Theater / Achtergrond
special: Festival Cement

Tien lentes jong

.

Lees nu de recensies van:
Berrie Vooruit | Proeflokaal tekst | Er zal iemand komen | White Moments | Alleen op de wereld | Mamadeern

 

Waarom mannen troep verzamelen… van Albert van Andel

Waarom mannen troep verzamelen… van Albert van Andel

Productiehuis Brabant en het Huis van Bourgondië, de productiehuizen van het zuiden, sloegen tien jaar geleden de handen ineen voor een verzamelde presentatie van hun ‘stallen’. In de loop der jaren kwam er een prettige mix van vakmensen, professionele beschouwers en gewoon publiek op af. Niet in grote horden, maar wel in aangename aantallen, zodat de jonge makers reeksen voorstellingen konden spelen voor gevulde zaaltjes. De laatste jaren ontwikkelde Cement zich sterk als een vakfestival, waar midden in het zaalseizoen en aan het begin van het festivalseizoen theatermakers elkaar ontmoeten en met elkaar praten over hun vak, soms met elkaar, maar ook met de toeschouwers, voor de hoognodige reflectie en verdieping.

Dit jaar is het al niet anders – en waarom zou dat ook, want het werkt voortreffelijk. Festival Cement presenteert onder de nieuwe artistiek coördinator Leonie Clement weer een spannend programma met een dikke stapel grote en kleine premières, een paar reprises van klappers en vooral ook veel halfproducten van makers uit de zuidelijke huizen.

Een paar tips: wie flabbergasted naar ultrafysieke dans wil kijken en tegelijk een heftige confrontatie met de wereld en zichzelf daarin durft aan te gaan, kan niet om T.r.a.s.h. heen. Ervaar in zowel Pork-in-loop als To file for chapter 11 het failliet van de maatschappij. Wie houdt van wat vriendelijker beweging, gaat naar lala#4: bubbleissues en wie wat abstracts aankan, staat vooraan bij het ontdekken van Arno Schuitemaker als groot choreografietalent.

Wie meer houdt van toneel, kan naar het actuele stuk Hotel Al Awali van Tanja Hermsen of naar Marcel Osterop en zijn kersverse TG Cargo. Herkenbaar hedendaags, bijvoorbeeld Bloedjeuk, op Cement te zien als tweeluik met Hartruis. Of liever een absurdistisch stuk over een afscheid door drie bevriende mannen die in real life ook bevriend zijn en bekijken of ze een gezelschap willen oprichten: Bloem van de natie met Diner zonder Daniël. Een liefdevolle en tegelijk hartverscheurende visie op de wereld van vandaag heeft Leen Braspenning, op Cement in première met Mamadeern.

Andere premières om in de gaten te houden: Waarom mannen troep verzamelen… van Albert van Andel, Doof van Lotte Bos, Alleen op de wereld van Swanenberg en Eijkerman en White Moment van Karin Netten. Ga mee naar buiten met Hanna van Mourik Broekmans Verslaving van de razernij of Café Canard met Hotel Almina. En vergeet onderweg vooral niet wat echt ontluikende theatermakers mee te pikken, zoals de jongelui van de Toneelacademie Maastricht en de proeflokalen tekst en dans. [Moon Saris]
Terug naar boven

Wijze lessen verpakt in absurdisme
De West – Berrie Vooruit
Timmerfabriek loods, Maastricht • 4 april 2009

~

Het nieuwe muziektheatergezelschap De West brengt met Berrie Vooruit zijn eerste voorstelling. Zijn interpretatie van de klassieker Moby Dick is, voor wie van flauwe humor houdt, een hilarische voorstelling over een sullige kantoorpik die aanmonstert op het schip van een nichterig-stoere kapitein dat koers zet naar de grote witte (walvis) om hem voor eens en voor altijd te doden. Onderweg wordt de vraag steeds sterker wie hier nou eigenlijk de echte held is en wie de sukkel.

