Kunst / Achtergrond
special: diverse kunstenaars - Wonderland - through the looking glass

Alles behalve volks

.

Nederland is een kunstinstelling rijker, gelegen aan het spoor in Amersfoort. Kunsthal KAdE (Kunst Aan de Eem) heeft onlangs haar deuren geopend voor bezoekers met de kleurrijke tentoonstelling ‘Wonderland, through the looking glass’. Maar liefst 21 jonge internationale kunstenaars tonen hier hun werk, wonderlanden als dat van Alice representerend. Aan het roer van KAdE staat Robbert Roos, voormalig hoofdredacteur van Kunstbeeld. 8WEEKLY sprak met hem.

Het was even zoeken, daar op het Amersfoortse industrieterrein. Net als je denkt verdwaald te zijn, doemt een groot, modern gebouw op. Er omheen zijn bouwvakkers aan het werk en stuift zand alle kanten op. Binnen krijgt de baliemedewerkster instructies en zijn technici bezig de laatste dingen in orde te maken. De bedrijvigheid en het naar binnen vallende zonlicht zorgen voor een energieke uitstraling: KAdE is er klaar voor. Robbert Roos wandelt binnen, overlegt nog wat met de werklui en samen lopen we door ‘Wonderland.’

Eigenzinnig

In aankondigingen profileert KAdE zich als een eigenzinnig initiatief, qua structuur niet lijkend op bestaande Nederlandse kunstinstellingen. Het moest geen Kunsthal Rotterdam met grote publiekstrekkers worden, ook geen BAK met vooral geëngageerde thema’s. Door te openen met ‘Wonderland’ lijkt KAdE echter ook op kunstinhoudelijk vlak een statement te willen maken. In bijbehorend persbericht worden de deelnemers omschreven als kunstenaars die de ‘conceptuele doctrine doorbreken’, en in interviews stelt Roos dat de Nederlandse kunstwereld nog altijd te modernistisch ingesteld is. Hij bedoelt daarmee dat complexiteit, ondoordringbaarheid en abstractie nog te vaak worden beschouwd als voorwaarden voor kwaliteit.

Hot & happening

Wil Roos zich dan opwerpen als voorvechter van de figuratie, met KAdE als medium? Nee, benadrukt hij. ‘Wonderland’ is puur bedoeld om te laten zien dat ook hedendaagse figuratieve kunst van hoge kwaliteit kan zijn. Hiermee sluit hij aan bij andere tentoonstellingsinitiatieven van de laatste jaren, zoals de reizende tekenexpositie ‘Into Drawing’. Ook daar wilde men de aandacht vestigen op goede figuratieve kunst.

Het stoort Roos dat verhalende kunst nog vaak wordt beschouwd als populistisch of volks. De kunstenaars van ‘Wonderland’ zijn echter alles behalve volks: ze zitten bij ’s werelds meest toonaangevende galeries en hun werk maakt deel uit van beroemde collecties. Wat dat betreft komt Roos’ journalistieke achtergrond natuurlijk van pas. Jarenlang heeft hij belangrijke internationale kunstbeurzen en biënnales afgelopen en daarbij heel wat contacten opgedaan. Die heb je ook wel nodig bij het runnen van een kunsthal zonder eigen collectie. De 21 jonge kunstenaars van ‘Wonderland’ zijn ‘hot & happening’ in de internationale galeriewereld en hebben ondanks hun soms prille carrières al flink naam gemaakt. De in 1973 overleden oustider artist Henry Darger is wat dat betreft – hoe toepasselijk – een buitenbeentje, maar mag met zijn fascinerende werk zeker niet ontbreken op deze tentoonstelling.

Efteling

Het moet toch even wennen zijn, om na twintig jaar in de kunstjournalistiek plots als curator aan het hoofd te staan van een gloednieuwe instelling? Mwah, vindt Roos. Het samenstellen van exposities wijkt volgens hem in essentie niet veel af van schrijven. Het handwerk is weliswaar anders, maar in beide processen komt het neer op keuzes maken vanuit een bepaald concept of thema. Curatoren zouden bij het maken van tentoonstellingen echter niet te krampachtig moeten vasthouden aan hun concept. Kunst moet voor zich kunnen spreken en niet in dienst staan van dat opgelegde idee.

Angelo Filomeno, Don't tell me anything (2008), 175.3x127 cm. Borduursel op zijde, gespannen op linnen met diamanten

Angelo Filomeno, Don’t tell me anything (2008), 175.3×127 cm. Borduursel op zijde, gespannen op linnen met diamanten

Dat is iets wat Roos bij ‘Wonderland’ bewust voor ogen heeft gehouden: het is zoals hij het uitdrukt geen Efteling geworden, waar dat met dit thema snel op de loer ligt. De kunst staat hier inderdaad op zichzelf. Risico is daarbij wel dat de ongeoefende bezoeker misschien behoefte heeft aan wat meer tekst en uitleg bij de werken. Enig houvast kan hun kijkervaring toch een stukje interessanter maken.

