Berichten

Muziek / Reportage
special: De vrijdag

Lowlands 2017

Een speciale editie van Lowlands dit jaar: het festival viert namelijk haar 25e verjaardag. Reden genoeg om eens flink uit te pakken. Bezoekers werden voorafgaand aan het festival al verrast met een paar sneak peeks van het vernieuwde festivalterrein. Ook de line-up liegt er niet om met namen (en veel oud-bekenden van het festival) als Editors, Mumford & Sons, Elbow, Moderat en Ty Segall. Het programma is misschien niet heel vernieuwend, maar wel gevarieerd.

Het eerste wat opvalt wanneer je het festivalterrein oploopt is dat de welbekende schoorstenen niet meer bij de entree staan. Iets verderop staan rondom de Armadillo, een plek met foodtrucks en barretjes, vijf zwart met oranje palen die direct dat vertrouwde Lowlands-gevoel geven. Meteen rechts van de entree staat de vernieuwde Bravo: een hoekige tent wat hier en daar wat weg heeft van een grote kerk. De grootste verandering is de Alpha, de grootste festivaltent van Lowlands. Hoewel de eerste aanblik niet direct overtuigt, blijkt even later dat dit bouwwerk een beter en steviger fundament is voor de headliners.

De festivalvrijdag wordt afgetrapt met een dansbare show van de Zweedse LÉON. De jonge zangeres weet zonder moeite de eerste aanwezigen in te pakken en binnen no time staat de Heineken tot de rand vol. Haar vocals klinken loepzuiver: ze begint met het prachtige ‘Think About You’, weet te verrassen met een knallende cover van ‘Why’d You Only Call Me When You’re High’ van Arctic Monkeys en geeft een prachtige versie weg van Fleetwood Mac’s ‘Dreams’. Een fijn en vooral kwalitatief begin van de eerste festivaldag.

In de Bravo staat om 15:00 uur de goedlachse Michael Kiwanuka, precies vier jaar na zijn debuut op Lowlands. Na een flinke burn-out daarna heeft hij samen met producer Danger Mouse een te gekke nieuwe plaat geleverd. De show deze middag is precies zoals het album: kalm, fraai en vooral niet te opvallend. Dit is ook meteen het punt wat het lastig maakt voor de singer-songwriter: het tijdstip zou eigenlijk perfect moeten zijn voor zijn muziek, zo vroeg op de middag. Toch is het geheel ietwat saai waardoor men na een aantal nummers al snel afhaakt of even flink met de buurman gaat kletsen. Erg jammer, want liedjes zoals hit ‘Home Again’, ‘Cold Little Heart’ en het sterke ‘Black Man In A White World’ zijn te mooi om alleen als achtergrondmuziek gebruikt te worden.

Wat moet je doen wanneer je als bandformatie besluit even te stoppen? Gewoon solo verdergaan natuurlijk. Een beter besluit had de frontman van het Belgische Balthazar niet kunnen nemen. Jente Deprez heeft met zijn soloproject J. Bernhardt een hele toffe act te pakken. Met een fijne mix van lekkere beats en invloeden uit de soulkant is J. Bernhardt vooral een aangename verrassing in de India. Het plaatje klopt: een dansende Deprez, een gevarieerde setlist en een publiek dat er zin in heeft. Het is eigenlijk jammer dat dit muzikale experiment nog maar tot het najaar duurt, want dit smaakt zeker naar meer.

In de Alpha wordt het publiek inmiddels warm gemaakt voor een van de headliners van deze dag: niemand minder dan Sean Paul. Hoewel het, gezien de vele aanwezigen op de heuvels naast de tent, voor veel mensen wellicht nog wat vroeg is om met de billen te schudden, is Sean Paul op dit tijdstip (16:00 uur) een slimme manier om mensen van de campings te trekken. De verwachtingen zijn niet hooggespannen, maar het optreden valt niet tegen. Sean Paul weet voornamelijk met remixes en hits van andere te scoren, hoewel hij zelf ook flink wat knallers in zijn repertoire heeft zetten. ‘Get Busy’ scoort natuurlijk als een malle en ook op de bewerkte versie van Enrique Iglesias’ ‘Bailando’ is het lastig om stil te blijven staan. Het is geen memorabel optreden en zeker niet een hoogtepunt van Lowlands, maar er is niets mis met een beetje sentiment.

Een bijzondere naam in de Bravo is Mura Masa. Deze jonge producer heeft zich in korte tijd omhoog weten te werken naar de grote volle festivaltent. Waar je het normaal gesproken bij producers en dj’s voornamelijk moet hebben van de algehele sound en beats nam Mura Masa een live-drummer en een MC mee. Hierdoor wordt het niet alleen een genot voor het oor, maar ook zeker voor het oog. Het is niet Sean Paul die de billen voor het eerst écht goed laat schudden, maar deze 21-jarige Engelse producer. Petje af!

De voetjes blijven de komende tijd nog even niet stilstaan: de avond in de Alpha wordt verwelkomd met een kleurrijke zonsondergang (na een dag vol buien en bewolking) en de fijne sound van Moderat. De heren speelden al eerder op Lowlands en stonden twee maanden geleden nog op de planken van het jongere zusje Down The Rabbit Hole. Toch is het een absolute must-go vanavond, gezien het drietal enkele weken terug bekend maakte (tijdelijk) te gaan stoppen als formatie. Dat hoor je direct terug in de dikke set die de muzikanten uit Berlijn neerzetten: gelaagde droomelektronica waarbij die laatste zonnestralen toch wel erg goed van pas komen. De ogen gaan dicht, de armen gaan de lucht in en bij meer power is het flink losgaan. Met tracks als ‘Rusty Nails’, ‘Bad Kingdom’ en ‘A New Error’ geven de heren ons nu al heimwee voor als ze straks gestopt zijn.

In eerste instantie is het wat gek dat The xx de Alpha afsluit in plaats van het opzwepende Moderat met hun dansbare beats. Het drietal uit Engeland brengt een prima mix mee van hun drie releases waarbij er, voornamelijk door het laatste album, aardig wat beweging in de set zit. Het grappige is dat het hoogtepunt van de show juist een wat rustiger nummer is: het nieuwe ‘I Dare You’ is kalm en heeft prachtige lyrics. De stem van zangeres Romy komt tot ver buiten de halfopen Alpha tot haar recht en klinkt een stuk zuiverder dan in de andere nummers, waar ze vaak hees overkomt. Net voor de uitstekende uitvoering van ‘Angels’ zorgt ze voor dat beetje interactie wat het optreden compleet maakt. The xx bewijst hiermee dat ze de Alpha meer dan waardig is, zelfs als afsluiter van een festivaldag.