De John Cleese-achtige invulling van kapitein Berrie door Gerrit Dragt alleen al is voldoende om het kleine uurtje te vullen met lachen, gieren, brullen. Een valse nicht is hij, met zijn aan de Zonnekoning refererende outfit van fluwelen kniebroek, lange kousen en kort jackie, zijn houding met één knietje in de X-stand en zijn handen met gespreide vingers in de zij, en zijn pesterige maniertjes waarmee hij de klerk op stang jaagt. Ook wat cartooneske grapjes zetten aan tot dikke grijnzen: de muzikanten die de twee mannen nakijken als was het een tenniswedstrijd, een glas sinaasappelsap dat verandert in een hele citrusvrucht en het grote laken waarachter de scheepsbemanning staand gaat slapen. Wat maffe liedjes met (bewust) waardeloos metrum maken de voorstelling compleet. Met als hoogtepunt het niksige levenslied over een man die pizza kookt, wegloopt van huis om op avontuur te gaan en terugkomt omdat ie van z’n vrouw houdt. Wijze levenslessen in een absurdistische verpakking. Heerlijk. [Moon Saris]
Terug naar boven

Werkende woorden
Diverse schrijvers – Proeflokaal tekst
Timmerfabriek kamer 1 en 2, Maastricht • 4 april 2009

Een van de bijzondere kantjes van Festival Cement is dat jonge theaterschrijvers de gelegenheid krijgen hun nieuwbakken teksten tegen een publiek aan te houden om te kijken hoe de woorden werken. Een publiek bovendien dat voor een goed deel bestaat uit theatercollega’s die ze al dan niet welkome tips kunnen geven. Sommigen kiezen ervoor de tekst gewoon te lezen, anderen doen een beetje enscenering om het wat extra sjeu te geven.

Anna van der Kruis presenteert haar tekst Pee met een geënsceneerde lezing door vijf acteurs. In de achtergrond hangt een foto van de vervuilde caravan van Piet, de hoofdpersoon van de dag, want hij is jarig, zo leren we al snel. De meeste informatie heeft Anna van der Kruis verstopt in de regieaanwijzingen, die in dit geval godzijdank ook opgelezen worden. De uitgesproken tekst is van het type: op zich niet zo veelzeggend, maar tussen de regels door… Weinig woorden, typische feestjesconversaties, een verhaal uit de oude doos. Pijnlijk grappig worden de verhoudingen duidelijk. Zuslief komt aanzetten met de barbecue, broerlief met het bier, een neefje met de kolen en de broer met het vlees laat nogal lang op zich wachten. Het middelpunt van de dag ziet lijdzaam aan hoe anderen bepalen hoe hij zijn verjaardag moet vieren. Van der Kruis gaat na deze presentatie de tekst herschrijven (tip: niet te veel meer aan doen!) en dan laat ze ‘m los; een regisseur gaat ermee aan de slag om er een voorstelling van te maken.

Een andere tekstlezing is die van het nieuwe jeugdtheaterduo LisenImke. De kersverse tekst Bij ons gebeurt dat niet is voor ze geschreven door Frederieke Hijink, die ook de regie op zich zal nemen van de daarop gebaseerde voorstelling. Die gaat deze zomer in première op Festival Boulevard in Den Bosch. De tekst is bijna het tegendeel van die van Van der Kruis: bijna alles wordt met woorden gezegd. Twee meisjes, zusjes, vertellen over ‘hem en haar’, ook wel ‘zij” oftewel: hun ouders, die duidelijk niet meer zo verliefd op elkaar zijn als ze eens waren. Dwars door het verhaal over hun uitstapje naar de bowlingbaan en de aansluitende frietjes vertellen ze over hun belevenissen tussen de verhuisdozen en hun kennismaking met de nieuwe buurt, onder wie hun buurjongen. Geprojecteerde jeugdfoto’s en dagboekfragmenten van de spelers (Imke Donkers, Lis de Kort en Rob van Gestel) verlevendigen de boel een beetje. Met het onderwerp en het jeugdige taalgebruik sluiten ze goed aan op de leefwereld van het kind (van scheidende ouders). De schrijfster/regisseuse moet misschien nog wat lievelingetjes ombrengen, met name: met wat minder woorden evenveel zeggen, om het tot een goede jeugdvoorstelling te maken.

