Berichten

maria barnas recensie
Boeken / Fictie

Het innerlijk kompas

recensie: Maria Barnas - Altijd Augustus
maria barnas recensie

In het hoofd van het meisje Augustus spelen zich veel zaken af. Haar vader is verdwenen, ze moet zich voorbereiden op een spreekbeurt, er sluimert een probleem met eten én ze vermoedt dat de bedreigde schrijver Salman Rushdie zich in haar schuur verbergt.

Maria Barnas heeft veel te vertellen in Altijd Augustus. Om daar een medium voor te vinden is de jonge Augustus in het leven geroepen: een meisje in haar puberjaren, ongeveer dertien, veertien jaar oud. Daarmee begeeft Barnas zich meteen op glad ijs: hoe laat je een kind denken en spreken in woorden die een volwassene in het hoofd heeft? Daar trekt de schrijver zich niets van aan; ze presenteert Augustus als een begaafd, weldenkend, kritisch en zichzelf telkens bevragende halfvolwassene. Dat is even wennen, maar de conceptuele vorm van deze roman – de geconstrueerde afstand tot de realiteit – vaart er uiteindelijk wel bij.

Vader op cassette

Augustus wil een spreekbeurt houden over het verdoemde boek De duivelsverzen van Salman Rushie. Ze is getriggerd door de beelden op tv, de boekverbranding die volgde op de uitgesproken fatwah jegens de schrijver. Het lezen ervan brengt passages naar boven die kenmerkend zijn voor Augustus’ omstandigheid: ‘De wanhoop van Djibriel gutste door haar lijf wanneer ze las dat hij zich door de werkelijkheid bewoog als door een droom’. Het is juist de werkelijkheid in de wereld van Augustus die haar parten speelt. Ze probeert houvast te vinden in woorden, het omzetten van een verhaal in een geconstrueerde waarheid. En vice versa.

Die waarheid wordt gevoed door haar verdwenen vader. Hij is slechts aanwezig door Augustus cassettebandjes met gesproken boodschappen te sturen. Ze hunkert naar dit eenzijdige contact, berichten over zijn werk als architect, over de troost van de schoonheid en de manipulatie van de waarheid. Wat Augustus weer tot nieuwe bespiegelingen voert: ‘Ik geloof niet zozeer dat hij de waarheid vertelt. Hij schopt de waarheid voor zich uit als een slapende hond. Ik bedoel: zijn werkelijkheid ontwaakt terwijl hij erover praat, terwijl hij hem met geweld in beweging houdt’.

Rushdie in de schuur

Maria Barnas laat haar poëtische stem op prachtige wijze door deze roman ademen. Eigenlijk is Altijd Augustus één lang gedicht, waarbij de schrijver de hier en daar onstane gaten opvult met flarden proza. Verfijnde regels als: ‘De wind blaast het haar uit mijn gezicht en jaagt wolken door mijn hoofd’ zijn direct herkenbaar als barnasiaanse poëzie en laten zien hoe de schrijver – evenals in haar gedichten – de woorden proeft, weegt en op de juiste plek neerzet. Daarnaast is er ruimte voor het inweven van ongetwijfeld geliefde onderwerpen als: architectuur van Le Corbusier, het toneelstuk Equus, de poëzie van Neeltje Maria Min en – is dit een stokpaardje van hedendaagse damesschrijvers? – de avonturen van verdwijnkunstenaar Bas Jan Ader. Wel of niet aanwezig zijn, het vastleggen van een positie, wordt hier in vele gedaanten gevisualiseerd.

Zo ook de wonderlijke aanname dat Rushdie hoogstpersoonlijk in de schuur verblijf houdt. Augustus zet af en toe een bord eten bij de deur, de volgende dag staat het leeggegeten en schoongemaakt weer op dezelfde plek. Het is opnieuw de verbeelding die de overhand heeft, helemaal in het kielzog van de verhalende werkelijkheid: ‘Sommige verhalen moeten worden verteld omdat ze, als je ze eenmaal de buitenlucht hebt laten opsnuiven, staan te hijgen bij de deur (…).’

In die gejaagde fantasie, met de aanhoudende poging de realiteit te doorgronden beweegt Augustus zich door haar eigen droomwereld. De spreekbeurt transformeert uiteindelijk in een gerichte zelfbeschouwing, met het moeilijke eten komt het wel goed en haar verdwenen vader blijft een ‘innerlijk kompas voor exacte waarneming’. Maria Barnas laat Augustus op een indrukwekkende manier aan zelfonderzoek doen, een coming of age uit eigen beweging:

Zo kon het niet langer. Ze had een fundament nodig, besloot ze. Ze moest stevig in de wereld staan. Met muren als wervels om haar solide te maken.

Reageer op dit artikel

maria barnas recensie
Boeken / Fictie

Het innerlijk kompas

recensie: Maria Barnas - Altijd Augustus
maria barnas recensie

In het hoofd van het meisje Augustus spelen zich veel zaken af. Haar vader is verdwenen, ze moet zich voorbereiden op een spreekbeurt, er sluimert een probleem met eten én ze vermoedt dat de bedreigde schrijver Salman Rushdie zich in haar schuur verbergt.

Maria Barnas heeft veel te vertellen in Altijd Augustus. Om daar een medium voor te vinden is de jonge Augustus in het leven geroepen: een meisje in haar puberjaren, ongeveer dertien, veertien jaar oud. Daarmee begeeft Barnas zich meteen op glad ijs: hoe laat je een kind denken en spreken in woorden die een volwassene in het hoofd heeft? Daar trekt de schrijver zich niets van aan; ze presenteert Augustus als een begaafd, weldenkend, kritisch en zichzelf telkens bevragende halfvolwassene. Dat is even wennen, maar de conceptuele vorm van deze roman – de geconstrueerde afstand tot de realiteit – vaart er uiteindelijk wel bij.

