Theater / Voorstelling

Koloniaal verleden in een modern jasje

recensie: Daniëlle van de Ven - Het vuur, de zee

Jean Rhys was na het verschijnen van Good morning, midnight lange tijd uit de publiciteit verdwenen. Halverwege de vorige eeuw bracht zij Wide Sargasso Sea uit, dat haar meest succesvolle werk zou blijken te zijn.  Na bewerkingen voor opera, film en televisie dient dit boek bijna 50 jaar later als inspiratiebron voor Het vuur, de zee.

Wide Sargasso Sea kan gelezen worden als proloog op Jane Eyre van Charlotte Brontë. Het boek volgt Antoinette Cosway vanaf haar jeugd in de Caraïben, tot haar verhuizing naar Engeland waar zij strandt in een ongelukkig huwelijk en langzaam haar zinnen verliest. In Het vuur, de zee staat een doorzichtige plastic kubus op de toneelvloer. Hierin bevindt zich een jonge vrouw, te kijk gesteld als in een dierentuin. Op de muren worden foto’s geprojecteerd, onder andere van jonge meisjes in een oerwoud, blank en gekleurd. De afbeeldingen zien er ouderwets uit. Door dit beeld wordt het publiek teruggeleid naar koloniale tijden. Het levert een context voor de jongedame, gekleed in een rokje, hakken naast haar op de vloer, die ontredderd in haar omheining ligt.

Wild beest

~

Het eerste deel van het stuk bestaat enkel uit beweging. Wij zien de vrouw trillen, springen, dansen en rollen op de vloer. Dit wordt begeleid door de geluiden van een soundscape. We horen vogels, klotsende golven en later geluiden van een treinstation en een mensenmenigte. De overgang van het Caribische eiland naar het vasteland van Europa. Het ontbreken van tekst wordt door de muziek op een mooie manier aangevuld. Later in het stuk wordt er eindelijk, sporadisch, gesproken, soms aangevuld door projectie van tekst op de muren, afgewisseld met meer dans en beweging. Soms lijkt de vrouw eerder een kind of een ongetemd dier. In de flarden gesproken tekst valt het verhaal van de ontheemde Antoinette te ontwaren.

Warrig theater

Doordat het stuk voornamelijk op beweging gebaseerd is, maar het speeloppervlak zo klein is gemaakt, is het toneelbeeld niet bijzonder gevarieerd. Daniëlle van de Ven is niet preuts, aan het einde van het stuk trekt zij haar topje uit en vervolgt het spel met ontbloot bovenlijf. Dit is echter al zo vaak neergezet in het theater dat het de regelmatig terugkerende vraag oproept, of het wel functioneel naakt is. Doordat het spel al zo heftig was lijkt het nu niets toe te voegen.

De verhalende elementen worden dusdanig versnipperd vrijgegeven dat de spanningsboog na een tijd verslapt. Het vuur, de zee richt zich vooral op vervreemding en je nergens thuis voelen, maar door de abstracte weergave blijft er een grote afstand tussen toeschouwer en speler. De essentie van een vrouw die langzaam vervreemdt van haar omgeving wordt zeker getoond, maar er zitten geen vernieuwende elementen in die het naar een hoger niveau tillen. Zonder de achtergrond van het boek te kennen is de ontwikkeling die zij doormaakt amper waar te nemen, omdat het stuk al vanuit de waanzin begint.

Het stuk zou beter tot zijn recht komen als het gepresenteerd zou worden als theatrale installatie. De gedurfde bewegingen van Daniëlle in combinatie met de prachtige soundtrack die haar begeleidt in haar spel, zijn op sommige momenten best mooi om naar te kijken en het beste is om plaats te nemen op de bühne en het spel simpelweg te ervaren. Zoeken naar het verhaal achter het spel levert geen voldoening op.

Te zien tot en met 4 maart.