Berichten

Theater / Voorstelling

Een revue als nooit tevoren

recensie: KemnaSenf – De Alex Klaassen Revue Showponies

Wat kan Alex Klaassen jou niet bieden? De veelzijdige (musical)acteur én geniale tekstschrijver komt nu na vele andere successen (Lang en Gelukkig, Woef Side Story en De Gelaarsde Poes) met de volgende extravagante, unieke voorstelling. In De Alex Klaassen Revue Showponies zien we Klaassen in allerlei vormen en gedaantes, samen met een geweldig ensemble, de meest waanzinnige sketches uitkramen en ontroerende liedjes vertolken. Humor is de pijler waarop deze revue is gevestigd en lachen is verzekerd.

Met inmiddels 6 Musical Awards op zak, is Alex Klaassen niet meer weg te denken uit de Nederlandse theaterwereld. Hij valt niet te omzeilen op de Nederlandse televisiezenders, waar hij op NPO 3 in de kinderprogramma’s Het Klokhuis, Missie Aarde en Welkom in de Gouden Eeuw speelde. Menigeen kent hem als de stylist Yari in Gooische Vrouwen, één van de vele typetjes die Klaassen tot in de kleinste details speelt. Dát is Klaassens grote kracht: zich kunnen verdiepen in zoveel mogelijk gedaantes en deze met alle hilariteit van dien aan het grote publiek tonen. In Showponies vormen Klaassen en zijn achtkoppige theatergezelschap in de eerste scène een klas gewillige paardenmeisjes- en jongens die op ponykamp gaan. In wezen zijn zij allemaal showponies of – in Klaassens eigen woorden – ‘een lekker extravert iemand die houdt van glitter, van verkleden en van dansen’. Het decor wisselt continu en razendsnelle verkleedpartijen zijn nodig om afwisselend een scène met misdienaars te kunnen spelen en dan – hup, hup, hup – een scène uit een sprookje.

De voorstelling is een mengelmoes van toneel, musical, cabaret en sketches. Op de vraag of dat niet een tikkeltje overdreven is, kan geruststellend worden geantwoord dat alles goed en wel afgewogen in de juiste dosering aan bod komt. De teksten van zowel de sketches als de liedjes zijn volkomen nonsens, maar wel heel grappig door de perfecte timing waarmee iedere zin en ieder woord wordt neergezet. Zoals gezegd: aan komische momenten genoeg in deze voorstelling, maar zo nu en dan is het ook pijnlijk confronterend. Klaassen kan namelijk heel goed de gedragingen van de mens uitvergroten in zijn spel, waarmee hij ons als publiek laat inzien hoe absurd we soms als samenleving bezig zijn. Het belangrijkste thema lijkt voornamelijk homoseksualiteit te zijn: de acceptatie en de afwijzing in onze samenleving daarvan en hoe er actueel naar gekeken wordt. Dit alles wordt bezongen in de meest hilarische liedjes (bv. in een operalied over de homo-app Grindr).

Nough-tea Alex

Het eerder gekozen woord ‘ensemble’ dekt niet helemaal de lading. De achtkoppige cast die zich schaart achter meesterbrein Klaassen, bestaat uit bekende acteurs (Freek Bartels, Daniël Cornelissen en Jip Smit) en aanstormende talenten (Jolijn Henneman, Roman Brasser, Kiefer Zwart, Stef van Gelder en Cripta Scheepers). Zij draaien mee in dit rariteitencircus alsof dit soort uitdagend vreemde rollen op hun lijf geschreven zijn. Bovendien zijn de dansjes aanstekelijk, de pastelkleurige pakken prachtig en de attributen zijn bijzonder multifunctioneel vormgegeven (wat het lachsalvo vanuit de zaal extra doet oplaaien). Er zijn twee zaken die boven dit alles uitsteken: het razendsnelle tempo waarin de scènes elkaar afwisselen en de teksten van de liedjes. Deze maken dat je op de terugweg naar huis de meest onlogische zinnen probeert op te halen uit je herinneringen en tot de slotsom komt dat de liedjes zijn geënt op al bestaande liedjes (bv. van ABBA).

De voorstelling is opgedeeld in twee duidelijke delen, waarbij de vervormde bestaande liedjes vooral in het eerste deel voorkomen. Het eerste deel tot aan de pauze bestaat uit een snelle afwisseling van genres. In het tweede deel lijkt een grote droom van Klaassen werkelijkheid te worden: opgedirkt in een flamboyante jurk met pailletten, draagt hij een blonde pruik met krullende lokken en is hij opgetut met een lading make-up. In het tweede deel brengt hij een ode aan alle vrouwelijke supersterren van weleer (o.a. Liza Minelli en Judy Garland), omdat ‘alle goede nummers voor vrouwen geschreven zijn’. Dit tweede deel is persoonlijker van aard en hierin wordt meer over Klaassen als artiest opgemerkt – met de nodige dosis zelfspot uiteraard (‘Hoe drinkt Barbra Streisand haar tea? Nough-tea? Hones-tea?’).

De voorstelling Showponies is niet voor tere zieltjes. Zoals al uit de poster van deze voorstelling blijkt: het is allemaal reuzeflauw. Wie naar deze voorstelling gaat, moet geen equivalent van de 19e-eeuwse variété programma’s uit Frankrijk verwachten, maar eerder een over de top gelijkenis met revues als die van André van Duin. Eén waarin humor centraal staat en dit zowel middel als doel van de voorstelling is. Voorwaarde is dat je Alex Klaassen van tevoren moet omarmen: om zijn genialiteit en zijn artisticiteit, maar bovenal om zijn zelfspot. Mocht daarvan nu nog geen sprake zijn: deze voorstelling verlaat je niet zonder kriebelende gevoelens in je buik voor Klaassen.

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

Een revue als nooit tevoren

recensie: KemnaSenf – De Alex Klaassen Revue Showponies

Wat kan Alex Klaassen jou niet bieden? De veelzijdige (musical)acteur én geniale tekstschrijver komt nu na vele andere successen (Lang en Gelukkig, Woef Side Story en De Gelaarsde Poes) met de volgende extravagante, unieke voorstelling. In De Alex Klaassen Revue Showponies zien we Klaassen in allerlei vormen en gedaantes, samen met een geweldig ensemble, de meest waanzinnige sketches uitkramen en ontroerende liedjes vertolken. Humor is de pijler waarop deze revue is gevestigd en lachen is verzekerd.