Vader op cassette

Augustus wil een spreekbeurt houden over het verdoemde boek De duivelsverzen van Salman Rushie. Ze is getriggerd door de beelden op tv, de boekverbranding die volgde op de uitgesproken fatwah jegens de schrijver. Het lezen ervan brengt passages naar boven die kenmerkend zijn voor Augustus’ omstandigheid: ‘De wanhoop van Djibriel gutste door haar lijf wanneer ze las dat hij zich door de werkelijkheid bewoog als door een droom’. Het is juist de werkelijkheid in de wereld van Augustus die haar parten speelt. Ze probeert houvast te vinden in woorden, het omzetten van een verhaal in een geconstrueerde waarheid. En vice versa.

Die waarheid wordt gevoed door haar verdwenen vader. Hij is slechts aanwezig door Augustus cassettebandjes met gesproken boodschappen te sturen. Ze hunkert naar dit eenzijdige contact, berichten over zijn werk als architect, over de troost van de schoonheid en de manipulatie van de waarheid. Wat Augustus weer tot nieuwe bespiegelingen voert: ‘Ik geloof niet zozeer dat hij de waarheid vertelt. Hij schopt de waarheid voor zich uit als een slapende hond. Ik bedoel: zijn werkelijkheid ontwaakt terwijl hij erover praat, terwijl hij hem met geweld in beweging houdt’.

Rushdie in de schuur

Maria Barnas laat haar poëtische stem op prachtige wijze door deze roman ademen. Eigenlijk is Altijd Augustus één lang gedicht, waarbij de schrijver de hier en daar onstane gaten opvult met flarden proza. Verfijnde regels als: ‘De wind blaast het haar uit mijn gezicht en jaagt wolken door mijn hoofd’ zijn direct herkenbaar als barnasiaanse poëzie en laten zien hoe de schrijver – evenals in haar gedichten – de woorden proeft, weegt en op de juiste plek neerzet. Daarnaast is er ruimte voor het inweven van ongetwijfeld geliefde onderwerpen als: architectuur van Le Corbusier, het toneelstuk Equus, de poëzie van Neeltje Maria Min en – is dit een stokpaardje van hedendaagse damesschrijvers? – de avonturen van verdwijnkunstenaar Bas Jan Ader. Wel of niet aanwezig zijn, het vastleggen van een positie, wordt hier in vele gedaanten gevisualiseerd.

Zo ook de wonderlijke aanname dat Rushdie hoogstpersoonlijk in de schuur verblijf houdt. Augustus zet af en toe een bord eten bij de deur, de volgende dag staat het leeggegeten en schoongemaakt weer op dezelfde plek. Het is opnieuw de verbeelding die de overhand heeft, helemaal in het kielzog van de verhalende werkelijkheid: ‘Sommige verhalen moeten worden verteld omdat ze, als je ze eenmaal de buitenlucht hebt laten opsnuiven, staan te hijgen bij de deur (…).’

In die gejaagde fantasie, met de aanhoudende poging de realiteit te doorgronden beweegt Augustus zich door haar eigen droomwereld. De spreekbeurt transformeert uiteindelijk in een gerichte zelfbeschouwing, met het moeilijke eten komt het wel goed en haar verdwenen vader blijft een ‘innerlijk kompas voor exacte waarneming’. Maria Barnas laat Augustus op een indrukwekkende manier aan zelfonderzoek doen, een coming of age uit eigen beweging:

Zo kon het niet langer. Ze had een fundament nodig, besloot ze. Ze moest stevig in de wereld staan. Met muren als wervels om haar solide te maken.

Reageer op dit artikel

Colson Whitehead
Boeken / Fictie

Tasten naar licht in de duisternis

recensie: Colson Whitehead - De ondergrondse spoorweg
Colson Whitehead

Tot voor kort was Whitehead voornamelijk een writer’s writer. Met zijn De ondergrondse spoorweg, dat over het Amerikaanse slavernijverleden gaat, won Colson Whitehead de National Book Award en beleeft hij eindelijk zijn doorbraak bij een breder publiek.

Centraal in De ondergrondse spoorweg staat de rebelse Cora, geboren en getogen op een plantage in Georgia. Wanneer blijkt dat haar slavenhouder Randall zijn zinnen op Cora heeft gezet, besluit ze de benen te nemen. Samen met Ceasar, die ervan overtuigd is dat Cora geluk brengt wegens de vermeende succesvolle ontsnapping van haar moeder, ontvlucht ze de sadistische praktijken van Randall. Of het gras altijd groener is aan de overkant moet maar blijken. De wijdverspreide haat van witten jegens hun zwarte medemens kent immers vele gezichten, zo toont Whitehead.

Creatieve geschiedschrijving

De ondergrondse spoorweg staat in Amerika bekend als het vluchtnetwerk voor slaven. Abolitionisten hielpen slaven van het conservatieve Zuiden naar het wat meer ruimdenkende Noorden. In De ondergrondse spoorweg zet Whitehead de geschiedenis naar zijn hand en tovert hij het netwerk om tot een echt spoorwegstelsel. Een gewaagde keuze, maar Whitehead heeft zo’n trefzekere pen dat je het graag voor zoete koek slikt.

Het is Whitehead sowieso niet te doen om historische correctheid. Veeleer gaat het om het uitdragen van een tijdsbeeld: hij laat zien hoe diepgeworteld de afkeer van zwarten was. Whitehead weet de uitzichtloze situatie van slaven goed te vangen. Zelfs als het hen lukt om te ontsnappen aan hun slavenhouders zijn ze nog niet veilig of zeker van een verbeterde situatie.

Onderkoelde toon

In de ogen van Cora en Ceasar is het leven voor de zwarte bevolking van South Carolina, de eerste halte die ze met de ondergrondse treffen, behoorlijk goed. Verlost van Randalls geselwerktuigen lijkt alles een verademing. Pas wanneer ze wat langer in South Carolina verkeren, ontdekken ze de waarheid achter de zogenaamde welwillende dokterspraktijken. Aan Randall ontsnappen was niet voldoende; zwarten worden overal veracht. Het uit zich alleen niet altijd in de kat met de negen staarten.

