Muziek / Concert

Superieure muzikale vertolking en overdadige regie

recensie: Wozzeck @ Nationale Opera
Wozzeck

De opera Wozzeck van de Weense componist Alban Berg, bij Nationale Opera en Ballet in een nieuwe productie, imponeert met een heldere en virtuoze uitvoering van de partituur. De regisseur heeft echter zoveel eigen elementen toegevoegd aan het oorspronkelijke gegeven dat de boodschap minder sterk is geworden.

Het oude adagium dat overdaad schaadt is jammer genoeg weer bewezen in de nieuwe productie van DNO. Op basis van het toneelstuk Woyzeck van Georg Büchner schreef Alban Berg zijn eerste opera, na diep geraakt te zijn door de thema’s. Wozzeck, een gevoelige, intelligente man uit wat we nu het precariaat noemen, de onderste laag van de samenleving, wordt zo lang vernederd en gekweld dat hij zijn geestelijke vermogens verliest. Wozzeck doodt zijn liefste en daarna zichzelf – en maakt hun buitenechtelijke kind tot het ultieme slachtoffer van een meedogenloze wereld.

Kind van de rekening

De Poolse regisseur Krzysztof Warlikowski, zelf opgegroeid in een achterbuurt en evenals Berg geraakt door de thema’s ‘harde samenleving’ en ‘kind van de rekening’ heeft gemeend aan de cast een groep kinderen toe te moeten voegen. Deze kinderen moeten de maatschappelijke uitsluiting en de bijbehorende ontsnappingsfantasieën van de hoofdpersoon weerspiegelen. Hij laat een schare ballroom dansende kinderen in communiepakjes minutenlang het begin van de opera uitstellen. Naast vertederd applaus veroorzaakt dit afleiding en verminderde concentratie. Zo wordt de snijdende eerste dialoog van militaire barbier Wozzeck en de Hauptmann afzwakt.

Gedurende de hele opera – de voortschrijdende vernietiging van de mens Wozzeck en zijn ‘immorele’ gezin – komen deze verstoringen terug. Het zoontje van Wozzeck en Marie vertelt in het Nederlands over het bange, eenzame kind dat op zoek gaat en slechts rotzooi en leegte vindt. Kinderen rennen rond in de non-descripte ruimte die afwisselend een achterbuurt, een kazerne en een herberg verbeeldt. Ze glijden van een soort skatebaan, treden op als Mickey Mouse, dansen wals en foxtrot, kortom: houden de boel op. Misschien was dat precies de bedoeling… De enige regievondst die iets toevoegt aan de handeling is de voortdurende aanwezigheid op het toneel van het kind. Dat te veel ziet en heeft gezien.

Pech voor de regisseur

Warlikowski heeft de pech dat er vergelijkingsmateriaal is. In 1994 en 1998 produceerde DNO de beroemde ‘gele Wozzeck met de huisjes’ o.l.v. dirigent Hartmut Haenchen en regisseur Willy Decker. Het expressionistische, groteske en tegelijk gestructureerde karakter van de opera – drie maal vijf scènes – kreeg maximale zeggingskracht door felgekleurde personages in zwarte huisjes tegen een gele achterwand. De felle kleuren van de afwisselend atonale en laatromantische partituur kwamen tot uitdrukking in een geserreerde enscenering en genereerden daarmee de beoogde concentratie op de kern van de opera.

Sublieme muzikale vertolking

Het is goed dat te midden van alle drukte op het toneel dirigent Marc Albrecht rustig en ondersteunend bleef, het geweldig spelende Nederlands Philharmonisch Orkest in bedwang hield en bij de orkestrale climaxen zijn musici de vrije teugels gaf. Glanzende strijkers, fel koper en slagwerk, fraai kleurende blazers in deze absoluut niet gemakkelijke partijen: hulde.

Eva Maria Westbroek is ongeëvenaard als aardse, wulpse Marie (een voorafschaduwing van Berg’s Lulu) die geen weerstand biedt aan de verleidingskunsten van de belachelijke alfa-aap Tamboer Majoor. En aan het eind, na de zonde, wanhopig bidt tot de Heiland die in het Bijbelverhaal de overspelige vrouw niet wilde oordelen. Christopher Maltman is een droevig hallucinerende, overtuigende Wozzeck. Vreselijk is de scène waarin hij, onderworpen aan de medische experimenten van Doktor, geknield en met zijn tong uit zijn mond, getuige is van de buitenechtelijke seks van Marie.

De tragische afloop is een bloedrood toneel. Een groepje spelende kinderen – en die staan nu juist wel in de partituur! – roept naar het weesjongetje. ‘Hee joh, je moeder is dood!’ en vervolgens, tussen de weifelende laatste akkoorden: ‘Kom mee, we gaan kijken!’.

‘Hop, hop, hop,’ zingt het kind dan. Hij moet namelijk op zijn stokpaardje het toneel af galopperen. Om onnaspeurbare redenen gooit hij in deze productie bij zijn ‘hop, hop’ losgemaakte organen uit een anatomisch model in een aquarium. Tja. Gelukkig zorgen Berg’s en Albrecht’s laatste, pendelende akkoorden voor het beoogde kippenvel.

Wozzeck is de eerste opera in het kader van Opera Forward Festival.
De volgende voorstellingen zijn hier te vinden.

Reageer op dit artikel