Film / Achtergrond
special: deel 1

IFFR 2006

.

Overzicht verslag IFFR 2006

31 januari

Havana biedt meer
Habana Blues – Time & Tide
Benito Zambrano, 2005

~

Achter de muziek in Habana Blues gaat een dagelijks leven vol frustraties en gebreken schuil. Voor boezemvrienden Ruy en Tito lijkt hieraan een eind te komen als ze kennis maken met twee Spaanse producenten, op zoek naar nieuw talent. De droom het elders te gaan maken ligt ogenschijnlijk voor het oprapen. De mannen staan voor keuzes die hun vriendschap op scherp zet. Ruy’s kinderen bij zijn ex-geliefde Caridad en Tito’s oma doen hen realiseren wat het prijskaartje van vertrek is. Het spiegelt een Havana dat alle toeristische façades doet vergeten; er is geen weg terug. Als in een roadmovie worden de dilemma’s van Cuba en van vriendschap verfrissend en overtuigend versmolten met muziek en herkenbare intimiteit. Sterke hoofdrolspelers en humor, je waant je op Cuba zelf. De kritische teksten van de ijzersterke soundtrack wekken verbazing en blijven lang hangen. Regisseur Benito Zambrano maakt een helder statement: underground Havana heeft meer te bieden dan de muziek van de beroemde Buena Vista Social Club. (Antoinette van Oort)

Curieus en onbegrijpelijk
The Piano Tuner of Earthquakes – Kings & Aces
Brothers Quay, 2005

~

The Piano Tuner of Earthquakes is een draak van een film. Het geheel oogt theatraal, de acteurs spelen alsof ze acteren in een aflevering van As The World Turns en het verhaal is onbegrijpelijker dan de meest onbegrijpelijke David Lynch film. De film is curieus, maar de kijker wordt eigenlijk nergens verrast. Naast curieus is deze film ook desastreus. Scènes worden herhaald, omdat ze kennelijk belangrijk zijn voor het verhaal of omdat ze er mooi uitzien. Na het zien van de film was ik ze al vergeten. De film ontsnapt op een gegeven moment aan de kijker en wil aan het eind toch iets vertellen. Een Griekse tragedie? Oh, dus vandaar dat theatrale? Ik hoef niet op alle vragen een antwoord, maar ik zou toch wel willen weten waar ik naar kijk. Volgens mij ging de film over een pianostemmer die erachter komt dat de kwaadaardige Dr. Droz een voornemen heeft om dankzij een operazangeres een ‘duivelse opera’ op te voeren. Het is jammer dat het Filmfestival in Rotterdam een film als deze vertoont. Voor filmliefhebbers heeft deze film niets te bieden, en dat is teleurstellend voor een festival dat zich artistiek wil onderscheiden. (Matthijs Rijpma)

30 januari

Met een tractor op weg naar het geluk
Tractors / Tractor Drivers 2 – Cinema Regained
Gleb Aleynikov en Igor Aleynikov, 1987/1992

Tractoren zijn ‘hot’. Afgelopen jaar was A short history of tractors in the Ukraine een onverwachte bestseller, en steeds vaker worden tractoren gesignaleerd in films. In De Poolse bruid was de tractor de achtergrond voor toenadering tussen boer en bruid en in The Straight Story reist een man per grasmaaier (een hele kleine tractor, zoals blijkt uit de proloog) door heel Amerika. Het IFFR lijkt niet te kunnen achterblijven en vertoont twee films over tractoren van de broers Gleb en Igor Aleynikov.

