Berichten

maria barnas recensie
Boeken / Fictie

Het innerlijk kompas

recensie: Maria Barnas - Altijd Augustus
maria barnas recensie

In het hoofd van het meisje Augustus spelen zich veel zaken af. Haar vader is verdwenen, ze moet zich voorbereiden op een spreekbeurt, er sluimert een probleem met eten én ze vermoedt dat de bedreigde schrijver Salman Rushdie zich in haar schuur verbergt.

Maria Barnas heeft veel te vertellen in Altijd Augustus. Om daar een medium voor te vinden is de jonge Augustus in het leven geroepen: een meisje in haar puberjaren, ongeveer dertien, veertien jaar oud. Daarmee begeeft Barnas zich meteen op glad ijs: hoe laat je een kind denken en spreken in woorden die een volwassene in het hoofd heeft? Daar trekt de schrijver zich niets van aan; ze presenteert Augustus als een begaafd, weldenkend, kritisch en zichzelf telkens bevragende halfvolwassene. Dat is even wennen, maar de conceptuele vorm van deze roman – de geconstrueerde afstand tot de realiteit – vaart er uiteindelijk wel bij.

Vader op cassette

Augustus wil een spreekbeurt houden over het verdoemde boek De duivelsverzen van Salman Rushie. Ze is getriggerd door de beelden op tv, de boekverbranding die volgde op de uitgesproken fatwah jegens de schrijver. Het lezen ervan brengt passages naar boven die kenmerkend zijn voor Augustus’ omstandigheid: ‘De wanhoop van Djibriel gutste door haar lijf wanneer ze las dat hij zich door de werkelijkheid bewoog als door een droom’. Het is juist de werkelijkheid in de wereld van Augustus die haar parten speelt. Ze probeert houvast te vinden in woorden, het omzetten van een verhaal in een geconstrueerde waarheid. En vice versa.

Die waarheid wordt gevoed door haar verdwenen vader. Hij is slechts aanwezig door Augustus cassettebandjes met gesproken boodschappen te sturen. Ze hunkert naar dit eenzijdige contact, berichten over zijn werk als architect, over de troost van de schoonheid en de manipulatie van de waarheid. Wat Augustus weer tot nieuwe bespiegelingen voert: ‘Ik geloof niet zozeer dat hij de waarheid vertelt. Hij schopt de waarheid voor zich uit als een slapende hond. Ik bedoel: zijn werkelijkheid ontwaakt terwijl hij erover praat, terwijl hij hem met geweld in beweging houdt’.

Rushdie in de schuur

Maria Barnas laat haar poëtische stem op prachtige wijze door deze roman ademen. Eigenlijk is Altijd Augustus één lang gedicht, waarbij de schrijver de hier en daar onstane gaten opvult met flarden proza. Verfijnde regels als: ‘De wind blaast het haar uit mijn gezicht en jaagt wolken door mijn hoofd’ zijn direct herkenbaar als barnasiaanse poëzie en laten zien hoe de schrijver – evenals in haar gedichten – de woorden proeft, weegt en op de juiste plek neerzet. Daarnaast is er ruimte voor het inweven van ongetwijfeld geliefde onderwerpen als: architectuur van Le Corbusier, het toneelstuk Equus, de poëzie van Neeltje Maria Min en – is dit een stokpaardje van hedendaagse damesschrijvers? – de avonturen van verdwijnkunstenaar Bas Jan Ader. Wel of niet aanwezig zijn, het vastleggen van een positie, wordt hier in vele gedaanten gevisualiseerd.

Zo ook de wonderlijke aanname dat Rushdie hoogstpersoonlijk in de schuur verblijf houdt. Augustus zet af en toe een bord eten bij de deur, de volgende dag staat het leeggegeten en schoongemaakt weer op dezelfde plek. Het is opnieuw de verbeelding die de overhand heeft, helemaal in het kielzog van de verhalende werkelijkheid: ‘Sommige verhalen moeten worden verteld omdat ze, als je ze eenmaal de buitenlucht hebt laten opsnuiven, staan te hijgen bij de deur (…).’

In die gejaagde fantasie, met de aanhoudende poging de realiteit te doorgronden beweegt Augustus zich door haar eigen droomwereld. De spreekbeurt transformeert uiteindelijk in een gerichte zelfbeschouwing, met het moeilijke eten komt het wel goed en haar verdwenen vader blijft een ‘innerlijk kompas voor exacte waarneming’. Maria Barnas laat Augustus op een indrukwekkende manier aan zelfonderzoek doen, een coming of age uit eigen beweging:

Zo kon het niet langer. Ze had een fundament nodig, besloot ze. Ze moest stevig in de wereld staan. Met muren als wervels om haar solide te maken.

Reageer op dit artikel

maria barnas recensie
Boeken / Fictie

Het innerlijk kompas

recensie: Maria Barnas - Altijd Augustus
maria barnas recensie

In het hoofd van het meisje Augustus spelen zich veel zaken af. Haar vader is verdwenen, ze moet zich voorbereiden op een spreekbeurt, er sluimert een probleem met eten én ze vermoedt dat de bedreigde schrijver Salman Rushdie zich in haar schuur verbergt.

Maria Barnas heeft veel te vertellen in Altijd Augustus. Om daar een medium voor te vinden is de jonge Augustus in het leven geroepen: een meisje in haar puberjaren, ongeveer dertien, veertien jaar oud. Daarmee begeeft Barnas zich meteen op glad ijs: hoe laat je een kind denken en spreken in woorden die een volwassene in het hoofd heeft? Daar trekt de schrijver zich niets van aan; ze presenteert Augustus als een begaafd, weldenkend, kritisch en zichzelf telkens bevragende halfvolwassene. Dat is even wennen, maar de conceptuele vorm van deze roman – de geconstrueerde afstand tot de realiteit – vaart er uiteindelijk wel bij.