Met inmiddels 6 Musical Awards op zak, is Alex Klaassen niet meer weg te denken uit de Nederlandse theaterwereld. Hij valt niet te omzeilen op de Nederlandse televisiezenders, waar hij op NPO 3 in de kinderprogramma’s Het Klokhuis, Missie Aarde en Welkom in de Gouden Eeuw speelde. Menigeen kent hem als de stylist Yari in Gooische Vrouwen, één van de vele typetjes die Klaassen tot in de kleinste details speelt. Dát is Klaassens grote kracht: zich kunnen verdiepen in zoveel mogelijk gedaantes en deze met alle hilariteit van dien aan het grote publiek tonen. In Showponies vormen Klaassen en zijn achtkoppige theatergezelschap in de eerste scène een klas gewillige paardenmeisjes- en jongens die op ponykamp gaan. In wezen zijn zij allemaal showponies of – in Klaassens eigen woorden – ‘een lekker extravert iemand die houdt van glitter, van verkleden en van dansen’. Het decor wisselt continu en razendsnelle verkleedpartijen zijn nodig om afwisselend een scène met misdienaars te kunnen spelen en dan – hup, hup, hup – een scène uit een sprookje.

De voorstelling is een mengelmoes van toneel, musical, cabaret en sketches. Op de vraag of dat niet een tikkeltje overdreven is, kan geruststellend worden geantwoord dat alles goed en wel afgewogen in de juiste dosering aan bod komt. De teksten van zowel de sketches als de liedjes zijn volkomen nonsens, maar wel heel grappig door de perfecte timing waarmee iedere zin en ieder woord wordt neergezet. Zoals gezegd: aan komische momenten genoeg in deze voorstelling, maar zo nu en dan is het ook pijnlijk confronterend. Klaassen kan namelijk heel goed de gedragingen van de mens uitvergroten in zijn spel, waarmee hij ons als publiek laat inzien hoe absurd we soms als samenleving bezig zijn. Het belangrijkste thema lijkt voornamelijk homoseksualiteit te zijn: de acceptatie en de afwijzing in onze samenleving daarvan en hoe er actueel naar gekeken wordt. Dit alles wordt bezongen in de meest hilarische liedjes (bv. in een operalied over de homo-app Grindr).

Nough-tea Alex

Het eerder gekozen woord ‘ensemble’ dekt niet helemaal de lading. De achtkoppige cast die zich schaart achter meesterbrein Klaassen, bestaat uit bekende acteurs (Freek Bartels, Daniël Cornelissen en Jip Smit) en aanstormende talenten (Jolijn Henneman, Roman Brasser, Kiefer Zwart, Stef van Gelder en Cripta Scheepers). Zij draaien mee in dit rariteitencircus alsof dit soort uitdagend vreemde rollen op hun lijf geschreven zijn. Bovendien zijn de dansjes aanstekelijk, de pastelkleurige pakken prachtig en de attributen zijn bijzonder multifunctioneel vormgegeven (wat het lachsalvo vanuit de zaal extra doet oplaaien). Er zijn twee zaken die boven dit alles uitsteken: het razendsnelle tempo waarin de scènes elkaar afwisselen en de teksten van de liedjes. Deze maken dat je op de terugweg naar huis de meest onlogische zinnen probeert op te halen uit je herinneringen en tot de slotsom komt dat de liedjes zijn geënt op al bestaande liedjes (bv. van ABBA).

De voorstelling is opgedeeld in twee duidelijke delen, waarbij de vervormde bestaande liedjes vooral in het eerste deel voorkomen. Het eerste deel tot aan de pauze bestaat uit een snelle afwisseling van genres. In het tweede deel lijkt een grote droom van Klaassen werkelijkheid te worden: opgedirkt in een flamboyante jurk met pailletten, draagt hij een blonde pruik met krullende lokken en is hij opgetut met een lading make-up. In het tweede deel brengt hij een ode aan alle vrouwelijke supersterren van weleer (o.a. Liza Minelli en Judy Garland), omdat ‘alle goede nummers voor vrouwen geschreven zijn’. Dit tweede deel is persoonlijker van aard en hierin wordt meer over Klaassen als artiest opgemerkt – met de nodige dosis zelfspot uiteraard (‘Hoe drinkt Barbra Streisand haar tea? Nough-tea? Hones-tea?’).

De voorstelling Showponies is niet voor tere zieltjes. Zoals al uit de poster van deze voorstelling blijkt: het is allemaal reuzeflauw. Wie naar deze voorstelling gaat, moet geen equivalent van de 19e-eeuwse variété programma’s uit Frankrijk verwachten, maar eerder een over de top gelijkenis met revues als die van André van Duin. Eén waarin humor centraal staat en dit zowel middel als doel van de voorstelling is. Voorwaarde is dat je Alex Klaassen van tevoren moet omarmen: om zijn genialiteit en zijn artisticiteit, maar bovenal om zijn zelfspot. Mocht daarvan nu nog geen sprake zijn: deze voorstelling verlaat je niet zonder kriebelende gevoelens in je buik voor Klaassen.

Reageer op dit artikel

Kunst / Expo binnenland

Dichterlijke schilder

recensie: Paula Modersohn-Becker. Tussen Worpswede en Parijs

Na recente exposities met werk van haar in Parijs (2016) en een overzichtstentoonstelling  in Hamburg (2017) volgt nu Enschede; de kunst van Paula Modersohn-Becker (1876-1907) krijgt inmiddels de aandacht die het verdient.

In Rijksmuseum Twenthe valt de nadruk in de eerste plaats op – zoals de achterflap van de fraaie en informatieve catalogus het noemt – de ‘dialoog tussen Worpswede en Parijs.’ Worpswede – het kunstenaarsdorp onder de rook van Bremen, en Parijs – waar de moderne kunst een internationale ontwikkeling doormaakte. Was ze in Parijs, dan had Modersohn-Becker heimwee naar Noord-Duitsland, was ze in Worpswede, dan verlangde ze er weer naar om in het levendige Parijs te zijn, waar het allemaal gebeurde.

Binnen deze opzet werd er in Enschede in de tweede plaats, in overleg met het Von der Heydt-Museum in Wuppertal, de grootste bruikleengever, voor gekozen om haar werk te laten zien in relatie tot haar directe omgeving, zowel in Worpswede als in Parijs.
Het heeft een schitterend afgewogen, behapbare expositie op niveau opgeleverd, waarbij ook nog eens leven en werk op een evenwichtige manier worden belicht.

Huizen, berken en maan (ca. 1902) Museen Böttcherstrasse, Paula Modersohn-Becker Museum, Bremen (bruikleen uit privécollectie)

Eenzame berk

Het lijkt er daarbij haast op, of een alleenstaande berk die vanaf 1900 in het werk van Modersohn-Becker opduikt (vanaf Berkenlaan in de herfst) de eenzaamheid uitdrukt die ze in deze tijd ook beschrijft in een brief aan haar ouders: ‘Het aantal mensen met wie ik het aankan over iets wat me na aan het hart ligt en raakt, zal steeds kleiner worden.’ Een romantische interpretatie wellicht, want je kan die berk ook als een vormelement zien, zoals ze dat eerder, in het gras liggend, innerlijk voor zich zag en ontwierp alvorens een penseel ter hand te nemen.