Scène uit <i>Tractors</i>
Scène uit Tractors

De site van het IFFR beschrijft de tractor als ‘het meest imponerende symbool voor het vreugdevolle Sovjetleven, vreedzame arbeid en overvloedige oogst’. De gebroeders Gleb en Igor Aleynikov nemen in hun korte film Tractors op inventieve wijze dit symbool onder de loep. 12 minuten lang spelen zij met beeld, geluid en onderwerp. In de opening van de film wordt de toon gezet: langzaam glijden tekeningen van tractoren voorbij terwijl technische uitleg over de verschillende onderdelen wordt gegeven. Het lijkt saai, maar het zwart-witte beeld is onrustig, overbelicht en dan weer donker, het trilt en er spreekt, ondanks de klinische tekst, gevoel uit. Dit is een bijzondere machine. Dan wordt het beeld rustiger en laten de broers de tractor in actie zien. De stem die uitlegt wat er gebeurt (de tractor graaft een gat; de Russen kunnen dit simpele gegeven echter oprekken tot een uitleg van anderhalve minuut) raakt naarmate hij verder in zijn verhaal komt, steeds geëmotioneerder. De woorden zijn kil, maar de intonatie en de hoek waaronder de tractor gefilmd worden laten duidelijk zien dat het graven van een gat niet zomaar iets is; dit is een machtsvertoon. Zo wordt een niet heel aantrekkelijke landbouwmachine op vakkundige wijze getoond in alle glorie die het ooit zou kunnen bezitten, en laten de gebroeders Aleynikov zien tot welke virtuoze hoogstandjes film in staat is.

Klunzige komedie

Sommige elementen van de korte film komen terug in het hoofdprogramma, de speelfilm Tractor Drivers 2. De gebroeders Aleynikov hebben een remake gemaakt van de succesvolle Russische komedie Tractor Drivers (1939) van Ivan Pyriev. Al in de openingsscène – een met wodka doordrenkt gesprek over de toekomst tussen drie ex-soldaten – wordt duidelijk gemaakt dat de tractor symbool staat voor vrede en voorspoed. Niet Moskou is het beloofde land, maar de boerengemeenschap, waar de mooiste meisjes wonen en het leven goed is. De ex-tanker Klim besluit dan ook daar het geluk te zoeken. Al snel blijkt dan dat niet alles goud is dat blinkt; twee boerendorpjes zijn in staat van oorlog met elkaar, het mooie meisje heeft al een (soort van) verloofde en de mannen accepteren niet zomaar elke nieuwkomer. Dit zijn de ingrediënten van een kluchtige en klunzige komedie, waarin voortdurend doden vallen en vele flessen gin gedronken worden.

Scène uit <i>Tractor Drivers 2</i>
Scène uit Tractor Drivers 2

Niet alleen het plot mist de nodige verrassing en samenhang, ook het spel van de acteurs nodigt niet uit tot lachen. De mimiek van de hoofdrolspelers had niet misstaan in een Charlie Chaplin-film, ook hun overtuigingskracht laat te wensen over. Nu kan dat de bedoeling zijn geweest: de film is niet geclassificeerd als komedie maar als parodie. Het nadeel van een parodie is echter dat daar, zonder kennis van het origineel, weinig van overblijft. Af en toe duikt er een prachtig beeld op dat voldoet aan de verwachtingen die Tractors gewekt had, zoals de bird’s eye view van het mooie meisje en haar pseudoverloofde als ze een shot gin nemen op de nepverloving in haar open jeep. Zulke juweeltjes zijn een verademing tussen de overdreven en onlogische, soms zelfs inconsequente voorvallen: halverwege de film bespioneert een groep mannen vanuit een kaal en besneeuwd bos Klim, die naakt ronddartelt op een voorjaarsweide.

De combinatie van de lange en de korte film is wel goed gevonden. Door de verheerlijking van de tractor en de ideologie die daarbij hoort in de eerste film, wordt een deel van de ironie in de tweede film bloot gelegd. Het boerenbestaan is niet vredig en de tractor is niet zaligmakend. Integendeel: een deel van de hatelijkheden tussen de dorpen wordt veroorzaakt door de tractoren en het daaruit voortvloeiende brandstofgebrek. Het maakt tegelijkertijd ook pijnlijk duidelijk dat Tractor Drivers 2 niet zonder enige bagage begrepen kan worden. (Katrijn de Ronde)

29 januari

Rijk debuut met armzalige acteerprestaties
Reflections – Sturm und Drang
Yao Hung-i, 2005

Als Mi en Jin samen op een brommertje door de grote stad rondrijden, lijken ze net op de Chinese uitvoering van ‘onze’ Rutger en Monique in Turks Fruit.

Ze zijn verliefd, en in wat voor soort scène kan je dat beter tot uiting laten komen dan ze met z’n tweeën op een voertuig door een drukke stad te laten rijden. Toevalligerwijs duikt een dergelijke scène vaker op in Chinese films (in oud Tiger-award winnaar Suzhou River bijvoorbeeld). Zo origineel is de Chinese film Reflections van debutant Yao Hung-i dus niet, eerder afgezaagd.

