Muziek / Album

Zoetgevooisde Britse blijheid

recensie: The High Llamas - Can Cladders

Na een pauze van drie jaar zijn de Britse High Llamas terug met een nieuw album: Can Cladders. Hiermee bewijst de band op overtuigende wijze nog lang niet uitgespeeld te zijn. Can Cladders verenigt het beste van dertien jaar High Llamas in zich.

Zachte drums en een smaakvol strijkkwartet; de muziek op Can Cladders lijkt aanvankelijk vooral rustig en gemoedelijk. De akoestische gitaar en de piano die vervolgens opduiken maken de muziek echter voller en bij vlagen zelfs jazzy. Pakkende gitaarriffs en soulvolle baslijnen maken het werk af en geven de muziek niet alleen extra ritme, maar ook een dosis Motown mee. Stil blijven zitten blijkt toch moeilijker dan gedacht! En dan de zang. Boven de muziek zweeft de stem van zanger en gitarist Sean O’Hagan; zacht, gevoelig en mierzoet. Op de juiste momenten duiken de vier achtergrondzangeressen op. Een even fraai als harmonieus geheel.

Popnostalgie

Fotograaf: John Knights
Fotograaf: John Knights

Het geluid van The High Llamas deed op eerdere albums altijd sterk denken aan de soepele harmonische pop uit de late jaren zestig en de vroege jaren zeventig. Dat is op dit Can Cladders ook zeker weer het geval. Een veelgenoemde inspiratiebron zijn dan ook The Beach Boys. Als je beide bands nog eens na elkaar beluistert, blijken er inderdaad veel overeenkomsten te bestaan. De sterke melodieën, het optimisme, de fraaie harmonieën en de verzorgde productie – zo kenmerkend voor The Beach Boys – kom je ook tegen bij The High Llamas. Toch hebben de Britten wel degelijk een eigen geluid. De muziek is een stuk elektronischer en klinkt over het algemeen pittiger. Door de beeldende teksten van Sean O’Hagan hebben de nummers bovendien een grotere diepgang. Overigens beweert O’Hagan zelf altijd dat hij sterk door Burt Bacharach is geïnspireerd, en niet zozeer door The Beach Boys.

Rijkdom


De muziek op Can Cladders varieert van springerige bossanova met snelle gitaarintermezzo’s, zoals Honeytrap, tot meer ingetogen werk, als Winter’s Day, dat doet denken aan het werk van Paul McCartney ten tijde van The Beatles. Het opvallende aan Winter’s Day is de sterke variatie. Een rustig intro met slechts bas en gitaar, waar de zachte stem van Sean O’Hagan overheen komt. Vervolgens een intermezzo gedomineerd door een rollende piano en een van de zangeressen, hetgeen het nummer een R&B tintje meegeeft. Hierna neemt O’Hagan met zijn zoete stem de zang weer over. Winter’s Day is typerend voor Can Cladders, omdat het gehele album dergelijke verschuivingen in stijl kent. De rijkdom aan ideeën is als vanouds groot, zonder dat dit de songs in de weg staat. Hierdoor blijft deze achtste plaat van The High Llamas ook na vele draaibeurten nog steeds boeien.

Reageer op dit artikel