn vrouw Salma maakt in Den Haag carrière. Voor haar betekent Nederland thuis en Marokko vakantie. Gedeelde grond, een fascinerende voorstelling van de combinatie Stichting Nox/Meervaart/Theaterbureau De Mannen, toont een koppel in een culturele spagaat.

Behoren tot de tweede of tot de derde generatie immigranten in Nederland maakt dat je onvermijdelijk bungelt tussen meerdere culturen. Vaak biedt Nederland werk, een inkomen en hopelijk een toekomst voor de kinderen. Maar ook stress, discriminatie, weggezet worden als iemand met ‘een niet-westerse achtergrond’. Het land van herkomst is echter voor vrouwen vaak minder ideaal.

Toekomst

Gedeelde grond, geschreven door Max Wind, laat een echtpaar zien dat zeer aan elkaar gewaagd is. Allebei ambitieus en succesvol in de eigen branche, allebei vastbesloten het te maken in de maatschappij. Alleen: diep in hun hart hebben ze verschillende visies over hoe hun toekomst eruit moet zien.

Mounir is in Nederland weliswaar een succesvolle ondernemer, hij vindt het ook een vervelend land, met vervelende mensen die vervelend discrimineren en die in hem altijd de allochtoon zien.
Salma is een rijzende ster in de politiek, ziet hoe haar kinderen het behoorlijk doen in Nederland. Voor haar betekent Noord-Afrika een plek om met vakantie te gaan; maar daarna wil ze weer naar huis, naar Den Haag.
Stof voor een fundamenteel conflict: hij wil de verhuizing naar Marokko afdwingen, zij is met haar hoofd alweer bij terugvliegen naar Nederland, naar haar werk.

Rollenpatronen

Het stuk is de acteurs op het lijf geschreven: Mouna Laroussi is van Nederlands-Marokkaanse komaf, haar personage ook. Walid Benmbarek heeft een Marokkaans-Tunesische achtergrond. Vooral Benmbarek spreekt tijdens de voorstelling hier en daar een paar zinnen Arabisch – die hij vervolgens zelf vertaalt naar het Nederlands.

De wrijving tussen het koppel gaat niet alleen over de hang naar Marokko of die naar Nederland, maar ook over gender- en rollenpatronen. Terwijl Mounir zijn vrouw graag gewoon zou verwennen – zo mag ze van hem best stoppen met werken – is Salma juist vastbesloten een sterke maatschappelijke functie op zich te nemen.

Vanzelfsprekende chemie

Behalve met tekst vertellen de personages het verhaal ook met oogstrelende acrobatiek-achtige dans (choreografie Jakop Ahlbom). Deze acteurs zijn ook in het dagelijks leven een koppel. Die vanzelfsprekende chemie werpt hier beslist haar vruchten af.

In de regie van Zorba Huisman is vooral Laroussi zeer overtuigend. Haar timing, stemgebruik, lichaamstaal zijn puntgaaf. Zij is helemaal in het zwart gekleed, met halfblond geverfd haar.
Benmbarek is in zwart-wit gekleed, met een zwart shirt en een witte broek en schoenen; zijn kleren symboliseren het dilemma waarmee hij kampt. Hij is onrustig, beweegt erg veel met zijn armen. Benmbarek zet het macho personage met wat overdrijving neer, hier en daar moet hij een beetje trekken om geloofwaardig te zijn.

Liefdevolle sfeer

Mouna en Walid_Gedeelde Grond (c) Richard Beukelaar (3)

© Richard Beukelaar

Het decor, dat een villa in Marokko voorstelt, is vormgegeven als een soort grijze apenrots, opgebouwd uit staande en liggende gemarmerde blokken. Buitengewoon functioneel: de acteurs lopen, buitelen, stuiteren, dansen over de blokken, benaderen elkaar of scheppen juist afstand met behulp van die blokken. Het licht ondersteunt de sfeer van liefdevol warm oranjegeel tot onbehaaglijk strak wit.

Sterk aan de plot van Gedeelde grond is dat de vrouw en de man in zekere zin allebei gelijk hebben en krijgen. De spagaat is onvermijdelijk. Het moeten combineren van twee zó verschillende culturen is lastig. Zie er maar eens mee om te gaan.

 

Tekst: Max Wind
Choreografie: Jakop Ahlbom