~

Mi en Jin hebben een lesbische relatie. Deze wordt op de proef gesteld als één van hen een verhouding krijgt met een jongen. Het ene moment rijden ze samen op een brommertje en het andere moment zien we Mi met een jongen scharrelen. Als kijker heb je dan het gevoel of je wat gemist hebt. De meiden acteren ook niet overtuigend genoeg, waardoor dat onbehaaglijke gevoel ontstaat. We krijgen nooit echt hoogte van Mi en Jin. Het lijkt soms wel alsof ze afstand nemen van hun rol als twee biseksuelen, omdat ze zich er niet gemakkelijk bij voelen. Raar natuurlijk, maar ze kijken de hele film lang zo chagrijnig naar elkaar. De jongen uit de driehoeksverhouding helpt daar ook een handje aan mee. Hij loopt de hele film lang verdwaasd rond en weet niet goed om te gaan met de twee meisjes Mi en Jin. Als kijker word je er moedeloos van.

Losjes maar zelfverzekerd

Dat de acteurs slecht acteren, doet weinig af aan het feit dat Reflections mooi ingetogen wordt verteld. De hand van meesterfilmer Hsiao-hsien Hou (waarvan de nieuwe film Three Times ook in Rotterdam te zien is) lijkt hierbij nooit ver weg. Dat klopt ook wel: hij heeft de film geproduceerd en Hung-i is jarenlang als vaste hulp bij zijn films werkzaam geweest, en beschouwt hem als zijn mentor. De stijl is lekker losjes, maar zeker zelfverzekerd. De film kent veel rustieke momenten waaraan Hsiao-hsien zijn faam te danken heeft. Zoals wanneer de meisjes het hebben over gewone, dagelijkse dingen: bij een van die gesprekjes is de camera gericht op de blauwe lucht, waar heel in de verte heel langzaam een vliegtuig zich voortbeweegt, een witte streep achterlatend. Een prachtig beeld dat de vergankelijkheid van het leven perfect aantoont. Een betere verbeelding van het vergaan van tijd en ruimte bestaat er niet: in één beeld wordt in korte tijd door het vliegtuig een afstand van tientallen kilometers overbrugt, terwijl de meisjes ondertussen maar een paar zinnen tegen elkaar hebben gezegd, in ‘dezelfde’ ruimte. Subliem! De mise-en-scène is vaak zo knap gekozen dat het lijkt alsof Hsiao-hsien zelf in de regisseursstoel heeft plaatsgenomen.

Een enkele keer werkt het niet: als een meisje helemaal in verwarde toestand gebeld wordt, terwijl ze naar het water staart waar ze zelf in staat, weet je gewoon dat het mobiele toestel in het water terecht zal komen. Die voorspelbaarheid is – net als de scène op de brommer – een cliché waar Hung-i van af moet, maar dat hij geen gebrek heeft aan filmtalent is met dit debuut wel bewezen. Alleen jammer van sommige keuzes, waaronder dus die voor de cast. (Matthijs Rijpma)

De band gaat voor alles
Linda Linda Linda – Sturm und Drang
Yamashita Nobuhiro, 2005

Voor zijn nieuwe film Linda Linda Linda heeft regisseur Yamashita Nobuhiro weer een paar innemende personages gecreëerd. Maar anders dan in zijn veelgeprezen Hazy Life (2001) hebben ze nu wel een doel in hun leven.

Son bijvoorbeeld doet er alles aan om een begenadigd vocalist te worden. Ze oefent thuis op haar karaoke-apparaat en ze wordt er inderdaad beter door. Toen ze zich net bij de band aansloot zong ze nog vals, maar op het schoolfeest aan het eind van de film zingt ze het dak eraf. Oefening baart dus zeker wel kunst voor Son. Ze stelt daarvoor haar prioriteiten bij en vindt haar band zelfs belangrijker dan een date met een leuke, verlegen jongen.