Hiermee is de eerste festivaldag natuurlijk nog lang niet afgelopen. In de Bravo dans je de hele nacht op de lekkerste beats van Midland en Job Jobse. Dat wordt dan ook met veel plezier gedaan: de Bravo zit urenlang propvol. Het is een fijn en vooral warm welkom gezien de behoorlijk frisse wind buiten. Ook bij Reggaebomb in de Lima is het genieten geblazen. Voor de mensen die al genoeg hebben gedanst de hele dag is er de film ‘Baby Driver’ in de Echo of de muzikale komedie van Maartje & Kine in de Juliet. Kortom: genoeg te doen en te zien voor iedere soort festivalganger. Om 05:00 uur sluiten de poorten van het terrein om slechts een paar uurtjes daarna weer open te kunnen gaan voor de tweede dag van Lowlands.

Reageer op dit artikel

Muziek / Reportage
special: De vrijdag

Lowlands 2017

Een speciale editie van Lowlands dit jaar: het festival viert namelijk haar 25e verjaardag. Reden genoeg om eens flink uit te pakken. Bezoekers werden voorafgaand aan het festival al verrast met een paar sneak peeks van het vernieuwde festivalterrein. Ook de line-up liegt er niet om met namen (en veel oud-bekenden van het festival) als Editors, Mumford & Sons, Elbow, Moderat en Ty Segall. Het programma is misschien niet heel vernieuwend, maar wel gevarieerd.

Het eerste wat opvalt wanneer je het festivalterrein oploopt is dat de welbekende schoorstenen niet meer bij de entree staan. Iets verderop staan rondom de Armadillo, een plek met foodtrucks en barretjes, vijf zwart met oranje palen die direct dat vertrouwde Lowlands-gevoel geven. Meteen rechts van de entree staat de vernieuwde Bravo: een hoekige tent wat hier en daar wat weg heeft van een grote kerk. De grootste verandering is de Alpha, de grootste festivaltent van Lowlands. Hoewel de eerste aanblik niet direct overtuigt, blijkt even later dat dit bouwwerk een beter en steviger fundament is voor de headliners.

De festivalvrijdag wordt afgetrapt met een dansbare show van de Zweedse LÉON. De jonge zangeres weet zonder moeite de eerste aanwezigen in te pakken en binnen no time staat de Heineken tot de rand vol. Haar vocals klinken loepzuiver: ze begint met het prachtige ‘Think About You’, weet te verrassen met een knallende cover van ‘Why’d You Only Call Me When You’re High’ van Arctic Monkeys en geeft een prachtige versie weg van Fleetwood Mac’s ‘Dreams’. Een fijn en vooral kwalitatief begin van de eerste festivaldag.

In de Bravo staat om 15:00 uur de goedlachse Michael Kiwanuka, precies vier jaar na zijn debuut op Lowlands. Na een flinke burn-out daarna heeft hij samen met producer Danger Mouse een te gekke nieuwe plaat geleverd. De show deze middag is precies zoals het album: kalm, fraai en vooral niet te opvallend. Dit is ook meteen het punt wat het lastig maakt voor de singer-songwriter: het tijdstip zou eigenlijk perfect moeten zijn voor zijn muziek, zo vroeg op de middag. Toch is het geheel ietwat saai waardoor men na een aantal nummers al snel afhaakt of even flink met de buurman gaat kletsen. Erg jammer, want liedjes zoals hit ‘Home Again’, ‘Cold Little Heart’ en het sterke ‘Black Man In A White World’ zijn te mooi om alleen als achtergrondmuziek gebruikt te worden.

Wat moet je doen wanneer je als bandformatie besluit even te stoppen? Gewoon solo verdergaan natuurlijk. Een beter besluit had de frontman van het Belgische Balthazar niet kunnen nemen. Jente Deprez heeft met zijn soloproject J. Bernhardt een hele toffe act te pakken. Met een fijne mix van lekkere beats en invloeden uit de soulkant is J. Bernhardt vooral een aangename verrassing in de India. Het plaatje klopt: een dansende Deprez, een gevarieerde setlist en een publiek dat er zin in heeft. Het is eigenlijk jammer dat dit muzikale experiment nog maar tot het najaar duurt, want dit smaakt zeker naar meer.

In de Alpha wordt het publiek inmiddels warm gemaakt voor een van de headliners van deze dag: niemand minder dan Sean Paul. Hoewel het, gezien de vele aanwezigen op de heuvels naast de tent, voor veel mensen wellicht nog wat vroeg is om met de billen te schudden, is Sean Paul op dit tijdstip (16:00 uur) een slimme manier om mensen van de campings te trekken. De verwachtingen zijn niet hooggespannen, maar het optreden valt niet tegen. Sean Paul weet voornamelijk met remixes en hits van andere te scoren, hoewel hij zelf ook flink wat knallers in zijn repertoire heeft zetten. ‘Get Busy’ scoort natuurlijk als een malle en ook op de bewerkte versie van Enrique Iglesias’ ‘Bailando’ is het lastig om stil te blijven staan. Het is geen memorabel optreden en zeker niet een hoogtepunt van Lowlands, maar er is niets mis met een beetje sentiment.

Een bijzondere naam in de Bravo is Mura Masa. Deze jonge producer heeft zich in korte tijd omhoog weten te werken naar de grote volle festivaltent. Waar je het normaal gesproken bij producers en dj’s voornamelijk moet hebben van de algehele sound en beats nam Mura Masa een live-drummer en een MC mee. Hierdoor wordt het niet alleen een genot voor het oor, maar ook zeker voor het oog. Het is niet Sean Paul die de billen voor het eerst écht goed laat schudden, maar deze 21-jarige Engelse producer. Petje af!

De voetjes blijven de komende tijd nog even niet stilstaan: de avond in de Alpha wordt verwelkomd met een kleurrijke zonsondergang (na een dag vol buien en bewolking) en de fijne sound van Moderat. De heren speelden al eerder op Lowlands en stonden twee maanden geleden nog op de planken van het jongere zusje Down The Rabbit Hole. Toch is het een absolute must-go vanavond, gezien het drietal enkele weken terug bekend maakte (tijdelijk) te gaan stoppen als formatie. Dat hoor je direct terug in de dikke set die de muzikanten uit Berlijn neerzetten: gelaagde droomelektronica waarbij die laatste zonnestralen toch wel erg goed van pas komen. De ogen gaan dicht, de armen gaan de lucht in en bij meer power is het flink losgaan. Met tracks als ‘Rusty Nails’, ‘Bad Kingdom’ en ‘A New Error’ geven de heren ons nu al heimwee voor als ze straks gestopt zijn.

