Boeken / Fictie

Oorvertel – De doorvertellingen van Afrikaanse dichteres Ronelda S. Kamfer

recensie: Ronelda S. Kamfer (vert. Alfred Schaffer) - Santenkraam

In de jaren tachtig werd het vissersdorp Skipskop in Zuid-Afrika ontruimd door de apartheidsregering, omdat er een militaire basis werd gebouwd. In haar bundel Santenkraam geeft dichteres Ronelda S. Kamfer de mensen uit dit verdwenen dorp een stem.

Skipskop
Zowel de inhoud als de vorm van de poëzie in Santenkraam blijft fascineren. Een gouden combinatie die een sterke bundel oplevert. De gedichten in de bundel Santenrkaam zijn inhoudelijk op te delen in  twee soorten gedichten: poëtische portretten van oud-inwoners van Skipskop en persoonlijke gedichten over een ik-persoon. In de eerste categorie worden verhalen verteld, of ‘oorvertel’ (doorvertellingen), zoals de kerncyclus van de bundel heet. Er wordt ingezoomd op een klein stukje Zuid-Afrika en Afrikaanse geschiedenis dat relatief onbekend is. De ontruiming van District 6, een gedeelte van Kaapstad, in de jaren zeventig is veel bekender (‘ik huil niet om die apartheidshit ik huil omdat jullie alleen maar horen / over District 6’ wordt er in één van de doorvertellingen gezegd). Bovendien wordt er door sommigen getwijfeld of Skipskop wel echt heeft bestaan.

Kamfer ging op onderzoek uit en sprak met oud-inwoners. Deze ontstaansgeschiedenis is niet weggepoetst uit de uiteindelijke bundel, maar speelt een belangrijke rol:

wat kom je doen

ik zoek informatie verhalen over Skipskop

(…) ja meneer maar ik wil weten wat er
in Skipskop is gebeurd
hoe zag het eruit
wie woonden er

Hierdoor blijft de auteur constant aanwezig in de gedichten over Skipskop.

Donker
De aanwezigheid van de dichter is eveneens voelbaar in de persoonlijke gedichten die over het leven en de vrienden van de ik-persoon gaan; een ik-persoon die beïnvloed lijkt door de zwaarte van de doorvertellingen over Skipskop. Een opa overlijdt, een vader hangt zich op, een moeder geeft geen liefde, een vriend zegt iedere dag dat hij zelfmoord wil plegen, terwijl de ik-persoon juist zou willen dat ze zich niet zo dood voelde:

op een ochtend vertelde ik hem van mijn leven
en dat (…) als ik het echt zou kunnen ik hem zou doodmaken
dan zouden onze beide wensen uitkomen

Er wordt een lijn getrokken door alle geschiedenishoofdstukken van de Afrikaanse kleurlingen, vanaf de komst van Jan van Riebeeck in de zeventiende eeuw, via het apartheidsregime in de twintigste eeuw, tot het donkere leven van de Afrikaanse dichter nu.

Tweetalig
De vorm van de resultaten van haar zoektocht heeft Kamper in rauwe, maar zangerige poëzie gevat. De verhalende gedichten benadrukken de menselijkheid van het dorp, iets wat de apartheidsregime leek te negeren:

die verhuizing van niks
die hier-om-de-hoek-verhuizing
die steenworp-verhuizing
heeft mensenlevens vernietigd

Inwoners worden steevast bij hun voornaam of bijnaam genoemd en de verhalen lezen als roddels en familieverhalen. In de persoonlijke gedichten vallen de vele herhalingen op, zowel op woordniveau (‘hij wou wou wou zo graag’) als op zinsniveau:

ik kon mijn vader zien hangen
hij hangt
en hij hangt
en hij hangt
zonder mij

Alsof het herinneringen zijn die de ik-persoon maar voor zich blijft zien.

De vorm van de poëzie wordt bovendien overheerst door de vorm van de bundel: op de linkerpagina staan de gedichten in het Afrikaans en op de rechterpagina staan de Nederlandse vertalingen door Alfred Schaffer. Dit zorgt voor een dynamische lezing, waarbij het telkens vergelijken van de twee versies de lezer een mooi inzicht geeft in de lastige keuken van een poëzievertaler. Kamfer lijkt hiervan bewust te zijn geweest en speelt soms een spel met de vertaler. Bijvoorbeeld in het gedicht ‘Klippie Klipklop se storie’ (‘het verhaal van Klippie Klipklop’), waarbij het Nederlandse gedicht op de bladspiegel het negatief van de Afrikaanse lijkt te zijn:

verby                                                       voorbij
verby                                                       voorbij
voorbij                                                     verby
verby                                                       voorbij
de diep                                                     die diep
die diep                                                    de diepe
de diep                                                     die diep
blou see                                                    blauwe zee

De moeder-dochter relatie tussen de Nederlandse en de Afrikaanse taal wordt hierdoor benadrukt, wat weer een weerspiegeling is van de gelijkenis en verbintenis tussen de cultuur en de geschiedenis van onze twee landen. Santenkraam is een bundel die blijft fascineren en die nieuwsgierig maakt naar de verborgen delen van de Afrikaanse geschiedenis en de rol van Nederland daarin.

Reageer op dit artikel