Boeken / Non-fictie

Oudbakken geschiedenis van klassieke muziek

recensie: André Klukhuhn - Ongehoorde symfonie

.

Zelden zal een flaptekst geschreven zijn die zo bedrieglijk is. Hoezeer de auteur op zijn fotootje ook als lachebek poseert, zijn tekst is niet ‘komisch’ of ‘zeer vermakelijk’. Zijn menigmaal verknoopte volzinnen zijn, met name waar hij betoogt, niet ‘toegankelijk’. ‘De betekenis van de “kosmische harmonie” loopt als een rode draad door het verhaal heen’? Mooi niet. Eigenlijk is alleen in proloog en epiloog, goed voor acht van de 272 bladzijden die het boek telt, expliciet sprake van wat een filosofie van de klassieke muziek wordt genoemd.  

Het volmaakte

Die muziek, filosofeert Klukhuhn, geeft een vermoeden van het volmaakte, is een onvolkomen afspiegeling van het volmaakte. Het volmaakte ligt in de wiskunde anders dan in de muziek: wetenschap raakt de geest, kunst raakt de ziel. Verbonden worden ze door een kosmische harmonie, een hemelse symfonie. Het gaat Klukhuhn om die verbondenheid. Voornoemde flaptekst waardeert zijn boek als het ‘eerste Nederlandse overzichtswerk van de klassieke muziek’. Het is zeer de vraag of Klukhuhn het vertaalde standaardwerk van Grout en Palisca, Geschiedenis van de westerse muziek, kan doen vergeten. Zelf biecht hij zonder blikken of blozen op voor zijn componistengalerij er veel uit overgeschreven te hebben.

Dat neemt niet weg dat hij een en ander op die rijke bron heeft aan te merken. Marin Mersenne, medeontdekker van de gelijkzwevende stemming, wordt er potverdrie niet in genoemd (alsof slechts het droppen van een naam, zoals Klukhuhn dat met Mersenne nota bene zegge en schrijve slechts één keer doet, een prestatie van formaat zou zijn). En ook: Vier letzte Lieder van Richard Strauss, Ravels Don Quichot-cyclus, ‘de mooiste liedmuziek ooit’, en Simeon ten Holt komen bij Grout en Palisca niet aan de orde. Alsof Klukhuhn de enig juiste canon in pacht heeft.

Strooigoed

Zitten we te wachten op het nogal uitgekauwde, anekdotisch getinte strooigoed dat Klukhuhn over onder meer die componisten ook uit andere boeken heeft overgeschreven? Hij legt niet uit waarom Ravels Don Quichot-cyclus ‘de mooiste liedmuziek ooit’ is, maar wel dat deze componist ‘een tot in de puntjes verzorgde dandy, inclusief elegant sigarettenpijpje’ was en ‘vanwege zijn kleine, magere postuur wel een “goed geklede jockey” genoemd’ werd. Liever zou je willen weten waarom de eenarmige Paul Wittgenstein aanvankelijk teleurgesteld was over het voor hem gecomponeerde Concert voor linkerhand van Ravel. Als je leest dat bij John Adams het boek Silence van John Cage als een tijdbom naar binnen viel, zou je graag willen weten waarom dan wel. Een musicoloog zou de prioriteiten toch even anders hebben gelegd.

Al met al geeft de pil niet wat de titel belooft, maar juist wel waar in deze vorm geen behoefte aan is. Gemiste kans!