Berichten

kunstgeschiedenis
Boeken / Non-fictie

Kunstgeschiedenis in een notendop

recensie: Susie Hodge - De kleine geschiedenis van de kunst
kunstgeschiedenis

Kunsthistorica Susie Hodge schreef tal van bestsellers over de wereld van de kunst. In haar nieuwste boek, De kleine geschiedenis van de kunst, poogt ze een compacte en heldere introductie tot de kunstgeschiedenis te geven.

De kunstgeschiedenis is in deze bundel opgedeeld in vier hoofdstukken: stromingen, werken, thema’s en technieken. Het is mogelijk om De kleine geschiedenis van de kunst chronologisch te lezen, al is het verleidelijker de onderlinge verwijzingen tussen de onderwerpen te volgen. Lees je bijvoorbeeld over Fontein van Duchamp, dan word je ook verwezen naar de onderwerpen ‘dada’, ‘conceptuele kunst’, ‘handgemaakt’, ‘vorm en gedaante’ en ‘readymades’.

Vijftig werken

Het leeuwendeel van Hodges gids bestaat uit de bespreking van vijftig belangrijke werken uit de kunstgeschiedenis. Dit hoofdstuk is verreweg het interessantst, omdat er hier iets meer de diepte ingegaan wordt dan in de andere hoofdstukken. Van prehistorische tekeningen van stieren tot Damien Hirsts opgezette haai biedt Hodge context bij de werken.

Toch is van echte diepgang geen sprake. Hodge wil zo veel mogelijk kwijt in zo min mogelijk woorden. Bijvoorbeeld over Caravaggio, waarover ze schrijft dat ‘zijn korte, turbulente leven even dramatisch [was] als zijn kunst’. Deze wetenswaardigheid schept een verwachting. Hoe zag zijn leven eruit? Op welke manier was het turbulent en hoe is hij aan zijn einde gekomen? Helaas, het antwoord blijft Hodge ons verschuldigd.

Jammer is ook dat Hodge blijft steken bij Hirst. Natuurlijk is hij nog steeds relevant, maar ze bespreekt een werk dat meer dan 25 jaar oud is. Een toevoeging van recent werk van een Ai Weiwei of Cindy Sherman had het geheel wat vollediger gemaakt.

Kernachtig

De kleine geschiedenis van de kunst wordt gekenmerkt door orde en overzichtelijkheid. Hodge heeft haar best gedaan om de kunst vanaf de prehistorie tot aan nu behapbaar te maken. Beslist geen gemakkelijke opgave, maar Hodge slaagt er in kernachtig te blijven en laat zich niet verleiden tot lange uitweidingen. Veel meer dan twee of hooguit drie alinea’s besteedt Hodge niet aan een onderwerp. Gevolg hiervan is dat de teksten vrij statisch lezen, meer als een encyclopedische opsomming van feiten dan als een levendige geschiedenis.

Het is dan ook maar zeer de vraag of de gehele (westerse) kunstgeschiedenis zich er wel toe leent zo beknopt weergegeven te worden. Doordat alle uitleg zo gecomprimeerd is, zijn de teksten weinig genuanceerd. Hodge stipt kernwoorden aan. Romantiek? Dat was verbeelding en emotie. Hodge schetst een referentiekader voor verder onderzoek. De kleine geschiedenis van de kunst is niets meer of minder dan wat het claimt te zijn: een uiterst compacte weergave van de kunstwereld.

Reageer op dit artikel

kunstgeschiedenis
Boeken / Non-fictie

Kunstgeschiedenis in een notendop

recensie: Susie Hodge - De kleine geschiedenis van de kunst
kunstgeschiedenis

Kunsthistorica Susie Hodge schreef tal van bestsellers over de wereld van de kunst. In haar nieuwste boek, De kleine geschiedenis van de kunst, poogt ze een compacte en heldere introductie tot de kunstgeschiedenis te geven.

De kunstgeschiedenis is in deze bundel opgedeeld in vier hoofdstukken: stromingen, werken, thema’s en technieken. Het is mogelijk om De kleine geschiedenis van de kunst chronologisch te lezen, al is het verleidelijker de onderlinge verwijzingen tussen de onderwerpen te volgen. Lees je bijvoorbeeld over Fontein van Duchamp, dan word je ook verwezen naar de onderwerpen ‘dada’, ‘conceptuele kunst’, ‘handgemaakt’, ‘vorm en gedaante’ en ‘readymades’.

Vijftig werken

Het leeuwendeel van Hodges gids bestaat uit de bespreking van vijftig belangrijke werken uit de kunstgeschiedenis. Dit hoofdstuk is verreweg het interessantst, omdat er hier iets meer de diepte ingegaan wordt dan in de andere hoofdstukken. Van prehistorische tekeningen van stieren tot Damien Hirsts opgezette haai biedt Hodge context bij de werken.

Toch is van echte diepgang geen sprake. Hodge wil zo veel mogelijk kwijt in zo min mogelijk woorden. Bijvoorbeeld over Caravaggio, waarover ze schrijft dat ‘zijn korte, turbulente leven even dramatisch [was] als zijn kunst’. Deze wetenswaardigheid schept een verwachting. Hoe zag zijn leven eruit? Op welke manier was het turbulent en hoe is hij aan zijn einde gekomen? Helaas, het antwoord blijft Hodge ons verschuldigd.

Jammer is ook dat Hodge blijft steken bij Hirst. Natuurlijk is hij nog steeds relevant, maar ze bespreekt een werk dat meer dan 25 jaar oud is. Een toevoeging van recent werk van een Ai Weiwei of Cindy Sherman had het geheel wat vollediger gemaakt.