In eerste instantie is het wat gek dat The xx de Alpha afsluit in plaats van het opzwepende Moderat met hun dansbare beats. Het drietal uit Engeland brengt een prima mix mee van hun drie releases waarbij er, voornamelijk door het laatste album, aardig wat beweging in de set zit. Het grappige is dat het hoogtepunt van de show juist een wat rustiger nummer is: het nieuwe ‘I Dare You’ is kalm en heeft prachtige lyrics. De stem van zangeres Romy komt tot ver buiten de halfopen Alpha tot haar recht en klinkt een stuk zuiverder dan in de andere nummers, waar ze vaak hees overkomt. Net voor de uitstekende uitvoering van ‘Angels’ zorgt ze voor dat beetje interactie wat het optreden compleet maakt. The xx bewijst hiermee dat ze de Alpha meer dan waardig is, zelfs als afsluiter van een festivaldag.

Hiermee is de eerste festivaldag natuurlijk nog lang niet afgelopen. In de Bravo dans je de hele nacht op de lekkerste beats van Midland en Job Jobse. Dat wordt dan ook met veel plezier gedaan: de Bravo zit urenlang propvol. Het is een fijn en vooral warm welkom gezien de behoorlijk frisse wind buiten. Ook bij Reggaebomb in de Lima is het genieten geblazen. Voor de mensen die al genoeg hebben gedanst de hele dag is er de film ‘Baby Driver’ in de Echo of de muzikale komedie van Maartje & Kine in de Juliet. Kortom: genoeg te doen en te zien voor iedere soort festivalganger. Om 05:00 uur sluiten de poorten van het terrein om slechts een paar uurtjes daarna weer open te kunnen gaan voor de tweede dag van Lowlands.

Reageer op dit artikel

Elvis & Nixon
Film / Films

Teleurstellende verfilming van historische ontmoeting

recensie: Elvis & Nixon
Elvis & Nixon

Op 16 augustus 1977 overleed Elvis Presley in het Baptist Memorial Hospital, Memphis. Het is tot op de dag van vandaag onduidelijk wat de precieze oorzaak van zijn dood is. Een erfelijke darmverlamming, zoals zijn lijfarts George Nichopoulos schreef in het boek The King And Doctor Nick (2010)? Of was het een overdosis barbituraten? Medici rond de operatietafel van Presley vonden een dodelijke cocktail van veertien verschillende medicijnen in het lichaam van ‘The King’. In Elvis & Nixon niets over deze gebeurtenissen. De film concentreert op de ontmoeting tussen Presley en de president op 21 december 1970.

Kevin Spacey kreeg de laatste jaren veel lof voor zijn rol als president Francis ‘Frank’ Underwood in de serie House Of Cards. Met zichtbaar genoegen speelt hij ditmaal Richard Nixon. Zijn haargrens is over zijn voorhoofd geschoten en hij heeft zich de lompe motoriek van het weinig populaire staatshoofd eigen gemaakt. Michael Shannon speelt Elvis Presley, zonder rock ‘n’ roll in zijn heupen. De brillen, de kleding en de kuif zijn accuraat, maar de muzikaliteit ontbreekt bij de wat stijfjes bewegende Shannon.

“Dear Mr. President”

Na wat optredens loopt Presley in Graceland met de ziel onder de arm. Hij mobiliseert wat vrienden en gaat op weg naar Het Witte Huis. Hij wil een rol spelen in het uitroeien van het drugsgebruik onder de jeugd. Daarnaast moet er meer ‘law and order’ komen in zijn geliefde Amerika. Onderweg schrijft hij een brief aan ‘dear Mr. President’. De mateloos populaire  zanger reist in een wereld met mensen die hem nerveus en met trillende handen willen helpen.

Presley geeft de brief, met zijn gedachten over Amerika en zijn wens om als federaal agent te kunnen optreden, persoonlijk af bij Het Witte Huis. Hij is verwoed verzamelaar van politiepenningen en in zijn collectie ontbreekt de badge van de narcoticabrigade van de FBI. Hij wil daarbij Het Witte Huis graag van binnen zien. De bewaking is met stomheid geslagen, de persoonlijke assistenten weten zich geen raad en Nixon wuift een ontmoeting in de tijd van zijn middagdutje weg.

Gewapend

Het gesprek tussen Nixon en Presley vindt uiteindelijk toch plaats. Presley vergeet al het afgesproken protocol en dat leidt tot amusante scènes. Hij opent het flesje Dr. Pepper van de president en gooit tegen de regels in een handvol M&M’s (“my favorites”) naar binnen. Daarbij loopt hij met een presentje door Het Witte Huis. Hij heeft een pistool voor Nixon gekocht en wil dat graag persoonlijk overhandigen.

In de film Elvis & Nixon wordt met geen woord gesproken over de twijfels van Presley over zijn carrière. De jeugd die zijn platen zou moeten kopen maakt lol in Woodstock. Men gaat massaal uit de kleren en er wordt veel marihuana gerookt. “Getting naked and getting high,” is de samenvatting van Presley. De rol van manager Colonel Parker die Presley financieel uitkleedt, is buiten de film gehouden, net als de ziekelijke achterdocht van Nixon.

Maar ze waren de weg kwijt

Michael Shannon (Mud, Frank & Lola, 99 Homes) speelt Presley als een entertainer die zonder drank, pillen en frequente seksuele uitstapjes door het leven gaat. Presley is iemand die zich niet stoort aan regels en protocollen. Kevin Spacey heeft zichtbaar lol in de rol van president Nixon die uitkijkt naar zijn middagslaapje. Het maakt de film genietbaar en in een aantal scènes amusant. Het feit dat er bij beide mannen niet onder de oppervlakte van de karakters is gekeken, is een gemiste kans. Elvis & Nixon is een film die vooral veel vragen oproept. Het echte verhaal van een van de wonderlijkste ontmoetingen uit de Amerikaanse geschiedenis verdient een film met het volledige verhaal over twee mannen die volledig de weg kwijt waren.

Op 16 augustus 2017 wordt als eerbetoon aan Presley in een aantal bioscopen Elvis & Nixon vertoond. Veertig jaren na het overlijden van ‘The King’ is het de enige film die op woensdag in première gaat.

Reageer op dit artikel

Muziek / Album

Bijzondere en mooie muziek

recensie: Nederpop Update – Volume 6: Anne Vanschothorst, Marcela Bovio en The Piano Sessions Oskamp

Terwijl er een mooie serie cd’s verschijnt over de Nederpophistorie onder de verzamelnaam The Golden Years of Dutch Pop Music, wordt er in Nederland nog steeds heel mooie muziek gemaakt, die internationale klasse herbergt. In deze Nederpop-update reizen we muzikaal langs wat pareltjes.

