Boeken / Fictie

Wij zijn hyena’s

recensie: Philippe Claudel - Zonder mij

Sinds de menselijke spraak in een onbekend krocht werd verwekt door een halfalfabetische voorouder, behandelt de literatuur telkens dezelfde onderwerpen, telkens dezelfde vragen; zonder daarbij ooit een blijvende oplossing aan te dragen. Wie probeert te begrijpen waarom een geliefde gestorven is, heeft niets aan een boek. Niet omdat het boek onzinnig is, maar omdat het waarom van het sterven eenvoudigweg niet begrepen kan worden. Als iemand sterft dan zijn daar geen redenen voor, dat gebeurt gewoon. De kracht van goede literatuur is dat ze dit weet en dat ze niet via idiote metafysische systemen een verklaring probeert te geven voor zaken die helemaal niet op zo’n manier benaderd kunnen worden. Literatuur beantwoordt de vragen niet, maar doorleeft ze, maakt ze tastbaar en brengt ze aan het licht. Zonder mij van Philippe Claudel is hier een goed voorbeeld van.

~

Wie momenteel een van de grotere boekhandels in loopt, ziet gegarandeerd grote stapels van Claudels roman Grijze zielen liggen. Het boek werd, ondanks de inktzwarte wereld die erin geschetst werd, een wereldwijd succes. Grijze zielen was echter niet Claudels eerste boek, hij had daarvoor al vier andere romans het licht laten zien. Eén daarvan, Zonder mij, is nu in de nasleep van het succes alsnog in het Nederlands vertaald. Het is opnieuw een weinig vrolijk stemmend boek, waarin een gekweld mens reflecteert op zijn betekenisloze bestaan dat alleen verlicht wordt door de tederheid die zijn dochtertje van 21 maanden bij hem oproept.

Monoloog

Zonder mij is een intense monoloog waarin de banaliteit van de werkelijkheid haarscherp wordt blootgelegd, zonder dat dit omslaat in zielloze cultuurkritiek. In deze monoloog is een verward, getergd en diep vertwijfeld mens aan het woord. Een mens die rouwt terwijl hij geen mogelijkheid heeft om te rouwen, die verzorgt wat hij niet verzorgen kan, die liefheeft wat bij hem pijnlijke herinneringen oproept. Deze man doet in zijn innerlijk een poging om zijn dochter van twee duidelijk te maken waarom hij zat van het leven is. In zijn tirade dringt echter langzamerhand een tedere tegenstem door en hij begint te twijfelen aan de lotsbestemming die hij voor zichzelf in gedachten had.

Archetypes

De vertwijfelde man werkt in het ziekenhuis en heeft als taak nabestaanden over te halen om het gestorven lichaam af te staan als orgaandonor. Hij noemt zichzelf een hyena en walgt eigenlijk van het mensonterende werk dat hij moet doen.

Wij zijn hyena’s. Nu besef ik dat pas echt, omdat ik dit werk al veel te lang doe en vooral omdat ik het zo harteloos en zielloos heb gedaan.

Zijn collega is een ‘klootzak’ die aan een stuk door de meest onzinnige onzin uit zijn mond laat stromen. De andere mensen waar hij mee omgaat zijn ook weinig verheffende persoonlijkheden. De oppas die zich dagelijks over zijn kind ontfermt is een bruut feestende puber die vaak meer dood dan levend is. Beide personages zijn archetypes van de moderne, onverschillige mens die zich zijn eigen vakantie van twintig jaar terug nog wel herinnert, maar geen flauw benul heeft van de gruwelijkheden die in Bosnië-Herzegovina zijn begaan.

Heilige dwaas

Claudel roept in enkele veelzeggende beelden een wereld op die even zwart als herkenbaar is. In deze wereld dwaalt de hoofdpersoon rond, terwijl hij van alle kanten bestookt wordt met verleidingen om een volstrekt zinloos en overbodig product aan zijn voortdurend uitdijende lichaam of telkens toenemende bezittingen toe te voegen. Of hij wordt geconfronteerd met schreeuwerige egotrippers die zichzelf het middelpunt der aarde wanen. Hij weet niet goed om te gaan met deze wereld, op sommige momenten lijkt hij zelfs de trekken te krijgen van een heilige dwaas à la prins Mysjkin.

De man schold de vrouwen uit voor ‘tuig’, ‘eikelzuigers’ en Sarajeefse hoeren’ en hun kinderen voor ‘bastaards’. Ik liep naar hem toe en ging zo dicht bij hem staan dat hij niet meer schreeuwde en me verbaasd aankeek; ik probeerde hem op de wang te kussen, zoals je iemand kust die verdwaald is en zijn verstand heeft verloren.

Claudel weet telkens dit soort veelzeggende beelden op te roepen. Samen met de vele stemmen – de puberterminologie van de oppas en het pseudo-diepzinnige gewauwel van de collega – creëren deze beelden een gelaagd en krachtig beeld van een tijd die op drift is; een tijd die zichzelf niet meer bevraagt en geen overtuigingen meer bezit; een tijd kortom die de vragen die Zonder mij oproept hard nodig heeft.