Boeken / Non-fictie

Rosa damascena, een Bulgaars verhaal

recensie: De dood en de tuinman - Georgi Gospodinov
Boek CoverBol.com

‘Mijn vader was een tuinman. Nu is hij een tuin.’ Met deze krachtige woorden begint de Bulgaarse schrijver Georgi Gospodinov de ontroerende elegie voor zijn vader. Lichtvoetig, poëtisch proza waar de band tussen een zoon en een vader, diens dood, de rouw en het herinneren met sublieme soberheid verteld worden zoals alleen deze betoverende auteur met zijn unieke stijl en menslievende zachte blik kan creëren.

‘Waar praten we eigenlijk over als we het over de dood hebben? Over de dood natuurlijk, met heel zijn verrukkelijke vergankelijkheid.’ Deze zin is het vertrekpunt van een teder en melancholisch verhaal dat troost bespiegelt en herinnert.

Een leven in de tuin

Toen de vader zeventien jaar eerder longkanker dankzij zware chemo’s overleefde en vervolgens zijn opgewekte humeur verloor en zwijgzaam werd, besloot hij dat zijn nieuwe leven een leven in de tuin zou worden. Deze knappe, boomlange, trotse man en innemende rasverteller zou – ‘na zijn eerste sterven’ – in zijn tweede, nieuwe leven spreken via zijn aardappels, rozen en aardbeien.

Zijn favoriete uitspraak werd: ‘Niks aan de hand.’ Kleine signalen, vooral pas achteraf begrepen, maakten het uiteindelijk duidelijk dat er opnieuw iets ernstigs in zijn lichaam speelde. Op het moment dat men beslist hem in Sofia te laten onderzoeken en hij uitgeput in het huis van zijn zoon aankomt, toont de uiteindelijke diagnose dat er geen hoop meer is. De laatste weken zal hij doorbrengen in het huis van zijn zoon.

Bloedend bloed

Georgi Gospodinov was zeven jaar toen hij herhaaldelijk droomde dat zijn vader en broer in een diepe put stonden en hij, wanhopig, ze niet kon bereiken. Zijn grootmoeder weigerde zijn ellendige droom aan te horen, omdat het vertellen het verhaal ‘bloed zou kunnen geven’. Aanleiding voor de schrijver in spe – hoe mooi kan een schrijverschap beginnen – om met net geleerde hanenpoten de nachtmerrie op papier te zetten. Vijftig jaar later bevindt hij zich aan het ziekbed van zijn vader om deze te verzorgen en de laatste drie weken van zijn leven zo licht en pijnloos mogelijk te maken. Het verhaal – hoe kan het ook anders – heeft uiteindelijk bloed gekregen.

Elke dood, elke rouw brengt ons in de sfeer van weemoed en melancholisch herinneren. Dit thema is niet nieuw voor Gospodinov; het is een van de kernpunten in al zijn werk. Bespiegelingen over het leven, de oude – vaak hilarische – verhalen en de band met zijn lieve, eigenwijze vader mengen zich hier met lichamelijke behoeften en de smerige strijd tegen de pijnen van een stervend lichaam. Als de medische trukendoos is uitgeput in deze strijd, smeekt de zoon zevenmaal wanhopig als in gebed: ‘Laat hem geen pijn hebben.’ Soms rest slechts het in ons DNA verankerde primitieve magisch denken.

Taal en verhaal

De dood en de tuinman is – zoals in al het werk van Gospodinov – ook een reflectie van de auteur op het belang van verhalen, herinneren en taal. In een hartverscheurend hoofdstuk analyseert de schrijver hoe Latijn – de dode taal – ook de taal van de dood is geworden. Deze koude medische taal, die de situatie van de patiënt beschrijft, wordt door de schrijver in een treffend hoofdstuk – schrijnend door het contrast – afgewisseld met de wanhoop van de mens: ‘Maligne neoplasie met onbekende lokalisatie.’ De mens blijkt hier genadeloos veranderd in object. In de woorden van Gospodinov: ‘De eerste autopsie, die gedaan wordt als je nog leeft, en zonder verdoving, wordt uitgevoerd door de taal.’

Al lezend openbaart zich in de roman ook de metaforische kracht van de natuur in de taal en verhalen; taal kan helen en verwoesten, zoals de olie van de Bulgaarse Rosa damascena kan genezen en vergiftigen. Het zware werk van vader Dinjo in zijn tuin is zo de humus geworden voor de geboorte van een groot schrijver; de Bulgaarse grond, het oude Thracië, is door de millennia heen voeding, theater en decor geweest voor schrijvers en vertellers, en is verbonden met een veelvoud van ooit bloeiende culturen. Het verhaal en de taal van Gospodinov zijn verweven met deze cultuurhistorische achtergrond.

Op het Oekraïense culturele platform Chytomo, in een interview van Ganna Gnedkova met Gospodinov, haalt de journaliste een uitspraak van Gospodinov aan waarin hij zegt dat het doel van verhalen schrijven het uitstellen van de apocalyps is. Dit is inderdaad ook een belangrijk thema in het oeuvre van de schrijver. Het zwijgen – het niet vertellen van het echte verhaal – over het leven onder het communistische totalitaire Sovjetsysteem van de oudere generaties heeft tot gevolg gehad dat er, in de woorden van Gospodinov, een ‘nostalgie industrialisatie’ heeft plaatsgevonden; een heimwee naar tijden die geïdealiseerd, geambieerd en uitgebuit worden, omdat – begrijpelijk maar schuldig – zwijgen de gruwelijkheden versluiert. Een drijfveer voor de schrijver om deze verhalen juist wel te vertellen.

In zijn zeer persoonlijke roman De dood en de tuinman creëert Gospodinov een prachtige metafoor door zijn vader – de rasverteller – Sheherazade te noemen. Zolang men verhalen vertelt is er leven. Of – zoals Sheherazade zelf verwezenlijkte – wordt de dood overwonnen.