In deze update vestigen we de aandacht op niet voor de hand liggende releases, van de afgelopen maanden. We duiken hiermee in allerlei hoeken en gaten van de vaderlandse muziek. Ze hebben allen een hoge mate van kwaliteit in zich: noem het maar gerust “vakmanschap”.

De harp centraal

Het nieuwste album van Anne Vanschothorst wordt in een heel kleine oplage uitgebracht. Wie zo’n drie jaar geleden viel voor Ek is Eik moet er vlug bij zijn om Beautiful World te bemachtigen via de site van Vanschothorst. Eigenlijk verdient deze dame een even groot podium als Lavina Meyer. Toch zullen we Vanschothorst niet op een podium tegen gaan komen om haar muziek voor een publiek uit te voeren. Ze kiest er nadrukkelijk voor om haar muziek op een andere wijze te gelde te maken. Zo schrijft ze veel filmmuziek, die we in een veelheid van producties terug horen. Net als op haar vorige album staat ook hier de harp centraal.

Op dit nieuwe album valt evenwel heel veel te genieten. In de elf harpgedichten, zoals Vanschothorst haar composities noemt, laat ze vooral haar hart spreken. De gedichten vertellen over schoonheid, liefde, troost en muziek, laat de kunstenares weten in het bijgeleverde boekje. Ze speelt de muziek samen met haar band: Rebecca Sier componeerde mee en horen we zingen op een enkele track (‘Oh Let It Have Voice’), Michael Moore componeerde ook mee en laat zich horen op de klarinet. Jan Willem Troost speelt op cello, Thijs de Melker op bas en tekent tevens voor de productie. Tenslotte horen we Arthur Bont op percussie en drum. De hoofdrol voor het grootste deel van de composities en het bespelen van de harp is natuurlijk voor Vanschothorst zelf. Het album Beautiful World ademt vooral een grote rust, maar ook vakmanschap uit. De muziek balanceert tussen klassieke-, film- en popmuziek. Een wonderlijke combinatie, maar horen is in dit geval geloven. Het is daarnaast muziek om te ontleden en om op je te laten inwerken. ‘Inmasseren’ is misschien een beter woord. Muziek van een kunstenares met een grote K.

Bovio van een andere kant

Marcela Bovio speelde vorig jaar november in het Tilburgse Paradox bij wijze van experiment voor het eerst een pianoversie van haar album. Deze uitvoeringen smeekten haast vanzelf om een opname op cd. Samen met Erik van Ittersum op de grand piano zong Bovio de sterren van de hemel en wist ze in deze intiem kleine setting het publiek van haar grote klasse te overtuigen. Ook zonder band bleef deze getalenteerde zangeres meer dan overeind. Het volledige album werd voorzien van fraaie piano-arrangementen. Op de cd worden de composities aangevuld met een viertal bonustracks. We horen een nieuwe compositie van Bovio zelf: ‘Hope is Never Lost’, twee composities van anderen en een Spaanstalige uitvoering van ‘The One’. Het zijn niet alleen de extra’s die het waard maken om Unprecedented – The Piano Sessions aan de verzameling toe te voegen. Het is vooral de totaal andere beleving van de liedjes die Bovio laat horen.

Eigenlijk staat dit album wederom als een huis en is het niet te bestempelen als een tussendoortje. Het album is eerder het tweede deel van haar solodebuut. Inmiddels is Bovio al weer aan het schrijven voor haar tweede album. Ze staat haar eigen mannetje in de brandende belangstelling van haar eigen compositorische en uitvoerende kracht.

Akoestische pop

Het album De nieuwe gezelligheid verscheen in 2015 als eerste Nederlandstalige album van Joost Oskamp. Met Mooierd kleedt Oskamp zijn composities nog kariger aan en houdt daarmee puur de essentie van zijn fraaie liedjes over. Een tokkelalbum noemt hij het. Samen met Ferry van der Groep weet Oskamp met een dozijn fraaie liedjes het mooiste in zichzelf naar boven te halen.

Oskamp zegt zelf zijn liedjes in de geest van artiesten als Kings of Convenience, Simon & Garfunkel en Jim Groce te hebben gemaakt. Niet de minste namen om jezelf mee te vergelijken.

Het album werd in de nazomer van vorig jaar op Texel opgenomen. Analoog met digitale perfectie, zo schrijven ze zelf. De warmte in de liedjes is duidelijk hoorbaar en gaan allen een stuk dieper dan het gemiddelde popliedje. Ze verhalen duidelijk over een bewogen periode in het leven van de liedjesschrijvers.

Als je de sound van Oskamp moet beschrijven, schieten namen als Spinvis en Lucky Fonz III door het hoofd. Niets mis mee natuurlijk. Beide vergelijkingen lopen uiteindelijk mank, maar ze geven wel de richting aan van deze fijne akoestische luisterliedjes met niet alledaagse teksten, die uitnodigen tot goed luisteren.

Op ‘Wordt wel beter’ horen we Oskamp in duet met de vrouwenstem van Nana Adjoa, die eerder zong met Oskamp in de band Joast. Het nummer klinkt als het gevoel van een dauwdruppel in het ochtendgloren. Dit levert een heel fraai moment op het album.

 

Reageer op dit artikel

Boeken / Fictie

Twee vriendinnen in de greep van het verleden

recensie: Yolanda Entius - Abdoel en Akil

Twee jonge vriendinnen gaan op vakantie naar Frankrijk. Wat hen daar overkomt zal hun verdere leven bepalen. Yolanda Entius’ nieuwste roman Abdoel en Akil galmt na als een kerkklok.

Voor een roman over de vriendinnen Doris en Nola is Abdoel en Akil een mooie titel. Zeventien zijn ze, meisjes nog, op vakantie in Zuid-Frankrijk en op zoek naar een vriendin die met een voor hen onbekende Nederlander verder is gereisd. Het is 1978: geen mobiele telefoons, geen internet. Ze gaan Gaby en André liftend achterna; ‘een afstand van nog geen vijftig kilometer, maar ze waren uren onderweg.’ De meisjes lopen een bar binnen die, zo blijkt, louter door Tunesiërs bezocht wordt. Geen Gaby, geen André, maar wel: twee mannen genaamd Abdoel en Akil, die op Doris en Nola afstappen; na een kort gesprek verlaten ze gevieren het etablissement.

