Boeken / Achtergrond
special: 15. Yang

Tijdschriften over literatuur

De komende maanden kun je bij 8WEEKLY een serie artikelen verwachten waarin een dwarsdoorsnede wordt gegeven van het aanbod aan Nederlandstalige tijdschriften over literatuur. Vandaag nummer vijftien: Yang.

~

De naam van het tijdschrift mag dan mysterieus en Oosters aandoen, na een eerste inkijk blijkt Yang echter te zijn wat men er, gezien zijn reputatie van kan verwachten: decent en degelijk, onderbouwd en fijnzinnig. Een recensie lijkt op het eerste zicht dan ook zo goed als overbodig.

De auteurslijst van Yang is indrukwekkend. Adorno staat broederlijk naast Gilles Deleuze en Gertrude Stein prijkt naast Mark Reugebrink. Inderdaad, voor zeven euro krijgt men waar voor zijn geld, zo’n kleine 160 pagina’s lang. Als ‘toemaatje’ bij de verzorgde papieren uitgave kan men overigens ook op het net gaan genieten van een erg stijlvolle webpagina. Yangs visie en de verwerkelijking daarvan blijkt bovendien ook erg coherent, zodat dit een beknopte recensie dreigt te worden. Goedkeurend gemompel na een studie van een volledige jaargang, zij het met wat kanttekeningen.

Het Manifest

In een tijd waarin dat nauwelijks nog de gewoonte is, blijkt de redactie van Yang een duidelijke visie te hebben op hoe kunst moet zijn, hoe die zich tot de maatschappij moet verhouden en omgekeerd. Als samenvatting van haar bedoelingen, publiceerde ze op de website een heus manifest, waaruit blijkt dat Yang zich in de eerste plaats profileert als ‘strijdschrift’. In een tijd waarin anti-intellectualisme weer hoogtij viert en vrijwel geen enkele tijdschriftredactie het nog in zijn hoofd haalt zich onomwonden op een welbepaalde ideologie te beroepen, verzet yang zich tegen die attitude. Yang wil als tegenhanger net uitgesproken intellectualistisch zijn. Het tijdschrift wil ingaan tegen het eendimensionale denken dat vandaag de dag de norm lijkt te zijn geworden.

~

Bewijs hiervan is uiteraard in de eerste plaats de manier waarop het tijdschrift bepaalde thema’s behandelt. Het heeft bijvoorbeeld een aantal rubrieken, waaronder ‘dossier’, waarin het bepaalde thema’s uit kunst en leven op een literair-filosofische manier belicht. Bijzonder is dat de redactie hier gerenommeerde auteurs, vaak uit filosofische hoek, aan het woord laat en die becommentarieert met actuele teksten. Een voorbeeld hiervan is het dossier ‘Stotteren ze’ in de laatste uitgave van april 2006, waarin de beroemd geworden tekst van Gilles Deleuze over de onsamenhangendheid van taal en betekenis naast experimenteel ogend dichtwerk van Gertrude Stein gezet wordt, met uitgebreid commentaar van Sarah Postman. Een dergelijke confrontatie levert niet noodzakelijk nieuwe inzichten op, maar doet wel iets moois ontstaan. Er wordt iets aan het licht gebracht over denkpatronen en intertekstuele verbanden dat op zich, als denkoefening, charmeert.

Niet toevallig worden auteurs als Deleuze geciteerd, die in werk en denken het credo van Yang onderschrijven. Een credo tegen anti-intellectualisme dat ook op veel kunstscholen gedoceerd wordt. Vraag is echter of deze teksten niet al te vaak zijn aangehaald. Of, met andere woorden, de stellingen die Yang aanhangt niet al te veel tot de algemene canon van de intelligentsia zijn gaan behoren. Of ze niet te gedateerd zijn om nog te worden opgenomen in wat men een strijdschrift wil noemen. Of Yang zo niet in een intellectueel getto dreigt terecht te komen met een filosofie die bon ton was in de jaren ’80, maar die nu best wel bijgestuurd mag worden?