Stilleven met kruik, (1907) Von der Heydt-Museum, Wuppertal

Vorm en evenwicht leert ze in Parijs kennen, in de galerie van Ambroise Vollard, in de stillevens van Cézanne. Twee schilderijen van hem, waaronder een uit de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam, laten dit duidelijk zien. Het is zelfs zó, dat een werk van Modersohn-Becker werd geweigerd voor een tentoonstelling van het Nordwest-deutsche Künstlerverband (1906), omdat het teveel op een Cézanne leek…

Zittend naakt met bloemenvazen (ca. 1907) – Von der Heydt-Museum, Wuppertal

Lichtere toon

De toon van haar werk wordt na de periodes waarin ze in Parijs verkeert, helderder en lichter van toon. Zeker in vergelijking met de aardtinten die haar man Otto Modersohn in dezelfde tijd gebruikt. Van hem zijn op de tentoonstelling ook enkele schilderijen te zien.

Door de collectie van Gustave Fayet maakt Modersohn-Becker in Parijs kennis met het werk van bijvoorbeeld Gauguin. De invloed van diens werk op haar schilderijen is verpletterend; daar is geen voorbeeld van Gauguin – die in Enschede ontbreekt – voor nodig; dat ziet in dit geval de beschouwer met zijn/haar innerlijk oog meteen. Bijvoorbeeld in enkele portretten van zittende vrouwenfiguren.

Alles heeft betekenis

In dezelfde tijd schrijft de dichter Rainer Maria Rilke, die was getrouwd met de beeldhouwster Clara Westhoff, een vriendin van Paula Modersohn-Becker: ‘Wanneer uw dagelijkse omgeving u arm voorkomt, klaag dan niet aan haar, klaag uzelf aan en zeg tot uzelf dat u niet genoeg dichter bent om haar rijkdommen op te roepen: want voor de scheppende kunstenaar is er geen armoede en geen arme plaats zonder betekenis.’ Met in gedachten wellicht de prachtige portretten van oude vrouwen die Paula Modersohn-Becker rond 1897-1899 maakte. Daar begint de expositie mee, nadat je bij de ingang eerst de prachtige buste van  Paula Modersohn-Becker door Clara Westhoff hebt kunnen bewonderen. Allemaal meer dan de moeite waard!

 

Reageer op dit artikel

Boeken / Fictie

Het ondraaglijke lijden

recensie: Esther Gerritsen - De trooster

Esther Gerritsen is de auteur van een fijn en eigenzinnig oeuvre. Met haar nieuwe roman De trooster voegt ze daar een diepgravend hoogtepunt aan toe.

Gerritsen, de schrijver van onder meer de mooie romans Dorst (2012), Roxy (2014) en het Boekenweekgeschenk Broer (2016), toont zich in haar nieuwste boek van haar levensbeschouwelijke kant. De trooster vertelt het verhaal van Jacob, die conciërge is in een klooster waar altijd een groep mensen in retraite is, en hoe hij uit balans wordt gebracht door de komst van de gevallen staatssecretaris Henry Loman. Gerritsens roman is er een over beproeving in aanloop naar en tijdens de heilige week: niet die van Loman, maar die van Jacob.

Gebrekkig lichaam

De roman opent met Jacob die deurposten schuurt: zijn vingers zijn kapot, het hout wordt beetje bij beetje ‘blanker en gladder’. Jacob is geboren met een mismaakt gezicht, maar hij is gelukkig. ‘Ik was tevreden met mijn gebrekkige lichaam, dat brandt en slijt en toch volstaat, dat doet wat het moet doen. Ik verlangde niets.’ Die tevredenheid slaat snel om wanneer de corpulente, zelfverzekerde Loman in het klooster arriveert. Aan hem kleeft een nooit helemaal honderd procent gedefinieerd schandaal dat te maken heeft met macht en seks. In deze tijden zeer voorspelbaar.

De trooster is niet boek waar de mooie zinnen en lyrische beschrijvingen over elkaar heen buitelen; het proza is kaal als de slaapzalen in het klooster. Maar waar de kamers koel zijn – Jacob komt telkens niet toe aan het repareren van de verwarming –, is Gerritsens proza warm. Juist door het afwezig blijven van opsmuk blijkt hoe goed zij de verschillende lagen van haar personages in boort:

Er was een laatste stoel vrij aan het hoofd van de tafel. Henry Loman pakte de stoel en schoof hem aan bij de zijkant. Men zou dat een bescheiden keus kunnen noemen. De echte bescheidenen durven niet in te grijpen in de werkelijkheid zoals die hun wordt gepresenteerd. Een verlegen mens zou ineengedoken aan het hoofd plaatsnemen.

Innerlijk conflict

Langzamerhand wordt zichtbaar welke invloed Loman op Jacob uitoefent. Jacob verzet zich aanvankelijk tegen de agressie waarmee Loman zich in hun gemeenschap nestelt en ruimte inneemt. Maar je ziet hem geleidelijk aan overhellen en in conflict raken met zichzelf; hij wordt aan het wankelen gebracht. En dat allemaal omdat Loman twee uur te vroeg bij het klooster was aangekomen, waardoor Jacob hem noodgedwongen moest ontvangen, in plaats van een van de broeders.

Je kan dat het lot noemen of toeval. De trooster gaat over de kracht van het toeval, over de gebeurtenissen die een leven bepalen. Over de vraag wat wij wel en wat wij niet in de hand hebben, en hoe we daarmee omgaan. Het geloof biedt Jacob houvast en rituelen, zeker in de tijd voor Pasen, die bol staat van dergelijke terugkerende praktijken en symbolen. Het lijden van Christus, de tekst van de mis: voor Jacob zeer belangrijk, maar door de komst van Henry Loman vraagt Jacob zich af wat ze precies betekenen. Uiteindelijk stelt De trooster de vraag die alle grote kunst stelt: hoe te leven? Zoals Jacob zegt nadat hij uit het Goede Vrijdag-gebed wegloopt: ‘De lijdensweg werd me ineens te zwaar.’ Er is iets gekanteld in deze doorleefde roman.

Reageer op dit artikel

Tim Treffers in Japan
Muziek / Interview
special: Interview met Utrechtse muzikant Tim Treffers
Tim Treffers in Japan

Rijzende zon voor muzikanten: het verhaal van Tim Treffers

Van eigen beheer naar een groot platenlabel, op grote posters in platenzaken, volle zaaltjes met een divers publiek en een aanhang van fans die met elk optreden groeit. Geen Nederlandse perikelen, maar een avontuur dat de Utrechtse muzikant Tim Treffers overkwam. 8WEEKLY sprak met Tim over zijn muzikale reis door Japan.

De zogenaamde Blue-eyed Soul (ook wel White Soul) waarin Tim zich begeeft, heeft in Nederland geen groot platform om zich te profileren. Het nogal specifieke genre maakt hier weinig kans tegen de populariteit van de overheersende massamuziek uit de Top 40. Sommige muzikanten zoeken daarom hun heil in het buitenland.