Whitehead beschrijft de schokkende geweldsdaden van blanke slavenhouders jegens hun zwarte slaven met een terloopsheid die het zo mogelijk nog heftiger maakt. Zowel witten als zwarten lijken gewend geraakt aan het buitensporige geweld. Niemand kijkt op van een keukenmeid wier tong is afgehakt meer of minder. Het zijn niet zozeer de gruwelijke geweldsdaden zelf, maar eerder de gewenning die bij de personages optreedt wat maakt dat het geheel zo huiveringwekkend is.

Toch weet Whitehead ondanks het zware onderwerp een speelsheid in zijn schrijven te verwerken die maakt dat je door wil lezen. Een surreëel element als de spoorweg geeft het boek de broodnodige hoop: wanneer een nieuw oord toch niet zo gastvriendelijk is als het lijkt, lonkt altijd de mogelijkheid van een volgende, meer noordelijk gelegen halte. Met De ondergrondse spoorweg toont Whitehead zich meester van een gewaagd genre-experiment.

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

Zoektocht naar erkenning

recensie: Toneelgroep Oostpool - Een Meeuw

Het gebeurt zelden dat de vormgeving meer verbaast dan het spel. In deze uitvoering van Een Meeuw van Toneelgroep Oostpool leveren de acteurs over het algemeen interessant werk en spelen ze met de toneelconventies, maar de grootste vondsten zijn van de hand van scenograaf Theun Mosk en kostuumontwerper Lotte Goos.

Mosk gooide al eerde hoge ogen bij toneelgroep Oostpool met zijn decorontwerp voor Angels in America, waarin hij de teloorgang van de personages treffend weergaf door de toneelvloer met aarde te bezaaien. Ook nu creëert hij met minimale middelen een ruimte die de strekking van het stuk symboliseert. Tsjechovs Een Meeuw speelt zich oorspronkelijk af aan het einde van de 19e eeuw in een Russisch buitenverblijf rond een meer. Op een stoel, een bank en een trappetje na, bestaat het decor nu enkel uit felle kleuren die in vlakken van elkaar gescheiden zijn. Ze vormen wellicht een geheel, maar in feite zijn de vlakken stuk voor stuk individuen die met hun kleuren stuk voor stuk om aandacht vragen. Dat geldt ook voor de personages, waar bij sommigen de kleur van de kleding overeenkomt met de kleur van het decor. Dankzij Lotte Goos geven de personages met hun boblijn, wijde broekspijpen en plateauzolen een mooi jaren ’70-tintje aan de hele ruimte.

 

Oud versus nieuw

Een Meeuw is een toneelstuk over toneel, over de oude versus de nieuwe generatie kunstenaars. De jonge schrijver Kostja (Vincent van der Valk) heeft een toneelstuk geschreven voor zijn muze Nina (Sigrid ten Napel). Ze vindt het stuk niet al te best, maar speelt het toch omdat ze graag actrice wil worden. Kostja’s moeder, de beroemde actrice Arkadina (Ariane Schluter), en haar vriend, de gevierde schrijver Trigorin (Martijn Nieuwerf), vinden het helemaal niets. Dit drukt zo zijn stempel op Kostja dat na vandaag niets hetzelfde is. Hij blijft zoeken naar zijn identiteit als kunstenaar en probeert zijn moeder en Nina van zijn kunstvormen te overtuigen, maar Nina kiest voor Trigorin. Terwijl ze allebei tevergeefs hun dromen najagen, blijft ook de oude generatie kunstenaars op zoek naar erkenning. Wanneer Kostja beseft dat hij zijn ambitie niet waar kan maken, stort de hele club mensen als een kaartenhuis in elkaar.

 

De last van toneelconventies

Je zou het niet geloven, maar Tsjechov had met dit stuk een tragikomedie voor ogen. Er kan zeker ook worden gelachen in Een Meeuw. Vooral de hoogbejaarde dokter Dorn (leuk gespeeld door Daniel Cornelissen) heeft met zijn droogkomische humor de lachers op zijn hand. Hij is de vrolijke noot in een tamelijk conceptuele setting. Regisseur Marcus Azzini laat de acteurs niet zozeer met elkaar, maar met de toneelconventies spelen. Ze richten zich op het publiek dat steeds meer de rol van het beruchte meer inneemt. Hier gaan de personages heen om zich terug te trekken, om hun dromen, verlangens en verdriet te uiten. Kortom: om gezien en gehoord te worden. Helaas doet dit soms wel afbreuk aan het tempo. Doordat de personages op cruciale momenten niet met elkaar interacteren, maar zich tot het publiek richten, wordt het toneelspel statisch, wat ten koste gaat van de geloofwaardigheid en intensiteit van de dramatiek. Aan de andere kant wordt hiermee wel duidelijk dat niet alleen de personages, maar ook de acteurs zelf op zoek zijn naar erkenning van het publiek. Dat hoort bij hun vak. Dat je daar dan soms ten onder aan kan gaan blijkt wanneer het toneel vol met water van het meer komt te staan en de personages het als een last met zich meedragen.

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

Psychedelische nachtmerrie in de wildernis

recensie: NTJong / Veenfabriek - Lord of the Flies (12+)

Met Lord of the Flies leveren NTJong en de Veenfabriek een inktzwart beeld van het menselijk vermogen om vreedzaam samen te leven. In tijden van een verdeeld Europa en een Trumpiaans Amerika heeft dit allerminst aan zeggingskracht ingeboet.