Ook Maarten Westra Hoekzema zegt het in De Openbaring met louter woorden, in lange, complexe zinnen met veel inhoud bovendien. Zijn aanstaande voorstelling voor het Huis van Bourgondië, geïnspireerd op het boek van Johannes, koppelt theorieën uit alle hoeken van de wereld aan elkaar die gaan over het einde der tijden. 21 december 2012, daar komen de meeste doemdenkers op uit, zo moeten we geloven. Zijn lezing, een monoloog, is vrij letterlijk een speech, naar later blijkt van een new born Christian. Schijnbaar waterdicht, zeker in eerste instantie behoorlijk geloofwaardig, maar zeker naar het einde toe tamelijk godsdienstwaanzinnig en aan alle kanten te betwisten. Elk standpunt is te onderbouwen, zo lijkt ie te willen zeggen, en sluit zich zodoende aan bij heren als Michael Moore en Al Gore. Uitermate benieuwd hoe deze toespraak een theatervoorstelling wordt. Tip van een collega: uit de theaterzaal halen en op een congres zetten. Spannend idee. [Moon Saris]
Terug naar boven

Samen alleen zijn
Arnoldussen, Kaat en Korevaar – Er zal iemand komen
Maastricht • 3 april 2009

Er zal iemand komen verbeeldt hoe het schrikbeeld van een levensgrote angst, zich op tragische wijze kan ontpoppen als een nachtmerrie die uitkomt. Als je de angst maar genoeg voedt. Het theatercollectief Arnoldussen, Kaat en Korevaar brengt de poëtische tekst van toneelschrijver Jon Fosse met kracht, maar op het non-verbale gebied overtuigen ze minder sterk.

Een naamloos jong stel heeft een huis gekocht op een verlaten plek, grenzend aan de onmetelijke zee. Ver weg van de boze buitenwereld, die hen misschien uit elkaar zal drijven, en hun prille geluk zal verstoren. Ze willen krampachtig ‘samen alleen’ zijn. Al in de eerste minuten van het stuk is te zien hoe ze hun wereld letterlijk ineen doen krimpen. Van houten terrastegeltjes creëren ze, nerveus om zich heen kijkend, een lange vlonder naar hun nieuwe stulp. Maar de tegels aan de straatkant halen ze telkens naar voren, totdat uiteindelijk maar een heel kort paadje overblijft. Het geeft een benauwend gevoel.      

Telkens proberen ze hun angst te bezweren met zinnetjes als ‘Er zal iemand komen! Er mag niemand komen’, maar daardoor lijkt het alsof ze het spook van hun angst juist aantrekken. Ze roepen zelf een levensgrote onzichtbare aanwezigheid op, nog voordat er echt iemand komt. Dat komt alleen al door tekst, geschreven door de Noorse toneelschrijver Jon Fosse, die veel mantra-achtige herhalingen bevat. De man zegt telkens: ‘Eindelijk samen met z’n tweeën. Samen met z’n tweeën in ons nieuwe huis.’ Je voelt de beklemming. Ze kunnen geen kant op, alleen die van elkaar. Door hun wereld zo klein te maken, worden ze voor elkaar levensgroot. Op het non-verbale vlak weten de acteurs de beklemming echter niet altijd vast te houden. Soms kibbelt het stel en valt er een pijnlijke stilte, maar na twee seconden is de spanning niet meer voelbaar. Ze zitten daar maar. Het is alsof een ballon per ongeluk leegloopt.

Het drama begint pas echt als er daadwerkelijk een indringer komt. Maar wat voor het stel een nachtmerrie is, is voor de kijker eerder een verlichting. Met de komst van de buurman, en tevens de verkoper van het huis, wordt het stuk luchtiger van toon. Het is een vrijbuiter, een man van de natuur. Hij draagt een schipperstrui en hij praat losjes met een plat accent. Hij gaat naast de vrouw op de bank zitten. In zijn onwetendheid vertelt hij zijn nieuwe buurvrouw vrolijk over zijn gestorven moeder die vroeger in dit huis woonde. ‘Ze zat altijd precies op de plek waar jij nu zit.’ Het gezicht van de vrouw verbleekt, alsof de geest van de moeder er nog ronddoolt. De buurman geeft haar zijn telefoonnummer.

Haar man wordt witheet, zijn angst wordt volgens hem bewaarheid. De indringer heeft zijn vrouw ‘veroverd’. De bom barst, de vrouw verlaat het huis. Hij blijft achter. Alleen, alleen is anders dan samen alleen. [Danielle Stals]
Terug naar boven

Filosoferende clowns
Karin Netten – White Moments
Foto: Evelyne Claeskens
Maastricht • 3 april 2009

Als je een voorstelling van een clownsduo bezoekt, dan heb je daar bepaalde verwachtingen bij. Je stelt je twee mensen voor met rode neuzen en te grote broeken. Eentje is de leider, de ander de underdog. Ze halen slapstickachtige grollen uit, waar vooral kinderen heel hard om lachen. En ze zijn meestal niet al te snugger.