“Ik heb me nooit echt gefocust op bekend worden in Japan, tot meerdere andere artiesten (onder andere Hans Dulfer en Wouter Hamel) vertelden dat het genre waarin wij muziek maken daar veel populairder is dan hier. Destijds had ik één Japanse volger die ik benaderd had en mij vervolgens een lijst van platenlabels stuurde. Ik heb ze allemaal gemaild en mijn eerste album meegestuurd. Eén nachtje slapen later had ik al een reactie van een label dat enthousiast was. Opeens was het een mogelijkheid en vanaf toen ging het allemaal heel snel.”

Het zou nog een tijdje duren voordat Tim de reis daadwerkelijk kon maken. Er moest nog gekeken worden of het album echt marktwaarde in Japan kon hebben. Een erg spannende periode van ruim een maand, maar toen was daar het verlossend antwoord: ze geloven in Tim! De reis naar Japan kon gepland worden.

Land vol verrassingen en mogelijkheden

Uiteindelijk vloog Tim januari jongstleden naar het land van de rijzende zon, maar niet voordat hier een jaar aan voorbereiding in Japan aan vooraf ging. Zijn album moest daar opnieuw uitgegeven worden bij het platenlabel en er moest goed promotie gemaakt worden. Eén van die voorbereidingen was het opnemen van een duet en videoclip in Utrecht met Mimlus Naito Akiko, een Japanse artiest waarmee hij samen een duotour zou gaan doen.

“Mijn eigen begeleidingsband uit Nederland meenemen was te duur, dus heb ik met haar band gespeeld, allemaal conservatoriumstudenten. Er was maar één moment om samen te oefenen. De dag erna begon de reeks optredens.” En dat terwijl de taal nog een behoorlijke barrière vormde. De band spreekt geen Engels en alles moest vertaald worden door Akiko of de Nederlandse tourmanager. Op muzikaal vlak was er wel direct een klik. “We hebben allebei steeds drie kwartier gespeeld, met ons duet als slotstuk. Opmerkelijk was dat het publiek erg divers was; we spreken beiden een andere doelgroep aan die bij onze optredens samenkwamen. De tienermeisjes die voornamelijk voor Akiko kwamen, heb ik ook voor mij gewonnen. Achteraf heb ik veel handen geschud en cadeautjes gekregen. Ik werd er verlegen van.”

 

Albums Tim Treffers

Grote zalen en taferelen met gillende fans bleven uit. Logisch volgens Tim, want Japanners zijn van nature heel nederig en beleefd. Hoewel de zalen iets kleiner waren dan verwacht, treden de grotere artiesten ook in dergelijke live-houses op. “Er is geen tussenmaat, waardoor de zalen snel vol zitten. Het is dat, of gelijk het Tokyo-dome voor zo’n 30.000 man.” Op straat werd Tim niet echt herkend, maar er was wel de artiestfactor. Bij een grote platenzaak hing hij groot op de posters, was er veel promotie van zijn muziek in de winkel en er werd een interview gedaan bij een radiozender in Tokyo. “Ik heb het gevoel dat ik belangrijk was en echt iets gedaan heb om daar aan bij te dragen. Daarbij heb ik veel nieuwe fans uit andere doelgroepen erbij. Zij kopen de platen en staan vooraan bij optredens.”

Geïnspireerd en gemotiveerd

Zijn reis naar Japan is een mooie springplank voor de toekomst. Er is nu een uitgewerkt verhaal, maar de muziek moet het gaan overnemen om het balletje te laten rollen. “Daar ben ik hard voor aan het werk. Er zijn regelmatig tegenslagen, maar je moet niet te snel opgeven. Dat zijn de momenten waarop je moet doorgaan. Elke muzikant loopt er tegenaan. Anderen zeggen: ‘Je hebt Japan, de rest heb je niet meer nodig’. Nederland wordt nu meer een uitdaging. Waarom niet?”

Het Japanse platenlabel gaat weer verder met promoten en Tim is in gesprek met contacten in Zuid-Korea voor een toekomstige tour in Azië. In Nederland gaat hij verder onder eigen beheer. “Mijn netwerk is nu groot genoeg om op door te bouwen en wordt steeds groter. Zolang er een stijgende lijn in zit, blijf ik er zelf in geloven en ga ik door!” Onlangs bracht Tim zijn tweede album Carnival of Life uit in zowel Nederland als Japan, opgenomen met top sessiemuzikanten. De recensies waren lovend. Toekomstplannen zijn er genoeg na het avontuur in Japan, ook voor nieuw materiaal. Tim is enorm gemotiveerd en ambitieus. Dat geeft nieuwe energie. Vanaf september gaat hij met zijn Nederlandse band touren. Houd deze blue-eyed boy in de gaten!

 

Reageer op dit artikel

Campert_recensie
Boeken / Poezie

De laatste worsteling

recensie: Open ogen - Remco Campert
Campert_recensie

De oude meester is gestopt met schrijven, zo werd onlangs bekendgemaakt. Remco Campert (1929) houdt het voor gezien. Met de bundel Open ogen levert hij zijn nieuwste gedichten af ‘voor het laatst en voorgoed’. Niet echt een glorieus afscheid.

Het expressieve beeld op de voorzijde van Open ogen is een nogal dramatisch zelfportret van de dichter. Alsof hij zijn eigen verwarring heeft willen vormgeven. Een verwarring die begrijpelijk is als je op je 88ste, nog geheel bij de pinken, een punt moet zetten achter je schrijversleven omdat het lichaam niet meer wil. Of de geest oververmoeid is. De broosheid van Campert is de laatste jaren meer en meer zichtbaar geworden, terwijl zijn pen als vanouds de boventoon bleef voeren. ‘Aan woorden geen gebrek’, schrijft hij nog optimistisch in deze bundel.

Morele aanklacht

Die woorden zijn in Open ogen een opvallende verbintenis aangegaan met de waan van de dag. Campert heeft besloten in zijn laatste gedichten de boze buitenwereld toe te laten. De bekende thema’s tijd, ouderdom, dood en schrijven worden wat ongemakkelijk afgewisseld door een vlaag achtuurjournaal-werkelijkheid die de lezer met een lichte schok in het heden doet belanden. Een effect dat de dichter bewust heeft opgezocht. De vraag is echter of zijn poëzie door deze in taal gevatte verontwaardiging niet aan kracht en schoonheid heeft moeten inleveren.

Notitie

Ik zag een jongetje zitten
verwezen op een stoeltje
bedekt met bloed
en asgrauw puinstof
onder een huis weggehaald
met bommen bestookt
door Assads moordenaarstroep

dit gedicht helpt hem niet
maar het is genoteerd

Het schrijnende beeld van dat gewonde jongetje is door iedereen gezien in de internationale media, de iconische waarde ervan is in het algemene geheugen opgeslagen. De boosdoener met naam benoemen is een opvallend zwaktebod, een voor Campert ongebruikelijke ingeving die de letterlijke beschrijving van de situatie alleen nog maar overbodiger maakt. ‘Show don’t tell’ is ook in de poëzie een belangrijk uitgangspunt, dat weet de dichter als geen ander. In zijn beschrijvende stijl, een met mijmeringen doorspekte gedachtewereld, was altijd plaats ingeruimd voor een dichterlijke werkelijkheid, maar het noemen van man en paard is zelfs voor Campert een ongewone actie.