Kernachtig

De kleine geschiedenis van de kunst wordt gekenmerkt door orde en overzichtelijkheid. Hodge heeft haar best gedaan om de kunst vanaf de prehistorie tot aan nu behapbaar te maken. Beslist geen gemakkelijke opgave, maar Hodge slaagt er in kernachtig te blijven en laat zich niet verleiden tot lange uitweidingen. Veel meer dan twee of hooguit drie alinea’s besteedt Hodge niet aan een onderwerp. Gevolg hiervan is dat de teksten vrij statisch lezen, meer als een encyclopedische opsomming van feiten dan als een levendige geschiedenis.

Het is dan ook maar zeer de vraag of de gehele (westerse) kunstgeschiedenis zich er wel toe leent zo beknopt weergegeven te worden. Doordat alle uitleg zo gecomprimeerd is, zijn de teksten weinig genuanceerd. Hodge stipt kernwoorden aan. Romantiek? Dat was verbeelding en emotie. Hodge schetst een referentiekader voor verder onderzoek. De kleine geschiedenis van de kunst is niets meer of minder dan wat het claimt te zijn: een uiterst compacte weergave van de kunstwereld.

Reageer op dit artikel

Boeken / Fictie

Café als boksring, en de verliezer wint

recensie: Carson McCullers - De ballade van het treurige café

Deze vertaling, van Molly van Gelder, is de derde: de eerste verscheen in de titel van De ballade van de droeve herberg, de tweede in De ballade van het trieste café en de recente in De ballade van het treurige café. Gezien het eigenaardige taaleigen van het zuidelijk Amerikaans, lijkt de korte roman de beste vertaling gekregen te hebben.

Carson McCullers (1917-1967), geboren in Georgia, was goed bekend met de weinig fijnzinnige cultuur van de gehuchten in The Deep South. Een fabriek met arbeidershuizen er dicht omheen, een kerk, een Winkel van Sinkel en een café. Jaren dertig. Armoe, verveling, drank, ruzies en wraakzucht. De hoofdpersonages in De ballade van het treurige café veroorzaken misère of lijden eronder, om beurten of tegelijkertijd.

Mannetje

Miss Amelia is een eigenzinnige dame die haar mannetje staat; ze leeft goed van haar winkel die opeens tot een café blijkt uit te kunnen groeien. Ze is tien dagen getrouwd geweest met een ruwe bolster die er alles voor over had om voor haar te blijven vallen. Van meet af aan vergeefs. Ze deelden het bed niet eens. Grote vraag: waarom trouwde ze dan met de man? Aasde ze op wat hij in zijn koffer meebracht? De lezer mag gissen.

Niet alleen die vraag blijft door het hoofd gaan, ook wil je weten wat de dreiging is die in de lucht hangt. Wraak van de afgewezen echtgenoot? Stap voor stap neemt McCullers de lezer mee richting het afschuwelijke. Spannend dus, maar om die spanning is het niet in de eerste plaats te doen. Ze is het effect van hoe de drie hoofdpersonages in elkaar zitten en op elkaar reageren. Hun gedragingen nemen steeds meer absurde vormen aan. Het groteske lijkt ingezet om het bizarre van de gebeurtenissen te verhevigen, want die gaan soms over de top.

Compact

McCullers’ stijl van schrijven staat stoer overeind. Het is genieten geblazen van haar kunst om locaties voor het geestesoog op te roepen. Ze weet allerlei soorten mensen raak te karakteriseren. Volgens haar biografie ontleent ze haar beschrijvingen niet uit haar fantasie, maar uit haar eigen herinneringen van bestaande locaties en mensen. Het lijkt alsof ze tegenover je in een rocking chair zit en een verhaal in flashback vertelt.

Pas geleden is ook haar befaamde roman Het hart is een eenzame jager verschenen. Deze novelle was opgedragen aan de minnaar van McCullers’ echtgenoot. Op de eerste had ook zij een oogje, met de tweede hertrouwde ze na hun scheiding. Iets van dit ingewikkelds is in De ballade van het treurige café terug te vinden.

Halverwege het verhaal onderbreekt McCullers zichzelf met een korte beschouwing over de liefde. Als je die achteraf weer leest, vraag je je af in hoeverre je erin kunt vinden; zowel in verband met het verhaal, als met je eigen ervaring in de liefde.

Reageer op dit artikel

Weten versus geweten
Boeken / Non-fictie

Weten versus geweten

recensie: Floris Cohen - Het knagende weten
Weten versus geweten

Hoe verhouden wetenschap en geloof zich tot elkaar? Heeft de een de ander overbodig gemaakt? Of hebben ze niets met elkaar te maken? Floris Cohen behandelt deze vragen aan de hand van een elftal mannen wiens religieuze wereldbeeld door nieuwe kennis ingrijpend veranderde.

Tussen weten en geloven bestond lange tijd weinig spanning. Zo ongeveer alle grote geleerden waren diep gelovig. Maar vanaf de zeventiende eeuw begon bij steeds meer wetenschappers het weten te knagen aan het (religieuze) geweten.

Floris Cohen weet dit spanningsveld in zijn nieuwste boek goed in kaart te brengen. Deze hoogleraar in de vergelijkende geschiedenis van de natuurwetenschap is ook goed thuis in de filosofie omtrent dit onderwerp. Deze filosofische reflectie maakt dat het boek veel meer is dan een geschiedenisboek over de natuurwetenschap.

Legendes

De filosofische bril zet Cohen pas halverwege het boek op. Daarvoor is hij vooral de historicus die populaire misvattingen rechtzet. Zo klopt er van de dominante visie van het conflict tussen de Rooms-Katholieke Kerk en Galileo Galilei bar weinig. In eerste instantie zag de Kerk het heliocentrische wereldbeeld dat Galilei uitdroeg namelijk niet als strijdig met Bijbelse passages die een geocentrisch wereldbeeld impliceerden. Die zouden, net als Bijbelse verwijzingen naar een platte aarde, niet letterlijk genomen hoeven worden.