Vader op cassette

Augustus wil een spreekbeurt houden over het verdoemde boek De duivelsverzen van Salman Rushie. Ze is getriggerd door de beelden op tv, de boekverbranding die volgde op de uitgesproken fatwah jegens de schrijver. Het lezen ervan brengt passages naar boven die kenmerkend zijn voor Augustus’ omstandigheid: ‘De wanhoop van Djibriel gutste door haar lijf wanneer ze las dat hij zich door de werkelijkheid bewoog als door een droom’. Het is juist de werkelijkheid in de wereld van Augustus die haar parten speelt. Ze probeert houvast te vinden in woorden, het omzetten van een verhaal in een geconstrueerde waarheid. En vice versa.

Die waarheid wordt gevoed door haar verdwenen vader. Hij is slechts aanwezig door Augustus cassettebandjes met gesproken boodschappen te sturen. Ze hunkert naar dit eenzijdige contact, berichten over zijn werk als architect, over de troost van de schoonheid en de manipulatie van de waarheid. Wat Augustus weer tot nieuwe bespiegelingen voert: ‘Ik geloof niet zozeer dat hij de waarheid vertelt. Hij schopt de waarheid voor zich uit als een slapende hond. Ik bedoel: zijn werkelijkheid ontwaakt terwijl hij erover praat, terwijl hij hem met geweld in beweging houdt’.

Rushdie in de schuur

Maria Barnas laat haar poëtische stem op prachtige wijze door deze roman ademen. Eigenlijk is Altijd Augustus één lang gedicht, waarbij de schrijver de hier en daar onstane gaten opvult met flarden proza. Verfijnde regels als: ‘De wind blaast het haar uit mijn gezicht en jaagt wolken door mijn hoofd’ zijn direct herkenbaar als barnasiaanse poëzie en laten zien hoe de schrijver – evenals in haar gedichten – de woorden proeft, weegt en op de juiste plek neerzet. Daarnaast is er ruimte voor het inweven van ongetwijfeld geliefde onderwerpen als: architectuur van Le Corbusier, het toneelstuk Equus, de poëzie van Neeltje Maria Min en – is dit een stokpaardje van hedendaagse damesschrijvers? – de avonturen van verdwijnkunstenaar Bas Jan Ader. Wel of niet aanwezig zijn, het vastleggen van een positie, wordt hier in vele gedaanten gevisualiseerd.

Zo ook de wonderlijke aanname dat Rushdie hoogstpersoonlijk in de schuur verblijf houdt. Augustus zet af en toe een bord eten bij de deur, de volgende dag staat het leeggegeten en schoongemaakt weer op dezelfde plek. Het is opnieuw de verbeelding die de overhand heeft, helemaal in het kielzog van de verhalende werkelijkheid: ‘Sommige verhalen moeten worden verteld omdat ze, als je ze eenmaal de buitenlucht hebt laten opsnuiven, staan te hijgen bij de deur (…).’

In die gejaagde fantasie, met de aanhoudende poging de realiteit te doorgronden beweegt Augustus zich door haar eigen droomwereld. De spreekbeurt transformeert uiteindelijk in een gerichte zelfbeschouwing, met het moeilijke eten komt het wel goed en haar verdwenen vader blijft een ‘innerlijk kompas voor exacte waarneming’. Maria Barnas laat Augustus op een indrukwekkende manier aan zelfonderzoek doen, een coming of age uit eigen beweging:

Zo kon het niet langer. Ze had een fundament nodig, besloot ze. Ze moest stevig in de wereld staan. Met muren als wervels om haar solide te maken.

Reageer op dit artikel

Colson Whitehead
Boeken / Fictie

Tasten naar licht in de duisternis

recensie: Colson Whitehead - De ondergrondse spoorweg
Colson Whitehead

Tot voor kort was Whitehead voornamelijk een writer’s writer. Met zijn De ondergrondse spoorweg, dat over het Amerikaanse slavernijverleden gaat, won Colson Whitehead de National Book Award en beleeft hij eindelijk zijn doorbraak bij een breder publiek.

Centraal in De ondergrondse spoorweg staat de rebelse Cora, geboren en getogen op een plantage in Georgia. Wanneer blijkt dat haar slavenhouder Randall zijn zinnen op Cora heeft gezet, besluit ze de benen te nemen. Samen met Ceasar, die ervan overtuigd is dat Cora geluk brengt wegens de vermeende succesvolle ontsnapping van haar moeder, ontvlucht ze de sadistische praktijken van Randall. Of het gras altijd groener is aan de overkant moet maar blijken. De wijdverspreide haat van witten jegens hun zwarte medemens kent immers vele gezichten, zo toont Whitehead.

Creatieve geschiedschrijving

De ondergrondse spoorweg staat in Amerika bekend als het vluchtnetwerk voor slaven. Abolitionisten hielpen slaven van het conservatieve Zuiden naar het wat meer ruimdenkende Noorden. In De ondergrondse spoorweg zet Whitehead de geschiedenis naar zijn hand en tovert hij het netwerk om tot een echt spoorwegstelsel. Een gewaagde keuze, maar Whitehead heeft zo’n trefzekere pen dat je het graag voor zoete koek slikt.

Het is Whitehead sowieso niet te doen om historische correctheid. Veeleer gaat het om het uitdragen van een tijdsbeeld: hij laat zien hoe diepgeworteld de afkeer van zwarten was. Whitehead weet de uitzichtloze situatie van slaven goed te vangen. Zelfs als het hen lukt om te ontsnappen aan hun slavenhouders zijn ze nog niet veilig of zeker van een verbeterde situatie.