Heeft de dichter zich voorgenomen om in zijn laatste gedichten de wereld te wijzen op de gruwelijkheden die we elkaar aandoen? Een opgeheven vingertje dat ons waarschuwend de les leest? Het leidt tot een vorm van theatraal effectbejag dat vrijwel nooit in Camperts oeuvre is opgedoken. Het tegenover elkaar plaatsen van feit en poëzie heeft altijd op een uiterst subtiele wijze zijn vormgeving bepaald, maar regels als ‘bommengordels aangegord/ bliezen de baarden zich rechtvaardig op/ puur en genadeloos in hun jacht op maagden’ lijken meer op een morele aanklacht dan op een poëtische weergave van een gedachtegang.

Zelfgekozen gevangenis

De gewelddadige actualiteit wordt gelukkig ook afgewisseld met de betrokken en speelse Campertiaanse ingetogenheid. De tijd wordt steeds beperkter en de dichter trekt zich terug in zijn persoonlijke wereld. Fraaie zinnen met een beeldende inhoud: ‘dans met de regels dikbuikig van woorden/ de oude foxtrot bezaai sterren met letters/ maar vergeet niet de vorm te vergeten/ zelfgekozen gevangenis/ open die kooi voor het laatst en voorgoed’. De vorm is zeker niet vergeten in Open ogen en de zelfgekozen gevangenis van de dichter wordt andermaal opengegooid. Zijn aandrang de realiteit te verwoorden staat in dienst van zijn eigen eindigheid (‘de dood is het uiteindelijke/ allesomvattende gedicht’) maar de liefde zal altijd overwinnen.

Mooie dag

Het is zo’n mooie dag
zon schildert de bomen in de straat
en door de ramen heen mijn gelaat
vogels tekenen de lucht
het vliegtuig zet wollige strepen
tovert de hemel tevoorschijn
mijn geliefde fluistert zoete woorden
op aarde zingt het gerucht
van beoogde vrede

Reageer op dit artikel

Boeken / Poezie

Zwart-zijn als canvas

recensie: Simone Atangana Bekono - hoe de eerste vonken zichtbaar waren

In 2016 studeerde Simone Atangana Bekono af aan de Arnhemse hogeschool ArtEZ. Haar afstudeerproject is nu bij Lebowski uitgegeven als een onevenwichtige, hoopvol stemmende dichtbundel.

‘Je mag niets zwarts denken, die afslag niet nemen met je brein / ik denk duizend keer per dag aan zwart en probeer het woord / uit mij te trekken,’ begint het zesde gedicht in Simone Atangana Bekono’s debuutbundel hoe de eerste vonken zichtbaar waren. Denk ergens niet aan en geen enkel ander beeld zal je geestesoog vullen. Zwart-zijn is een van de thema’s van deze bundel of misschien moet je zeggen: het canvas waartegen andere thema’s betekenis en diepte krijgen, ‘een deur die nergens toe leidt maar wel, werkelijk, constant, opengaat’.

Sterke beelden

Deze bundel, die bestaat uit een serie van negen gedichten, onderbroken door twee brieven aan ‘Kipje’, gaat over empathie en verantwoordelijkheid, apathie en door-willen-gaan. ‘Het kon me heel veel schelen dat me reduceerde tot een stereotype,’ schrijf ze in een brief over een jongen die haar het n-woord noemde, ‘maar het kon me ook heel veel schelen dat er regenwater van het afdakje in mijn wijn viel, en met dat laatste kon ik een stuk beter omgaan.’ Over het water wordt ze onmiddellijk kwaad; pas ’s avonds in bed voelt ze woede over het racisme en fantaseert ze over het gooien van een steen naar de auto waarin de jongen zat.

Sterke beelden en een zelfverzekerde stem kenmerken de eerste zes gedichten in hoe de eerste vonken zichtbaar waren. ‘elke vorm van zelfhaat is complex en individueel / alle zwarte mensen bestaan niet,’ staat er in het vierde gedicht. Die laatste zin keert als een refrein telkens terug, als een pleidooi voor het individuele en de aandachtige blik. Deze gedichten zijn complex, scherp en suggestief in de positieve zin van het woord. Gelaagd.

Logge brieven

Vergeleken met deze eerste afdeling hebben de brieven en de drie laatste gedichten veel woorden nodig, terwijl de beelden tegelijkertijd moeite hebben om van de grond te komen. In de gedichten staan verwijzingen naar Rumi, James Baldwin en Circe en ze bevatten ook veel (water)spiegels. Wat er gebeurt, is zowel te duidelijk als niet duidelijk genoeg.

De brieven, die beide gaan over leed en meevoelen met andermans leed, lijden ook onder het teveel aan woorden. Ze zijn daardoor niet zo elegant, juist wat log en bijgevolg in een literaire context minder interessant. Over een kunstopdracht van een vriend: ‘Het ging om het “falen”, het accepteren van je eigen onbekwaamheden, zoiets.’ Zoiets: niet het meest poëtische woord van de Nederlandse taal. Maar als deze bundel Bekono’s vonken zijn, wacht ik graag op het vuur.

Reageer op dit artikel

Kunst / Expo binnenland

Vier eeuwen portretkunst met een mierzoet sausje

recensie: High Society

De tentoonstelling High Society begint in een donkere zaal waar de expositie in een korte video wordt geïntroduceerd. De flitsende beelden en pompende muziek geven je het gevoel dat je op het punt staat de runway van een exclusieve modeshow te betreden, in plaats van een kunsthistorische expositie. Dat lijkt ook precies de bedoeling te zijn. Het Rijksmuseum heeft gekozen voor een duidelijke branding van deze tentoonstelling, die erop gericht is zoveel mogelijk hysterie creëren rondom 39 portretten van de zogenaamde rich and famous uit de zestiende tot en met begin twintigste eeuw. Hoewel dit bij serieuze kunsthistorici misschien niet goed valt, is deze insteek voor het trekken van de aandacht van een breed publiek een schot in de roos.

