Boeken / Non-fictie

Met John Rawls in het Land van Ooit

recensie: John Rawls - Een theorie van rechtvaardigheid

De Amerikaanse moraalfilosoof John Rawls (1921-2002) heeft ook in ons land zijn sporen achtergelaten, maar zijn hoofdwerk A theory of justice (1971, herziene editie 1999) is nu pas in het Nederlands vertaald. Tegelijk verscheen van zijn exegeet Percy B. Lehning een introductie.

Een theorie van rechtvaardigheid, zoals het lijvige boek van Rawls in het Nederlands heet, bouwt voort op Kant en het aloude gebod ‘wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’. Het basisprobleem is daarbij de moeizame relatie tussen concept en werkelijkheid – mensen verschillen nu eenmaal bijzonder van elkaar, dus wat mij heel aangenaam lijkt, kan een ander juist weer tegenstaan en vice versa. Het is derhalve zaak om tot een gemeenschappelijke grond te komen, iets wat alle mensen delen en wat als basis kan dienen voor een rechtvaardige samenleving, bij gebrek aan een universele waarheid waaraan we ons allen moeten onderwerpen. Zijn zelf verkozen vijand is het blinde utilitarisme, waar hij een ethische variant op heeft bedacht.

John Rawls
John Rawls

Rawls poneert in eerste instantie een systematiek tot verdeling van schaarse goederen waar niemand zonder kan, zeg maar elementaire basisbehoeften als voedsel, vrijheid en zelfrespect – en verlaat daarmee van aanvang af al het beoogde uitgangspunt van objectiviteit, die bij hem au fond neerkomt op de gemiddelde opvattingen en voorkeuren van alle deelnemende subjecten. Hij ontwikkelt voor die rechtvaardige distributie het verschilbeginsel: als oneerlijke verdeling – binnen arbitraire grenzen – leidt tot een algemene verhoging van welzijn, is die gerechtvaardigd.

Sluier van onwetendheid

Cruciaal is een onderscheid tussen wie wel mee mag delen en wie niet. Teneinde niet geheel te verzinken in een moeras van relativerende terzijdes schaart hij alles wat hem niet zint onder de irrationele opvattingen, die vanwege hun afwijkendheid als vanzelf niet mee mogen doen. Om nu uit te maken waar de scheidslijn ligt, hanteert hij een concept dat hij de ‘sluier van onwetendheid’ noemt, wat het beste geïllustreerd kan worden aan de hand van een eenvoudig, voor de gelegenheid zelf verzonnen voorbeeld: wie moet beslissen of vrouwen gelijkwaardig zijn aan mannen, mag achter de sluier zelf niet weten welk geslacht hij of zij is, want alleen dan zal hij de juiste keuze maken, althans niet worden gehinderd door kennis die hem op een egoïstisch spoor zet. Weet een man immers dat hij man is, dan bestaat de kans dat hij de vrouw tot de dieren rekent, en hoewel Rawls – zonder opgaaf van redenen – vindt dat wij de dieren niet wreed mogen behandelen (wat dat op zijn beurt ook mag betekenen), rekent hij ze toch niet tot de kring die mee mag delen.

Zo ontstaat in de gedachtegang die Rawls ontvouwt vanzelf een praktische ethiek: tijdens een moreel dilemma biedt een terugkeer – in de geest – naar de hypothetische Rawlsiaanse grondtoestand achter de sluier van onwetendheid uitkomst. Dat klinkt allemaal prachtig, ware het niet dat de theorie alleen sluitend kan worden gemaakt door het uitsluiten van datgene wat nou juist de problemen veroorzaakt, de menselijke psyche voorop. In het derde en laatste deel van dit volumineuze werk besteedt hij nog wel aandacht aan moraalpsychologie, maar dat is vooral een theoretische exercitie, die op momenten zelfs de lachlust opwekt, bijvoorbeeld waar hij objectief vaststelt hoe een mens gelukkig kan worden. De vinger leggen op zwakke plekken in zijn psychologische omzwervingen zou een aanzienlijk essay vergen, volstaan kan worden met de vaststelling dat Rawls vooral oog heeft voor nurture, waar onderzoek juist de invloed van nature meer en meer plaats geeft in de ontwikkeling van de mens en deszelfs morele gevoelens en overtuigingen. In een aantal opmerkelijke passages schemert zelfs het utopistische geloof door dat een rechtvaardige samenleving ook daadwerkelijk betere mensen kweekt.

Moslims

Man with Veil
Man with Veil

Vernauwen we alle problemen in het ondermaanse tot hetgeen mensen elkaar onderling aandoen, dan mag duidelijk zijn dat juist de uitwassen zich niet in het korset van Rawls laten dwingen. Wie bijvoorbeeld uit religieuze overtuiging een vol verkeersvliegtuig een wolkenkrabber injaagt of de overtuiging heeft dat vrouwen de helft waard zijn van wat mannen voorstellen, onttrekt zich logisch doorredenerend aan het rechtvaardigheidsbeginsel en mag vanzelf niet meer meedoen. Met Rawls zouden we dus ruim een miljard moslims wereldwijd wegens de absurditeit van hun levensbeschouwing en de strijdigheid daarvan met de mensenrechten die ten grondslag liggen aan zijn uitgangspunt, uit moeten sluiten van de morele wereldgemeenschap – wat praktisch niet zal gaan werken, maar ook weer niet spoort met de gewetensvrijheid die hij als onvervreemdbaar grondrecht poneert. En dan hebben we het nog niet eens over de christenen, boeddhisten, hindoes en andere religieus bevlogenen.

Bovendien blijft onduidelijk op welke grond we die lijn trekken, een kwestie waarop Rawls ook geen antwoord weet. Veel verder dan wat zijn intuïtie hem ingeeft komt hij niet, waarbij het opvalt hoe tijd- en cultuurgebonden zijn opvattingen zijn, wat opnieuw vloekt met de nagestreefde objectiviteit. Zo rekent hij iets contingents als het monogame huwelijk tot de fundamenten. Op een gegeven moment noemt hij dat instituut zelfs ‘heilig’. Ik bedoel maar. Opvallend vaak schemert een utopisch idealisme door de regels, waar hij bijvoorbeeld
schrijft: “Wij kunnen niet om weloverlegde rationaliteit heen”. In de internationale
wereldgeschiedenis echter schittert die veronderstelde rationaliteit meestal door
afwezigheid.

Wat Rawls hooguit heeft bereikt, is het omstandig zichtbaar maken van de enorme kloof die gaapt tussen enerzijds de neo-Kantiaanse systematiseerdrift en moraalfilosofie in bredere zin, en het dagelijks leven anderzijds, maar dat wisten we al. Dat zijn stijl het begrip gortdroog een geheel nieuwe en nooit verwachte invulling geeft helpt ook al niet mee. Wie zich dagen, zo niet wekenlang millimeter voor millimeter op het spekgladde terrein van de moraalfilosofie wil wagen heeft aan het hoofdwerk een fantastische uitdaging. De belangstellende leek vindt alles wat daarin staat en nog veel meer in het aanzienlijke behapbaardere deeltje van Lehning, die glashelder het denken van Rawls uiteenzet.

Percy B. Lehning • Rawls • Uitgever: Lemniscaat • Prijs: € 12,50 • 298 bladzijden • ISBN: 9056377981

Reageer op dit artikel