Boeken / Fictie

Productief over het graf

recensie: Bernlef - Wit geld

Bij leven was Bernlef een van Nederlands meest productieve schrijvers. Vanzelfsprekend heeft hij zijn publicatiefrequentie na zijn overlijden in 2012 enigszins moeten minderen, maar toch brengt hij met de verhalenbundel Wit geld zijn tweede boek sindsdien uit.

Wit geld bestaat uit twee delen en acht verhalen, en dat die twee delen niet geheel op elkaar aansluiten, is hem vergeven. Het eerste deel, ‘Alles moet weg’, bevat de op de flaptekst beloofde ‘tragikomische verhalen over mensen die streven – en meestal falen’. De mensen die de verhalen bevolken lijken, zoals zo vaak in korte verhalen, verdwaald te zijn in hun leven.

Een beetje sneu

Zoals bijvoorbeeld belastinginspecteur Leo Daamen uit het titelverhaal. Hij stuit op een fraudezaak die hij volgens de regels aan zijn meerderen moet overlaten, maar in plaats daarvan gaat hij zelf op pad. Hij reist zijn vermoedens achterna naar George Town, waar de lezer al snel bemerkt dat Daamen van het kastje naar de muur wordt gestuurd zonder ooit dichter bij de kern van de zaak te komen. Een beetje sneu, maar daar is hij zich zelf gelukkig niet van bewust.

Of Seth, die in ‘De figurant’ zo’n nondescripte persoonlijkheid heeft dat hij besluit om letterlijk een figurant te worden. Bernlef beschrijft zijn leven in de onopgesmukte stijl die zo kenmerkend voor hem is. Seth wilde zelden iets. Voor zijn verjaardag had hij nooit specifieke wensen, zodat hij vaak cadeaus kreeg die hem nutteloos toeschenen, zoals een paar rolschaatsen of felgekleurde metalen autootjes om mee te spelen. Spelen deed hij nauwelijks.

Passie voor jazz

Het tweede deel, ‘His masters voice’, bevat twee oorlogsverhalen. In ‘Onvervalste jazz’ komt Bernlef terug bij een van zijn grote liefdes: de jazz, die tijdens de Tweede Wereldoorlog tot een vriendschap leidt tussen een Nederlandse jongeman en een Duitse soldaat.

Bernlef, zelf ook jazzmuzikant en fervent liefhebber van het genre, schreef er een groot aantal verhalen en essays over. Hij zag veel overeenkomsten tussen literatuur en muziek. Beiden moeten schijnbaar moeiteloos zijn, vond hij. Hoewel zowel literatuur als jazz gecomponeerd zijn, mag dat niet teveel doorklinken. Aan die regel houdt hij zich strikt. Eenieder in Wit geld zou je buurman kunnen zijn. Aan Bernlefs lijf geen polonaise, in zijn verhalen geen bizarre ontdekkingen of fantastische vertelsels. Geen grote verrassing dus, deze bundel, maar een ouderwets lekker weglezende Bernlef.