Muziek / Voorstelling

Dodelijk vermoeide femme fatale verwarmt de harten

recensie: Leoš Janácek – De zaak Makropulos

Bestaat er een killere moeder dan Emilia Marty, de hoofdpersoon van Janáceks De zaak Makropulos? Weliswaar vermoordt zij haar kinderen niet zoals Medea, maar haar kinderen laten haar volkomen koud: ‘Hoe weet ik of ik niet duizenden koters heb op deze aardbol?’ Emilia is de ultieme ijskoude diva. Alles verveelt haar: het goede, het kwade, de aarde, de hemel. Voor haar zijn er alleen ‘dingen en schaduwen’.

~

Verwonderlijk is Emilia’s kilheid niet: iedereen waarvan zij ooit heeft gehouden is dood, alles heeft zij al meerdere malen meegemaakt. Ze is dan ook geen gewone operaheldin: Emilia Marty is 337 jaar oud. Als meisje van zestien heeft zij een elixer van haar vader gekregen dat haar eeuwenlang in leven heeft gehouden, maar nu voelt zij dat het uitgewerkt is. Op zoek naar het recept, manipuleert zij zonder scrupules al haar oude minnaars – en hun nakomelingen – en gaat daarbij letterlijk over lijken. Dit alles komen we echter pas aan het slot van de opera te weten, de opera begint als een rechtbankdetective rond een bijna een eeuw voortslepende erfeniszaak. Pas wanneer zij op slinkse wijze uiteindelijk het recept in handen krijgt, beseft zij dat zo lang leven alles betekenisloos maakt, en verkiest te sterven.

Jaarringen en een atoomklok

~

Een opera over sterfelijkheid en eeuwigheid dus, over eindeloze herhaling en het voortschrijden van de tijd. Aan dat laatste is in deze enscenering van Ivo van Hove en Jan Versweyveld – het duo dat vooral veel voor Toneelgroep Amsterdam werkt – geen ontsnappen mogelijk: een langzaam en dan weer snel ronddraaiende atoomklok telt genadeloos de een uur en veertig minuten die de opera in beslag neemt af. Wanneer de klok op nul staat, is de opera afgelopen. Klinkt simpel, en dat is het ook, maar het werkt wel.

De roterende houten schijven waaruit het eenheidsdecor is opgebouwd lijken op de jaarringen van een boom en brengen veel vaart in een verder vrij statische opera. En dat is knap, want De zaak Makropulos is in het eerste uur vooral een conversatiestuk, zonder aria’s of duetten, maar daarvoor in de plaats een enorme hoeveelheid dialogen. Als geen ander weet Janáèek echter een verfijnde orkestratie te koppelen aan door spreektaal geïnspireerde melodieën, waardoor deze opera muzikaal van begin tot einde sprankelt.

Droomdebuut
Yannick Nézet-Séguin, sinds augustus chef-dirigent van Rotterdams Philharmonisch Orkest, maakt met De zaak Makropulos een droomdebuut bij De Nederlandse Opera. Vanaf de eerste hamerende paukenslagen, de gejaagde strijkers en de vervaarlijk knorrende blazers in de prelude musiceert het Rotterdams Philharmonisch op het scherpst van de snede met een buitengewoon heldere klankbalans. Dat belooft wat voor Puccini’s Turandot die volgend jaar mei gepland staat.

In de cast veel vertrouwde gezichten – Marisca Mulder, Dale Duesing en Graham Clarke – maar zoals het hoort in deze opera draait eigenlijk alles om de Australische sopraan Cheryl Baker. Afstandelijk en hautain, maar ook verleidelijk en hartverscheurend toont zij Emilia Marty als een dodelijk vermoeide femme fatale. Precies zoals Janácek wilde, voelt iedereen aan het einde met haar mee. Het minutenlange applaus na afloop was eigenlijk nog te kort.