Als de draad van Ariadne
Annemieke van der TogtDeze recensie verschijnt in medias res; de première van het toneelstuk Zachtop lachen ligt al enige tijd achter ons, maar de dernière is pas op 21 december 2025 in Maastricht. Tijd genoeg dus om nog een bezoekje aan de sterke voorstelling te plannen. En het gelijknamige boek waarop het is gebaseerd, van Malou Holshuijsen – ook op deze site besproken – erbij te pakken.
Esther Scheldwacht (Het Nationale Theater) bewerkte het boek en regisseerde de voorstelling met slechts drie personages: Malou (gespeeld door Emma Buysse), haar psychiater (geacteerd door Kees Hulst) en haar jeugdvriendin Madé (Minouk Beekman, tevens akoestische en elektrische gitaar en zang).
Malou en Indië
Malou is een vrouw die lijdt aan PTSS, angststoornissen en waarschijnlijk ook nog eens baarmoederhalskanker. Voor de psychische aandoeningen is ze onder behandeling van een psychiater, die haar EMDR-therapie geeft. Geslaagd of niet? Voor een antwoord moet je het stuk zien of het boek lezen.
De zetting op toneel is een steriel witte, halfronde bank met hoge rug waarin een lichtbalk is aangebracht (decor van Lidwien van Kempen). Fel licht, dat niet altijd fijn is voor de ogen. Slechts een keer baadt de bank in warm licht (ontwerp van Yuri Schreuders). Namelijk op het moment dat het gaat over het Indië van oma Helana (zeg niet Indonesië, meent ze). Zij zat in een jappenkamp.
Een achtergrond die een grote rol speelt in het intergenerationele verhaal en in de stilte over dat verleden. Er vallen ook geladen stiltes in de opvoering, en de grappen die Malou tegen de psychiater maakt, zijn in de toneelbewerking minder nadrukkelijk aanwezig dan in het boek.
In de zaal wordt slechts een keer echt uitbundig gelachen. Op het moment namelijk dat Malou op de vraag van de psychiater wat ze zou doen als ze alles wist, antwoordt: ‘Meedoen met De slimste mens’. Verder wordt er zachtop gelachen, zoals oma in het boek doet in de ambulance op weg naar het ziekenhuis, ‘een lachje, zachtop’. Alleen wanneer Malous vier jaar jongere broer oma voor de voeten werpt dat ze toch wel vier jaar vakantie heeft gehad in een kamp, schatert ze het uiteindelijk uit. Alles weglachend, zoals Malou grappen maakt.
Madé en het muziekontwerp
Bijzonder treffend is het muziekontwerp van Moos de Walle, met dank aan Lucky Fonz III. Zoals de tekst van de drie spelers werkt als recitatieven (verhalende gedeeltes) in bijvoorbeeld de passionen van Joh. Seb. Bach, zo werken de gitaarmuziek en zang van Madé als aria’s (reflecties op de tekst).
Verder ondersteunt musique concrète (geluiden uit de werkelijkheid, zoals van treinen, omroepberichten op een perron) het geladen verhaal.
Een verhaal dat zich ontvouwt als een draad van Ariadne, zoals Madé aan het begin van het stuk al breiend op het podium zit en al breiend rondloopt. Ze breit iets roods, de kleur van zowel gevaar als de liefde. Die dubbelslag zit in het stuk en wordt ook door Kees Hulst invoelend over het voetlicht gebracht.
Een knappe bewerking, kortom, gespeeld door drie ijzersterke acteurs. Ga!
