Muziek

Metamorfosen en coloratuur

recensie: Boston Early Music Festival Orchestra onder leiding van Paul O'Dette en Stephen Stubbs - Agostino Steffani: Niobe, regina die Thebe

.

s opera Niobe, regina di Thebe, maar ook als koningspaar in de Barokke coloratuur.

Politieke vriendschap
De componist Agostino Steffani (1654 – 1728), ook geestelijke en diplomaat, ken ik alleen dankzij Cecilia Bartoli en haar album ‘Missie’ (2012). De uitvoering van een compleet werk van hem maakte me daarom nieuwsgierig. De jonge Venetiaan kwam met dertien jaar voor zijn opleiding naar München waar hij al snel kennismaakte met de jonge hertog Maximilian II Emanuel (1662 – 1726), later keurvorst van Beieren. Door zijn perfecte omgangsvormen en scherpzinnige conversaties behoorde Steffani al snel tot de vriendenkring van de keurvorst. De generositeit en de belangstelling voor muziek van zijn vriend maakten indruk op de jonge Agostino.

Met zijn politieke ambities en verlangen naar heroïek werd de grootmoedige Max Emanuel de belichaming van een modelvorst voor de componist. Ik vroeg me af of Steffani, die ook vertrouwelijke diplomatieke opdrachten voor zijn vriend uitvoerde, daarom steeds vaker de belangen en de bedrijvigheid van de keurvorst in vlammende klankkleuren in zijn werken vertolkte. In de opera  Niobe, regina di Thebe, wat zijn afscheidsmeesterwerk voor de keurvorst was, bediende hij zich van mythologische personages die als allegorie voor de macht van de Beierse heerser golden.

Emoties
Hoewel de avond al om half acht begon werd het publiek in het Concertgebouw op dinsdag 27 januari 2015 op een verkorte versie (op het laatste moment besloten, door wie?) van Steffani’s opera getrakteerd, waardoor het verloop van de libretto verwarrend bleek. Met elf solisten, een verhaal met drie toegevoegde subplots en een overkill aan Griekse allegorieën – wat op zich al een ‘breinbreker’ voor historici zou kunnen zijn – was de kennis van de synopsis niet onbelangrijk. Dat er ook nog niet voldoende verhelderende programmaboekjes voor het publiek aanwezig waren, was irritant. Gelukkig viel er nog veel te genieten, mede dankzij de magnifieke begeleiding van het Boston Early Music Festival Orchestra, dat voor het eerst in Amsterdam te bewonderen was.

De avond begon met een ouverture à la Française waarna vele aria’s  da capo volgden. De mix aan stijlen bleef boeien alhoewel het ingewikkelde drama  moeilijk te volgen was. De intermezzi van de oude voedster Nerea – een genuanceerde, toneelachtige vertolking door de Braziliaanse countertenor José Lemos – versoepelden op een aangename manier het denkwerk.

Verhaal
De plot is gebaseerd op een van Ovidius ‘Metamorfosen’. De arrogante Niobe schept op over haar veertien kinderen en maakt de godin Lato, met haar ‘slechts’ twee kinderen belachelijk. Daarmee daagt ze de goden uit, wat de kinderen van Lato, Apollo en Artemis, als aanleiding opvatten alle kinderen van Niobe te doden. Geschokt door dit bloedbad, pleegt koning Anfione , Niobe’s man, zelfmoord. Niobe zelf, getroffen door verdriet, verandert in een steen. Naar mijn smaak verzwakte de verhaallijn door te veel toegevoegde subplots (de liefdesverklaring van Clearte voor Niobe,  de ontmoeting en liefde tussen Clearte en Manto, de belegering van Thessaloniki). De belangrijkste plot, Niobe’s oneindige verdriet na de dood van al haar liefsten als boete voor haar overmoed, kwam niet uit de verf en maakte de koningin voor mij niet echt onvergetelijk.

Solisten
Sopraan Karina Gauvin interpreteerde de titelrol met een ronde en zeer sensuele stem die de vele metamorfosen van emoties wonderlijk goed uitdrukte. De laatste aria Funeste immagini leek een perfecte match tussen de tessitura van de rol en haar eigen stem. Ze kreeg echt het publiek op het puntje van de stoel. Doch de meest fantasierijke rol schreef Steffani voor Anfione – door de ster van de avond, countertenor Philippe Jaroussky gezongen. In de duivelsmoeilijke Trà bellici carmi maakte hij adembenemende wendingen in zijn onberispelijke coloratuurguirlandes.

Het hoogtepunt van de avond was de schitterend door de altviolen begeleide aria Dell’alma stanca … Sfere amiche, waar de fijnzinnig gecomponeerde frasen Jaroussky op zijn best lieten horen. En ofschoon de rest van de cast enigszins van ongelijk niveau was, was het tekort aan bloemboeketten voor de solisten op het eind een licht dissonante afloop.