Hoe kunnen we met elkaar leven? Kunnen we omgaan met de ander of wint het recht van de sterkste? William Golding zag het somber in. Na de verschrikking van de Tweede Wereldoorlog schreef hij Lord of the Flies, een allegorie waarin gestrande kinderen een beschaving oprichten die uiteindelijk ontaardt in kannibalisme. Zestig jaar later is zijn roman nog verrassend actueel. In de bewerking van Jibbe Willems en regie van Noël Fischer zien we hoe de spanningen die in het Westen steeds voelbaarder worden – agressie versus compassie, arm versus rijk, het onderbuikgevoel tegenover het intellect – ook de ministaat van Lord of the Flies in twee kampen verdelen.

De populist tegen de democraat

De welbedeelde Jack (Bram Suijker) en zijn vrienden komen van een betere school en menen daarom het leiderschap te verdienen. Met bravoure en intimidatie eisen zij hun plek op de apenrots op. Ze zijn de archetypische bullebakken die de zwakken onderdrukken om zelf vooruit te komen. Daartegenover staat Ralph (Mattias van de Vijver), die jongen die zich ontfermt over de zwakkeren, luistert naar de mening van anderen en pleit voor een democratie. Als hij door een stemming de leiding krijgt, wordt een schelp het symbool voor beschaving: wie de schelp heeft, mag spreken. De beginnende democratie weerhoudt Jack en zijn aanhangers er niet van om op eigen houtje op jacht te gaan naar een mysterieus monster dat zich ergens op het eiland schuilhoudt. De jongens komen terug met een geslacht zwijn en zijn onherroepelijk veranderd. Het eerste bloed is vergoten, de eerste moord begaan.

Van Expeditie Robinson naar Apocalypse Now

Geen geruststellende voorstelling dus, deze Lord of the Flies. De komische noot wordt gegeven door Jim Deddes en Sander Plukaard, die in Expeditie Robinson-achtige vlogs roddelen over de andere jongens. Dat het lachen ons zal vergaan, wordt al snel duidelijk in het decorbeeld. Een doorlopende projectie van Catharina Scholten laat een brandende zon zien die langzamerhand verandert in een psychedelische jungle waar de jagers zich steeds dieper mee vereenzelvigen. Met bloed en verf op hun gezichten kunnen zij zich camoufleren in de grimmige kleurenstorm van de wildernis. De jongens die aanvankelijk in nette schooluniformen gekleed waren, zijn geleidelijk veranderd in woestelingen met wapens en verscheurde kleding.

Lord of the Flies profiteert van een sterk visuele regie en een energieke spelersgroep die gemakkelijk de aandacht vast weet te houden. Bram Suijker en Mattias van de Vijver spelen mooie tegenpolen van elkaar: de hooghartige populist die uit is op zelfverheerlijking tegenover de introverte denker die het belang van de groep vooropzet. Phi Nguyen is fascinerend als de timide Bril. In zijn lichaamstaal vat hij precies het ongemak van een jongen die geaccepteerd wil worden, maar zich geen houding weet te geven. Zo werkt deze Lord of the Flies als allegorie voor het huidige politieke klimaat, maar – voor het jongere publiek – ook voor het leven op het schoolplein. De pestkop, de volgelingen, de underdog: ze komen ongetwijfeld bekend voor.

 

Reageer op dit artikel

capote_alle_verhalen
Boeken / Fictie

Ambitieuze storyteller

recensie: Truman Capote - Alle verhalen
capote_alle_verhalen

Het was zijn meest geliefde genre. Meer nog dan van de roman (Breakfast at Tiffany’s) of van de journalistieke fictie (In Cold Blood) hield Truman Capote van het schrijven van korte verhalen. Deze verzamelde hoogstandjes zijn nu gebundeld in Alle verhalen.

Een jonge man ligt op bed in een warme hotelkamer en kijkt naar de draaiende ventilator aan het plafond. ‘Luister, de ventilator, draaiende raderen van gefluister, hij zei dat jij hebt gezegd dat zij hebben gezegd dat wij hebben gezegd, almaar in het rond, traag en snel (…)’. De man is op de vlucht geslagen, weg uit het door roddel en achterklap beheerste New York, naar het oververhitte New Orleans. In NYC heeft hij veel mensen tegen zich in het harnas gejaagd en door zijn ongegeneerde egocentrisme is hij in korte tijd alles kwijtgeraakt.

Het lijkt alsof Truman Capote (1924-1984) een blik in de toekomst wierp bij het schrijven van het verhaal ‘Sluit een laatste deur’ (1947). Zijn latere leven in de New Yorkse jetset bestond voornamelijk uit cocktailparty’s en vileine onderonsjes met beroemdheden, terwijl zijn jeugd in het diepe Zuiden van de Verenigde Staten altijd is blijven sluimeren in zijn gedreven pen en zijn weggestopte verlangens. Twee aspecten die in deze verhalen tevoorschijn komen: de schurende relaties tussen uiteenlopende types mensen én de zinderende, haast surreële atmosfeer van downsouth Alabama.

Miss Bobbit wordt overreden

Het grootste genoegen van deze eenentwintig verhalen is telkens aan het begin te beleven. De manier waarop Capote een verhaal aanvangt, hoe hij de lezer op directe of indirecte wijze een nieuwe situatie binnenloodst, is ongeëvenaard. Hij valt midden in een dialoog, opent met een gedachtenstroom of beschrijft een fraaie scène als: ‘Een wolk op weg naar het zuiden schoof voor de zon en een donkere vlek, een eiland van schaduw, kroop over het land, en gleed over de heuvelrug’. Dan volgt een ontmoeting met personages die meestal voortkomt uit een vreemde wending in het verloop van de beschrijving. Het is prikkelend, het verhaal dringt zich op en de lezer is volledig ingepakt.