Campy melancholie

De  inhoudelijke thematiek van ‘Wonderland’ is er één die past bij trends uit andere disciplines. Fantasyfilms als Tideland en Pan’s Labyrinth, maar ook gothic-achtige bands als Within Temptation bedienen zich van een zelfde ‘formule’ als deze beeldend kunstenaars: ze bieden een sprookjesachtige verpakking met een duistere inhoud. Hoewel iedere kunstenaar in ‘Wonderland’ natuurlijk zijn eigen stijl bezigt, is de insteek van het meeste werk vergelijkbaar: een oppervlak van zoete, soms bijna kitscherige braafheid waarbij een onheilspellend gerommel in de verte bijna hoorbaar is. Een ontsporing ligt continu op de loer en heeft vaak een seksuele of gewelddadige lading.

Ook spelen (zwarte) humor en melancholie vaak een rol, zoals in het werk van Angelo Filomeno. Zijn geborduurde doeken van zijde, bedrukt met diamanten, lijken op het eerste oog vooral een beetje campy. Don’t tell me anything (2008) lijkt een venster uit te beelden, met uitzicht op een romantische sterrennacht en zilveren maan. De maan blijkt echter een doodshoofd, en Roos vertelt dat de kunstenaar zelf het venster ziet als gevangenistralies. Toch iets minder romantisch.

Niets is dus wat het lijkt: de rode draad van ‘Wonderland’ en ook Lewis Carrolls verhaal. Goede voorbeelden van fairytales gone bad zijn de stop-motion animaties van de Zweedse Nathalie Djurberg. De lieflijke harp -en klavecimbelmuziek op de achtergrond kunnen niet verhinderen dat het noodlot toeslaat. Langzaam verworden de mierzoete tafereeltjes tot een compleet slagveld vol dood en verderf. Haar The Swing (2005) is een duidelijke knipoog naar het gelijknamige schilderij van rococoschilder Fragonard. Dergelijke kunsthistorische verwijzingen komen overigens meer voor in de tentoonstelling, zoals Hernan Bas die zijn video heeft gesitueerd bij het beroemde bruggetje van Monet.

Kindertijd

Vaak dienen elementen uit de kindertijd als middel om een sinistere boodschap te verkondigen. Het contrast is op die manier des te groter. The Pony (2004) van Liz Craft lijkt een schattig speelgoedpaardje, maar het dier met dubbelzinnige eenhoorn wordt aan de staart getrokken door een skelet. Deze draagt allerlei voorwerpen bij zich (zandloper, slak, dobbelstenen) die keurig volgens de klassieke iconologie verwijzen naar vergankelijkheid, de dood, het lot en meer van dien.

Liz Craft, The Pony (2004), 213x244 cm. Geschilderd brons

Liz Craft, The Pony (2004), 213×244 cm. Geschilderd brons

Hinke Schreuders, naast Barbara Polderman de enige Nederlander in de tentoonstelling, heeft haar eigen versie van Roodkapje gemaakt. In een bibberig geborduurd gedichtje worden meisjes gewaarschuwd voor het gevaar van ‘wolven’ met een vlotte babbel: ‘sweetest tongue has sharpest teeth.’  De gebroeders Chapman, die erom bekend staan te shockeren, hebben het  verbinden van getalletjes als uitgangspunt genomen voor My Giant Colouring Book (2004). De tekeningen in deze serie lijken rechtstreeks te zijn weggelopen uit een kindernachtmerrie.

Tot slot zijn er ook kunstenaars die de bezoeker heel direct in hun eigen wonderland betrekken met driedimensionale wezens. Tim Lewis’ bewegende Pony (2008) is hiervan een voorbeeld, maar de grootste trekpleisters zullen toch de twee levensechte sculpturen van Patricia Piccinini zijn. Een paar drukke schooljochies die in KAdE voorbij lopen zijn ervan overtuigd dat het slapende jongetje gewoon een acteur is: ‘Hij houdt ons voor de gek!’ Hoewel het samengaan van mens en fantasieschepsel wel haar intentie is, houden Piccinini’s beelden toch afstand, omdat ze duidelijk als kunstwerk geplaatst zijn op een verhoging.

Geestverwantschap

‘Wonderland’ biedt een interessante inventarisatie van hedendaagse figuratieve kunst en maakt duidelijk dat er nog altijd veel gebeurt op dit vlak. Het is mooi om te zien dat een generatie kunstenaars verspreid over de wereld toch een soort geestverwantschap kan bezitten. KAdE heeft zich met het presenteren van deze namen goed in de kijker gespeeld.

Patricia Piccinini, The Long Awaited (2008), 152x85x92 cm. Siliconen, glasvezel, menselijk haar, leer, multiplex, kleding

Patricia Piccinini, The Long Awaited (2008), 152x85x92 cm. Siliconen, glasvezel, menselijk haar, leer, multiplex, kleding

Het aantal van 21 kunstenaars doet wellicht iets af aan het geheel. Zou het weglaten van één van hen veel verschil maken? Zo kan je je afvragen of de werken van Rina Banerjee en Martha Colburn door hun sterk politieke lading misschien enigszins aan de thematiek van ‘Wonderland’ voorbij gaan. Niettemin zijn alle gecreëerde werelden zeer de moeite waard om te betreden. Geen wonderland is hier hetzelfde. Dat verhalende kunst de fantasie van de beschouwer wel degelijk kan prikkelen, heeft Roos in Amersfoort bewezen.

 

 

Reageer op dit artikel