Onderkoelde toon

In de ogen van Cora en Ceasar is het leven voor de zwarte bevolking van South Carolina, de eerste halte die ze met de ondergrondse treffen, behoorlijk goed. Verlost van Randalls geselwerktuigen lijkt alles een verademing. Pas wanneer ze wat langer in South Carolina verkeren, ontdekken ze de waarheid achter de zogenaamde welwillende dokterspraktijken. Aan Randall ontsnappen was niet voldoende; zwarten worden overal veracht. Het uit zich alleen niet altijd in de kat met de negen staarten.

Whitehead beschrijft de schokkende geweldsdaden van blanke slavenhouders jegens hun zwarte slaven met een terloopsheid die het zo mogelijk nog heftiger maakt. Zowel witten als zwarten lijken gewend geraakt aan het buitensporige geweld. Niemand kijkt op van een keukenmeid wier tong is afgehakt meer of minder. Het zijn niet zozeer de gruwelijke geweldsdaden zelf, maar eerder de gewenning die bij de personages optreedt wat maakt dat het geheel zo huiveringwekkend is.

Toch weet Whitehead ondanks het zware onderwerp een speelsheid in zijn schrijven te verwerken die maakt dat je door wil lezen. Een surreëel element als de spoorweg geeft het boek de broodnodige hoop: wanneer een nieuw oord toch niet zo gastvriendelijk is als het lijkt, lonkt altijd de mogelijkheid van een volgende, meer noordelijk gelegen halte. Met De ondergrondse spoorweg toont Whitehead zich meester van een gewaagd genre-experiment.

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

Psychedelische nachtmerrie in de wildernis

recensie: NTJong / Veenfabriek - Lord of the Flies (12+)

Met Lord of the Flies leveren NTJong en de Veenfabriek een inktzwart beeld van het menselijk vermogen om vreedzaam samen te leven. In tijden van een verdeeld Europa en een Trumpiaans Amerika heeft dit allerminst aan zeggingskracht ingeboet.

Hoe kunnen we met elkaar leven? Kunnen we omgaan met de ander of wint het recht van de sterkste? William Golding zag het somber in. Na de verschrikking van de Tweede Wereldoorlog schreef hij Lord of the Flies, een allegorie waarin gestrande kinderen een beschaving oprichten die uiteindelijk ontaardt in kannibalisme. Zestig jaar later is zijn roman nog verrassend actueel. In de bewerking van Jibbe Willems en regie van Noël Fischer zien we hoe de spanningen die in het Westen steeds voelbaarder worden – agressie versus compassie, arm versus rijk, het onderbuikgevoel tegenover het intellect – ook de ministaat van Lord of the Flies in twee kampen verdelen.

De populist tegen de democraat

De welbedeelde Jack (Bram Suijker) en zijn vrienden komen van een betere school en menen daarom het leiderschap te verdienen. Met bravoure en intimidatie eisen zij hun plek op de apenrots op. Ze zijn de archetypische bullebakken die de zwakken onderdrukken om zelf vooruit te komen. Daartegenover staat Ralph (Mattias van de Vijver), die jongen die zich ontfermt over de zwakkeren, luistert naar de mening van anderen en pleit voor een democratie. Als hij door een stemming de leiding krijgt, wordt een schelp het symbool voor beschaving: wie de schelp heeft, mag spreken. De beginnende democratie weerhoudt Jack en zijn aanhangers er niet van om op eigen houtje op jacht te gaan naar een mysterieus monster dat zich ergens op het eiland schuilhoudt. De jongens komen terug met een geslacht zwijn en zijn onherroepelijk veranderd. Het eerste bloed is vergoten, de eerste moord begaan.

Van Expeditie Robinson naar Apocalypse Now

Geen geruststellende voorstelling dus, deze Lord of the Flies. De komische noot wordt gegeven door Jim Deddes en Sander Plukaard, die in Expeditie Robinson-achtige vlogs roddelen over de andere jongens. Dat het lachen ons zal vergaan, wordt al snel duidelijk in het decorbeeld. Een doorlopende projectie van Catharina Scholten laat een brandende zon zien die langzamerhand verandert in een psychedelische jungle waar de jagers zich steeds dieper mee vereenzelvigen. Met bloed en verf op hun gezichten kunnen zij zich camoufleren in de grimmige kleurenstorm van de wildernis. De jongens die aanvankelijk in nette schooluniformen gekleed waren, zijn geleidelijk veranderd in woestelingen met wapens en verscheurde kleding.

Lord of the Flies profiteert van een sterk visuele regie en een energieke spelersgroep die gemakkelijk de aandacht vast weet te houden. Bram Suijker en Mattias van de Vijver spelen mooie tegenpolen van elkaar: de hooghartige populist die uit is op zelfverheerlijking tegenover de introverte denker die het belang van de groep vooropzet. Phi Nguyen is fascinerend als de timide Bril. In zijn lichaamstaal vat hij precies het ongemak van een jongen die geaccepteerd wil worden, maar zich geen houding weet te geven. Zo werkt deze Lord of the Flies als allegorie voor het huidige politieke klimaat, maar – voor het jongere publiek – ook voor het leven op het schoolplein. De pestkop, de volgelingen, de underdog: ze komen ongetwijfeld bekend voor.

