Boeken / Non-fictie

‘Wie weet wat genoeg is, heeft altijd genoeg’

recensie: Jeroen van Baar - De prestatiegeneratie

In De Prestatiegeneratie onderzoekt Jeroen van Baar waar zijn drang naar excelleren vandaan komt. Hij stelt dat deze drang vooral bij twintigers van nu aan de orde is. Hij wil weten waar de prestatiedrang vandaan komt, wat deze met de twintiger doet en welke keerzijden hieraan verbonden zijn. Zijn oplossing is om de middelmatigheid te omarmen.

Er lijkt een markt te zijn voor jongeren die schrijven over hun generatieconflict. Vorig jaar recenseerden we De wereld aan je voeten, dat min of meer dezelfde problemen aansnijdt. Kenmerkend aan deze boeken is dat ze met grote vaart langs verschillende domeinen schieten en nergens echt de diepte ingaan. Alsof de twintiger te weinig tijd heeft om zich te verdiepen in zijn Zeitgeist.

Maximalisme

Een centraal thema in dit boek is het verschil tussen de maximalisten en de satisficers. In de woorden van Van Baar, is een maximalist iemand met:

een onverzadigbaar verlangen naar méér, meer succes, meer uitblinkerij, betere banen en betere relaties; een onvermogen om je kwetsbaar te tonen, waardoor we slechtere vrienden en partners worden; de overtuiging dat we al ons succes ook echt aan onszelf te danken hebben, waardoor we ongelijkheid in de samenleving steeds meer als terecht gaan zien […] een raar soort obsessie met nut, die ervoor zorgt dat we alleen maar dingen doen waaraan we kunnen meten wat ze ons opleveren. Al met al worden we van deze zaken niet echt gelukkig.

Maximalisten willen het onderste uit de kan halen en toch zijn ze nooit hélemaal tevreden. Ze lijken ten onder te gaan aan de hoeveelheid keuzes. De tweede categorie is tevreden met wat hij of zij bereiken kan. De hoogopgeleide twintiger is vaker een maximalist, de lager opgeleide eerder een satisficer. In zijn uiteenzetting over het maximalisme ziet Van Baar een rol voor de overheid, die met de focus op excellente scholen een tweedeling creëert tussen ‘gewone’ scholen en excellente scholen. Het hieruit voortvloeiende negatieve effect is dat de excellente scholen de norm worden en de gewone school degradeert tot een tweederangsschool.

Geluk?

Een ander thema dat een grote rol speelt in dit boek, maar ook bij de door keuzestress overmande twintigers, is de zoektocht naar geluk. Een vaag begrip, dat ook in dit boek niet verhelderd wordt. Van Baar beschrijft het triomfantelijke gevoel wanneer je tot de uitverkorenen behoort op een carrièrebeurs. Jij als high potential die neerkijkt op andere universitair geschoolden, die niet tot de topbedrijven toegelaten zijn. Uiteindelijk lijkt het dan te draaien om de prestige van het topbedrijf en niet om de baan. Wanneer zo iemand andere high potentials ontmoet en merkt dat hij niet de enige bovenop de apenrots is, is de triomf al gauw verdampt. Van Baar constateert dat  er een relatie wordt gelegd tussen dit triomfantelijke gevoel en de geluksbeleving.

Uitweg?

Gelukkig weet dit boek een aantal kritische kanttekeningen te zetten bij de huidige tijdsgeest. De Occupybeweging, de G500, de politieke rol en de kritiek op de ‘zesjescultuur’ passeren de revue. Ook de hoeveelheid ‘likes’ die iemand op Facebook oogst, wordt bekritiseerd. Hoe Instagram een alledaags gerecht tot een culinair hoogstandje omtovert. Hoe we steeds verdere reizen maken om uniek te zijn. Gaandeweg is alles aan inflatie onderhevig.

De oplossing lijkt volgens Van Baar niet in het geloof te liggen, al kan dit wel soelaas bieden. Middelmatigheid in de positieve zin, genoegen nemen met het gewone, zou volgens de auteur een manier kunnen zijn om uit deze neerwaartse spiraal te stappen en weer tevredenheid te kunnen ervaren. Daarnaast beschrijft Van Baar in het hoofdstuk over passie, dat wanneer je werk je intrinsiek voldoening geeft, je een groter geluksgevoel bij ervaart. In dat geval  zou de maximalist genoegen kunnen nemen met een baantje dat gemiddeld verdient en niemand echt ‘cool’ vindt. Misschien heb je dan je nut niet gemaximaliseerd, maar heb je wel je geluk gevonden. Een wijsheid die we ook in het Taoïsme al tegenkomen:

Iedereen kent het nut van het nuttige: Niemand begrijpt het nut van het nutteloze.