Zwalkende levens

Deze gebeurtenissen beslaan de eerste vijftien pagina’s van Yolanda Entius’ (1961) nieuwe roman Abdoel en Akil. Een ingetogen, kleine roman die soepel naar zijn einde vloeit. Op een heuvel worden Doris en Nola door de mannen aangerand. Ze weten later niet hoe ze erover moeten praten, kunnen geen gemeenschappelijke woorden vinden. Wat wel gebeurt: de mannen worden opgepakt en de gevangenis ingegooid en het contact tussen de vriendinnen verwatert. Hun levens komen nooit helemaal terug op de rails, Abdoel en Akil blijven een moeilijk te bevatten dreiging op de achtergrond.

In het eerste en verreweg het langste deel van de roman volgt Entius Nola, die door het leven zwalkt en niet lang bij dezelfde geliefde weet te blijven. ‘In een discotheek sprak ze iemand aan, een dolende ziel als zijzelf.’ Entius voert haar lezer met een verraderlijk lichte wijze door de jaren, in een taal die Nola’s mentale staat weerspiegelt: losjes, zwevend. Ergens, suggereert Entius, heeft Nola nooit helemaal begrepen wat er is gebeurd op die heuvel, of wat de betekenis ervan was. Nola schrikt van haar eigen woorden, die ‘hol’ klonken, haar zinnen ‘leeg en van iedere emotie ontdaan.’

Geen oplossing

Dan breekt abrupt het tweede deel van Abdoel en Akil aan, waarin Doris centraal staat. In tegenstelling tot haar vroegere vriendin lijkt Doris in eerste instantie heel goed door te hebben wat er is gebeurd in Frankrijk. Zij is daardoor verlamd door angst geworden: wanneer ze op straat ‘donkere’ jongens ziet aankomen, denkt ze, ‘geen mens die in kan grijpen als het moet.’ Juist die vrees staat Doris in de weg goed zicht te krijgen op wat er is gebeurd. Telkens het potentiële gevaar ontlopen is geen oplossing.

Bovendien wordt zij meer dan Nola geplaagd door haar geweten: was de gevangenisstraf voor Abdoel en Akil wel rechtvaardig? Was het niet te zwaar? Een klinkend antwoord op die vraag wordt in deze roman niet gegeven, des te meer raakt de lezer ervan doordrongen dat het in vragen over justitie juist vaak niet om de feiten gaat, maar eerder om interpretatie.

Enkele woordjes

Dat inzicht wordt des te sterker in het derde en laatste deel van Abdoel en Akil, waar Nola en Doris’ levens elkaar weer kruisen. Daar trekt Entius het kleed onder haar personages vandaan, zonder daar gewichtig of moeilijk over te doen – in zekere zin is die metafoor al te theatraal. Het gaat hier niet om grote uitspraken over het leven, maar juist om de invloed die kleine beslissingen, enkele woordjes op een complete levensloop kunnen hebben. Hoe gebeurtenissen van vroeger tot op vandaag doorwerken. En dat is het mooie van deze roman, die zeer wel Entius’ beste tot nu toe zou kunnen zijn. Een kleinood dat nagalmt als de grootste kerkklok.

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

Indiaantje spelen

recensie: De Hotshop – cooler dan de Warme Winkel - INDIAAN

Met INDIAAN voert het jonge talentencollectief van De Warme Winkel een sterke performance op, maar laat de politieke discussie links liggen.

INDIAAN is de nieuwe voorstelling van De Hotshop – cooler dan de Warme Winkel getiteld; een tikkeltje provocerend, de blokletters bijna pesterig. Het doet al raden dat De Hotshop zich hiermee op een thema heeft geworpen dat een wezenlijk probleem vormt in de kunst: de representatie van de Ander. Want hoewel de discussie in Nederland aanzienlijk minder speelt – we missen er de historische achtergrond waarschijnlijk voor – weten ze in Amerika al lang dat “cowboytje en indiaantje” spelen lang niet zo onschuldig is als het lijkt. Hoe beeld je de Ander uit, zonder te vervallen in suffe stereotypes of week romanticisme? Met die vraag speelt De Hotshop in INDIAAN.

De voorstelling opent met ‘Colors of the Wind’ van Disney ’s Pocahontas. Het nummer is een treffend voorbeeld van de neiging tot romantisering: de indiaan als Nobele Wilde, die nog over de kennis beschikt die ‘Wij’ al lang verloren zijn. Het is ook de variant van exotisme die allereerst door de spelers belichaamd wordt, om later onderuit te kunnen halen.

‘We zijn ook allemaal veel te wit’

In eerste instantie lijken de makers een theatrale variant van “indiaantje spelen” neer te gaan zetten. De kostuums – een mix van clichématige veren in het haar en badslippers aan de voeten – zijn geestig en de performance is sterk; al wordt de rust in het middendeel wel erg lang opgezocht. Vervolgens – wanneer de spelers uit hun rol zijn geschoten – gaat het meer neigen naar een spreekbeurt over de indianen. De ironische omkering waarin dit alles bevraagd wordt, komt pas vrij laat in de voorstelling, in een komische monoloog: ‘We zijn ook allemaal veel te wit!’ roept een van de spelers (Joke Emmers) terwijl ze haar verentooi gefrustreerd op de grond gooit, niet langer bereid om nog mee te dansen rondom een totempaal.

Ondanks de ironische bodem, hapert het ergens. Nergens wordt het echt ongemakkelijk (al is het goed te verdedigen dat dit het publiek en niet de makers te verwijten is) en wanneer de ironische bedoeling van de makers naar boven komt, ligt het er wel erg dik bovenop. ‘Dit is niet oké!’ roept Joke Emmers vele malen in haar slotmonoloog. Maar dat wisten we stiekem al, dus wat leren we precies? In een tijd dat white-washing in Hollywoodfilms en de praktijk van Zwarte Piet, heftig bediscussieerd worden, had INDIAAN een interessante toevoeging aan de discussie kunnen bieden, maar daarvoor worden nu te weinig nieuwe inzichten geleverd.

 

Reageer op dit artikel

Wakefield
Film / Films

Huwelijkse trouw op de zolder van de garage

recensie: Wakefield
Wakefield

Howard Wakefield (Bryan Cranston) is een succesvol advocaat, trouw echtgenoot en vader van een tweeling. Hij reist met de trein naar en van zijn werkplek. Door een stroomstoring komt hij vast te zitten en peinst over zijn dagelijkse beslommeringen. Uiteindelijk wandelt hij naar huis en kijkt door het raam naar zijn eega en twee dochters. Wordt hij gemist? Is zijn aanwezigheid noodzakelijk? Hij wandelt door naar de garage op zoek naar een stoel. Na een ruzie die ochtend gaat hij een voorspelbare ervaring met zijn vrouw nog even uit de weg. Bovenin de garage vindt hij een plek en kan door het raam naar zijn familie kijken. Zijn vrouw belt en Wakefield laat de telefoon overgaan.