~

Reugebrink versus Naegels

Treffender nog is Mark Reugebrinks recensie in het aprilnummer over ‘Los’ van Tom Naegels. In zijn inleiding stelt hij dat het boek ‘een in een onbeholpen stijl geschreven relaas is van een niet-fictieve historie, waarin hij geen enkel ander perspectief krijgt aangereikt dan dat van de schrijver zelf.’ De volgende pagina’s gaat Reugebrink als een bulldozer in tegen zoveel gebrek aan diepgang en hij verbindt er meteen ook een aantal beschouwingen over de door ‘teveel televisie kijken’ aangekweekte onkunde van de hedendaagse lezer mee. Reugebrink versus Naegels. Een gevecht van Yang tegen Humo, om wat zich hier afspeelt vlot te benoemen. Erg lovenswaardig, maar naarmate de bladzijden vorderen, vraagt elke kritische lezer zich af of Yang hiermee niet zijn eigen ruiten inslaat. Engagement, zeker als het tegen eendimensionaliteit en domheid is, strekt tot eer, maar een te hoge dosis hiervan komt al snel als betuttelend en indoctrinair over.


Avant-Garde en experiment

Een tweede credo dat Yang in haar manifest aanhangt, is haar streven naar ‘avant-garde en experiment.’ Avant-garde ziet het tijdschrift als confrontatie, eerder de schok van het nieuwe en het verzet tegen de doxa dan de behaaglijkheid van het bekende. Vandaar dat Yang er sterk naar streeft om verrassende dingen naast elkaar te zetten en interessante namen een forum te geven. ik zou hier kunnen verwijzen naar de vormgeving. Het formaat van Yang is klassiek en rustig, past in de doorsnee boekenkast. Typografie en vormgeving zijn stijlvol en terecht beheerst.

Per nummer is echter ook een illustrator aangeduid die de stijlvol gezette tekst doorbreekt met kunstige illustraties. Hoewel de link met de teksten vaak niet te snappen is, is het idee om de grenzen van de verschillende kunstvormen te doorbreken door in een literair tijdschrift ook een beeldende kunstenaar ‘aan het woord te laten’, verfrissend en interessant. De gekozen kunstenaars komen bovendien ook voor de dag met autonoom sterk werk, wat de confrontatie boeiend maakt.

~

Als er een ertoe doende kanttekening te maken is bij Yang, is die wellicht dat het tijdschrift te ‘slim’ wil zijn. De linken die tussen verschillende teksten gelegd worden, zijn vaak slechts voor de incrowd. De titels en het taalgebruik zijn vaak te inventief, te gekunsteld, te overgeësthetiseerd. Wat te denken bijvoorbeeld als Nolens het heeft over ‘het egodocument’, over ‘het afscheiden van betekenis’, of als het de redactionele inleiding wordt afgesloten met een zin als ‘ zo is elke tekst als een kleine injectie onder de zomerse huid, zijn eigen brandpunt. Wij wensen u een leesbare zomer toe.’ Het manco van een tijdschrift als Yang valt samen met de titel van één van haar rubrieken: ‘die ochtend in de boekhandel.’ Wie daar niet bijna elke ochtend staat, heeft bij Yang niets te zoeken. Hij kan er enkel van de plaatjes genieten. Maar is dat een probleem?

Yang
– Losse nummers: € 7,00
– Abonnement: € 20,00

– Uitgever: Sas van Gent
Yang verschijnt 4 maal per jaar, en is verkrijgbaar in de betere boekhandel.

Zie ook in deze reeks: 1. Het Trage Vuur, 2. Passionate Magazine, 3. Tzum, 4. De Revisor, 5. Armada, 6. Bunker Hill, 7. Raster, 8. De Gids, 9. Hollands maandblad, 10. Hard gras, 11. Parmentier, 12. Deus ex Machina, 13. Het liegend konijn en 14. Lava.

Reageer op dit artikel