Boeken / Achtergrond
special: Een interview met Esther Gerritsen

Een pleidooi voor gesprekken over het weer

Na haar veelgeprezen verhalenbundel Bevoorrecht Bewustzijn en novelle TussenEenPersoon is Normale Dagen Esther Gerritsens derde prozawerk. “Ik heb het gevoel dat het met proza meer mogelijk is om verder door te dringen”, zegt de schrijfster van talloze theaterteksten. Een gesprek over gedwongen berusting.

Ze houdt niet echt van interviews. Het maakt haar wat zenuwachtig. Esther Gerritsen bekent het na afloop van het gesprek, waarbij ze steeds minder spraakzaam werd. Romanpersonages kun je gewoon wat in de mond leggen, vertelt ze. Als ze zichzelf daarentegen hoort praten, vraagt ze zich steevast af: denk ik dat wel echt?

Nu het vraaggesprek is afgelopen hervindt ze zich. Enthousiast vertelt ze over de biografieën van nazi’s die ze leest. “Ik ben nieuwsgierig naar hoe iemand zo wordt.” Eichmann, Speer en Hitler las ze al en in Hess is ze nu bezig. Ze wijst ze aan tussen alle andere boeken die samen een metershoge stapel naast het trapgat vormen. Op de benedenverdieping van haar appartement was een lek, daarom hebben Gerritsen en haar man hun boekencollectie hoog opgestapeld in een uitgespaarde nis in de muur. Ze waagt een poging de mémoires van Rudolph Höss, kampcommadant van Auschwitz, uit de berg te wrikken. Het visioen van een Esther Gerritsen bedolven onder haar eigen boeken weerhoudt haar echter.

Dood vogeltje

~

Gerritsens fascinatie voor het gedrag van mensen is een constante in het werk van de 33-jarige schrijfster. Ze voert haar romanfiguren al analyserend op. De in regel uiterst zelfbewuste personages plaatst ze in alledaagse situaties – tijdens het ontbijt, het witten van een muur of een nieuwjaarsreceptie – en laat ze vervolgens op zichzelf reflecteren. Ben ik iemand die elke dag toast eet? Waarom zou ik eigenlijk als ik koffie heb gezet het ook opdrinken? Wit ik de muur van deze kennis uit vriendschap of uit eigenbelang? De personages zijn tobbers, net als de schrijfster zelf. En over veel dingen kan gepeinsd worden, waardoor Gerritsens romanfiguren vaak blijven steken in de kleine dingen van het leven.

“Je schrijft over de dingen waar je zelf mee bezig bent”, vertelt Gerritsen, gezeten aan de eettafel in haar keuken. “Ik vind al snel iets spectaculair, ik heb niet zoveel nodig om lang na te kunnen denken. Laatst was ik in een nerveuze bui naar het postkantoor. Je moest er van die nummertjes trekken. Ik stond daar: ‘Als ik het maar red!’ En ik begon alvast te bedenken wat ik zou zeggen als ik te laat was.” Ze houdt van saaie dingen, zegt ze. Ze leest graag niet-spectaculaire boeken. “Ik heb net Dagboek van een teleurgestelde man gelezen. Daarin vindt de hoofdpersoon een dood vogeltje en kijkt hij hoe dat in elkaar zit.” Gerritsen zelf bekijkt de mens alsof het een dood vogeltje betreft. Dan is het onmogelijk met bombastisch proza voor de dag te komen, maar is een bescheiden aanpak gepast. “Laatst zag ik een documentaire van Oliver Sacks over autisten. Daarin zag je een jongen die de neiging had een videoband steeds stil te zetten bij een bepaald beeld. Hij zei: ‘Dat is de enige manier om te zien wat er gebeurt.’ Het ging te snel voor hem. Hij moest het beeld stilzetten om het beter te bekijken. Daar denk ik vaak aan als ik aan het schrijven ben.” Anders gezegd: “Als ik op treinreis ben, blijf ik op het perron al hangen.”

Spruitjesgeur

Normale dagen is Gerritsens vierde boek na de veelgeprezen verhalenbundel Bevoorrecht bewustzijn, de novelle TussenEenPersoon en Toneel, een bundeling van haar theaterteksten. Opnieuw wordt uiterst minutieus het denken en doen van een paar mensen neergezet. Hoofdpersoon Lucie wordt op een dag door haar oma opgebeld met de mededeling ‘opa is ziek’. Haar grootouders zijn plattelanders. Lucie weet dat de nuchter geformuleerde zin betekent dat haar opa stervende is. Ze kan niet anders dan langsgaan, ook al heeft ze zich al drie jaar niet laten zien. In het dorpje aangekomen wil ze echter lucht geven aan de jarenlang opgekropte gevoelens van wrok jegens haar grootouders, die haar na de dood van haar ouders opvoedden. Al snel blijkt dat dat in een wereld van spaarzaam spreken en spruitjesgeur ondoenlijk is. Gerritsen laat op subtiele wijze zien hoe het onuitgesprokene tussen Lucie en haar grootouders in blijft hangen.

