Boeken / Non-fictie

Marktwerking verlamt overheid

recensie: Frank Ankersmit en Leo Klinkers (red.) - De tien plagen van de staat. De bedrijfsmatige overheid gewogen

Privatisering, oprukken van bedrijfsmatige managementtechnieken, verzelfstandiging en vermarkting van de overheidstaken.

De grootste politieke ontwikkeling van de afgelopen 40 jaar is volgens de auteurs van De Tien plagen van de staat meteen ook de minst overdachte en minst democratische.

Deze bundel had met gemak uit een partijtje azijnpissen kunnen bestaan, vol met cynische anekdotes. Want er is geen gebrek aan overijverige ambtenaren die omwille van hun eigen carrière ons het leven zuur maken. Maar de hoofdstukken zijn rustige, weloverwogen betogen met slechts een handjevol concrete voorbeelden. Op een doorgaans zakelijke toon besteden de schrijvers veel aandacht aan het managementdenken, waarvan de schade in het bedrijfsleven vaak onzichtbaar blijft, maar dat in de publieke sector een puinhoop veroorzaakt. Althans, zo betogen de auteurs elk op hun eigen wijze.

Tijdgeest

Jouke de Vries vindt dat moderne managers, met gebrek aan inhoudelijke kennis en ervaring, vatbaar zijn voor elke hype op gebied van bedrijfsvoering en de zogenaamde ‘tijdgeest’. Ze proberen elkaar de loef af te steken en hun positie te legitimeren door telkens met de nieuwste managementvormen aan te komen. Margo Trappenburg gaat hierop verder en stelt dat voor reorganisaties bij de overheid vaak een echte aanleiding, zoals bijvoorbeeld een verandering in de maatschappij, ontbreekt. Sterker nog, zij haalt de Nationale Ombudsman aan, die constateert dat deze veranderdrift de organisaties vooral introverter en minder klantvriendelijk heeft gemaakt.

Elke nieuwe minister heeft hooguit vier jaar om iets voor elkaar krijgen, terwijl een degelijk traject minstens het dubbele aan tijd behoeft. Het gevolg is gebrekkige oriëntatie op het veld en eventuele tegengeluiden, nadruk op symptoombestrijding en overdrijving van de bestaande situatie. Op die manier is volgens Martin Sommer het onderwijs in Nederland sinds de jaren zeventig in een aantal stappen om zeep geholpen. Hij citeert rijkelijk uit de verslagen van de Commissie Dijsselbloem, onder andere waar het gaat over het ‘nieuwe leren’ en de hervormingen in het LOM-onderwijs, waar wel een politieke wil was, maar geen wetenschappelijke onderbouwing en geen overleg mét of draagvlak ín het veld.

Puntsgewijs

Tot slot schrijft Sandra van Thiel over problemen van verzelfstandigde overheidsorganen (zbo’s, zoals de IB-Groep en het Kadaster). De zbo is trouwens op z’n retour, onder andere omdat na jaren soebatten de communicatie met de ministeries nog steeds te wensen overlaat en een goede wettelijke basis nog altijd ontbreekt. In juli 2005 adviseerde de Commissie Kohnstamm om de meeste van de ruim zeshonderd zbo’s op te heffen, om te vormen of ‘terug te nemen’.

De tien plagen van de staat biedt een leesbaar overzicht van de aangekaarte problematiek over een periode van veertig jaar en waar het is misgelopen. Weinig vuurwerk, maar wel een puntsgewijze behandeling van de belangrijkste misstanden in ons openbaar bestuur. Maar het blijft allemaal wat steken op het niveau van de bestuurskunde en politicologie. Er zijn weinig praktijvoorbeelden en slechts een enkele voorzet tot oplossingen. Daarom vooral interessant voor wie bij de overheid werkt of er professioneel veel mee te maken heeft, bijvoorbeeld in de zorg of het onderwijs.