Het gevecht tussen Galilei en het Vaticaan is eigenlijk voor een groot deel een persoonlijke vete tussen de toenmalige paus en Galilei. Cohen beschrijft uitvoerig hoe het allemaal wél verlopen is en weet dat zo te doen dat het ook nog enorm spannend is om te lezen.

De legende over Galilei’s conflict met de Kerk is symbolisch voor de populaire opvattingen over de relatie tussen wetenschap en geloof. Ook van die visie laat Cohen weinig heel, zonder daarbij te vervallen in makkelijke oplossingen. Zo moet hij zowel weinig hebben van opvattingen dat wetenschap van religie niets over zou hebben gelaten, als van opvattingen dat wetenschap en religie niets met elkaar te maken zouden hebben – en er dus ook geen sprake van spanning zou zijn.

Nuance

Cohen laat aan de hand van historische figuren als Galilei, Newton, Darwin en Kant zien dat wetenschappelijke ontdekkingen wel degelijk voor spanningen zorgden en hun religieuze wereldbeeld aan het wankelen brachten – bij de één meer dan bij de ander – hoewel dit nooit volledig omviel.

Die nuance en finesse is vandaag de dag in het debat over religie en wetenschap vrijwel volledig afwezig. Op YouTube zijn talloze debatten tussen wetenschappers te vinden over het al dan niet bestaan van God. Of het nu atheïsten zijn, zoals Richard Dawkins, of gelovigen, zoals Francis Collins: Cohen moet er weinig van hebben. Hij stoort zich vooral aan het gebrek aan filosofische reflectie op de beperkte reikwijdte die inherent is aan de moderne natuurwetenschap. Hij verbaast zich erover dat zij die zich met zoveel toewijding inzetten om via de wetenschap het (niet) bestaan van God aan te tonen, zich nooit hebben verdiept in wat er in het verleden over dit thema is gezegd.

Wat er in het verleden over is gezegd, valt in aantrekkelijk proza te lezen in Het knagende weten en het boek is daarmee geen overbodige luxe voor de Dawkinsen en Collinsen van deze wereld.

Reageer op dit artikel

Troost
Boeken / Non-fictie

Troost in het tranendal

recensie: Bert Keizer - Vroeger waren we onsterfelijk
Troost

Sterven speelt in het leven van verpleeghuisarts en filosoof Bert Keizer een prominente rol. Als columnist van Trouw en Filosofie Magazine schrijft hij vaak over ethische kwesties en is hij langzamerhand het geweten van het euthanasiedebat geworden. In Vroeger waren we onsterfelijk, een nieuwe bundel columns, schrijft Keizer over de dood en of we, wachtend op het onvermijdelijke, ergens troost kunnen vinden.

Gerard Reve constateerde al eens dat schrijfsels van optimisten je tot zelfmoord brengen, terwijl van werken van pessimisten altijd een enorme troost uitgaat. Volgens mij heeft dat te maken met het gegeven dat pessimisten – waarschijnlijk uit noodzaak – meer gevoel voor humor hebben.

Humor

Bert Keizer kan een gevoel voor humor niet ontzegd worden en hij is inderdaad niet bepaald het zonnetje in huis. Men wordt, geheel in lijn met Reves bevinding, juist eerder vrolijk dan somber van dit boek. Ook al wijst Keizer ons er regelmatig in alle luchtigheid op dat we allemaal doodgaan en dat die dood vaak ófwel te vroeg komt of pas na vele jaren van aftakeling – en dus te laat.

In Keizers werk lees je veel van Reve terug – zowel wat betreft zijn gevoel voor humor als zijn levensopvatting. De pessimistische grondhouding zorgt voor een zoektocht naar troost. Keizer vindt die – en daarmee komen we bij de kern van het boek – vooral in de filosofie, literatuur en geneeskunde. Daar kan ‘uitzonderlijk goed gedacht, gehuild en gelachen’ worden

Geloof

Keizer verschilt van Reve op één belangrijk punt. Wat Reve vond, verloor Keizer: het geloof. Daar moet hij niets van hebben: ‘Ik was en ben volkomen immuun voor religiositeit en mijn andere idool uit die jaren, G.K. van het Reve, kon ik in religieus opzicht nooit volgen.’

Hoewel Keizer de Rooms-Katholieke Kerk er stevig van langs geeft, is zijn relatie met de kerk niet eenduidig. Zo vindt hij het celibaat achterlijk, maar voor de anglicaanse priesters (die wél mogen trouwen) heeft hij geen goed woord over: ‘als gepensioneerd katholiek vind ik dat een priester zonder neukverbod, nou ja, dat dat geen echte priester is’.

Keizer schrijft met een zekere weemoed over zijn katholieke jeugd. En hoewel hij zelf geen deel meer uitmaakt van die Kerk, verwijt hij de achterblijvers het gemak waarmee zij, in een poging bij de tijd te blijven, de hele katholieke santenkraam (de beelden, rituelen), bij het grofvuil hebben gezet:

‘De kerk in Nederland rent steeds achter de tijdgeest aan, in hun haast al die dingen van zich af gooiend die, als ze eraan vast hadden gehouden, hun kraampje nog redelijk draaiende hadden kunnen houden.’

Schuld

Ten aanzien van lijden en sterven, in dit geval van de kerk die hij in zijn jeugd bezocht, voelt Keizer compassie. En ten opzichte van de pater die hij nog van vroeger kende, schuld:

‘Als ik later met Pater B. naar buiten wandel door de lege kerk, waarin onze stemmen een plechtige echo krijgen, voel ik een zekere schuld tegenover deze mannen die door de wereld verlaten worden voordat zij haar verlaten hebben. Het is alsof we al over hen aan het napraten zijn terwijl ze er nog zijn. Het is wreed en er is geen verdediging tegen van hun kant. Wij van onze kant weten niet goed wat te doen.’