In ‘Kinderen op hun verjaardag’ wordt de tienjarige Miss Bobbit opgevoerd met de openingsregel: ‘Gistermiddag heeft de bus van zes uur Miss Bobbit overreden’. Een glasheldere introductie voor een verhaal dat niet ingaat op het ongeluk, maar verder slingert als een jeugdherinnering vol grotemensendingen als verliefdheid, verantwoordelijkheid, betovering en bedrog. De broeierige sferen, waardoor de lezer de opening allang vergeten is, worden op ruwe wijze ongedaan gemaakt door de afsluitende regel: ‘Toen werd ze door de bus van zes uur overreden’. Een verhaal als een meeslepend avontuur, terwijl het drama vanaf het begin aanwezig is.

Nicht Sook is de spil

Een aantal verhalen verwijst letterlijk naar Capotes jeugd in Alabama. Door zijn gescheiden ouders ondergebracht bij familie, groeit hij op in de bekrompen wereld van het nog altijd gesegregeerde Zuiden. In het al eerder gepubliceerde ‘Een kerstherinnering’ schrijft hij over de kerstviering die hij (als hoofdpersonage ‘Buddy’) met zijn oude achternicht Sook beleeft. Sook is zijn opvoeder, steun en toeverlaat en de spil in zijn jonge leven. Ook in het hartverscheurende ‘Kerst in New Orleans’ treedt ze op als veilige thuishaven voor de ontredderde Buddy. Als hij de feestdagen verplicht doorbrengt bij zijn vader is hij diep ongelukkig en wordt tot overmaat van ramp beroofd van zijn kerstman-illusie. Terug naar Sook, dat is het enige wat rust brengt in zijn verwarde hoofd.

Alle verhalen is chronologisch samengesteld – een gouden greep van de uitgever – zodat de lezer ruim zicht krijgt op de ontwikkeling van de schrijver. Voor Capote waren deze verhalen beslist geen vingeroefening voor het grotere werk; hij hield van het genre en probeerde telkens weer nieuwe ideeën uit. Die ambitie is voelbaar op iedere bladzijde in deze bundel: de zoekende blik vol experimenteerdrift en gewaagde uitstapjes, de bijzondere detailbeschrijvingen en ijzersterke dialogen. Eenentwintig verhalen als mijlpaal in de wereldliteratuur.

Reageer op dit artikel

uitgelichte afbeelding van man op skateboard bij recensie over 'Weet je wel wie ik ben?' van Ari Turunen
Boeken / Non-fictie

Zie mij!

recensie: Ari Turunen – Weet je wel wie ik ben?
uitgelichte afbeelding van man op skateboard bij recensie over 'Weet je wel wie ik ben?' van Ari Turunen

In Weet je wel wie ik ben? verdiept Ari Turunen zich in de geschiedenis van de arrogantie. Door de eeuwen heen heeft arrogantie geleid tot oorlogen en rampen. Een uiteenzetting van een overbodige emotie waar iedereen weleens last van heeft.

De Finse schrijver en socioloog Ari Turunen staat bekend om zijn artikelen over de menselijke gewoonten. In zijn nieuwste boek Weet je wel wie ik ben? onderzoekt hij een veel voorkomende emotie: de arrogantie. Turunen laat zien wat arrogantie is, hoe ze kan ontstaan en welke desastreuze gevolgen ze kan hebben.

Arrogantie en leiderschap

Arrogantie is van alle tijden. Het gevoel beter en belangrijker te zijn dan anderen heeft verscheidene leiders uit de wereldgeschiedenis de kop gekost. Zo zei Napoleon in 1811: ‘Nog drie jaar en dan ben ik heer en meester van het universum.’ Niet lang daarna ging hij voorgoed in ballingschap op Sint-Helena. Heer en meester van het universum is hij nooit geworden.

De Engelse koning Jan zonder Land hielp Engeland door zijn arrogante karakter de verdoemenis in. Hij was machtsbelust en vertrouwde niemand. Hij werd er zelfs van verdacht achter de moord op de zoon van zijn broer te zitten. Uiteindelijk werd Jan door opstandige baronnen afgezet en verloor hij zijn macht en aanzien.

Turunen geeft nog veel meer voorbeelden die we allemaal kennen uit de geschiedenis, zoals de val van het Romeinse Rijk, Zonnekoning Lodewijk XIV en Stalin. Deze gebeurtenissen en personen lijken meer beïnvloed te zijn door arrogantie dan doorgaans door historici verteld wordt. Zo laat Turunen je op een ongewone en vaak humoristische manier kijken naar onze geschiedenis en naar onszelf. Doordat de schrijver zó veel voorbeelden geeft wordt het boek hier en daar wel wat langdradig. Het verhaal lijkt soms één grote opsomming te zijn van voorbeelden van arrogant gedrag. Wat wellicht wel weer treffend laat zien hoe universeel deze emotie is.

Arrogantie in het heden

De moderne westerse maatschappij moedigt arrogantie aan. Door het individualisme en de steeds grotere competitiedrang zijn we elkaars concurrenten op weg naar succes en macht. ‘Nationaal en persoonlijk concurrentievermogen is de mantra van de 21e eeuw geworden.’ Volgens Turunen leidt deze drang tot competitie tot arrogantie en jaloezie. We zijn jaloers op de mensen die meer hebben bereikt en kijken arrogant neer op de mensen die lager staan op de sociale ladder.

Oppassen dus, want we hebben gezien waartoe arrogantie kan leiden!  Ondanks dat Weet je wel wie ik ben? vooral vermakelijk en grappig is, laat Turunen zien hoe we arrogant gedrag kunnen voorkomen. Zo moeten we onszelf niet steeds vergelijken met anderen of streven naar erkenning. Iemand die niet arrogant wil worden zal regelmatig met kritische blik in de spiegel moeten kijken, om te blijven zien dat hij een mens is als alle anderen. Ruimte voor meningen en kritiek zijn noodzakelijk om arrogantie te voorkomen.

Deze oplossingen zijn ietwat voor de hand liggend. De lezer die echt wil weten hoe die vervelende emotie voorkomen kan worden zal door deze karige handleiding van Turunen niet bevredigd worden.