Rembrandt van Rijn, Portret van Oopjen Coppit, 1634. Aankoop van de Franse Republiek voor Musée du Louvre

Voelen zonder aan te raken

Toegegeven, de portretten zijn niet alleen vanwege hun gigantische proporties maar ook dankzij de uitzonderlijke kwaliteit behoorlijk indrukwekkend. Ze tonen verschillende vorsten, adellijke en succesvolle zakenlieden in hun meest luxueuze uitdossingen. Deze figuren worden gepresenteerd als de ‘genodigden op het feest van Marten en Oopjen’. Dit door Rembrandt geschilderde echtpaar vormt namelijk het middelpunt én de aanleiding voor de expositie. Na tientallen jaren in privébezit te zijn geweest, zijn de werken verkocht aan het Rijksmuseum en het Louvre. Aan het Rijks de eer om het in Rembrandts oeuvre unieke tweeluik na uitvoerige restauratie voor het eerst aan het publiek tonen. Het zijn schitterende schilderijen waarop Marten en Oopjen vlak na hun huwelijk poseren in kleding van een kostbare zwarte stof die zo knap door meester in verf is gevat dat je de stof bijna kunt voelen zonder deze aan te raken.

Foto: Rijksmuseum/David van Dam

Taco Dibbets met side-kicks

Om de vier eeuwen ‘catwalk’ kracht bij te zetten is via de nieuwe Rijks app een audiotour te beluisteren waarin museumdirecteur Taco Dibbets wordt bijgestaan door twee passende side-kicks: Cecile Narinx, hoofdredactrice van modeblad Harpers Bazaar, en Jort Kelder, etiquettekenner. In hun commentaar wordt getracht om zowel de fashionistas als de kunsthistoricus tevreden te stellen – een lastige klus. De gekozen kleur op de muren past perfect bij het marketingsausje dat zorgvuldig over deze tentoonstelling is uitgesmeerd: mierzoet roze.

De braguette van Karel V

In de eerste zaal hangt een enorm portret van Keizer Karel V, geschilderd door Johan Seisenegger. Nadat Dibbets een aantal wetenswaardigheden over Karel V vertelt, neemt Cecile Narinx het stokje over. Zij vertelt over een opvallend kledingstuk ter hoogte van het kruis direct de aandacht trekt: een eivormige tok van stof, versierd met borduursels in de stijl van de rest van de outfit. Het object blijkt braguette te heten, ‘niet te verwarren met het Franse woord voor stokbrood’, aldus een wat flauw grappende Narinx. Dit schaamkapsel was afgeleid van het harnas van middeleeuwse ridders en komt op een aantal andere portretten terug, allemaal even serieus versierd en een duidelijke verwijzing naar de viriliteit van de drager.

Lucas Cranach de Oudere, Catharina, Gravin van Mecklenburg, 1515. Gemäldegalerie Alte Meister, Staatliche Kunstsammlungen Dresden

Van huwelijksportret tot dokter Love

Imposant is het tweeluik door Lucas Cranach van Hendrik de Vrome en Catharina van Mechklenburg. Het stamt uit 1514 en is het alleroudste paar van top tot teen geschilderde huwelijksportretten. De kledij in scharlakenrood en goudgeel vlamt van het doek af en de details in kleding, sieraden en veren hoofdtooien zijn zo knap dat je naar de schilderijen toe wordt gezogen.
Een opvallend portret is dat van Giovanni Boldini, die de extravagante markiezin Luisa Casati vastlegde in 1908 (Particuliere collectie, zie afbeelding boven). Door de snelle penseelstreken heeft het portret een enorme vaart, wat de bijzondere details over de markiezin erg aannemelijk maakt. Deze paradijsvogel ging de straat op met een slang om haar nek of luipaarden aan een snoer afgezet met edelstenen. Haar met kohl omrande ogen kijken je indringend aan.
Het portret dat op al het promotiemateriaal van High Society prijkt mag ook niet ongenoemd blijven: de knappe dokter Pozzi, met bijnaam docteur amour, is geschilderd met de precisie van een fotocamera. John Singer Sargent bewijst met dit schilderij al anderhalve eeuw veel vrouwen een dienst.

John Singer Sargent, Dr Pozzi in zijn huis, 1881. The Armand Hammer Collection, Gift of the Armand Hammer Foundation. Hammer Museum, Los Angeles

Voor ieder wat wils

De collectie omvat verder unieke portretten van Frans Hals, Eduard Manet en Edvard Munch, en wordt aangevuld met twee zalen waarin schetsen en tekeningen te zien zijn van taferelen die zich buiten de schijnwerpers afspelen: drankbacchanalen, gokken, en de liefde bedrijven. De tekenaars van de werken die nogal pornografisch van aard zijn, bleven vaak anoniem. Jort Kelder voorziet dit gedeelte van de tentoonstelling in de audiotour opgewekt van commentaar. High Society heeft voor ieder wat wils, en ondanks de enigszins aanstellerige thematiek waarin de tentoonstelling is gegoten wordt de belofte wel waargemaakt: dit zijn portretten die verbluffen – of het je nou gaat om de modegrillen van die tijd of de fabuleuze schilderstechnieken en kunsthistorische achtergronden.

 

 

 

Reageer op dit artikel

Het Rotterdamse Boekenbal 2018
Boeken / Reportage
special: Het Rotterdamse Boekenbal
Het Rotterdamse Boekenbal 2018

Stadsnatuur en insectensnacks

Schrijvers, lezers en andere boekenvakkers verzamelen zich in de sfeervolle Arminiuskerk om de Boekenweek 2018 af te sluiten met het traditionele Rotterdamse Boekenbal. De ‘natuur’ is het grote thema, de feestelijke stemming is de bindende factor.

Het lijkt een vaste waarde te worden in de Rotterdamse literatuur: de derde editie van het boekenbal is weer beter gevuld en beter bezocht dan de vorige. Het programma houdt het midden tussen literaire levendigheid, poëtische diepgang en luchtig cafégekeuvel. Een ideale combinatie om de boekenmens in de benen te krijgen en een topavond te bezorgen. Gastheer Wilfried de Jong opent het bal met zijn gebruikelijke enthousiasme, om direct over te schakelen op de muzikale omlijsting van de avond.

Krekel en meelworm

Boekenbal_Wilfried_de_Jong

Wilfried de Jong – Foto: Arie Kers

Het duo Hausmagger, met als voorman ex-Rembo & Rembo vertolker Theo Wesselo, neemt het publiek voor zich in met een aantal ontwapenende liedjes. De onbeholpen machogevoeligheid en het directe woordgebruik zorgen voor een haast aandoenlijke performance. Improvisatie of bestudeerde arrangementen, dat laat Theo in het midden, zijn zingzeggende vertolking van de maatschappelijke underdog is van grote klasse: ‘Een echte loser loost z’n hele leven’.

Als Kees Moeliker, directeur van het Natuurhistorisch Museum, zijn door de natuur geïnspireerde bijdrage heeft geleverd – met een prima interpretatie van de Oostvoornse nachtegaal – kunnen de stoelen aan de kant. Terwijl dj Buurman zich installeert en de Bloesembar op volle toeren draait, worden de hapjes met krekel en meelworm aarzelend maar daarna toch met nieuwsgierige trek genuttigd. Het boekenvolk verspreidt zich door het kerkgebouw om de persoonlijke voordrachten van schrijvers en dichters aan te horen. Of neemt deel aan een van de nachtwandelingen van Bureau Stadsnatuur.