~

De titel van de film is vernoemd naar een hitsong van een Japanse punkband. Het liedje wordt in de film een paar keer ten gehore gebracht, waardoor de catchy sound ervan lange tijd in je hoofd blijft hangen. Hierdoor wordt de film vrolijk en ontspannen. De meiden uit de band zijn dat ook. Ze fantaseren natuurlijk wel over jongens en over sterrendom, maar hun onderlinge gesprekken gaan over koetjes en kalfjes. Daardoor wordt Linda Linda Linda ook nog eens heel authentiek. We kijken naar onzekere highschool-meisjes die weinig met Nederlandse pubers gemeen hebben en dat komt niet alleen door het eenvormige schooltenue dat ze allemaal dragen (we zien een van de meisjes welgeteld één keer in haar gewone kleren rondlopen). Waar de Jeugd van Tegenwoordig in het Westen al op jonge leeftijd in aanraking komt met seks en niet gauw op zijn mondje gevallen is, hebben deze meisjes een uitermate verlegen en ingetogen karakter.

Gapen en neuriën

De Japanse levensstijl komt heel mooi tot uitdrukking in deze film. Als Son een date heeft met een jongen, staan ze eerst minuten lang tegenover elkaar in de gymzaal voordat het eerste woord gezegd wordt. Ze kijken naar de grond in plaats van naar elkaar en in de grote ruimte tussen hen in passen wel tien schooltafels. Het levert een hele mooie, schattige scène op, waarmee Nobuhiro zijn uitgesproken talent – levensechte cinema maken die diep ontroert – bewijst. Hij wordt daarbij goed geholpen door het knappe acteerwerk van de meiden uit de band, in het bijzonder van degene die de rol van Son vertolkt (Doona Bae). Als zij haar kleine oogjes sluit en langzaam gaapt, gaap ik met haar mee. Als zij Linda Linda Linda ten gehore brengt, neurie ik met haar mee. (Matthijs Rijpma)

Een zware bevalling
Analife – Sturm und Drang)
Goda Kenji, 2005

‘Een slechte film die in het geheugen gegrift blijft staan’, zo zou ik de Japanse film Analife in één zin willen beschrijven.

Het is zo zonde dat de film niet de belangrijke universele gedachte – dat de wereld ten onder gaat aan massaconsumptie – bij de kijker weet op te roepen. Hoe dat komt is moeilijk aan te geven. Misschien wel door de zenuwachtige maar knap geconstrueerde stijl? Of door de constante voice-over in de vorm van Engelstalig gedubde monologen, die na een tijdje gaan irriteren? Of door de muziek met een te hoge piep, die door merg en been gaat? In ieder geval is Analife een gemiste kans en een film die vooral te veel overdrijft. De stijl wordt belangrijker dan de boodschap.

~

Een tip voor de kijker: doe tijdens de film gewoon je ogen dicht en luister naar de monologen van de verschillende hoofdpersonen. Het zijn er drie (A, B en C genaamd) en ze spreken tot ons over hun obsessies, misdaden, eenzaamheid en angsten. Door de clipachtige montage, waarbij beelden ondersteboven, cirkelend of heel snel achter elkaar voorbij komen, wordt een stijl gehanteerd die de moralistische boodschap in één keer weer belachelijk maakt. ‘Alle waarden worden overspoeld door de beeldenvloed’, zo luidt de tagline van het debuut van Goda Kenji. Maar waarom overspoelt hij de kijker dan met zijn beeldenvloed? Een ingetogen vertelstructuur zou meer effect hebben gehad. De spraakmakende stijl geeft weinig waarde aan de boodschap en draait de film zelfs de nek om. Analife is zeker interessant en uitermate knap gemaakt door iemand die duidelijk veel weet van computers. Hij houdt echter weinig rekening met de kijker, die met Analife een zware bevalling moet verwerken, zonder het kind gezien te hebben.

Hopelijk wordt dit niet de ‘Cinema of the Future’, het programma waarin deze film in Rotterdam is opgenomen. Gedenkwaardig is en blijft Analife zeker, al is het alleen maar door een paar hallucinerende beelden, waarin mensen vervormen tot impressionistische schilderingen. Of door teksten als: “Mensen zijn als bomen in een bos en het geluid dat ze maken is het geluid van de blaadjes in de wind”. Mooi, maar zinloos. (Matthijs Rijpma)