De kunst van de nederigheid

Het hele boek lijkt één grote opsomming van momenten waarop iemand met arrogante gevoelens zijn hoofd niet langer gebruikt en er een rotzooi van maakt. In het laatste hoofdstuk laat Turunen zien dat het – gelukkig – wel anders kán. De Italiaanse familie de’ Medici uit het Florence van de vijftiende eeuw geldt als voorbeeld van machtige mensen met veel aanzien, die zich desondanks niet lieten leiden door arrogantie en minachting. Met grote interesse voor wetenschap, kunst en literatuur bestuurden zij met open handelsgeest de stad. Daarbij altijd in gesprek met anderen en reflecterend op zichzelf. Deze kunst van de nederigheid heeft de familie de’ Medici veel opgeleverd, méér dan een arrogante houding gedaan zou hebben.

Het Nederland van de Gouden Eeuw krijgt van Turunen ook een eervolle vermelding, als handelsland dat bekend stond om zijn tolerantie en openheid naar andere ideeën en culturen. De Nederlanders van destijds waren niet arrogant omdat ze in zo’n tolerant land leefden waar ze trots op waren. Vandaag de dag zijn veel nationalistisch gezinde Nederlanders misschien wel zó trots op hun tolerante land, dat het niet meer zo tolerant ís. Trotse Nederlanders zouden nog wel eens neer kunnen gaan kijken op mensen met andere ideeën en gebruiken. Trots kan makkelijk omslaan in arrogantie,  dus wees gewaarschuwd!

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

Een zinderende sensatie?

recensie: A Chorus Line

Zeventien auditanten, acht rollen. A Chorus Line volgt een groep dansers bij hun auditie voor een plek als achtergronddanser en geeft een inkijkje in het hectische leven van de dansers.

Maar liefst vijftien jaar lang speelde A Chorus Line vanaf midden jaren ’70 op Broadway, in 2006 werd de musical daar weer voor langere tijd opgevoerd en in 2001 werd de musical door Joop van den Ende naar Nederland gehaald. Vijftien jaar later brengt Dommelgraaf & Cornelissen Entertainment deze musicalklassieker terug in de Nederlandse theaters.

Een volwaardige musical

De dansers moeten zich tijdens de auditie uitgebreid voorstellen, iets wat ze niet gewend zijn. Ze moeten vertellen over hun drijfveren en krijgen vragen als: “wat als je nooit meer kan dansen?” Al snel worden er persoonlijke verhalen verteld, zo vertelt Paul over het seksueel misbruik uit zijn jeugd en zingt Val over hoe lelijk ze vroeger was. Deze verhalen zorgen ervoor dat de audities intiemer worden en ze laten zien dat de dansers ook maar gewoon mensen zijn.

In A Chorus Line staat dans centraal, maar ook de andere musicaldisciplines (zang en acteren) zijn van goede kwaliteit, met name de samenzang is erg mooi. De vertolking van het iconische nummer ‘What I did for love’, met veel samenzang, maakt de musical helemaal af. In het Nederlands wordt dat ‘Het had heel m’n hart’, een mooie vertaling van Coot van Doesburgh, waarin de dansers zingen wat zij ervoor over hebben om te kunnen dansen.

De musical heeft een sterke cast, die een persoonlijke invulling geeft aan de personages waardoor de dansers meer zijn dan één bepaald stereotype. Bettina Holwerda Bakkum laat bijvoorbeeld ook de kwetsbare kant van de arrogante Sheila zien.

Twee rollen die opvallen zijn danseres Cassie en regisseur Zach, die een relatie hebben gehad. Cassie (deze voorstelling gespeeld door Esther van Boxtel, de alternate voor zowel de rol van Sheila als Cassie) is een gevallen ster die geen solo’s meer kan krijgen en daarom auditie doet als achtergronddanseres, hiermee is Zach (Edwin Jonker) niet blij. Zach vindt dat Cassie niet thuis hoort tussen de achtergronddanseressen, want ze valt te veel op. Esther vertolkt deze rol goed, want ze weet inderdaad op te vallen te midden van de zeventien andere dansers. De spanning tussen Zach en Cassie mondt uit in een confrontatie, waarin Cassie een prachtige solo danst.

Tweede akte maakt de musical

De vaart komt er pas in de tweede akte van de musical goed in. In de eerste helft is te veel aandacht besteed aan het voorstellen van de dansers, die statisch op één rij bleven staan. Het voorstellen is essentieel voor de musical, maar duurde zo lang dat het bijna begon te vervelen. De tweede akte is veel dynamischer: de acteurs blijven niet op één rij staan, dansen vaker en er zijn meer persoonlijke ontwikkelingen tussen spelers. Ook de confrontatie tussen Zach en Cassie zorgt voor meer spanning in de voorstelling. De vraag wie de rollen gaan krijgen komt in deze helft meer centraal te staan wat de spanning ook opvoert.

‘Een zinderende sensatie’ zoals de dansers zingen, is de show niet echt. Het begin mist vaart en de spanning rondom de vraag wie welke rol krijgt, wordt niet opgebouwd. Wel geeft de avond een mooi inkijkje in het leven van dansers, ondersteund door mooie samenzang en dans van hoge kwaliteit. De musicalliefhebber moet deze klassieker gezien hebben en het is ook zeker een aanrader voor de dansliefhebber.

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

Ondanks mooie vorm een lange zit

recensie: De Toneelmakerij – Lear (15+)

King Lear van William Shakespeare, in de versie van De Toneelmakerij kortweg Lear, is een stuk dat gaat over machtige, maar domme vaders en miskende en toch liefhebbende loyale kinderen. Een prima idee om daar een jeugdvoorstelling van te maken. Maar al heeft Lear een interessante opzet, boeiend of ontroerend wil de voorstelling niet worden.