In de kelder heeft Wilfried de Jong zich inmiddels geïnstalleerd. Het groene schijnsel van de belichting zorgt voor een vervreemdende scifi-atmosfeer. Als een ruimtevaarder op een barkruk leest De Jong uit zijn debuutbundel Aal het verhaal over zijn overleden vader. Fraai contrast: hoe de man met de rappe tong en het brede gebaar opeens een kleine jongen wordt. Dan komt hij met een absurdistische tekst over een wielrenner die onderweg een meerkoet aanrijdt. De fietser denkt even na en besluit het gehavende dier uit zijn lijden te verlossen. Er volgt een bizarre passage waarin de arme vogel tot in detail wordt beschreven en uiteindelijk met grof – maar liefdevol – geweld naar de andere wereld wordt verwezen. Alles is natuur.

Bowen en Verbaan

Boekenbal_Dean_Bowen

Dean Bowen – Foto: Arie kers

De kleine torenkamer, boven in de kerk, is het domein van Dean Bowen. Onder de donkere dakspanten vertelt de dichter/performer hoe de poëzie op zijn pad kwam. Het resultaat is de bundel Bokman – ‘waar ik zeer trots op ben!’ – die met de onbevangenheid van een verse debutant omhoog wordt gehouden. Bowen draagt voor uit het boek en uit het hoofd, met een expressie die de ernst van zijn werk een bijzondere dimensie geeft. Een prachtig vers over de veelheid aan nationaliteiten in Rotterdam, door de dichter in een mix van talen gevangen. Gevolgd door een poëtische blik op het voorouderlijk slavernijverleden, gedragen door een bluesachtige onderlaag en eindigend in de luide hartekreet: ‘ik-ben-Dean-Andrew-Jake-Bowen-uit gelaagde-opmaak-geboren’.

Nog een verrassing: columniste, schrijfster en actrice Georgina Verbaan leest voor in de raadszaal van het kerkgebouw. Uit haar boek Loze ruimte komt een verhaal over een echtpaar – sullige man en bazige vrouw – dat zich geforceerd staande probeert te houden in de dagelijkse omgang. Met een enorme vaart en een geweldige expressie worden de woorden over het ademloos luisterende publiek uitgestrooid. Voorlezen is ook een kunst, zo blijkt maar weer.

Met de bijzondere bijdragen van o.a. Anne Vegter en Maartje Wortel is deze editie van het Rotterdamse Boekenbal goed samengesteld. Korte, hapklare brokken aangename literatuur afgewisseld met het struinen door de wandelgangen van de overvolle kerk. Om uiteindelijk te belanden op de dansvloer in de grote zaal, waar boekminnend Rotterdam zich weer op een andere manier uitleeft.

Reageer op dit artikel

ik ben een geboren buitenlander, stedelijk museum amsterdam, recensie
Kunst / Expo binnenland

Als het maar iets met migratie te maken heeft

recensie: “Ik ben een geboren buitenlander”
ik ben een geboren buitenlander, stedelijk museum amsterdam, recensie

Voor de tentoonstelling “Ik ben een geboren buitenlander” zijn kunstwerken uit het eigen archief van het Stedelijk Museum tevoorschijn gehaald. Of het nou over vluchtelingenproblematiek of over batikken gaat, als het woord ‘migratie’ erin voorkomt, krijgt de kunst een plekje in de tentoonstellingsruimte.

Het jaar 2017-2018 staat voor het Stedelijk Museum in het teken van migratie. Al eerder toonde de Indiase kunstenaar Nalini Malani de rauwe realiteit van vluchtelingen en onderdrukte vrouwen, en haalde het Stedelijk het werk van de Zuid-Afrikaanse fotograaf Zanele Muholi naar Amsterdam. Maar voor deze tentoonstelling werd er diep gegraven in het eigen archief en stelde Stedelijk-conservator Leontine Coelewij “Ik ben een geboren buitenlander” samen.

Nooit ergens thuis

De naam van de tentoonstelling ontleent zich aan een uitspraak van de conceptuele kunstenaar Ulises Carrión (1941-1989). Als geboren Mexicaan vestigde Carrión zich in 1972 in onze hoofdstad, waar hij drie jaar later de boekwinkel Other Books and So opende. Hoewel Amsterdam hem de omgeving bood om zijn creatieve ideeën te verwezenlijken, omschreef Carrión zijn positie als kunstenaar als die van iemand die zich altijd aan de buitenkant bevindt en nooit ergens 100% thuis is. Het internationale netwerk dat hij opbouwde, speelde een grote rol in zijn ‘mail art’. Carrión bundelde kaarten, stempels en andere documenten die hij binnenkreeg tot het kunstenaarstijdschrift Ephemera. Uitgestald en genummerd in een glazen bak, zijn de twaalf uitgaves te zien in deze tentoonstelling, net als zijn eigen boekwerken zoals Love Stories en zijn documentatie van een Engelse familie in het boekje The Muxlows.

ik ben een geboren buitenlander, stedelijk museum amsterdam, recensie

Barbara Visser, zaalopname ”Ik ben een geboren buitenlander”, 2017, Stedelijk Museum Amsterdam. Foto: Gert Jan van Rooij.

Bushokjeskunst

Terwijl Carrión met zijn werk een romantische en bijna idyllische vorm van migratie documenteert, waarbij mensen van over de hele wereld elkaar kunst sturen, is dit zeker niet bij elk kunstwerk van “Ik ben een geboren buitenlander” het geval. Zo zijn ook de spraakmakende posters uit Barbara Vissers (1966) serie De wereld behoort aan hen die vroeg opstaan te zien, die oorspronkelijk in de bushokjes van Nice hingen in 2002. Met deze posters wilde Visser laten zien dat de context van een foto cruciaal kan zijn. Door een foto te kaderen, zette zij de kijker op het verkeerde been. Zo leek een aangespoelde vluchteling van dichtbij net een man die model stond op een reclamebord. Met deze foto’s wilde de fotograaf de vluchtelingenproblematiek aankaarten.

ik ben een geboren buitenlander, stedelijk museum amsterdam, recensie

Remy Jungerman, Zonder titel, 1997. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam.

Vrijwillig en gedwongen

Ondanks het feit dat Coelewij drie eisen stelde om de kunstwerken te selecteren – kunstenaars die het migratieproces documenteerden, kunstenaars die zelf migrant zijn en kunstenaars die op een conceptuele manier reflecteren op migratie – is een verdere connectie tussen de hoeveelheid werken soms vergezocht. In iedere kamer die de bezoeker doorloopt, wordt een andere emotie opgewekt. Zo gebruikt de in Suriname geboren kunstenaar Remy Jungerman (1959) een platgereden pad als metafoor voor iemand die vrijwillig uit zijn natuurlijke woonomgeving stapt; de pad weet dat hij het risico loopt om platgereden te worden, maar weet ook dat hij kan ontsnappen. Deze beredenering van migratie staat haaks op de video van Aslan Gaisumov (1991). Deze kunstenaar maakte een zogenaamde ‘re-enactment’ (een uitbeelding van een historische gebeurtenis) van de dramatische vlucht uit Tsjetsjenië die hij en zijn familie maakten toen hun woonplaats onder vuur lag. En dat was verre van vrijwillig.

ik ben een geboren buitenlander, stedelijk museum amsterdam, recensie

Michiel Schuurman, zaalopname ”Ik ben een geboren buitenlander”, 2017, Stedelijk Museum Amsterdam. Foto: Gert Jan van Rooij.