~

En dan ga je naar de clownsvoorstelling White Moment, geregisseerd door Karin Netten. Inderdaad: de neuzen en de broeken. En inderdaad: slapstickelementen. Maar dan begint de linkerclown, het brein van de twee, te praten en moet je al je vooroordelen laten varen. Er komen existentialistische thema’s aan bod. Ze praat over ‘het zijn’, ‘raison d’être‘ en reciteert moeiteloos allerlei passages uit Hamlet. Clowns en diepzinnigheid. White Moment is grappig juist doordat er dingen worden gecombineerd die ogenschijnlijk niet samen gaan. Alleen is het jammer dat de peinzende clown soms uit zoveel registers put, dat het hier en daar wat warrig wordt. Ze heeft ook een clownesk ‘gebrek’, ze lispelt nogal en speekselspetters vliegen in het rond. De mensen op de eerste rij moeten bijna wegduiken. Enerzijds geeft dat lachmomenten, maar anderzijds is ze daardoor soms slecht te verstaan.

Na enig diep gefilosofeer komt de opperclown tot het inzicht dat het zijn ‘kut’ is en dat ze om alles draaglijker te maken op zoek moeten naar ‘geluk’. De clowns doen wat ze moeten doen: ons de bekende spiegel voorhouden. Zo tonen ze de tragische en tegelijk de komische kant van de ‘geluksindustrie’ die aan alle kanten om zich heen grijpt in zelfhulpboeken en in tijdschriften.

De opperclown stuurt haar partner erop uit om het geluk te zoeken, maar dat levert niks op. Dan maar wachten op het geluk als in Wachten op Godot. Weer niet gelukt. Misschien moeten ze zich wat meer openstellen. Ze besluiten als bezetenen rond te gaan rennen, met open armen, klaar om het felbegeerde geluk in ontvangst te nemen. Wellicht is het een knipoog naar The Secret. Maar er komt natuurlijk niks uit de lucht vallen.

Hun zoektocht drijft hen bijna tot waanzin. Uiteindelijk verlaten de clowns gelaten het toneel, onder een melancholisch melodietje. Het gebeurt abrupt. Je blijft misschien achter met een onbevredigd gevoel. Wéér geen antwoord op de grote vragen over de zin van het leven. Maar tegelijkertijd komt met dit theaterstuk het besef dat die antwoorden wel nooit zullen komen. Want White Moment herinnert ons eraan, dat de mens altijd al gezocht heeft en ook altijd zal blijven zoeken. [Danielle Stals]
Terug naar boven

Campy Remi kan zich zo aansluiten bij festivalkaravaan
Roel Swanenberg en Wanda Eykerman – Alleen op de wereld
Oude brandweerkazerne, Maastricht • 1 april 2009

In de oude brandweerkazerne van Maastricht is een troep vreemde vogels neergestreken. Achter de transparante deur ontwaren we hun camper. Een als antieke kermisklant uitgedoste man lokt ons naar binnen, samen met een ‘jongetje’ dat hij introduceert als Remi. Remi, het jongetje dat generatie na generatie basisschoolkinderen leert kennen, misschien eerder van de tot in het oneindige herhaalde tekenfilmpje dan van Malots boek Alleen op de wereld (1878) dat daaraan ten grondslag lag.

De voorstelling die Roel Swanenberg en Wanda Eykerman ervan maakten, volgt de structuur van het boek op de voet, hoofdstuk na hoofdstuk, dramatische gebeurtenis na dramatische gebeurtenis. In plaats van het gewoon te vertellen of te spelen, hebben ze alle dingen uit de kast getrokken die ‘de jeugd van tegenwoordig’, mits fantasievol genoeg, voorhanden heeft om een avontuurlijke trektocht als die van Remi in beeld te brengen. En dat spul zien we ook allemaal op de vloer staan voor de camper: een PA met microfoon, videocamera’s, muziekinstrumenten, een scherm en gefiguurzaagde figuren in diverse maten. In een levendige, humorvolle en speelse afwisseling van spel, vertelling, zang, animatie, publieksinteractie, film en live registratie komen de belevenissen van het door zijn adoptiefouders aan een straatartiest-met-drie-honden-en-een-aapje verkochte jongetje over het voetlicht.