Dood

De dood heeft binnen het katholieke een duidelijke plaats, hetgeen waarschijnlijk ook de dubbelzinnige houding van Keizer tegenover dat geloof verklaart. Met het vraagstuk ‘dood’ is Keizer zich dus heel zijn leven blijven bezighouden. Hij komt alleen met een ander antwoord, of beter gezegd: geen antwoord. Net zomin als hij de antwoorden zoekt in een Goddelijke Plan, heeft hij weinig op met de ‘wij zijn ons brein’-mentaliteit waarin alle antwoorden liggen in het biologische. Darwinitis noemt hij dat.

De onderzoekende Keizer houdt meer van open vragen dan van alles verklarende antwoorden: ‘Als wij helemaal van de Aarde zijn, waar komt dan die on-aardse vlag vandaag die zo hardnekkig in ons hoofd blijft wapperen?’

Reageer op dit artikel

Muziek / Concert

Te gekke en gevarieerde editie

recensie: Motel Mozaïque 2017 - de zaterdag

In tegenstelling tot de vrijdag is de zaterdag van Motel Mozaïque volledig uitverkocht. Dat moeten de weergoden hebben geweten: met een lekker zonnetje en een graad of zestien beginnen we deze muzikale dag op Plaza Mozaïque, dat tegen het middaguur al redelijk gevuld is met festivalgangers, muziekliefhebbers en dagjesmensen.

De toegang tot Plaza Mozaïque is gratis waardoor het aanwezige publiek heel de dag gemêleerd is. Het is een hele leuke manier om dagjesmensen en Rotterdammers kennis te laten maken met het festival zonder dat ze daar geld voor neer hoeven te leggen. Plaza Mozaïque is dit jaar gevestigd rondom de beruchte Kabouter Buttplug op het Eendrachtsplein, vlakbij diverse venues van het festival. Zo liggen Rotown en de Paradijskerk om de hoek, is de Schouwburg slechts een paar minuutjes lopen en sta je binnen no time in de prachtige Arminiuskerk.

Het zaterdagprogramma begint in de Arminiuskerk waar 3voor12 wederom diverse sessies op het programma heeft staan. De kerk is de ideale plek voor sessies met onder andere singer-songwriters Lisa Hannigan en Isaac Gracie. Het is vandaag heerlijk warm, maar kippenvel krijgen van deze twee artiesten is onvermijdelijk. In de hal van de Schouwburg staat even later Spinvis met Amos Ben-Tal | OFFprojects met een heuse talkshow waarbij diverse gasten en dansers worden uitnodigt voor een bijzonder spektakel. Tussendoor zingt hij nummers, speelt gitaar en pakt hij het publiek in met interessante vraagstukken en humoristische uitspraken. Het is de perfecte opwarming voor de indrukwekkende show van Joep Beving, even later in de Grote Zaal van de Schouwburg.

Joep Beving is inmiddels een graag geziene muzikant op de Nederlandse festivals. Eerder dit jaar stond hij nog in een kerk op Eurosonic Noorderslag en afgelopen jaar speelde hij op Into The Great Wide Open. Dat is te zien aan het aantal mensen dat aanwezig is in de Grote Zaal: hoewel zijn magische pianomuziek juist heel goed uit de verf zou komen in een van de twee kerken van het festival, is het direct duidelijk dat die twee venues te klein zouden zijn. Aan de ene kant jammer, want de intieme pianomuziek van Beving zou wellicht nog intenser zijn geweest in een dergelijke setting. In de Schouwburg is het een uur lang genieten: het publiek wordt betoverd door de fraaie muziekstukken van de Nederlandse pianist. Van tevoren vraagt hij het publiek om niet na ieder stuk te applaudisseren, wat ontzettend goed blijkt te werken. Stukken als ‘Sleeping Lotus’ (over zijn dochter Lotus) en ‘Etude’ zijn nog overweldigender wanneer ze vrijwel aaneen worden gespeeld. Mensen genieten met hun ogen
dicht, hier en daar gaan zelfs aanwezigen op de grond liggen met gesloten ogen en overal is het muisstil. Een hele bijzondere show op deze MOMO-zaterdag.

De toegankelijkheid van de diverse locaties is een stuk beter benaderbaar dan een aantal jaren geleden. Het gebeurt dan ook een aantal keren dat we diverse artiesten ergens in de zon zien zitten of zien genieten van shows van andere muzikanten van de line-up. Terwijl we vlak voor de show van Novo Amor nog even van de zon genieten zien we bijvoorbeeld de leden van mauno hetzelfde doen. Groot gelijk: het is heerlijk toeven aan het water in de stad. In de Arminiuskerk staat de Britse singer-songwriter Novo Amor met kornuiten om 19:00 uur, een absolute must-see voor fans van Bon Iver, Haux en James Vincent McMorrow. Novo Amor is het project van Ali John Meredith-Lacey, een talentvolle jonge muzikant. Met zijn opvallende falsetto stem en magische tracks neemt hij het aanwezige publiek mee naar hogere sferen. Hierbij krijgt hij vocale steun van Ed Tullett die een wat sterkere sound heeft en continu loepzuiver zingt. Bij Meredith-Lacey zijn hier en daar wat valse noten te ontdekken, hoewel dat nergens écht storend is. ‘Alps’ is, samen met de prachtige stem van Tullet, een absoluut hoogtepunt en de Guns ‘n Roses cover ‘Welcome To The Jungle’ een aangename verrassing. Een mooie rustige show in een fijne setting om de avond mee in te luiden.