 

Reageer op dit artikel

uitgelichte afbeelding van man op skateboard bij recensie over 'Weet je wel wie ik ben?' van Ari Turunen
Boeken / Non-fictie

Zie mij!

recensie: Ari Turunen – Weet je wel wie ik ben?
uitgelichte afbeelding van man op skateboard bij recensie over 'Weet je wel wie ik ben?' van Ari Turunen

In Weet je wel wie ik ben? verdiept Ari Turunen zich in de geschiedenis van de arrogantie. Door de eeuwen heen heeft arrogantie geleid tot oorlogen en rampen. Een uiteenzetting van een overbodige emotie waar iedereen weleens last van heeft.

De Finse schrijver en socioloog Ari Turunen staat bekend om zijn artikelen over de menselijke gewoonten. In zijn nieuwste boek Weet je wel wie ik ben? onderzoekt hij een veel voorkomende emotie: de arrogantie. Turunen laat zien wat arrogantie is, hoe ze kan ontstaan en welke desastreuze gevolgen ze kan hebben.

Arrogantie en leiderschap

Arrogantie is van alle tijden. Het gevoel beter en belangrijker te zijn dan anderen heeft verscheidene leiders uit de wereldgeschiedenis de kop gekost. Zo zei Napoleon in 1811: ‘Nog drie jaar en dan ben ik heer en meester van het universum.’ Niet lang daarna ging hij voorgoed in ballingschap op Sint-Helena. Heer en meester van het universum is hij nooit geworden.

De Engelse koning Jan zonder Land hielp Engeland door zijn arrogante karakter de verdoemenis in. Hij was machtsbelust en vertrouwde niemand. Hij werd er zelfs van verdacht achter de moord op de zoon van zijn broer te zitten. Uiteindelijk werd Jan door opstandige baronnen afgezet en verloor hij zijn macht en aanzien.

Turunen geeft nog veel meer voorbeelden die we allemaal kennen uit de geschiedenis, zoals de val van het Romeinse Rijk, Zonnekoning Lodewijk XIV en Stalin. Deze gebeurtenissen en personen lijken meer beïnvloed te zijn door arrogantie dan doorgaans door historici verteld wordt. Zo laat Turunen je op een ongewone en vaak humoristische manier kijken naar onze geschiedenis en naar onszelf. Doordat de schrijver zó veel voorbeelden geeft wordt het boek hier en daar wel wat langdradig. Het verhaal lijkt soms één grote opsomming te zijn van voorbeelden van arrogant gedrag. Wat wellicht wel weer treffend laat zien hoe universeel deze emotie is.

Arrogantie in het heden

De moderne westerse maatschappij moedigt arrogantie aan. Door het individualisme en de steeds grotere competitiedrang zijn we elkaars concurrenten op weg naar succes en macht. ‘Nationaal en persoonlijk concurrentievermogen is de mantra van de 21e eeuw geworden.’ Volgens Turunen leidt deze drang tot competitie tot arrogantie en jaloezie. We zijn jaloers op de mensen die meer hebben bereikt en kijken arrogant neer op de mensen die lager staan op de sociale ladder.

Oppassen dus, want we hebben gezien waartoe arrogantie kan leiden!  Ondanks dat Weet je wel wie ik ben? vooral vermakelijk en grappig is, laat Turunen zien hoe we arrogant gedrag kunnen voorkomen. Zo moeten we onszelf niet steeds vergelijken met anderen of streven naar erkenning. Iemand die niet arrogant wil worden zal regelmatig met kritische blik in de spiegel moeten kijken, om te blijven zien dat hij een mens is als alle anderen. Ruimte voor meningen en kritiek zijn noodzakelijk om arrogantie te voorkomen.

Deze oplossingen zijn ietwat voor de hand liggend. De lezer die echt wil weten hoe die vervelende emotie voorkomen kan worden zal door deze karige handleiding van Turunen niet bevredigd worden.

De kunst van de nederigheid

Het hele boek lijkt één grote opsomming van momenten waarop iemand met arrogante gevoelens zijn hoofd niet langer gebruikt en er een rotzooi van maakt. In het laatste hoofdstuk laat Turunen zien dat het – gelukkig – wel anders kán. De Italiaanse familie de’ Medici uit het Florence van de vijftiende eeuw geldt als voorbeeld van machtige mensen met veel aanzien, die zich desondanks niet lieten leiden door arrogantie en minachting. Met grote interesse voor wetenschap, kunst en literatuur bestuurden zij met open handelsgeest de stad. Daarbij altijd in gesprek met anderen en reflecterend op zichzelf. Deze kunst van de nederigheid heeft de familie de’ Medici veel opgeleverd, méér dan een arrogante houding gedaan zou hebben.

Het Nederland van de Gouden Eeuw krijgt van Turunen ook een eervolle vermelding, als handelsland dat bekend stond om zijn tolerantie en openheid naar andere ideeën en culturen. De Nederlanders van destijds waren niet arrogant omdat ze in zo’n tolerant land leefden waar ze trots op waren. Vandaag de dag zijn veel nationalistisch gezinde Nederlanders misschien wel zó trots op hun tolerante land, dat het niet meer zo tolerant ís. Trotse Nederlanders zouden nog wel eens neer kunnen gaan kijken op mensen met andere ideeën en gebruiken. Trots kan makkelijk omslaan in arrogantie,  dus wees gewaarschuwd!

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

Ondanks mooie vorm een lange zit

recensie: De Toneelmakerij – Lear (15+)

King Lear van William Shakespeare, in de versie van De Toneelmakerij kortweg Lear, is een stuk dat gaat over machtige, maar domme vaders en miskende en toch liefhebbende loyale kinderen. Een prima idee om daar een jeugdvoorstelling van te maken. Maar al heeft Lear een interessante opzet, boeiend of ontroerend wil de voorstelling niet worden.

