Boeken / Fictie

Beeldende jeugdherinneringen

recensie: William Maxwell - Tot ziens, tot morgen (vert. Paul van der Lecq)

.

de jaren twintig. De inmiddels oude verteller van het verhaal herinnert zich een vriendschap uit zijn jeugd die abrupt eindigde na de moord.

Als de kleur van de lucht ons vertelde dat het bijna etenstijd was, klauterden we naar beneden en zeiden ‘tot ziens’ en ‘tot morgen’, en gingen elk onze eigen weg in de schemering. En op een avond bleken we die terloopse groet voor het laatst te hebben uitgewisseld. We werden door dat pistoolschot van elkaar gescheiden.

In Tot ziens, tot morgen kijkt de verteller vijftig jaar na dato terug op de moordzaak. Op een dag raakte hij in Lincoln bevriend met de jonge boerenzoon Cletus Smith, wiens  vader een verbitterde crime passionel begaat jegens zijn beste vriend en buurman Lloyd. Het boek beschrijft uitgebreid de affaire tussen Smith’s vrouw en de buurman, die voorafgaat aan de moord.  Maxwell toont hiermee aan hoe de persoonlijke relaties in het verstikkende sociale klimaat langzaam tot uitbarsting komen.

Lincoln, Illinois
Maxwells geboortestad Lincoln in de Amerikaanse staat Illinois speelt een belangrijke rol in vrijwel al zijn romans en verhalen. ‘Wat mij betreft, was het stadje Lincoln het paradijs op aarde, en wel uit de tijd dat de appel die Eva aan Adam zou voorhouden en alles waar dat voor stond, nog gewoon aan de boom hing’, zo opent hij een van zijn verhalen.

Tot ziens, tot morgen verscheen in 1980 en net zoals tijdgenoot To Kill a Mockingbird (1982) grijpt de roman terug op de tijd dat de VS nog grotendeels een agrarische samenleving was. Dit is echter al in hoog tempo aan het veranderen in de loop van de roman. De gevolgen van urbanisatie zijn goed merkbaar. Veel personages uit het boek gaan hun geluk beproeven in metropool Chicago. Door de nadruk op het veranderende tijdperk is het boek te lezen  als een sociale geschiedenis van Amerikaanse platteland in de jaren twintig.

Als ik er door een of andere bovennatuurlijke truc in geslaagd was mijn moeder uit het graf terug te roepen en wij ons leven als vanouds hadden hervat, zouden we een eiland zijn geweest in een zee van veranderingen, want het was 1921, en vrouwen gingen ertoe over hun haren kort te knippen, terwijl ze kniehoge jurkjes droegen en in het openbaar gin dronken uit zilveren flacons.

Jeugdherinneringen
Maxwell was vanaf 1936 veertig jaar lang literair redacteur voor het weekblad The New Yorker, waar hij samenwerkte met de literaire grootheden van de twintigste eeuw. Hij redigeerde er verhalen van onder meer John Updike, J.D. Salinger, Vladimir Nabokov en Frank O’ Conner. Maxwell was een schrijver wiens eerste literaire succes kwam met zijn semi-autobiografische roman They Came like Swallows (1937), over een achtjarig jongetjje dat zijn moeder verliest tijdens de Spaanse griepepidemie van 1918. Ook in Tot ziens, tot morgen sterft de moeder van verteller William aan de gevolgen van de griep.

Autobiografische elementen en herinneringen aan een verloren tijd spelen een belangrijke rol in het werk van Maxwell. Met een nauwgezet, haast traag proza brengt de schrijver een ode aan de kleine details waaruit herinneringen bestaan. Ook in Tot ziens, tot morgen ligt de nadruk met name op de herinnering en niet zozeer op actie.

Door het uitblijven van een climax is de roman niet spannend: bijna terloops klinkt het pistoolschot. De verteller geeft ook toe dat hij zich de moord enkel herinnert omdat hij zich schaamt dat zijn vriendschap met Cletus eindigde.

De moord op een pachtboer die ik zelf nooit gezien heb, zou mij waarschijnlijk nooit vijftig jaar lang zijn bijgebleven, als (a) de moordenaar niet de vader was geweest van iemand die ik kende, en (b) ik later niet iets gedaan had waarvoor ik me achteraf schaamde.