Van de Arminiuskerk lopen we met een korte stop op Plaza Mozaïque naar de Paradijskerk waar mauno reeds aan het spelen is. De hardere indierock van de band uit Halifax is totaal niet in een hokje te plaatsen en heeft oncontroleerbare uitspattingen. Voor de Paradijskerk is de band ietwat te hard en vooral te tomeloos om er een mooi klinkend geheel van te maken. mauno had beter op een plek als Rotown of Worm kunnen staan, hoewel het dan alsnog afvragen is of het echt heel goed zou zijn geweest.

De jonge Isaac Gracie is alles wat juist wél past in de Paradijskerk. Even na het vertrek van mauno staat de goedlachse singer-songwriter met zijn dijk van een stem in de kerk. Hij vertelt hoe opvallend vaak hij in kerken zingt en dat dat ook weer niet heel vreemd is: hij is ooit begonnen met zingen in de kerk. Zijn stem is dan ook volledig aangepast op de goede akoestiek wat tot verbaasde gezichten leidt. Gracie heeft een aantal nummers online staan, die in het niet vallen bij wat hij live kan. Zijn stem is zo krachtig dat het bij sommige tracks niet eens uitmaakt dat ze ietwat eenvoudig in elkaar zitten. ‘Terrified’ en ‘Last Words’ zijn, samen met de sarcastische grapjes, het hoogtepunt van de avond en misschien zelfs wel van het hele festival. De Paradijskerk is dit weekend nog niet zó magisch geweest als nu.

We sluiten MOMO17 af met de mannen van The Slow Show in de Grote Zaal van de Schouwburg. The Slow Show is zo’n band met van die prachtige nummers waar je kippenvel van krijgt. De donkere stem van frontman Rob Goodwin doet denken aan die van Matt Berninger, zanger van The National. Een beetje fan weet dan ook al gauw waar de bandnaam The Slow Show van afgeleid is. Het optreden staat als een huis en verveelt nergens: van het doordringende ‘Ordinary Lives’ tot het steengoede ‘Brawling Tonight’. The Slow Show is een waardige afsluiter van de Schouwburg én van deze editie van Motel Mozaïque.

Ook al heeft het festival de afgelopen jaren minder ‘grote’ headliners, met deze te gekke en gevarieerde editie bewijzen ze dat je dergelijke namen niet nodig hebt om een succesvol festival neer te zetten. Nieuwe locaties zoals de magische Arminiuskerk en de nieuwe plek voor Plaza de Mozaïque bleken meer dan welkom te zijn: je hebt het idee dat alles net wat dichter bij elkaar ligt en het daardoor toegankelijker is geworden dan voorheen. De data voor de volgende editie in 2018 zijn al bekend: markeer 19, 20 en 21 april 2018 in je agenda, want Motel Mozaïque mag je niet missen!

Reageer op dit artikel

Muziek / Concert

Succesvol met kleine namen

recensie: Motel Mozaïque 2017 - de vrijdag

Vandaag de dag gaan we niet meer naar Motel Mozaïque om de grotere namen zoals Angus and Julia Stone en Mumford and Sons te zien. Dit is geen reden om het festival over te slaan, integendeel: dit jaar is de programmering van Motel Mozaïque wederom om door een ringetje te halen. Met bekende en minder bekende bands en artiesten. Ideaal om nieuwe muziek te ontdekken!

De eerste dag van Motel Mozaïque begint al vroeg in de middag met een aantal sessies in de magische Arminiuskerk: 3voor12 neemt vandaag sessies op met Daymé Arocena, Kim Janssen, Pitou en Ala.ni. Een prima begin van het festival: korte, rustige shows van gevarieerde artiesten. De Nederlandse singer-songwriter Pitou valt met haar bijzondere engelachtige stem op tussen de andere acts in de Arminiuskerk. Morgen opent ze de festival zaterdag in de Paradijskerk, een geschikte locatie voor haar breekbare doch prachtige liedjes. De sessies zijn een goede opwarmer voor de shows van de artiesten zelf. Kim Janssen geeft vast wat weg van zijn nieuwe plaat Cousins en van de show van vanavond, wat veelbelovend klinkt.

Het is dan ook niet heel verrassend dat de Grote Zaal van de Schouwburg om 20 uur goed gevuld is voor de veelzijdige singer-songwriter. Vorige week speelde Kim Janssen nog zijn eigen albumrelease in Tivoli De Helling in Utrecht, vanavond doet hij het dunnetjes over in Rotterdam. Met maar liefst elf man sterk, van blazers tot strijkers, zet Janssen een mooie set neer. Wat het meeste opvalt, is de vernieuwing van zijn algehele sound: zijn eerdere ingetogen liedjes maken plaats voor uitgebreide arrangementen wat hier en daar zelfs een beetje aan Sigur Rós doet denken (niet heel vreemd, gezien zijn samenwerking met Sigur Rós’ Erikur Orri Ólaffson voor deze plaat.) Single ‘Dynasty’ vraagt naar meer en laat je zin hebben in lange zomeravonden, dansen en wijn terwijl je bij ‘Bottle Rockets’ de muziek wordt ingezogen en alleen maar kunt luisteren en genieten. Janssen gaat dit jaar op clubtour met Cousins, ga dit zeker checken als je de mogelijkheid hebt.

We zagen de Britse Ala.ni eerder vandaag bij een sessie van 3voor12, vanavond staat ze in de fraaie Paradijskerk wat misschien wel de mooiste locatie van het festival is. Al lachend geeft ze toe dat ze wellicht iets te veel van de Nederlandse joints heeft geproefd, hoewel dat totaal niet afdoet aan haar krachtige performance. De show van Ala.ni is niet alleen een genot voor het oor, ook het oog wordt flink verwend. De driemansformatie, allen gehuld in zwart, zijn goed op elkaar ingespeeld waarbij de harpiste de grootste eyecatcher is. De stem van Ala.ni is loep zuiver en galmt tot ver achter in de Paradijskerk door. Het publiek luistert aandachtig: de bijzondere zangeres weet iedere aanwezige te betoveren.