Lear is een oude vermoeide koning die klaar is met regeren en het land wil verdelen onder zijn drie dochters. Degene die hem het vurigst haar liefde kan verklaren – lees: het beste stroop om de mond kan smeren – krijgt het grootste deel. Jongste dochter Cordelia, zijn oogappel, is daar niet toe in staat. Zij is te eerlijk en wordt door een woedende Lear onterfd. Vervolgens blijkt natuurlijk dat zijn andere twee dochters, die wel goed kunnen vleien, totaal onbetrouwbaar zijn en zo gauw mogelijk van hun vader af willen. Daarnaast is er het verhaal van de hertog van Gloster, een hoveling van Lear, die zich zand in de ogen laat strooien door zijn gemene bastaardzoon Edmond en daardoor zijn goede zoon Edgar wegstuurt. Beide verstoten kinderen, Cordelia en Edgar, vermommen zich en blijven voor hun vaders zorgen. Kent, een edelman aan het hof van Lear, wordt weggestuurd omdat hij Cordelia verdedigt. Ook hij vermomt zich en kan op die manier Lear trouw blijven.

Nar

In King Lear trouwt Cordelia met de koning van Frankrijk en komt ze uiteindelijk haar vader te hulp. In de versie van regisseur Liesbeth Coltof vermomt ze zich als de nar, een fraaie vondst. Nu kan ze niet alleen bij haar vader blijven, ze geeft de nar, een belangrijk personage dat in het oorspronkelijke verhaal enigszins uit de lucht komt vallen, een reden van bestaan. Maar het betekent ook dat de drie meest liefhebbende personages in dit verhaal niet zonder vermomming door het leven kunnen gaan. Is dat niet een deprimerende boodschap voor de kids? Of juist een hart onder de riem? Als je iets wilt, is er altijd een oplossing te vinden.

De tekst van Shakespeare is door Coltof prachtig bewerkt. De kostuums zijn uitbundig en oogstrelend mooi. Aanvankelijk trekken een paar acteurs de meeste aandacht: Jesse Mensah als de puberachtige Edgar, Myrthe Huber als de pittige middelste dochter Regan en Tjebbo Gerritsma als de geestige trouwe Kent. Maar naarmate het stuk vordert en de tragiek toeneemt, is het moeilijk geboeid te blijven.

Fake news

Bij aanvang, als je de leugenachtige verklaringen hoort en Lear en Gloster een dik bord voor hun kop blijken te hebben, komen er onwillekeurig associaties met de Nederlandse verkiezingen boven of de over fake news brallende Amerikaanse president. Maar als het verhaal persoonlijker wordt en de levens van Lear en Gloster triester, blijkt dat de kwaliteit van het vertoonde spel te kort schiet om geloofwaardig te zijn en te kunnen boeien. Shakespeare schrijft prachtig, maar hij vraagt veel van zijn vertolkers. Als het acteren vlak blijft en er gepushed moet worden om heftige emoties te tonen, wordt zijn tekst snel saai of larmoyant. Helaas is dat bij deze voorstelling het geval, op een paar momenten van met name Lear na. Werken met videobeelden en een rijdende camera verandert daar niet echt iets aan.

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

Ont-heemd is actueel en spannend theater

recensie: RCTH+ - Ont-heemd

In een tijd van de vluchtelingencrisis en een toenemende vijandigheid voor ‘de ander’ maakt het Rotterdamse RCTH+ een performance over ontheemding. In Ont-heemd ondervindt de toeschouwer aan den lijve hoe het is om uitgesloten te worden.

Het onlangs gefuseerde Rotterdams Centrum voor Theater en Theater Maatwerk hebben een gezamenlijke missie: het inzetten van theater om een stem te geven aan acteurs met een beperking. Theater als vrije ruimte waarin ‘de ander’ niet meer wordt uitgesloten, maar onderdeel uitmaakt van een gemeenschap. In Ont-heemd laat een groep van zestig acteurs, met en zonder beperking, ons ervaren hoe het is om vervreemd te raken van de maatschappij en de zeggenschap over het eigen leven te verliezen.

Ontheemden in een industrieterrein.

De ontheemding begint bij de locatie. Regisseur Paul Röttger laat het veilige pluche van de theaterstoel achterwege en zet zijn performance in de koude, zwak belichte ruimtes van een fabriek. Bepakt met dekentjes worden we door verschillende hallen gejaagd, terwijl de performers met gezang en geschreeuw het terrein verkennen. Streng ogende bewakers met zaklampen houden de mensenmassa bijeen en begeleiden ons naar volgende ruimte. Even lijken we onze plek van bestemming te hebben bereikt en worden de eerste stoeltjes neergezet, maar dan klinkt het onverbiddelijke geluid van fluitjes: een thuisplek is nog niet gevonden.

Vernedering en hoop.

Uiteindelijk worden de dekentjes neergelegd in een hal en ontstaat er een kleine gemeenschap van ‘ontheemden’. De performers verkennen angstig de ruimte, proberen tevergeefs de gesloten deuren te openen en zijn genoodzaakt om in mensonwaardige omstandigheden een bestaan op te bouwen. Vernedering en hoop wisselen elkaar af. We zien hoe de ontheemden zich krampachtig proberen te wassen met niets meer dan een emmer en een washandje. Hoe de bewakers hen dwingen zich te ontkleden en nieuwe mensenstromen, inclusief kinderen, zich bij de groep aansluiten. Even worden de zorgen vergeten als een clown een act opvoert of de groep gezamenlijk een lied inzet. Een bos dat rechtstreeks uit Macbeth lijkt te komen, voert de mensen al zingend mee naar een hopelijk beter oord, maar dan wordt de droom ruw verstoord door de bewakers, die de groep terugsturen naar hun dekenkamp.

