Boeken / Non-fictie

Klaar voor de strijd

recensie: Joumana Haddad (vert. Marion Drolsbach) - Hoe ik Sheherazade heb vermoord

Hoe ik Sheherezade heb vermoord is een heleboel niet. Het is geen verhandeling over de verschillen tussen de Westerse en Arabische culturen, of tussen de Westerse en de Arabische vrouw. Het biedt geen pasklare oplossingen voor de problemen waar Arabische vrouwen mee te maken hebben. Geen antwoorden, wel veel stof tot nadenken.

Eerst en vooral is Hoe ik Sheherazade heb vermoord een persoonlijk boek. Haddad beschrijft haar eigen ervaringen als meisje en vrouw in haar geboortestad Beiroet. Ze is in Libanon een belangrijk cultureel figuur: redactrice van de culturele bijlage van een van de grootste kranten van het land, een veelgelezen dichteres, en oprichtster van het blad Jasad (‘lichaam’). Het uitgesproken karakter van dit blad is haar op veel negatieve kritiek en zelfs doodsbedreigingen komen te staan. Een omstreden vrouw dus, die niet snel een blad voor de mond zal nemen.

Niet over één kam
Zelfstandig, welbespraakt, vrijzinnig: Haddad is zelf zo, en kent veel Arabische vrouwen die net zo zijn. Van de ‘typische’ Arabische vrouw, onderdanig en onderdrukt, kent ze ook genoeg voorbeelden. Maar: ‘wij Arabische vrouwen zijn met te velen om over één kam te worden geschoren – of ons te laten scheren.’ Met veel precisie ontleedt Haddad naast haar persoonlijke ervaringen ook de discussie over de positie van de Arabische vrouw, die in minder zorgvuldige handen vaak zwart-wit wordt.

In een interview met The Guardian van vorig jaar verklaarde Haddad dat ze kwaad is, en dat veel van wat ze schrijft, geschreven wordt omdat ze kwaad is. Dat is goed te merken. Veel van wat zij zag en beleefde heeft woede opgewekt – niet voor niets zijn dit bekentenissen van een boze Arabische vrouw. Maar haar woede is niet van het gefrustreerde soort dat bij de pakken neerzit. Haddads werk is een pittige oppepper, geen bittere downer. De energie en de wil om de huidige situatie te veranderen spatten van de pagina’s. Ook haar gevoel voor humor is Haddad, die als peuter al strijdvaardig was, niet kwijtgeraakt: ‘Het schijnt dat ik krabde, beet en desnoods zelfs spuugde om me te verzetten. (Het trucje van krabben en bijten gebruik ik nog steeds, maar het spugen heb ik afgeleerd).’

De aanhouder wint
Haddad heeft niet alleen een scherp oog voor de situatie van de Arabische vrouw, maar ook voor die van de Arabier in het algemeen. En ook hierin is ze realistisch, maar vol strijdlust:

Als Arabier in de Arabische wereld van vandaag loop je telkens met je kop tegen een dikke muur van onwrikbare politieke, sociale, en existentiële kwesties. Je beukt erop, maar het enige wat er gebeurt, is dat je er blauwe plekken van krijgt. Toch moet je van binnenuit op die muur blijven beuken. Dat is je enige hoop, want van buiten kan hij niet worden geslecht.

Een bijna profetische uitspraak, gezien de gebeurtenissen van de Arabische lente, die zo’n halfjaar na de publicatie van Haddad’s manifesto begon. Beuk lang genoeg tegen een muur, en het resultaat kan groot zijn. In Hoe ik Sheherazade heb vermoord beukt Haddad tegen haar eigen muur, met volle overtuiging en zonder de confrontatie uit de weg te gaan. Niet alleen voor Arabische vrouwen inspirerend.