Boeken / Fictie

Seksistische machtswellust is overal

recensie: Catherine ten Bruggencate - Zomertijd wintertijd

Neemt Catherine ten Bruggencate in haar kleine roman Zomertijd wintertijd de vrouwenstrijd op de hak door haar heldin voor te stellen als een feministische hysterica die haar slachtofferschap cultiveert? Of probeert ze een diepmenselijke deceptie te analyseren? Wie het weet mag het zeggen.

Nadat de succesvolle ambtenaar Julia Huls het slachtoffer is geworden van ongewenste intimiteiten, slaagt de dader – haar chef – erin háár juist verdacht te maken en weg te werken. Ze trekt zich terug op het platteland. Vier jaar later loopt ze hem weer tegen het lijf. In dezelfde periode maakt haar man een in haar ogen onvergeeflijke opmerking. ‘Een ruzie tussen burgers’, durft hij de kwestie te betitelen, terwijl ze in haar eigen optiek het slachtoffer is van seksistische machtswellust. Reden voor Julia om haar huwelijk en haar leven eens goed tegen het licht te houden.

Onwaarschijnlijk
Dat Julia op grond van deze ene opmerking de ware aard van haar man opeens meent te zien, komt nogal onwaarachtig over. Er zijn veel meer passages die vragen bij de lezer oproepen. Terugrekenend moeten we vaststellen dat de man die haar loopbaan knakte, toentertijd rond de 75 jaar was. Misschien niet te oud voor ongewenste intimiteiten, maar toch wel om bij een ministerie werkzaam te zijn. Nogal gekunsteld lijkt de scene waarin ze hem – hij is dan bijna tachtig! – weer tegenkomt. In zijn zwarte Saab scheurt hij veel te agressief door Amsterdam. Daardoor schept hij een overstekend jongetje. Niemand anders dan Julia heeft enige aandacht voor het ventje dat door de lucht vliegt en meters verder op straat smakt. Als hij weer bij kennis komt, vraagt ze hem of hij een ambulance nodig heeft. Hij zegt dat liever niet te hebben en Julia gaat daarmee akkoord. Dergelijke onwaarschijnlijkheden maken dat de lezer zich slecht mee laat nemen in het onderliggende drama: een vrouw kan niet langer de confrontatie met een traumatische ervaring in haar verleden uit de weg gaan. Haar man, in wie ze bondgenoot dacht te hebben, valt als zodanig door de mand.

Onbenul
Tijdens deze crisis komt een al jaren sluimerend inzicht tot volle wasdom, namelijk dat (seksistische) machtwellust overal in de wereld aanwezig is. Het is echter onduidelijk of het de bedoeling is dat de lezer Julia daarin serieus moet nemen. Zo leest ze in een kledingwinkel een verkoopster de les, omdat die er geen kwaad in ziet dat een jurk eventueel mannen zou kunnen behagen. Julia leest haar de les: ‘Jouw onbenul is de garantie dat hun superioriteit nog een paar eeuwen onaantastbaar blijft.’ Later op die dag, na het incident met haar ex–chef en het jongetje, gaat Julia nog een stapje verder in het verkondigen van haar inzichten van die dag. Ze besluit per ansichtkaart boodschappen te sturen aan Job Cohen en Hacer Karacaer, de voorzitter van de Turks–Nederlandse stichting Marhaba. Beide personen spelen verder geen rol in het boek.  ‘Ze was welbespraakt genoeg om Karacaer en Cohen uit te leggen dat zij lotgenoten waren omdat ze net als zij het slachtoffer waren van discriminatie. Elk op zijn manier. Ook al waren zij mannen.’

Het blijft onduidelijk of Julia de kaartjes echt verstuurt. Los daarvan is het niet vast te stellen of Julia hier het verhikel is om feministische maatschappijkritiek te leveren, of dat Ten Bruggencate hier middels een persiflage het feminisme juist belachelijk probeert te maken. Het boek rammelt te veel om dat vast te stellen.