Van de kerk gaan we richting Rotown voor een totaal andere show: de band Shame uit Londen staat om 23:30 uur op het programma. De jonge honden uit Londen zijn nog niet eens heel lang bezig maar hebben nu al een behoorlijke reputatie wat betreft hun liveshows. Het is hard, het is wild, het is alles wat je even nodig hebt om wakker te worden voor de eerste MOMO-nacht. Er wordt flink gedanst en vooraan vlakbij het podium ontstaat een moshpit. Het mooiste van alles: de zanger van Shame doet gewoon net zo hard mee. Zonder twijfel een gevalletje bijzijn is meemaken. Na Shame is het tijd voor een paar danspasjes bij Vera en haar mannen in de hal van de Schouwburg. De band heeft ons flink wat energie gegeven om nog even door te knallen. Met een paar te gekke hitjes bereiden we ons vast een beetje voor op de tweede dag van Motel Mozaïque. De eerste dag van het festival is gevarieerd en heeft met onder andere Ala.ni en Shame flink wat verrassingen te pakken. Op naar de zaterdag!

Reageer op dit artikel

Barry Hay
Boeken / Non-fictie

Sprankelend kwajongensboek

recensie: Sander Donkers - HAY
Barry Hay

HAY heet het boek dat Sander Donkers schreef over het leven van Barry Hay, de zanger van Golden Earring. Als ondertitel kreeg het boek Biografie van de grootste rockster van Nederland. Daar is geen speld tussen te krijgen.

In zo’n honderd uur vertelde Barry Hay zijn levensverhaal aan Sander Donkers. Grotendeels werden die gesprekken gevoerd op Curaçao waar de familie Hay tegenwoordig woont. Alleen voor een goed geplande set van optredens keert Barry Hay een aantal keer per jaar terug naar Nederland. Dit is niet helemaal uniek want George Kooymans, zijn maatje in de band, woont een groot deel van het jaar in Italië.

Kwajongensboek

Laten we maar met de deur in huis vallen: het boek van Donkers leest als een kwajongensboek! Het is vlot geschreven en houdt je als lezer nauw betrokken bij het wel en wee van Hay tijdens alle fases van zijn leven. Hay lijkt nergens terughoudend over te zijn. Hij vertelt in detail over zowel zijn bestaan in de band als zijn privéleven. Alle hoogtepunten en dieptepunten komen aan bod.

We lezen over de geboorte van Barry in Bangalore als zoon van Philip en Sophia Hay. Lang zal hij echter niet een vader én een moeder hebben. Sophia keerde al snel terug naar Nederland en voedde daar Barry op. Zijn vader werd door zijn moeder afgeschilderd als een boeman – een beeld dat voor hem vele jaren standhield, totdat hij erachter kwam dat zijn vader hem in werkelijkheid maandelijks schreef. Toen Barry met behulp van het programma Opsporing Verzocht de zoektocht naar zijn vader wilde inzetten, bleek dat die al in 1980 was overleden. Een hereniging heeft er dus niet meer ingezeten. Het tekent allemaal wel het leven van Hay.

De relaxte sfeer waarin Hay zijn verhaal heeft gedaan aan Donkers loopt als een rode draad door het boek. Even wanen we ons in de wereld van het huidige leven van Hay om vervolgens weer ergens terug in de tijd te gaan. Een groot deel van het boek is natuurlijk ook gewijd aan de historie van de band Golden Earring. Van de start tot aan het grote succes, en van de escapades in Amerika naar het doorbraakalbum The Naked Truth, dat de band uit de schulden wist te halen.

Ook kun je in HAY lezen over de zakelijke beslommeringen met Freddie Haayen en Willem van Kooten en de nuchtere benadering van Rinus Gerritsen, die de boekhouder van de band genoemd kan worden. Laatstgenoemde wist de successen uiteindelijk ook om te zetten in geldelijke geneugten voor de bandleden zelf, in plaats van alleen voor alle mensen om hen heen.

Openhartig sprankelend verhaal

Bovenal is HAY een boek geworden over de mens Barry Hay. De ruwe rock-‘n-rollster blijkt in werkelijkheid een zachtaardig mens te zijn met een groot hart. Zo kunnen we lezen over zijn vriendschappen met Alfred Lagarde, Herman Brood, Thé Lau en Harry Muskee. En over zijn enorme zorg voor dieren, die soms het idiote vormen kan aannemen als bijvoorbeeld een vogeltje tegen een raam is gevlogen.

Maar het boek gaat ook over het liefdesleven van deze rockster. Van alle vriendinnetjes, liefdes en vrouwen voor één nacht naar zijn standvastige relatie met de liefde van zijn leven, waar hij heden ten dage nog steeds mee is: Sandra. Zijn twee dochters komen uitgebreid aan de orde, maar ook een afgebroken zwangerschap van Sandra als gevolg van een te laat onderkende ziekte, waarvan ze negen maanden zal moeten herstellen.

Hay praat tevens openhartig over zijn drank- en drugsgebruik. Over zijn uitspattingen en over de getemde leeuw die hij op de dag van vandaag is. Over zijn angst voor het ouder worden en de zorg om zijn gezondheid.

Het boek eindigt met het moment dat Golden Earring een jubileumconcert geeft in de Ziggo Dome: een drie uur durende rockshow, zonder grote opsmuk en met alleen maar geweldige muziek, zoals het de band betaamt. Dit is de vooravond van een periode waarin George Kooymans met Boudewijn de Groot en Henny Vrienten als Vreemde Kostgangers door het land zal trekken.

Lees dit geweldige boek terwijl je luistert naar de verzamelbox met 29 cd’s, waarop het levenswerk van Golden Earring dit jaar werd verzameld. Een waardige combinatie, en een onvergetelijke leeservaring over werkelijk de grootste rockster van ons land. Knap werk van Donkers om er zo’n sprankelend verhaal van te maken!