“Ik wilde dat het zwijgen er niet slecht vanaf kwam”, beschrijft Gerritsen de licht moralistische insteek van haar roman. “Alles benoemen is ook niet alles. Ik ben die mensen aan het eind ook zat. Maar ik besef steeds meer dat taal niet alles is. Sommige mensen kunnen nou eenmaal niet alles uitspreken. Ik zou tegelijkertijd niet met zo iemand getrouwd willen zijn. Maar voor mij is het belangrijker hoe je in je hoofd kan zwijgen en je jezelf niet in destructieve gedachten verliest.” Ze vindt dat laatste zelfs van zo groot belang dat ze de voorspelling uitspreekt dat haar volgende boek daarover zal gaan. Het zwijgen waaraan Lucie zich aanpast is echter een gedwongen berusting, zegt Gerritsen. “Er gaat iemand dood die geen flikker tegen je zegt en dat ook niet zal doen. Je hebt geen tijd om er tegen aan te schoppen.”

Scène uit 'De dag en de nacht en de dag na de dood'. Foto: Sanne Peper.
Scène uit ‘De dag en de nacht en de dag na de dood’. Foto: Sanne Peper.

Die gedwongen berusting is essentieel in het werk van Gerritsen. In TussenEenPersoon breekt Gerritsen een lans voor gesprekken over het weer. Zo ook in haar toneelstuk De dag en de nacht en de dag na de dood, die nu in de theaters speelt: de personages voeren onder meer een uitgebreide dialoog met het weer als onderwerp. Maar ook dit verlangen naar een conversatie die elke pretentie achter zich laat, is een zelfopgelegde berusting die eigenlijk ontspruit aan de angst om met wezenlijke dingen bezig te zijn. Een manier om het risico te vermijden dat de in je hoofd rondtollende gedachten met je aan de haal gaan.

Samenhang

Dat haar leven en haar werk ogenschijnlijk zoveel met elkaar samenhangen, zorgt ervoor dat interviews sneller over haar persoon gaan dan over haar werk. “Ik kan niet anders schrijven dan ik schrijf”, zegt ze. “Het is moeilijk een afstand te scheppen. Ik heb weinig keus.” Maar vindt ze het niet vervelend wanneer de focus zo op haar ligt? “Ik heb de neiging om als iemand iets vraagt overal antwoord op te geven. Dan denk ik later: dat moet ik misschien niet doen.” Ze praat twijfelend, alsof ze aan iets vervelends wordt herinnerd. “Blijkbaar is het moeilijk om een gesprek zuiver te houden.” Om iets uit te leggen wil ze nog weleens voorbeelden uit haar eigen leven gebruiken, legt ze uit. “Als het daar maar bij blijft. Maar soms vraagt iemand: ‘Hoe ga je daar dan mee om?’ Dan wordt het te persoonlijk. Misschien kan ik die grens zelf niet goed bewaken.”

Gerritsens boeken en toneelstukken draaien louter om datgene wat zich in het hoofd afspeelt. Ze ziet haar personages dan ook niet voor zich als wezens van vlees en bloed, maar als niks anders dan dragers van gedachten. “Ik kan moeilijk over ze praten als mensen. Een personage zie ik als een soort veld dat je vult met gedachten en een gevoelsleven. En dat betekenisveld botst met een ander betekenisveld.” Die afstand tot het fysieke brak Gerritsen op toen ze naar de toneelschool in Utrecht ging. “Ik leefde naar de taalles toe, want ik vond het niet leuk om een lokaal binnen te komen alsof het de zee was. Ik was er erg slecht in om dingen te ervaren op het moment zelf. In het lichamelijk bewust zijn was ik ook niet goed. Bovendien snapte ik het opzeggen van een tekst zonder publiek niet. Ik kon dus niet repeteren.”

De definitieve uitslag

Toen aan de toneelschool vervolgens een schrijfopleiding werd begonnen, hield Gerritsen het snel voor gezien. Na haar studie schreef ze toneelteksten voor Toneelgroep Amsterdam, Het Syndicaat, Het Gasthuis, Victoria en Keesen & Co. Op het moment van spreken zegt ze echter na dit theaterseizoen er even mee te stoppen. Niet omdat ze het één, romans schrijven, leuker vindt dan het andere (“de definitieve uitslag is er nog niet”), maar: “Ik heb het gevoel dat het met proza meer mogelijk is om verder door te dringen.” Dit jaar wil ze nog drie toneelstukken schrijven, waaronder één over een mondschilderes. “De regisseur was er blij mee, want ik wil iemand met een dwarslaesie”, zegt ze lachend. “Het gaat over levenslust, over in het leven staan ondanks dat je geen lichaam hebt.” Vervolgens zal ze haar tijd wijden aan een nieuwe roman, die als het goed is weer een fractie omvangrijker is dan Normale dagen, dat evenals de voorgangers van bescheiden omvang is.

“Naarmate je ouder wordt, kun je dingen van steeds meer kanten zien. Toen ik 14 was, ging ik eens een boek schrijven. Na dertig bladzijden was het af. ‘Ik heb toch alles gezegd wat er te zeggen valt over iemand die een ongeluk krijgt en zich verhangt?’, dacht ik. Nu zou ik voor hetzelfde driehonderd bladzijden nodig hebben.” Ze lacht bij de gedachte: “Op mijn 60e schrijf ik een dik boek.”

Esther Gerritsen • Normale Dagen • Uitgever: De Geus • 219 bladzijden • prijs: € 18.90(gebonden) • ISBN: 9044506536

Reageer op dit artikel