De uitsnede die Swanenberg en Eykerman van het klassieke boek hebben gemaakt, maakt duidelijk dat Remi veel minder alleen op de wereld is dan de titel van het boek doet vermoeden. Hij vindt volop oprechte vriendschap en liefde op zijn pad, van de beesten, van Vitalis, van het zieke jongetje op De Zwaan en ook van zijn moeder, al zit die ver weg in zijn geboortedorp. Dat ie ze stuk voor stuk verliest als waren het de tien kleine negertjes, is heel vervelend, maar ook relatief. Want om de hoek gloort zelfs midden in het grootste drama altijd nog de hoop – dus droog je tranen en ‘ga Do(or)-re-mi’.

In deze Nederlandse première zoeken de twee makers/acteurs nog af en toe zichtbaar naar tempo en timing, missen ze wel eens een cue (al dan niet bedoeld) en worden ze bovendien danig afgeleid door twee publieksbegeleiders die tijdens de voorstelling dwars over de vloer wandelen met een laatkomer. Maar met deze campy versie van Alleen op de wereld die in ieders referentiekader past, kunnen ze zo aansluiten bij de festivalkaravaan die volgende maand op gang komt. [Moon Saris]
Terug naar boven

Ten onder aan transparantie
Leen Braspenning – Mamadeern
Oude brandweerkazerne, Maastricht • 1 april 2009

foto: Leen Braspenning

foto: Leen Braspenning

Haar vorige voorstelling, Discopigswas van een verontrustende schoonheid, vooral door de poëtische rauwheid in tekst en regie. Daarmee creëerde de jonge Vlaamse regisseuse Leen Braspenning verwachtingen voor haar nieuwe werk. Maar haar eigen tekst voor Mamadeern komt, hoewel voortreffelijk gespeeld door drie sterke acteurs, tijdens deze première niet voldoende uit de verf. En biedt waarschijnlijk ook onvoldoende doorkijkjes om die gaandeweg het speelproces nog al te veel meer diepgang te geven.

Mamadeern gaat ten onder aan een overdosis transparantie. What you see is what you get. De eerste scènes laten nog wat te raden over, schetsen een kwetsbare doch onverwoestbare relatie tussen een moeder die zich gedraagt als een koppige puber en haar dochter die haar geduldig en liefdevol toespreekt en wijze tips toestopt, met af en toe een uitstapje naar het onhandige, maar lieve vriendje van het meisje, Joachim. Mama, zo ziet de goed verstaander al snel, speelt de hoer en dochterlief Dina wil haar uit het vak. Voor hun beider toekomst. Gaandeweg zie je al aankomen dat het haar niet zal gaan lukken de ban van de selffulfilling prophecy te breken. De spiegelende tegels boven de kille, slagerijachtige scène in deze ‘wereld van vlees’ weerspiegelen henzelf in het heden, en in elkaar zien ze hun wrange verleden en hun niet bepaald vrolijke vooruitzicht.

Maar zodra het woord ‘hoer’ is gevallen, rot dat allemaal niet meer onder het  oppervlak, is het geen pijnlijke onderlaag meer, maar is het ‘out in the open’. Het bloedende kruis van moeder en het onaneren van de huisbaas op de blote tieten van dochterlief bijvoorbeeld wekken eerder ergernis dan begrip, laat staan werkelijk mededogen met deze goede mensen met hun bijzondere band in hun hopeloze strijd voor een beter leven. Als de kleine meid alleen maar de hooggehakte slippertjes had aangetrokken en haar lippen heftig had gestift, hadden we de bui al wel zien hangen.

De rolwisselingen van moeder naar madam, van jongen naar huisbaas en van meisje naar potentiële nieuwe bazin van mama dragen bij aan de ‘realiteitsirritatie’. De techniek die Braspenning in Mamadeern gebruikt en ook in Discopigs zeer succesvol inzette, het afwisselen van interactief spel met bespiegelende monologen richting de toeschouwers, was voldoende geweest om ook deze relaties te duiden, op een veel spannender manier dan met deze in meerdere opzichten weinig verhullende verkleedpartij. 

Kortom: het had dus nog veel schrijnender gekund dan het nu is. Maar ondanks dat heeft Braspenning lef getoond door een taboerijk onderwerp taboeloos over het voetlicht te brengen én door bij het afhaken van de tekstschrijver zelf de pen op te pakken. Ze bewees bovendien dat ze een goed oog heeft voor acteurskeuze, want de drie Vlaamse toppers (David Cantens, Aza Declercq en Roos Van Vlaenderen) houden de voorstelling overeind, zodat ze nog steeds zeer de moeite waard is om te gaan zien. [Moon Saris]
Terug naar boven