Grillige energie.

Een prettige ervaring is Ont-heemd niet, en dat is precies de kracht van deze performance. De toeschouwer bevindt zich letterlijk en figuurlijk op onbekend terrein en wordt geconfronteerd met de realiteit van mensen die geen houvast of thuisbasis hebben en als tweederangs burgers worden behandeld. Het verband met vluchtelingen is daarmee snel gelegd, maar Ont-heemd gaat even goed over het leven met een beperking en de onwil of het onvermogen van een samenleving om deze mensen voor vol aan te zien. De acteurs van RCTH+ beschikken over een continue alertheid die de performance een grillige energie geeft. Je weet nooit helemaal zeker waar de grens ligt tussen acteren en oprechtheid. Speelt de huilende vrouw naast me haar rol, of is ze oprecht ontroerd door de scène? Loopt haar buurvrouw weg omdat het haar verteld is, of omdat de spanning haar te veel wordt? Het levert ongemakkelijk, actueel, maar bovenal spannend theater op.

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

Activistisch theater met passieve conclusie

recensie: Not my revolution, if…: Die Geschichten der Angie O

Het Westen wordt bestuurd door een racistische miljonair. Zijn kabinet is een bonte verzameling van islamofoben, antisemieten, homofoben en ontkenners van klimaatverandering. In amper twee maanden is de pers tot volksvijand verklaard en dreigen moslims geweigerd te worden aan de Amerikaanse grens. Als er een tijd is om te protesteren, is het nu.

Wie is Angie O?

In een tijd van internationale protesten tegen het Witte Huis maakt het Duitse gezelschap andcompany&Co de ‘agit-prop musical’ Not my revolution,if…: Die Geschichten der Angie O. Hierin worden de activistische bewegingen van de afgelopen jaren onder de loep genomen. Angie is een fanatieke activiste die de wereld rondtrekt om te strijden tegen het neoliberalisme. Overal waar ze komt, zet ze haar tent op en mobiliseert groepen op social media. Haar tent is het enige teken van haar aanwezigheid, en verwijst tegelijkertijd naar de ongelijke rijkdomsverdeling van het Westen: het leeuwendeel voor de top, de armoede voor de meerderheid. Daarnaast zweeft een O, of wellicht een nul. Naast de grote neoliberale piramide hangt de O van een revolutie die overal en nergens is, openbare ruimtes tijdelijk bezet en zich organiseert in cyberspace.

Bescheiden revolutie

Wie van Not my revolution een pleidooi voor activisme verwacht, komt echter bedrogen uit. De vier activist-acteurs (want acteren is, in de woorden van acteur Vincent van den Berg, ook een beetje activisme) leren dat het neoliberalisme overal is, ook in hun eigen alternatieven. Hun koffietent, die vanuit een utopische gedachte van verbroedering is opgericht, is evengoed een bedrijf waar winst gemaakt moet worden. Angie O’s naam is een slimme verwijzing naar NGO’s: organisaties die onafhankelijk zijn van de overheid en zich hard maken voor maatschappelijke belangen, maar in de basis evengoed hiërarchische organisaties zijn met een leider aan de top. Zelfs knuffels zijn niet gratis, waarschuwt Krisjan Schellingerhout. Aan alles hangt een prijskaartje.

Het is opmerkelijk dat deze performance ‘agit-prop’ genoemd wordt, terwijl er niet geagiteerd wordt. Agit-prop is propagandistische kunst, bedoeld om de urgentie van een politiek standpunt te belichten. Not my revolution haalt op verschillende momenten uit naar het neoliberalisme: de verschillende jaartallen waarin economische malaises plaatsvonden, worden in een protestlied opgesomd. De eerder beschreven piramide is een constante reminder aan de ongelijke inkomstenverdeling in het Westen. Dat het systeem failliet is moge duidelijk zijn, maar een oproep om hier tegen te ageren blijft uit. De performers van andcompany&Co zetten eerder vraagtekens bij de effectiviteit van activisten. Hoe kunnen zij zich verzetten tegen het systeem waarin ze zijn opgegroeid? Hoe kunnen ze neoliberalisme van zich afwerpen als hun eigen mentaliteit neoliberale trekken vertoont?

Andcompany&Co werpt een intrigerend vraagstuk op, maar neemt mijns inziens wel een erg berustend standpunt in. Waarom immers demonstreren als je bij voorbaat weet dat je onderdeel van het probleem blijft? Not my revolution is gemaakt in de stijl van een activistische theatervorm, maar houdt een daadwerkelijke activering op afstand. Zonde. Is het belang om te demonstreren, desnoods tegen beter weten in, juist nu niet urgenter en moet het niet juist nu benadrukt worden? De figuren die de revue passeren neigen bovendien een stereotype van de linkse demonstrant te bevestigen. We zien enigszins naïeve, koffiedrinkende hipsters en kunstenaars die zich afvragen waarom ze het neoliberalisme bekritiseren, als ze niet eens hun eigen belastingaangifte begrijpen. Het zijn te eenduidige clichés die suggereren dat demonstranten niet daadwerkelijk begrijpen waar ze tegen protesteren. Zo komt Not my revolution in een vreemde kronkel terecht: het schept de verwachting te activeren, maar is in de kern terughoudend.

Reageer op dit artikel

Boeken / Fictie

Genadige verhalen

recensie: Arlene Heyman - Grote boze seks


Grote boze seks is het debuut van de 74-jarige Amerikaanse psychiater Arlene Heyman. In haar thuisland werd het enthousiast ontvangen: the Guardian noemde het ‘treffend, grappig, teder en wellustig’. Het succes kwam echter pas nadat Heyman de verhalen ruim dertig jaar tevergeefs had proberen te slijten.