Reageer op dit artikel

Van der Jagt
Boeken / Non-fictie

Jachtige Van der Jagt

recensie: Krijn van der Jagt - De weg omhoog
Van der Jagt

Het uitgangspunt van De weg omhoog is alvast intrigerend: wie waren die schrijvers van de Bijbel eigenlijk? Waar haalden ze hun denkbeelden vandaan? En voor welk publiek schreven ze? Krijn van der Jagt wil, kortom, de Bijbel antropologisch duiden. En hoewel hij grotendeels in zijn opzet slaagt, is dit geen geslaagd boek, omwille van de repetitieve, jachtige en daarom irritante schrijfstijl.

Als voormalig pinksterchristen ken ik de Bijbel door en door. Ook mij heeft het verhaal ‘achter de schermen’ altijd mateloos geboeid. Wat is er waar van al die verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament? Geloofden die auteurs zelf dat er een gouden kalf was geweest? Dat Mozes met zijn staf de zon (sic) kon doen stilstaan? Of dat Jezus over water had gewandeld of zelfs verrezen was? Uiteraard doorprikt van der Jagt al deze mythes, maar helaas niet op een wervende manier. Daarvoor houdt hij te veel van herhaling en vaste structuur. Bovendien gaat hij soms met een wel heel grove borstel door zijn materie heen. Bijvoorbeeld door het koningschap van David en Salomo zomaar voor waar aan te nemen, terwijl daar niet het minste bewijs voor bestaat. Bovendien verstaat hij het om dingen te beweren als: ‘Wanneer een moderne lezer de Bijbel openslaat, gaat hij een vreemde wereld in (…), de wereld van goden, geesten en demonen.’ Daarmee ontkent hij dat miljoenen mensen wereldwijd nog steeds letterlijk geloven wat in de Bijbel staat, of ten minste in het bestaan van geesten en goden geloven.

Naaktheid

Er staan boeiende inzichten in De weg omhoog, bijvoorbeeld over de zondeval. We kennen allemaal het verhaal van Adam en Eva die van de verboden vrucht eten en daarom verbannen worden uit het aardse paradijs om in het ‘zweet huns aanschijns’ hun brood te verdienen en met veel moeite kinderen te baren. Van der Jagt biedt echter een interessante seksuele lezing van dit verhaal. Door te eten van de vrucht van de kennisboom ontdekken Adam en Eva hun eigen naaktheid en beseffen ze opeens hoe ze zélf leven kunnen maken – het geheim van procreatie ligt dus niet meer bij God alleen. De mensheid is, met andere woorden, wijs geworden en klaar om op eigen benen te staan. Vandaar dat ze het paradijs moeten verlaten.

Helaas bevat dit boek veel te weinig van dit soort mooie metaforen en hun toelichting. Het leeuwendeel bestaat uit de opsomming van wereldbeelden en mythologieën (Griekse, Assyrische, Egyptische… ) volgens eenzelfde structuur en cadans. Aan enkele opvallende elementen koppelt Van der Jagt dan het denken van de Joodse auteurs van de Bijbel en de reden waarom ze schrijven wat ze schrijven. Dat repetitieve karakter wordt op den duur erg vermoeiend, zeker omdat zeker allerminst wervend schrijft. Het tegendeel is zelfs waar. Een voorbeeld:

‘De ontwikkeling van een volwaardige taal is ongetwijfeld een van de voorwaarden voor de verdere ontwikkeling van het denkvermogen geweest. Het denken is waarschijnlijk traag op gang gekomen en wanneer de mens nu echt begon te denken weten we niet.’

En zo gaat het de hele studie door, wat voor een heel vermoeiende leeservaring zorgt. Waar de Bijbel een monument is in de klassieke literatuur, is De weg omhoog dat allerminst. Zonde, want nogmaals: het uitgangspunt van het boek is uitermate intrigerend.

Reageer op dit artikel

Biblebelt
Boeken / Non-fictie

God weet waarom

recensie: Yvonne Kroonenberg - God in Amerika
Biblebelt

God in Amerika is een boek dat je dichtslaat met een welgemeend: ‘No shit Sherlock’. Iedereen die in de Amerikaanse Biblebelt op zoek gaat naar God, weet toch dat hij, of in dit geval zij, er met alleen maar godsdienstfanatieke hillbillies in contact zal komen. Maar het ergste van al is nog dat de auteur, zelfverklaard vrijzinnige en atheïst, onder het mom van onderzoek gewoon overal in meegaat. Zo bidt ze bijvoorbeeld voor het eten om haar gastheer ter wille te zijn.

Onlangs werd in het diepe Zuiden van de Verenigde Staten een vrouw gearresteerd die een gehandicapte man in elkaar had geslagen omdat die – als grap! – had beweerd dat hij atheïst was. Dit geeft maar weer eens aan hoe de mensen ginds tegenover religie staan: je maakt er geen grappen over, punt. Wie vervolgens op zoek gaat naar God in (dat deel van) Amerika, trapt gewoon een open deur in.

Pubers

Akkoord, het uitgangspunt van Yvonne Kroonenberg is iets genuanceerder. Ze verbleef in 1968 als uitwisselingsstudent in de Biblebelt, waar ze in contact kwam met heel wat jongeren die de flowerpowerbeweging genegen waren en als hippies door het leven gingen. Haar queeste anno 2015: zoveel mogelijk van die mensen opzoeken om te kijken hoe het met hun overtuigingen van destijds gesteld is. En wat blijkt? Zonder uitzondering zijn ze allemaal diepgelovig geworden.