Of het nou de bedoeling was of niet, deze tentoonstelling bevestigt nogmaals dat geen migratieproces hetzelfde is. Als bezoeker moet je je daarom voorbereiden op uiteenlopende verhalen. En al kun je nog zulke mooie, felgekleurde doeken maken als Michiel Schuurman (1974) met de batiktechniek, alleen de meest ingrijpende verhalen zullen blijven hangen.

Afbeelding bovenaan recensie: Bertien van Manen, Turkse meisjes tijdens feest Schiedam, 1977, ontwikkelgelatinedruk. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam.

Reageer op dit artikel

Kunst / Kunstboek

Latijn van de metselaar

recensie: Apenrotsen en andere nauwe verwanten

Architectuur is volgens de Romeinse architect Vitruvius te vatten in drie woorden: utilitas, firmitas en venustas. Doelmatig, stevig en mooi, dat zijn de kenmerken van een goed gebouw. Maar hoe zit het met originaliteit en imitatie? Bernard Hulsman gaat op onderzoek uit.

In het lijvige Apenrotsen en andere nauwe verwanten neemt NRC-architectuurpublicist Hulsman ons mee langs een veelvoud aan onderwerpen binnen de internationale bouwkunst. Zijn artikelen uit de reeks Nauwe verwanten, geschreven voor de krant, worden afgewisseld met langere essays, reportages en interviews met architecten. Hulsman is geen architect maar een journalist en dat is een goede zaak. Zijn observerend vermogen in combinatie met een uitgebreide kennis van de materie maakt hem tot de perfecte registrator van onze bouwende omgeving. Onafhankelijkheid, een kritische blik en een nuchtere pen zorgen voor een uiterst leesbare verzameling artikelen.

Erasmusbrug, Rotterdam, Ben van Berkel/UNStudio, 1996 (foto uit besproken boek)

Geen plagiaat

Hulsman schreef in 1996 over de gelijkenis tussen de Rotterdamse Erasmusbrug van Ben van Berkel en de Alamillobrug in Sevilla van diens vroegere leermeester Santiago Calatrava en kreeg direct een aanklacht wegens smaad aan de broek. Géén plagiaat, had de schrijver nog verkondigd, maar een duidelijke verwantschap. Het mocht niet baten, de gevoeligheid omtrent na-aperij in de architectuur blijkt een heikel punt. Dat is opvallend omdat in de klassieke bouwkunst imitatie – of beter gezegd: navolging – niet gold als zonde maar juist als eerbetoon aan de voorgangers. In Apenrotsen wordt een uitgebreid onderzoek naar vormen van inspiratie, gelijkenis en imitatie gedaan, maar ook gespeurd naar de ‘moraal’ achter de schermen van de moderne architectuur.

In dat opzicht belandt de lezer telkens weer in de diversiteit aan stromingen die de bouwkunst rijk is. Dat de modernisten van het Nieuwe Bouwen aan de basis van onze hedendaagse architectuur staan is helder, maar hoe de rollen op dit moment zijn verdeeld wordt niet altijd even duidelijk. Het postmodernisme, de vrije vorm waarin alles kan, is als reactie op de modernisten tot een vergaarbak van terminologieën verworden. Zelfs de grondlegger van het rechtlijnige structuralisme, Aldo van Eyck, kan volgens Hulsman tot de postmodernisten worden gerekend, een kwalificatie die de oude meester hartgrondig verwierp. Het postmodernisme was in zijn ogen een grote stap achteruit en droeg geen enkele eigentijdsheid of toekomstbelofte in zich.

Ontwerp Al-Wakrahstadion, Qatar, Zaha Hadid Architects, 2013 (foto uit besproken boek)

Witte badkuip

Ook neomodernist Rem Koolhaas wordt de oren gewassen als zijn stedebouwkundig plan voor het Amsterdamse IJplein onder de loep wordt genomen. Teruggrijpen op ideeën van modernistische voorgangers: je reinste retro-architectuur. En is de driedelige superhoogbouw De Rotterdam van Koolhaas werkelijk zo eigentijds? Hulsman legt de vinger telkens weer op de zere plek: in architectuur is vrijwel nooit sprake van een onafhankelijke originaliteit. Zelfs de ondoorgrondelijke aanbouw van het Stedelijk Museum in Amsterdam, de spierwitte badkuip die zonder enige referentie tegen de 19e eeuwse gevel is geplakt, blijkt een illustere voorganger te hebben in een oud ontwerp van architect en beeldend kunstenaar John Körmeling.

Niet alleen navolging wordt in Apenrotsen besproken, er is ook ruimte voor diverse inspiratiebronnen van buiten de architectuur. Opvallende gebouwen die in vorm en aanwezigheid onder de noemer ‘iconen’ worden gepresenteerd. Vele wolkenkrabbers, door hun fallusvorm aangeduid als de ‘erecties van het kapitaal’, zijn voor Hulsman aanleiding eens te kijken naar een vrouwelijke tegenhanger. Die vindt hij in het Al-Wakrahstadion in Qatar dat na presentatie van het ontwerp door critici vergeleken wordt met een vagina. ‘Bespottelijk’ volgens architecte Zaha Hadid, terwijl ze onbewust haar pijlen richt op de mannenwereld die de architectuur nog altijd is.

Gelukkig is Bernard Hulsman geen onderzoeksjournalist die er op uit is de grootheden in de wereldarchitectuur te ontmaskeren. Hij is ook geen theoreticus die met onbegrijpelijke teksten de architectuur in het domein van de deskundigheid wil houden (‘Per slot van rekening is een architect een metselaar die Latijn kent’ zei architect Adolf Loos al eens). Architectuur is van de straat. Het gaat ons allemaal aan: we wonen er in, we werken er in en we lopen er dagelijks tussendoor. Hulsman geeft met kennis van zaken en een prikkelende nieuwsgierigheid zijn grote liefde voor de bouwkunst weer. Ondersteund door een schitterende verzameling afbeeldingen maakt dit Apenrotsen tot een onmiskenbaar prachtboek.

 

Bernard Hulsman: Apenrotsen en andere nauwe verwanten
Uitgeverij Nieuw Amsterdam
ISBN: 9789046817612
384 pagina’s
Prijs: € 29,99

 

Reageer op dit artikel