Boeken / Fictie

Dichterlijke driften en dierlijke lusten

recensie: Rob Schouten - Apenlier

De kont plus staart van een aap siert de voorkant van de nieuwe bundel van criticus, schrijver en dichter Rob Schouten. Apenlier is een bundel die misschien wel gaat over waar het soms misging in de ontwikkeling van mens naar aap en dat driften niet te onderdrukken zijn, zelfs niet voor de dichter.

In zijn nieuwe bundel stelt Schouten zich veel existentiële vragen, maar tegelijk zwakt hij deze ook af, want ach, het stelt misschien niet zoveel voor. De toon van de gedichten is luchtig, zoals bijvoorbeeld in het gedicht Testament, waarin de ik-figuur zegt: ‘ik heb geen zin te overlijden / maar wie geen zin heeft moet maar zin maken,’ en waarna hij ironisch een scenario voor na zijn dood schept.

Onder de oppervlakte

Die ironie is in meer gedichten terug te vinden, vooral omdat het gewone leven in veel gedichten een rol speelt. Het zijn niet zozeer de huis-tuin-en keukendingen die Schouten tot onderwerp neemt, maar eerder de gedragingen onder de oppervlakte. Het zijn de lusten en dierlijke neigingen die hem interesseren. Het eerste gedicht van de bundel, Anvers sous la pluie, lijkt daarvoor een aanwijzing te zijn. In de laatste strofe komt het ‘ongeregisseerde’ voor, dat duidt op iets dat niet geregeld is, dat aan impulsen wordt overgelaten. Ook geeft hij een lichte kritiek op mogelijk overinterpreteren:

Gij zegt het: heel het ongeregisseerde
oplettend gadeslaan en onderdrukken
wat meer verwacht laat staan hier zoekt.

Deze strofe lijkt iets te zeggen over de manier waarop de dichter werkt (is hij de ‘gij’ die zichzelf iets oplegt, of ziet hij deze dingen zich door anderen opgelegd?). Is voor hem poëzie ook een ongeordend proces of zijn de driften ironisch gebruikt, omdat voor hem schrijven nu juist strak bepaald wordt door ordening? De bundel zelf is namelijk vrij strak gecomponeerd. De bundel bestaat uit vier gedeelten, die titels hebben die dicht bij huis blijven: Vijf vervelingen, Familie en vrienden, Uit & thuis en Goede tekorten. De versvorm is vaak het sonnet.

Rozen kijken

Het impulsieve is vooral te vinden in de manier waarop de dichter onderwerpen als liefde behandelt. Het zijn geen zoetgevooisde rijmsels, maar bijvoorbeeld de ervaring van een man die naar de hoeren wil, maar uiteindelijk onverrichter zake thuis belandt. Of wat te doen met een liefde voor een buitenlandse vrouw. Het zijn instincten die hem leiden, lusten die hem doen afvragen ‘of ik je wil platnaaien / of samen uit een venster / naar de rozen kijken.’ De woorden die de dichter gebruikt soms zijn weinig dichterlijk te noemen.

Cognac

Het expliciete seksmotief dat in de bundel zit, werd niet erg gewaardeerd door de uitgever. Hij weigerde de bundel vanwege ‘godlasterlijkheid en obsceniteiten’. Een gedicht als Ex Machina behoort waarschijnlijk tot de afgewezen gedichten. In dit gedicht wordt er een Hij-figuur voorgesteld, die echter weinig overeenkomsten heeft met een beeld van God. Door een paar zinnen wordt duidelijk dat het toch om de ‘deus’ (ex machina) gaat die opnieuw opduikt: ‘Zo nu en dan heeft-Ie een zetje nodig / maar levensvragen en Hij is stand-by!’ Uit het gedicht spreekt een weinig respectvol idee over God, die wordt vergeleken met Donald Duck, en die ‘een glas cognac / niet afsloeg, neukte’.

Tepels

Toch bestaat niet de hele bundel uit grof taalgebruik. De observaties en kleine anekdotes van Schouten zijn soms vermakelijk opgeschreven. Hij heeft een goed gevoel voor taal, haalt taalspelletjes uit, zoals in het gedicht opgedragen aan Tonnus Oosterhoff, Leer lezen in een wip. In In Paradisum schrijft hij een bijzondere uitgewerkte vergelijking over het ‘hoofd’ en ook vaak spelen herinneringen een rol. Hij bedient zich soms plotseling van mooie woordcombinaties of neologismen, die de lezer meer verrassen dan ‘seks’ of ’tepels’.