Lear is een oude vermoeide koning die klaar is met regeren en het land wil verdelen onder zijn drie dochters. Degene die hem het vurigst haar liefde kan verklaren – lees: het beste stroop om de mond kan smeren – krijgt het grootste deel. Jongste dochter Cordelia, zijn oogappel, is daar niet toe in staat. Zij is te eerlijk en wordt door een woedende Lear onterfd. Vervolgens blijkt natuurlijk dat zijn andere twee dochters, die wel goed kunnen vleien, totaal onbetrouwbaar zijn en zo gauw mogelijk van hun vader af willen. Daarnaast is er het verhaal van de hertog van Gloster, een hoveling van Lear, die zich zand in de ogen laat strooien door zijn gemene bastaardzoon Edmond en daardoor zijn goede zoon Edgar wegstuurt. Beide verstoten kinderen, Cordelia en Edgar, vermommen zich en blijven voor hun vaders zorgen. Kent, een edelman aan het hof van Lear, wordt weggestuurd omdat hij Cordelia verdedigt. Ook hij vermomt zich en kan op die manier Lear trouw blijven.

Nar

In King Lear trouwt Cordelia met de koning van Frankrijk en komt ze uiteindelijk haar vader te hulp. In de versie van regisseur Liesbeth Coltof vermomt ze zich als de nar, een fraaie vondst. Nu kan ze niet alleen bij haar vader blijven, ze geeft de nar, een belangrijk personage dat in het oorspronkelijke verhaal enigszins uit de lucht komt vallen, een reden van bestaan. Maar het betekent ook dat de drie meest liefhebbende personages in dit verhaal niet zonder vermomming door het leven kunnen gaan. Is dat niet een deprimerende boodschap voor de kids? Of juist een hart onder de riem? Als je iets wilt, is er altijd een oplossing te vinden.

De tekst van Shakespeare is door Coltof prachtig bewerkt. De kostuums zijn uitbundig en oogstrelend mooi. Aanvankelijk trekken een paar acteurs de meeste aandacht: Jesse Mensah als de puberachtige Edgar, Myrthe Huber als de pittige middelste dochter Regan en Tjebbo Gerritsma als de geestige trouwe Kent. Maar naarmate het stuk vordert en de tragiek toeneemt, is het moeilijk geboeid te blijven.

Fake news

Bij aanvang, als je de leugenachtige verklaringen hoort en Lear en Gloster een dik bord voor hun kop blijken te hebben, komen er onwillekeurig associaties met de Nederlandse verkiezingen boven of de over fake news brallende Amerikaanse president. Maar als het verhaal persoonlijker wordt en de levens van Lear en Gloster triester, blijkt dat de kwaliteit van het vertoonde spel te kort schiet om geloofwaardig te zijn en te kunnen boeien. Shakespeare schrijft prachtig, maar hij vraagt veel van zijn vertolkers. Als het acteren vlak blijft en er gepushed moet worden om heftige emoties te tonen, wordt zijn tekst snel saai of larmoyant. Helaas is dat bij deze voorstelling het geval, op een paar momenten van met name Lear na. Werken met videobeelden en een rijdende camera verandert daar niet echt iets aan.

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

Ont-heemd is actueel en spannend theater

recensie: RCTH+ - Ont-heemd

In een tijd van de vluchtelingencrisis en een toenemende vijandigheid voor ‘de ander’ maakt het Rotterdamse RCTH+ een performance over ontheemding. In Ont-heemd ondervindt de toeschouwer aan den lijve hoe het is om uitgesloten te worden.

Het onlangs gefuseerde Rotterdams Centrum voor Theater en Theater Maatwerk hebben een gezamenlijke missie: het inzetten van theater om een stem te geven aan acteurs met een beperking. Theater als vrije ruimte waarin ‘de ander’ niet meer wordt uitgesloten, maar onderdeel uitmaakt van een gemeenschap. In Ont-heemd laat een groep van zestig acteurs, met en zonder beperking, ons ervaren hoe het is om vervreemd te raken van de maatschappij en de zeggenschap over het eigen leven te verliezen.

Ontheemden in een industrieterrein.

De ontheemding begint bij de locatie. Regisseur Paul Röttger laat het veilige pluche van de theaterstoel achterwege en zet zijn performance in de koude, zwak belichte ruimtes van een fabriek. Bepakt met dekentjes worden we door verschillende hallen gejaagd, terwijl de performers met gezang en geschreeuw het terrein verkennen. Streng ogende bewakers met zaklampen houden de mensenmassa bijeen en begeleiden ons naar volgende ruimte. Even lijken we onze plek van bestemming te hebben bereikt en worden de eerste stoeltjes neergezet, maar dan klinkt het onverbiddelijke geluid van fluitjes: een thuisplek is nog niet gevonden.

Vernedering en hoop.

Uiteindelijk worden de dekentjes neergelegd in een hal en ontstaat er een kleine gemeenschap van ‘ontheemden’. De performers verkennen angstig de ruimte, proberen tevergeefs de gesloten deuren te openen en zijn genoodzaakt om in mensonwaardige omstandigheden een bestaan op te bouwen. Vernedering en hoop wisselen elkaar af. We zien hoe de ontheemden zich krampachtig proberen te wassen met niets meer dan een emmer en een washandje. Hoe de bewakers hen dwingen zich te ontkleden en nieuwe mensenstromen, inclusief kinderen, zich bij de groep aansluiten. Even worden de zorgen vergeten als een clown een act opvoert of de groep gezamenlijk een lied inzet. Een bos dat rechtstreeks uit Macbeth lijkt te komen, voert de mensen al zingend mee naar een hopelijk beter oord, maar dan wordt de droom ruw verstoord door de bewakers, die de groep terugsturen naar hun dekenkamp.

Grillige energie.