Het is een verhaal dat nieuwsgierig maakt. Want zou er iets van dat jarenlange leuren in de verhalen doorschemeren? Zou er bitterheid in zijn geslopen, moedeloosheid of kramp? Nee, luidt het overtuigde antwoord na lezing. Elk verhaal is lichtvoetig verteld. Het is een bundel die inkijkjes in levens geeft, soms alledaags, soms op een knarsend keerpunt.

Nuchter opgeschreven, zonder bombarie, zonder oordeel ook.

Het leven zoals het dan toch is: een aaneenrijging van fragmenten die even betekenisvol als betekenisloos lijken. Dat realisme, daarin schuilt de schoonheid van dit debuut.

Genadigheid

Een recensie schrijven over een verhalenbundel voelt als het met één cijfer beoordelen van een bont gezelschap. Zeker wanneer het een debuut betreft. Het is als zoeken naar de gemene deler, waarin de signatuur van de debutant moet schuilen. In Grote boze seks lijkt dat genadigheid te zijn. Heyman geeft haar personages ruimte, om er het beste van te maken, om tot leven te komen.

De schrijfster introduceert personages die, hoe verschillend ook, onbekommerd zichzelf zijn. Mens zijn. Veelal vrouwen, sterke, intelligente vrouwen, die zich een weg zoeken in hun relaties en vaak kritische gedachten. Vrouwen die het bovenal goed proberen te doen. Maar niet zonder soms vilein te zijn, neerbuigend of gewoon even moe van het proberen.

Wat zweeft tussen de regels

Er is een eerste verhaal dat handelt over een echtpaar op leeftijd dat hun lichamelijke intimiteiten nauwkeurig moet plannen in verband met brandend maagzuur, hulp van pillen en wat al niet meer. Er is een verhaal over de dag dat het vliegtuig het World Trade Center invloog, met verstoorde levens waarin de lezer vanaf dat moment aanhaakt. Er is een verhaal over een heftige affaire, tussen een jonge vrouw en een gevestigde kunstenaar. Een over de complexe strijd die kan woekeren binnen een samengesteld gezin en een over een man die midden in de nacht het levenloze lichaam van zijn vader uit de slaapkamer van diens minnares moet dragen.

Veelzijdige verhalen, die nieuwsgierig maken naar meer.

Ook omdat het nog nergens echt scherp wordt, maar redelijk aan de oppervlakte blijft. Er is meer, dat zweeft tussen de regels, maar het wordt vaker niet dan wel benoemd. Daar is weer die ruimte, die deze bundel tot zo’n prettig geheel maakt, maar die het soms ook iets willekeurigs geeft.

Het wil in een verzameling verhalen nog wel eens zo werken dat je niet gemakkelijk overstapt van het ene op het volgende, alsof je uit een soort loyaliteit jegens de personages weigert de vervangers al te snel in je armen te sluiten. Heyman trekt de lezer echter steeds snel en geruisloos het volgende verhaal in. Dat is knap en zegt veel over haar soepele schrijfstijl. Het wachten is nu stiekem toch op haar eerste roman.

Reageer op dit artikel

Boeken / Non-fictie

Spannend en leerzaam

recensie: Het verlies van België: de strijd tussen de Nederlandse koning en de Belgische revolutionairen in 1830

Na diverse boeken over zijn grote held Napoleon te hebben geschreven, stort Johan Op de Beeck zich in Het verlies van België op de Belgische onafhankelijkheidsstrijd van 1830.

De uitkomst van het boek is al op voorhand bekend: een van Nederland onafhankelijk België. De ruim vierhonderd pagina’s van Het verlies van België beschrijven de aanloop naar die onafhankelijkheid, grofweg de periode van 1815 tot 1830. Ondanks de voor ons bekende uitslag, weet Op de Beeck er een razend spannend boek van te maken.

Hij doet dat door zich te richten op één figuur: Louis De Potter. Deze vrijzinnige liberaal, met zijn scherpe pen en dito politieke inzichten, is vanaf het begin een spilfiguur in de Belgische onafhankelijkheidsstrijd. Met zijn scherpe pen en overredingskracht weet hij, veelal via artikelen in kranten, een grote aanhang te verwerven.

De Potters leven staat vrijwel volledig in het teken van zijn politieke strijd. Het is des te tragischer dat hoe dichterbij het moment komt dat hij zijn idealen kan verwezenlijken, hij meer en meer naar de marge van het politieke spel wordt gedrukt. Uiteindelijk neemt hij de conceptie en de geboorte van België waar vanuit Parijs, voor politieke medestanders – of zijn het tegenstanders – volledig buitenspel gezet omdat zijn idealen té progressief waren. De Potter was een scherpe denker maar had helaas weinig kaas gegeten van het cynische machtsspel dat politiek ook kan zijn.

Katholieken en liberalen


Na de nederlaag van Napoleon werd in 1815 België door de Europese grootmachten bij Nederland gevoegd. Zo kan dat nieuwe land een tegenwicht vormen tegen Frankrijk, mocht dat land het opnieuw op zijn hielen krijgen en de rest van Europa bedreigen.

Al snel na die toevoeging van België bij Nederland ontstond in België onvrede. De taal was het eerste struikelblok: de Nederlandse koning Willem I wilde dat Nederlands de voertaal werd in heel zijn rijk, althans op bestuurlijk niveau. De Belgische elite van waaruit de meeste ambtenaren afkomstig waren, spraken Frans – ook in Vlaanderen.