De Amerikaanse schrijfster Robin Swicord schreef eerder de scripts voor Memoirs of a Geisha en The Curious Case of Benjamin Button. Beide films werden hits. Bij Wakefield kroop ze tevens in de stoel van de regisseur. De Amerikaanse brengt met deze film een origineel verhaal naar het filmdoek. Acteur Bryan Cranston is bij velen bekend van de serie Breaking Bad. Ook op het witte doek overtuigt hij de laatste jaren met rollen in Godzilla, Trumbo en The Infiltrator. In Wakefield is hij aanstichter van veel onverwachte gebeurtenissen, vertelt hij het verhaal en komt na bijna twee uur met de oplossing.

De vermiste echtgenoot

Na vijftien jaren huwelijk gaat Howard Wakefield niet naar binnen. In een opwelling besluit hij niet de sleutel in het slot van de voordeur te steken. Veel in zichzelf pratend kijkt hij naar zijn huwelijk en denkt na over de liefde voor zijn vrouw en kinderen. Hij besluit voor een nacht zijn perfecte leven te laten en houdt zich schuil. De volgende ochtend ziet hij het gezin op gang komen, zijn vrouw belt, de kinderen gaan naar school en er stopt een politieauto. De vermiste echtgenoot wordt besproken. Wakefield voorspelt elke emotie bij zijn vrouw, ziet elke traan van veraf aan komen rollen. Hij wil even uitstel, niet de confrontatie met zijn echtgenoot en niet uitleggen waarom hij een nacht in de garage is gebleven. En na de eerste nacht volgt een tweede.

Heden en verleden

Het gegeven is nogal eenvoudig: echtgenoot besluit ’s avonds niet naar huis te gaan en verdwijnt. In de film zit hij bovenin de garage en ziet de reacties van zijn familieleden. Om het verhaal inhoud te geven wordt er veel teruggekeken. De ontluikende romance, de geboorte van de dochters en de bezigheden van zijn vrouw komen aan de orde. Alles wordt becommentarieerd door Howard Wakefield. Tevens neemt hij de kijker mee naar de herinneringen en gedachten die bij hem naar boven komen. Door het raam kijkt hij naar zijn verleden en ziet hij ook zijn eventuele toekomst.

Feelgood met beperkingen

Wakefield is een film waarin Bryan Cranston in elke scène aanwezig is. De rol van echtgenote, gespeeld door Jennifer Gardner, is klein, de dochters zijn pubers zonder problemen. Het is zeker geen saaie film, maar wel een verhaal met beperkingen. Voor de kijker is de uitkomst van de film namelijk weinig verrassend, het open einde zelfs wat teleurstellend. Swicord heeft met een herkenbaar thema vooral een feelgood movie gemaakt. Wakefield is een warme film met een goed acterende Bryan Cranston, maar mist daardoor de nodige verrassende wendingen om echt te beklijven.

Reageer op dit artikel

Harstad - Podium
Boeken / Fictie

Wachten op de toekomst

recensie: Johan Harstad - Max, Mischa & het Tet-offensief
Harstad - Podium

Het is even doorbijten, de ruim twaalfhonderd pagina’s van Max, Mischa & het Tet-offensief, maar de aanvankelijke weerstand gaat snel voorbij. De betovering van deze coming-of-age roman over identiteit en – het zal ook eens niet – de liefde, is fenomenaal. Gewoon laten gebeuren.

‘We eroderen. Net als de plekken waar we vandaan komen,’ aldus Max Hansen, toneelschrijver en regisseur. Hij is op tournee met zijn laatste toneelstuk en brengt de nachten door in zijn auto op verschillende parkeerplaatsen. De slapeloosheid drijft hem uit zijn hotelkamer, de duisternis en de stilte brengen hem in een staat van beschouwing die een terugblik op zijn leven mogelijk maakt. ‘Ik schrijf dit voordat ik het vergeet.’

De dag begint

Max komt oorspronkelijk uit Stavanger, Noorwegen en is op puberleeftijd geëmigreerd naar de VS. Zijn linkse hippieouders kozen voor het ruime perspectief dat het land van de onbegrensde mogelijkheden hen te bieden had. Dat levert schrijver Johan Harstad (1979) zijn eerste thema op: hoe te aarden in een nieuwe, onbekende wereld die tegelijkertijd verheerlijkt en gewantrouwd wordt? De eerste zin in Max, Mischa & het Tet-offensief drukt zowel Max als de lezer direct met de neus op de feiten:

De dag begint. Niets aan te doen. Niets, door niets en niemand niet.

Het leven moet geleefd worden en dat zullen we weten ook. Max manoeuvreert zichzelf vanuit opstandigheid richting de omarming van zijn nieuwe omgeving. Hij leert Mordecai kennen, vriend voor het leven en geestverwant waar het de liefde voor het toneel betreft. Via hem komt hij in contact met de intrigerende Mischa en Max wordt hopeloos verliefd op de zeven jaar oudere kunstenares. Harstad laat zijn personages in het onderling aantrekken en afstoten de dynamiek van het samenzijn ondergaan. De verbondenheid is intens maar tegelijkertijd uiterst kwetsbaar, niet in de laatste plaats door invloeden van buitenaf.

De liefde overwint

Dwars door het verhaal van Max vlecht de schrijver de wederwaardigheden van Owen, de oom van Max. Owen, of eigenlijk Ove, is ook ooit naar de VS vertrokken en heeft zich in de jaren zeventig vrijwillig aangemeld bij het Amerikaanse leger om naar Vietnam uitgezonden te worden. Hier legt Harstad prachtige verbindingen met de jonge Max, die volledig in de ban is van de Vietnamfilm Apocalyps Now en een nogal gekleurd beeld heeft van de impact van die oorlog. De ijzersterke afwisseling tussen tragiek en welvaren wordt door de schrijver tot in het uiterste doorgevoerd, waarbij hij soms vervalt in uitweidingen en opsommingen die langer dan een paar bladzijden doorlopen. Niet vervelend; de aankleding van deze geschiedenis is overtuigend en alles lijkt op de juiste plaats te staan.

Hoe de onderlinge verhoudingen tussen Max, Mischa, Mordecai en Owen eroderen onder invloed van tijd wordt door Harstad op een magische wijze verwoord. Daarbij krijgt de buitenwereld een belangrijke rol: de Vietnamoorlog, de val van de Berlijnse Muur, de WTC-aanslagen en de verwoestende orkaan Sandy. Het vogelperspectief van de schrijver dringt diep door in de relaties die moeizaam overeind worden gehouden. Een confrontatie van belangen ligt vanzelfsprekend voor de hand.

