Theater / Voorstelling

Overdadige Flow my tears

recensie: Flow my tears

We willen alles, moeten ze bij de Veenfabriek gedacht hebben. De muziek van de zestiende-eeuwse componist John Dowland, de poëtische teksten van Annelies Verbeke en het thema geloof/ongeloof, dat dit jaar in meer voorstellingen van de Veenfabriek het uitgangspunt is. In Flow my tears komt alles samen in een wonderlijke mix van miskende indianen, ijle klaagzangen en live-videoprojecties. Soms levert het samenvoegen van stijlen en ideeën goud op, maar nu raak je als kijker verstrikt in de overdaad ervan.

Flow my tears komt alles samen in een wonderlijke mix van miskende indianen, ijle klaagzangen en live-videoprojecties. Soms levert het samenvoegen van stijlen en ideeën goud op, maar nu raak je als kijker verstrikt in de overdaad ervan.

Jeroen Willems en Marleen Scholten spelen een stel dat een groep muzikanten heeft ontmoet op de indianenbeurs in Den Bosch. Beiden zijn geïnspireerd geraakt door Dowland en zijn relatie met de indianen. Volgens hen was Dowland misschien wel een indiaan. In zijn muziek is dat duidelijk te horen, vinden ze. Willems’ personage, dat zich Kwekwekibiness noemt, heeft zich realistisch uitgedost als indiaan. Zijn geliefde, zijn amazone, ondersteunt hem hem in zijn verlangen naar de tijd van krijgers. Samen zingen ze – statisch, als een act – in de microfoon liederen van zestiende-eeuwse componisten. De muziek bindt hen, alles valt samen. Hier spelen ze geen spel, ze voelen zich echte indianen.

Verwarrende signalen

~

Helaas voor Kwekwekibiness brokkelt het opgebouwde leven al snel af: het decor van zijn act valt om, de muzikanten ondermijnen zijn ideeën, zijn geliefde verdraait zijn gezang als het niet goed genoeg is. Misschien was Dowland wel helemaal geen indiaan. Zijn teleurstelling hierover leidt ertoe dat Kwekwekibiness zijn pijl en boog op de klavecimbel spelende Frans richt. De indiaan ontdoet zich van zijn kostuum en samen met zijn vrouw zingt en speelt hij de scène opnieuw. Nu vallen tekst en muziek niet meer samen, de tekst gaat te snel. Hij staat ontdaan op het toneel: ‘Wie ben ik nu nog? Nu ik geen krijger ben?’ Zijn droom is uiteengespat.

Zo eenvoudig kan het echter niet zijn wat Veenfabriek ons hier wil vertellen. Dit gaat niet simpelweg over het niet mogen geloven in je eigen droom of waarheid. Er zijn te veel symbolen, te veel geduide teksten en wisselende speelstijlen die meer lijken te willen vertellen. Wat doet de levensgrote Nederlandse vlag bijvoorbeeld boven het toneel, waarom wordt er geschakeld tussen haast kluchtige elementen en poëtische teksten, waarom spelen de acteurs zo ingehouden en lijken ze zelf niet te mogen geloven in deze voorstelling?

Geloof/ongeloof?

~

Het lijkt alsof alle aandacht en energie in de compositie en het omgaan met de muzikale erfenis van Dowland zijn gaan zitten. Het verband met de indiaan in Dowland lijkt vergezocht – is het een manier om zijn muziek in het keurslijf van een hedendaags thema te wurmen? Mogen we niet meer geloven dat dromen waar zijn en bestaat er tegenwoordig geen puur muzikale schoonheid meer? Is deze maatschappij tot een holle samenleving verworden, waarin dromen, fantasie en schoonheid niet meer thuishoren?

De muziek ontroert, maar wringt met het achteloze spel en de verwarrende symbolen. In veel opzichten lijkt de première te vroeg te zijn gekomen; misschien dat aan het eind van de tournee de elementen wél in elkaar passen, en uiteindelijk een prachtig Gesamtkunstwerk overblijft. Helaas is dat nu nog niet het geval.

Flow my tears wordt nog gespeeld tot en met 27 april. Klik hier voor de speellijst.

Reageer op dit artikel