Ook de katholieke geestelijken joeg de koning al snel tegen zich in het harnas. De jezuïeten, die van oudsher het onderwijs in België verzorgden, werden uit die invloedrijke positie gezet. De staat – niet de Kerk – moest het onderwijs verzorgen.De jezuïeten vertrokken naar Frankrijk, vanwaar zij oppositie zouden blijven voeren tegen het nieuwe bewind in hun vaderland.

Ook de liberalen hadden zo hun bezwaren. De Potter, een van hun bekendste voormannen, zette zich samen met zijn geestverwanten in voor een liberaler beleid van de koning. Zij eisten meer macht voor het parlement, meer democratie, meer burgerrechten en een betere waarborging van de persvrijheid.

Het geluk voor Willem I was dat de liberalen en katholieken uiteraard niet door een deur konden. Een liberaal punt van kritiek op de koning was dat hij te laks was ten aanzien van de katholieken, die zij als tegenstanders van de (politieke) modernisering zagen.

Revolutie


Het boek is voor een groot deel een vlot geschreven illustratie van hoe een revolutie werkt. Op de Beeck zet helder uiteen hoe de belangen van al deze verschillende groepen op elkaar inspelen – de ene keer sluiten groepen een verbond, de andere keer worden ze tegen elkaar uitgespeeld. Zodra belangrijke posities binnen handbereik zijn, worden politieke geestverwanten die lang samen optrokken, plotseling elkaars felste concurrenten. Niet alleen politieke idealen, geopolitieke overwegingen en economische belangen spelen een rol, ook persoonlijke ijdeltuiterij en machtswellust blijken in de geschiedenis vaak van doorslaggevende betekenis.

Het boek is een interessante geschiedenisles – zeker voor veel Nederlanders, voor wie deze geschiedenis voor een groot deel onbekend terrein is, is het geen overbodige luxe. Maar Op de Beeck houdt in de epiloog ook een persoonlijke pleidooi voor de idealen waar De Potter voor streed. Refererend aan de aanslagen op de redactie van Charlie Hebdo, laat hij zien dat ze ook nog altijd actueel zijn. Want, zo zegt hij met De Potter,

‘het enige wapen tegen een meningsuiting is een andere meningsuiting.’

De Belgische grondwet moet volgens Op de Beeck onderwezen worden op school en in het hart van iedere Belg gedragen worden, ‘een beetje als eerbetoon aan de idealen van 1830, maar vooral als instrument en wapen in onze hedendaagse en nog steeds noodzakelijke strijd om vrijheid, gelijkheid en onafhankelijkheid.’

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

Feelgood voorstelling over de dood

recensie: Orkater - 237 redenen om door te gaan

237 redenen om door te gaan gaat over oud worden, de dood en hoe we daarmee omgaan. Geert Lageveen prefereert ontkenning en de kop in het zand steken, terwijl Leopold Witte juist graag begrafenissen bezoekt. Ook die van vreemden. In deze “two man show” wordt het persoonlijke universeel, lach je om de dood, huil je om de levenden en kom je als herboren de zaal uit.

De voorstelling heet 237 redenen om door te gaan, maar in de hal van het theater staat aangekondigd ‘237 redenen à gogo’. Er heerst een intieme, ontspannen sfeer, waarin we verwelkomd worden met muziek van Tina Turner, Geert Lageveen persoonlijk de kaartjes scheurt, Leopold Witte checkt of er plek is voor nog meer publiek en beide acteurs zelf de muziek en techniek blijken te verzorgen.

Lageveen en Witte schreven en speelden vier jaar geleden het succesvolle 237 redenen voor seks met als regisseur Michiel de Regt en als dramaturg Laura van Dolron. Diezelfde vier tekenen nu voor deze tweede 237 redenen. Van seks naar dood; logisch. Maar Lageveen staat niet te springen. Is het niet de goden verzoeken, vraagt hij zich af. Hoezo, antwoordt Witte, had je na de 237 redenen voor seks meer seks? Of was het anders? Dit onderwerp is juist urgent, wij zitten immers in de laatste fase van ons leven, samen met dit krakkemikkige publiek hier dat maar net de trap op kon strompelen en duidelijk doof is.

Spoilers

Dit is een voorstelling waarbij in een recensie spoilers nauwelijks te voorkomen zijn, helaas. Maar het is ook een voorstelling die je makkelijk een aantal keren zou kunnen zien. Het gaat snel, er komen veel sterke grappen en oneliners voorbij en er zijn mooie momenten die ontroeren. Zoals wanneer Witte praat over zijn gestorven broer. Of Lageveen, over niet weten hoe mensen te condoleren, de oplossing die hij daar uiteindelijk voor vindt en die we aan het slot levensgroot gepresenteerd zien.

Veel in deze vitale en vitaliserende lunchvoorstelling vormt een paradox. Er wordt constant op verfrissende wijze gespot met oud worden en de dood. Terwijl Lageveen tijdens een begrafenis niet kan stoppen met huilen, geniet Witte van gesprekjes, koffie en te hete bitterballen. Als Witte glimlachend en uitermate plastisch het precieze proces van sterven en wat daarop volgt beschrijft, horen we ‘We zullen doorgaan’ in een onbekende taal.

Afgrond

Halverwege wordt een tekst voorgelezen over het lot van de lemming, maar het is pas na afloop dat je beseft wat een treffende metafoor dat is voor leven. Dat we immers allemaal druk bezig zijn met iets dat onvermijdelijk gaat eindigen in de afgrond.

En dat je van dat besef weg kan lopen of in een depressie raken. Of dat je, zoals in deze voorstelling, er juist frontaal induikt. En eindigt met een keihard gezongen “Life”. Of wel, zoals Bette Davis ooit zei: “Getting old is not for sissies”.

 

Reageer op dit artikel