Toch is het de liefde die in dit epos lijkt te overwinnen, met een natuurlijke bevlogenheid die ondersteund wordt door de kunsten. Harstads totaaltheater is doorspekt met scènes over de schilderkunst van Mischa, het acteren van Mordecai, de muziek van Owen en de toneelstukken van Max. Alle kunstuitingen zijn fictief, maar met een doorlopende vingerwijzing naar het belangrijkste thema van dit boek: wachten. Het ongedurige wachten dat begint in de jeugd en vervolgens niet meer ophoudt, het verlangen naar meer en beter terwijl alles ondertussen gewoon doorgaat. Er is geen houden aan: de volgende dag begint.

Reageer op dit artikel

Muziek / Album

Hemelse klanken

recensie: Paradisia – Sound of Freedom

Bij de eerste klanken van ‘Tell Me’, het openingsnummer van het debuutalbum van Paradisia, krijg je het hemelse gevoel dat dit wat speciaals is. Sound of Freedom houdt dat bijzondere gevoel het hele album vast.

Het damestrio uit London nam het album op in Berlijn. Een bijzondere keuze om niet in de UK op te nemen, waar zoveel muziek vandaan komt. Het geluid is overigens glashelder; daar mag geen misverstand over bestaan. En misschien is dàt wel het geluid dat bij Berlijn hoort.

Magie van de samenzang

Wie op het wereldwijde web wat zoekt over deze band, komt van alles tegen wat Paradisia zo bijzonder maakt. Maar je vindt ook zaken, die Paradisia helemaal niet nodig heeft, omdat de muziek zo wonderschoon is. Een hoes met ontklede dames – van achteren gezien – op de single ‘Warpaint’ is bijvoorbeeld niet nodig om luisteraars naar deze muziek te lokken.

Het meest opvallende nummer van het album Sound of Freedom is ongetwijfeld een heel bijzondere uitvoering van Bruce Springsteen’s ‘Dancing in the Dark’. Als je deze uitvoering gehoord hebt, denk je voortaan aan deze dames als je Springsteen’s hit op de radio hoort. Het is een gedurfde cover in een fraai nieuw damesjasje, dat heel goed naast de mega-hit van de Amerikaanse rocker kan bestaan. Paradisia verschuilt zich allerminst in de schaduw van deze grootheid, maar geeft Springsteen een folk-pop-podium voor zijn mooie compositie. Zo mooi, dat je bij de eerste tonen helemaal niet in de gaten hebt dat je naar deze bekende hit luistert. Maar zodra ze gaan zingen kan je niet meer om de tekst heen, die iedere muziekliefhebber zal herkennen. Hier bewijzen de dames opnieuw dat hun kracht ligt in de samenzang van hun stemmen, die magie voortbrengen als ze samenklinken.

Muzikaal verwennen

Paradisia bestaat uit Sophie-Rose Harper, Anna Pesquidous en Kristy Buglass. Sophie-Rose en Kristy verzorgen de vocalen. Kristy speelt toetsen en de bijzondere harpklanken worden gemaakt door Anna. Het zijn de samenzang en de harpgeluiden, die het hart van Paradisia vormen en voor aantrekkingskracht zorgen. Dat het geluid van het album zijn wortels heeft in de jaren zeventig zal niemand deren. In plaats van gedateerd klinkt het eerder vertrouwd.

Paradisia wordt door de collega-muzikanten opgemerkt, ondanks dat ze pas startende sterren zijn. Ze stonden al in het voorprogramma van Laura Mvula, Tom Jones, Bruce Springsteen, Paolo Nutini en Birdy. Ondertussen zijn ze al geboekt door Carole King, Imany en Michael Kiwanuka. Dat is meteen een fraaie lijst van aanbeveling.

Met bovenstaande lijkt het dan ook geen vergezochte aanname dat Paradisia een mooie toekomst tegemoet gaat. Het kan haast niet anders of Sound of Freedom vindt zijn weg moeiteloos naar de muziekliefhebber van kwaliteitsmuziek. Paradisia zal je oren strelen, verwarmen en verwennen.

Reageer op dit artikel

Boeken / Non-fictie

Nzume schrijft menselijk, relativerend en toegankelijk

recensie: Anousha Nzume - Hallo witte mensen

‘Een product uit het giffabriekje dat identiteitspolitiek heet,’ oordeelde Elma Drayer in haar column in de Volkskrant over Anousha Nzume’s Hallo witte mensen. Een raar verwijt: dit boek is niet perfect, maar een dergelijk product is het niet.

Veel mensen gaan al steigeren zodra ze woorden als ‘culturele toe-eigening’ en ‘wit privilege’ horen. En het klopt dat tot er discussies over identiteit en etniciteit gevoerd worden die niet boven de privébesognes van de deelnemers uitstijgen. Maar zo’n boek is Hallo witte mensen van Anousha Nzume overduidelijk niet: Nzume grondt wat ze zegt duidelijk in discussies over macht en ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen van verschillende etnische achtergronden. Er is dus geen sprake van particulier ‘geneuzel’, van ‘geklaag’ van iemand die zich achtergesteld voelt en daarom via een boek haar ‘gelijk’ probeert te halen.

Cruciale bijdrage

Hallo witte mensen is een cruciale bijdrage aan het publieke debat en de discussie over diversiteit en de omgang met verschil en pluraliteit in onze samenleving. Als witte Nederlander hoef je het niet met alles eens te zijn wat Nzume in Hallo witte mensen schrijft, maar te vaak blijkt dat niet eens over de basisaannamen overeenstemming bestaat. Hierdoor ontaardt elke discussie in een scheldpartij en lijkt iedereen aanstoot aan elkaar te nemen, in plaats van tot begrip en inzicht te komen. Dit is absurd. Een aantal historische feiten valt niet te ontkennen: dat Nederland honderden jaren lang een groot overzees rijk heeft gehad, dat ons land actief bij de slavenhandel betrokken was, dat ter legitimatie van deze ondernemingen allerlei racistische representaties van de zogenaamd inferieure ‘niet-witte’ gemobiliseerd werden. En dat deze processen nog steeds na-ebben, en niet in een paar decennia totaal verouderd zijn geworden.

