Kunst / Expo binnenland

Steengoed!

recensie: 400 jaar Fries Aardewerk

Borden, potten en schotels. In de meeste huishoudens gewone gebruiksvoorwerpen, soms zelfs slachtoffer van een heftige ruzie met je geliefde. Niet voor verschillende musea in Friesland, die besloten om 400 jaar Fries aardewerk als uitgangspunt te nemen voor de tentoonstelling Steengoed!. Honderden tegels, schotels, gebruiks- en sieraardewerk belichten het Friese aardewerk door de eeuwen heen.

~

Aardewerk voor het dagelijks gebruik werd vroeger gemaakt door de ambachtelijke pottenbakker. Vanaf de 18e eeuw waren er een aantal centra in Nederland, waarvan Friesland als de belangrijkste gold. Rond 1750 bereikte de provincie een hoogtepunt met meer dan 50 pottenbakkerijen die vier miljoen stukken aardewerk produceerden. Deze zomer werken zes Friese musea en drie aardewerkfabrikanten samen om alle facetten van het Fries aardewerk uit heden en verleden te tonen. De aanleiding voor deze samenwerking is de afronding van een reeks boeken waarin het Fries aardewerk wetenschappelijk wordt beschreven.

Blokker

~

Het Fries Museum in Leeuwarden (één van de zes locaties) geeft een overzicht van twee eeuwen Friese tegels, schotels en sieraardewerk uit Harlingen, Makkum en Bolsward. Het accent ligt op topstukken die door de fijnere beschildering onder de noemer sieraardewerk vallen en gemaakt zijn in de bloeiperiode van 1700 tot 1870. Het getoonde werk is dan ook niet te vergelijken met de inhoud van menig keukenkastje. Hier geen standaard theepot van de Blokker, maar gebruiksvoorwerpen die fraai geïllustreerd zijn met bloemmotieven, dorpsgezichten of landschappen. Uit ieder werk spreekt het vakmanschap van de schilder. Een van hen is Pals Karsten. Bijzonder is een schotel met een bijbelse voorstelling van de zondeval, net als een schotel met een zelfportret van de schilder.

Eierdopje

Na tientallen jaren van onderzoek is het door goed te kijken en vergelijken gelukt om namen van de belangrijkste schilders boven water te krijgen en te verbinden met voorwerpen. Iedere schilder heeft een eigen manier van schilderen, een zogenoemd ‘handschrift’. Deze kijk-en-vergelijk methode wordt al langer toegepast op schilderijen waarvan onduidelijk is wie ze heeft gemaakt. Enkele werken getuigen van inventiviteit in combinatie met de nodige humor, zoals een grote po – vroeger een typisch huwelijkscadeau – met zeven handvatten. De handvatten moesten verhinderen dat de eigenaar met hoge nood ’s nachts in het donker misgreep. Of neem een eierschotel waarbij een eierdopje op een bord is vastgemaakt. Handig! Wie kent het niet: een ei doppen en vervolgens niet weten waar je resten zo snel laat. Bijzonder zijn ook twee bloemenvazen, die zijn voorzien van gaten in de zijkanten, waar ook enkele bloemenstelen in gestoken kunnen worden.

In het Princessehof in Leeuwarden is het meer ambachtelijke gebruiksgoed te zien (vervaardigd in de periode 1750- 1950), zoals verfpotten, kinderspeelgoed, spaarpotten, vergieten, puddingvormen en theelichtjes. Het zijn alledaagse voorwerpen, roodbruin, geel of groen van kleur, voor huis, tuin en keuken. Onmisbaar in de huishouding om het eten te bereiden, te bewaren en op tafel te zetten.

Elfstedenbrug

~

Tegenwoordig zijn de meeste pottenbakkerijen verdwenen. De fabrikantenfamilie Tichelaar uit Makkum is een uitzondering. Tresoar in Leeuwarden toont de productie van 1868 tot heden. In de tweede helft van de jaren negentig maakte Tichelaar een omslag. Er werd gekozen voor het leveren en ontwikkelen van keramiek voor professionals. Er zijn contacten met architecten, vormgevers en kunstenaars. Zo maakte Tichelaar de tegels voor de Elfstedenbrug bij Giekerk en voorzag het bedrijf de bakstenen van het door architect Koen van Velzen ontworpen TU-gebouw in Eindhoven van een zilveren glazuur. Ook werkt Tichelaar met ontwerper-kunstenaars als Hella Jongerius, Jurgen Bey, Roderick Vos, Marcel Wanders en Studio Job.

Mammoetklus

Steengoed! is de naam van de tentoonstelling, maar het zegt misschien stiekem ook iets over de ambitie van de deelnemende musea. Het moet een mammoetklus zijn geweest om het tentoongestelde aardewerk bij elkaar te brengen. Vele duizenden stukken zijn in collecties over de hele wereld terug gevonden. Kenmerkend is wellicht het citaat uit een brief aan de Romeinen in de bijbehorende catalogus: “Heeft de pottenbakker niet de vrijheid om van dezelfde klomp klei zowel een kostbare vaas als een alledaagse pot te maken?” Waar de pottenbakkers van toen ook voor kozen, het een doet niet onder voor het ander. En dat maakt Steengoed! bijzonder in zijn soort.

Reageer op dit artikel