Een prettige ervaring is Ont-heemd niet, en dat is precies de kracht van deze performance. De toeschouwer bevindt zich letterlijk en figuurlijk op onbekend terrein en wordt geconfronteerd met de realiteit van mensen die geen houvast of thuisbasis hebben en als tweederangs burgers worden behandeld. Het verband met vluchtelingen is daarmee snel gelegd, maar Ont-heemd gaat even goed over het leven met een beperking en de onwil of het onvermogen van een samenleving om deze mensen voor vol aan te zien. De acteurs van RCTH+ beschikken over een continue alertheid die de performance een grillige energie geeft. Je weet nooit helemaal zeker waar de grens ligt tussen acteren en oprechtheid. Speelt de huilende vrouw naast me haar rol, of is ze oprecht ontroerd door de scène? Loopt haar buurvrouw weg omdat het haar verteld is, of omdat de spanning haar te veel wordt? Het levert ongemakkelijk, actueel, maar bovenal spannend theater op.

Reageer op dit artikel

Hofman
Boeken / Poezie

Scheurkalender vol bravoure

recensie: Tim Hofman - Gedichten van de broer van Roos
Hofman

In de Bruna Top-10 kwam hij binnen op nummer 1. Terwijl het boek zelf in de winkel nog moest arriveren. Deze bizarre situatie kenmerkt pecies waar Gedichten van de broer van Roos wringt: een hype om iets wat er niet is.

Tim Hofman is hot. Terwijl studies als Nederlands en Communicatiewetenschappen niet wilden vlotten, rolde hij wél met brevet uit de koker van de BNN University, ontpopte zich tot sympathiek rebelse tv-persoonlijkheid in programma’s als Spuiten en Slikken, De Wereld Draait Door en Wie is de Mol en werpt nu nonchalant een dichtbundel op onze koffietafel.

Sorry

De titel is catchy, de foto’s op de omslag ook. Hofman kijkt de lezer aan met bestudeerd charmante onbeholpenheid. De ideale schoonzoon als dichter. “Sorry, vind je het wat?” lijkt hij te vragen. Hier draait de marketingmachine van Meulenhoff op volle toeren.
En vinden we het wat?
Allereerst: wat is het? Wie prat gaat op het klassieke etiket dichtbundel komt bedrogen uit. In plaats van een evenwichtig uitgebalanceerde bundel gedichten is het een hak-op-de-tak-verzameling aan light verse, taalvondsten en iets wat hij vol bravoure zijn ‘technische stukken’ noemt. Hierin benadert Hofman de taal sec als formule en wordt het woord ondergeschikt aan zijn bouwstenen, de letters. Hofman breekt ze op als Legostukjes, schuift en herschikt ze en klikt ze weer in elkaar tot een nieuw bouwsel. Taal als sommetjes.
De gedichten ‘Egocentrie’ en ‘Wij Ik Jij’ zijn hiervan de meest geslaagde puzzels. De letters uit de woorden jij en wij stellen zich onderling in rijen en kolommen op, waarna de letter k uit het woord ik het raster compleet maakt en zo een nieuwe, betekenisvolle hiërarchie in de relatie bepaalt. Toegegeven, mooi gevonden. Maar pas toen hij het toelichtte bij Matthijs van Nieuwkerk aan tafel en de redactie er een verduidelijkend clipje bij had gemaakt, ging het echt leven.

Scheurkalender

De uitkomst van deze spielerei is verder een matig geheel aan taalpuzzels. Op een paar pagina’s druipt de puberale flauwigheid er zelfs vanaf, voornamelijk in de spelletjes met andere talen.

Eggte liefde

Ei
l’oeuf
you.

Geen tweede laag, geen behoefte aan herlezen zoals een goed gedicht vaak oproept. Het is wat het is. Het had ook een willekeurige dinsdagpagina van een scheurkalender kunnen zijn. Morgen weer vergeten. Wegwerppoëzie.
Maar daar komt tv-persoonlijkheid Hofman opdraven. “Leuk bedacht toch?” roept hij enthousiast in je oor. Ja, met zijn jonge honden-enthousiasme erbij moet je erom glimlachen. Maar losgeweekt van Hofman smaken zijn gedichten als een glas schraal bier van het lollige feestje van de avond ervoor. Je had erbij moeten zijn.

De jeugdliteratuur kent het fenomeen cross-over: titels die het predikaat jeugdboek eigenlijk ontstegen zijn, maar ook nog niet helemaal thuishoren op de volwassenenplank.
Hofman zou onder het etiket cross-overpoëzie best wel thuis zijn. En deze schrijvende BN’er vindt ongetwijfeld zijn plek op menig karig gevulde boekenplank van gelijkgestemde jonge honden.

Bevlekte pagina’s

Hofman koestert ontegenzeggelijk een liefde voor taal en denkt er spelenderwijs vast vaak over na. Naar eigen zeggen kwam op zijn veertiende ‘de God die fictie heet’ in zijn leven. Om niet meer te vertrekken. Getuige daarvan is de eerste strofe van één van de betere gedichten: ‘Aftrekkelijk’  Ik val al dagen in slaap met / papier naast mijn bed; / soms leeg of beschreven / maar meestal bevlekt.
In de gedichten die het na zo’n nacht wel tot geschreven taal schoppen, hapert het echter vaak in ritme en melodie. Verder is Hofman is vooral met zichzelf bezig. Terugkerende thema’s zijn slipjes, slippertjes en dronkemansochtenden. Naast wat schopperige klaagzangen over een ex met anorexia (’t Is niet zozeer jouw gewicht / maar wat je ziekte weegt’), grachtengordel-elite en het bankwezen.
En toch wil het nergens universeel worden. Hofman blijft zelf in zijn gedichten rondhangen, vergeet eruit te stappen. Blijft over een bundel met door taal bevlekte pagina’s.

Dat worden geen woorden
Maar het zaad dat er staat
Trekt wat ongeboren
Is af van de daad.

Reageer op dit artikel