Waar Nzume toe oproept, en met haar vele activisten, academici en anderen, waarvan een aantal hun opwachting maakt in Hallo witte mensen, is een zekere zelfreflexiviteit, een bewustzijn van ieders positie. Wie wij zijn en, belangrijker, hoe anderen ons zien, wordt voor een niet onaanzienlijk deel bepaald door hoe we eruitzien: man/vrouw is zo’n tweestelling, net als arm/oud en klein/groot. Ook zaken die in eerste instantie niks te maken hebben met ons uiterlijk, zoals rijkdom en seksualiteit, kunnen vaak afgelezen worden aan bijvoorbeeld iemands kleding en spraak. Over dit alles, zegt Nzume al vroeg in het boek, gaat Hallo witte mensen: dit boek gaat expliciet over kleur. Dus in plaats van te ontkennen dat iemands identiteit zich langs meerdere assen vormt, licht Nzume één zo’n as uit.

Toon

Het probleem met Hallo witte mensen is dus niet de insteek die het boek heeft, maar de toon waarop Nzume haar inzichten aanreikt. Al in de titel spreekt ze haar lezers direct aan, en dat blijft ze het hele boek doen. Vaak worden paragrafen of secties aan elkaar verbonden door frases als ‘je zult het nu wel doorhebben…’ of ‘Wat nu, lieve witte mensen?’ Ze houdt de afstand tussen tekst en lezer zo klein mogelijk. Aan de ene kant voorkomt ze zo dat Hallo witte mensen een droog academisch traktaat wordt, aan de andere kant bestaat het gevaar dat de vertelstem tot een imaginaire (witte) lezer spreekt, waardoor niemand zich echt aangesproken voelt. ‘Maar dit ken ik al,’ kan een lezer denken. ‘Ik ben mij al van deze dingen bewust.’ Onbedoeld creëert Nzume zo een vluchtweg.

Toch lijkt het alsof deze vertelstem soms de toegankelijkheid van de tekst in de weg zit. Nzume legt over het algemeen helder uit en is vooral op dreef tijdens anekdotes en illustraties van de meer theoretische begrippen. Deze verhalen zijn vaak plaatsvervangend beschamend of onbedoeld grappig. Ze tonen gestuntel, ook van Nzume zelf en zijn daardoor menselijk, relativerend en toegankelijk. Vooruitgang komt niet op een wit paard, maar komt juist door dat vallen en opstaan, door met elkaar te praten over grieven en obstakels. Op zulke momenten maakt Nzume het beste pleidooi voor haar zaak.

Reageer op dit artikel

Jhumpa Lahiri -Atlas Contact
Boeken / Non-fictie

De auteur is het boek

recensie: Jhumpa Lahiri - De kleren van het boek
Jhumpa Lahiri -Atlas Contact

Pulitzerprijs-winnares Jhumpa Lahiri geeft in 2015 een lezing over haar bijzondere verhouding met het uiterlijk van boeken in het algemeen en dat van haar eigen boeken in het bijzonder. In De kleren van het boek is deze kritische overdenking op papier gezet.

Voor een schrijver moet het een vreemde gewaarwording zijn: je bent jarenlang bezig je nieuwste spruit het levenslicht te laten zien, een intensief proces van scheppen en schaven, en als jouw woorden in boekvorm worden gepresenteerd, komt de verpakking opeens als een verrassing uit de lucht vallen. Het boekomslag blijft een discutabele aangelegenheid waarover de meningen uiteen blijven lopen. Dat gegeven heeft Lahiri aangegrepen om haar persoonlijke visie op papier te zetten. Resultaat: een nogal eenzijdige verhandeling over hoe een boek eruit zou moeten zien.

Familieband

Als het boek het geestelijk eigendom is van de schrijver, kan het omslag onmogelijk ‘ingekleurd’ worden door iemand anders. Dat is kortweg de mening van Lahiri. ‘Ook al bestaat het omslag om mijn woorden te beschermen, zodra het eraan komt, en een brug vormt tussen mij en de lezers, voel ik me kwetsbaar’. De schrijver heeft zelf, zo blijkt, geen enkele invloed op het omslagontwerp van haar boeken, wat nogal vreemd is omdat vrijwel iedere auteur in de hedendaagse boekenwereld een vinger in de pap krijgt als het om de uiterlijke vorm gaat. Er zijn schrijvers die de volledige regie opeisen, schrijvers die verlangens en suggesties aandragen en schrijvers die de uitgever en ontwerper geheel de vrije hand laten. De lijdzaamheid van Lahiri, uitmondend in een klagende opstandigheid, zorgt voor een sterk overtrokken weergave van de werkelijkheid.

Een lelijk omslag voelt als een vijand, onuitstaanbaar.

Wat wil deze bestellerauteur dan wel? Als voorbeeld laat ze de eerste druk van A room of one’s own (1929) van Virginia Woolf zien. Het omslag is ontworpen en getekend door kunstenares Vanessa Bell, zuster van de schrijfster. Hier is voor Lahiri duidelijk dat de familieband zorgt voor een zogenaamde ‘optische echo’: Bell kent Woolf door en door, kent haar werk en heeft er veel waardering voor, dus is een omslag van de hand van Bell bij voorbaat al een succes. Deze absurde conclusie wordt deels onderuit gehaald door de geschiedenis: Vanessa Bell blijkt A room of one’s own nooit gelezen te hebben.

Zelfportret

Nog een voorkeur van Lahiri: boekomslagen die behoren tot een reeks. Ze vergelijkt dat met de onderscheidende schooluniformen in het India van haar jeugd. Die sobere en krachtige herkenbaarheid is wat het boek ook zou moeten hebben, een sterke identiteit maar verder voornamelijk anoniem. Nog radicaler wordt het als ze voorstelt het omslag geheel weg te laten, zoals gebruikelijk was bij oude bibliotheekboeken. Een boek met een kartonnen kaft waarop alleen titel en auteursnaam staan, dat is de meest ideale situatie waarbij het boek – de woorden van de schrijver – zonder verstoring van enig beeld de lezer kan bereiken.

Het is duidelijk dat Jhumpa Lahiri moeilijk te pleasen is met de omslagen van haar boeken. Dat blijkt het belangrijkste criterium te zijn: het omslag dient de schrijver te behagen. In deze geforceerde aanklacht – lezing en essay ineen – gaat ze volledig voorbij aan de positie van het boek als product in de boekhandel, aan de functie en werking van de uitgeverij als handelshuis én aan de kennis en kunde van de ontwerper. Ze suggereert tot slot nog een schilderij van Matisse of Morandi op haar omslagen te zetten, want ‘ik herken mezelf in de abstracte blik’. Dan volgt de fraaiste oplossing: een portretfoto van de schrijver zelf, zoals op de Nederlandse uitgave van haar bundel In other words is gebeurd. Niet uit ijdelheid, echt niet, maar toch: ‘Uiteindelijk is de auteur het boek. Beter een foto van mijzelf dan een of andere irritante, irrelevante afbeelding’.

Reageer op dit artikel