Dat mag natuurlijk geen verrassing heten: wie beslist om in de Biblebelt te blijven, legt zich hoe dan ook neer bij de conservatieve moraal die daar heerst en sluit zich aan bij een kerk. Want wie dat niet doet, plaatst zich buiten de samenleving. De hippies uit de jaren zestig waren dus wellicht gewoon rebellerende pubers en adolescenten die kort daarna alsnog in de voetsporen van hun ouders traden.

Verzuchting

Een queeste als deze is eigenlijk geen boek waard. Je wéét gewoon wat je ginds zal aantreffen, en je wéét gewoon wat de mensen als antwoord zullen geven op je vraag naar hun geloofsdrift. Maar het ergste is dat Kroonenberg er gewoon in meegaat. Al op de eerste pagina’s gaat ze maar wat graag in op de vraag van haar gastheer om te bidden voor de maaltijd. Wie zichzelf om de haverklap vrijzinnig en atheïstisch noemt, doet zoiets gewoon niet. Zelfs al is dat tegen de zin van je gastheer en –vrouw.

De verzuchting die Kroonenberg op een bepaald moment maakt, is er dan ook des te hypocrieter. Omdat je weet dat als ze er zelf was gebleven, ze wellicht ook zo geworden zou zijn.

‘Afvalligen, wat zou ik graag een afvallige spreken! Maar niemand die we tegenkwamen was ongelovig of zelfs maar een beetje op drift. We zaten vast in een diepe poel van godsvertrouwen. Het begon me steeds meer te beklemmen.’

Waarom is Kroonenberg dan niet, als ze het fenomeen dan toch wil duiden, op zoek gegaan naar antwoorden in het eigen Nederland, waar ook een Biblebelt is? Waar recent nog een gezin een ziek kind liet sterven omdat het geloofde dat God het zou genezen en dus weigerde naar de dokter te gaan? Waar jongeren er rotsvast van overtuigd zijn dat seks voor het huwelijk not done is? Dit fenomeen is toch veel opmerkelijker in een grotendeels geseculariseerde samenleving, dan het is in een land waar one nation under God nog altijd een onwrikbare zekerheid is voor de bewoners?

Reageer op dit artikel

Boeken / Non-fictie

De vulkaan heeft het gedaan

recensie: Alberto Angela - De laatste drie dagen van Pompeii

De uitbarsting van de Vesuvius: we hebben er allemaal op school over geleerd, en wellicht weten velen ook dat die in het jaar 79 na Christus plaatsvond. Maar wat er tijdens die verschrikkelijke uren allemaal gebeurde in Pompeii en omgeving, daarover weten we veel minder. En daar brengt dit knappe, goede gedocumenteerde boek verandering in.

Het gebeurt maar zelden dat een boek met zo’n warm onderwerp zo ijzingwekkend verteld wordt. Alberto Angela is een meester in zijn vak: hij bouwt naar het moment van de uitbarsting op zoals in films gebeurt wanneer een bom met een aftelsysteem in beeld wordt gebracht. De hoofdstukken beginnen met mededelingen als ’44 uur voor de uitbarsting’, ‘1 minuut voor de uitbarsting’, ‘2 uur na de uitbarsting’. En telkens wordt dan haarfijn uitgelegd wat er op die noodlottige momenten gebeurde. Dat is heel wat, en het wordt adembenemend beschreven. Zo leren we hoe de beboste top van de Vesuvius erbij lag net voor de uitbarsting:

‘De jager heeft de indruk dat hij door een betoverd bos loopt. Hij hoort alleen het geluid van zijn eigen stappen en langzaam maar zeker nadert hij het midden van de oude caldera van de vulkaan. De geur van zwavel en rotte eieren wordt steeds sterker (…) Er klinkt ook een vreemd geluid, een voortdurend krachtig gesis.’

Gloeiendheet gas

We komen heel veel te weten over die noodlottige uitbarsting. Bijvoorbeeld dat de rookkolom na de uitbarsting een hoogte van maar liefst 24 kilometer bereikte. Of dat de lavastromen gevolgd werden door een door een wolk van gloeiendheet gas (500 graden), dat geluidloos iedereen op zijn pad ter plekke tot as herleidde. Onder meer een groep mensen die beschutting gezocht had in grotten bij het strand en er van uitging dat ze veilig was. Daarnaast komen we ook heel wat leuke zaken te weten over het dagelijks leven in Pompeii. Bijvoorbeeld dat mensen in die tijd hun bedprestaties trots op de muren schreven. Of dat er toen ook al cafés bestonden, of beter: ruimtes met grote tonnen vol drank en voedsel, waar iedereen het zijne kon uithalen.

Historische sensatie?

Is De laatste drie dagen van Pompeii een onversneden meesterwerk? Nee, het boek heeft twee minpunten. Ten eerste is het op sommige momenten wat langdradig (de auteur geeft bijvoorbeeld niet een paar voorbeelden van de dingen die bewoners destijds op de muren kalkten, hij geeft er meteen tientallen). Ten tweede past Angela een nogal belegen kunstgreep toe om de sfeer levendiger voor te stellen. Hij probeert namelijk de sfeer in Pompeii te schetsen en ons medeleven met de bewoners te vergroten door ‘echte’ personen op te voeren: een bakker die een bestelling wegbrengt, een loodgieter die een disfunctionerend aquaduct bestudeert. Dit is het soort belegen geschiedschrijving die bij de lezer de zogenaamde ‘historische sensatie’ moet opwekken (het gevoel er zelf bij te zijn), maar eigenlijk gewoon potsierlijk overkomt omdat het pure willekeur is.

Maar dat is muggenzifterij. En daarbij komt dat die fragmenten wel helpen om het verhaal te verlevendigen. Maar het had niet gehoeven, omdat de uitbarsting zelf, de aanloop er naartoe en de nasleep lezen als een echte thriller, waarbij dergelijke kunstgrepen niet nodig zijn. Dus laat dat zeker de ‘pret’ niet drukken.

Reageer op dit artikel