Muziek / Concert

Jacobo ‘Coco’ Palm en Rudy Plaate centraal

recensie: Metropole Orkest & Izaline Calister
Izaline Calister

In het uitverkochte Concertgebouw van Amsterdam staat deze avond in het teken van van Curaçao. Met een ode aan dat eiland via klassieke en moderne composities met het Metropole Orkest en onder andere zangeres Izaline Calister kan de avond niet stuk.

Het Concertgebouw in Amsterdam herbergt naast de vele belangstellenden ook de nazaten van twee belangrijke componisten van het eiland. De klassieke kant is vertegenwoordigd door de familie van Jacobo ‘Coco’ Palm en de moderne kant wordt gevormd door de negenzeventigjarige Rudy Plaate en zijn familie. Plaate zit twee rijen voor ons en geniet zichtbaar van de ode aan en de uitvoeringen van zijn liedjes. De avond wordt aan elkaar gepraat door Jandino Asporaat, die het publiek in het Nederlands en soms in Papiamento toespreekt.

Klassiek en modern feest

Het eerste deel van het concert wordt gevuld met de klassieke composities van Jacobo ‘Coco’ Palm, gespeeld door het Metropole Orkest onder leiding van Maurice Luttikhuis en de pianisten Randal Corsen en Norman Moron afwisselend op de concertvleugel en heel af en toe samen.

Asporaat introduceert alle solisten en bespeelt het publiek met zijn op de lachspieren werkende presentatie. Hij weet het Curaçaose feestje compleet te maken en de solisten allen naar waarde het podium te laten betreden. Regelmatig heeft hij ook aandacht voor de familieleden van beide componisten. Hij weet de zaal uitstekend te bespelen en het toch al grote enthousiasme alleen maar verder aan te wakkeren en uit te bouwen.

Izaline Calister ConcertgebouwTijdens de klassieke stukken blijft het feest der herkenning beperkt tot het uitbundige applaus bij de aankondiging en na afloop van het uitstekende pianospel dat op de klanken van het Metropole Orkest een prima bedding vindt om te excelleren. Beide pianisten hebben hun eigen kwaliteiten.

Naast het prima pianospel tekent Randal Corsen voor alle arrangementen die speciaal voor de avond zijn geschreven. Zijn meesterschap is daarin prima tot zijn recht gekomen met een kwalitatief hoog orkest als het Nederlandse Metropole Orkest. Na de pauze belooft Asporaat bij voorbaat dat het feestje verder zal worden uitgebreid. Dan zullen het vooral de twee vocalisten zijn die de toon gaan zetten.

Sterrenstatus waardig

Terwijl Rudy Plaate bijna continu in beeld gehouden wordt door een cameraman, wordt het publiek opgewarmd voor de introductie van de eerste vocalist van de avond op het podium: Maruja Bogaard. Bogaard vertolkt een drietal liederen, die geschreven werden door Rudy Plaate en richt zich dan ook veelvuldig tot de componist zelf. Plaate op zijn beurt geniet zichtbaar van de vertolking van zijn liedjes en raakt ook vaak geëmotioneerd van de aandacht.

Met een uitzinnig applaus wordt de ster van de avond, Izaline Calister, verwelkomd. Net als Bogaard is Calister een leerlinge van Plaate. Beide zangeressen genoten geruime tijd tegelijkertijd hun opleiding bij Plaate. Calister groeide zowel in Curaçao als in Nederland uit tot een ster. Ze laat het publiek in het Concertgebouw letterlijk ontvlammen. Het is al snel duidelijk dat Bogaard in Calister haar meerdere moet erkennen. De performance van deze dame is enthousiast en ze gaat trefzeker op haar doel af. Ze eert Plaate en doet recht aan zijn liedjes door ze zorgvuldig, maar vurig voor het voetlicht te brengen.

Sommige liedjes verdienen wat uitleg, zoals het ondeugende ‘Dugudugu Sin Sous’ waarin Plaate verhaalt over de tijd dat hij twee meisjes heeft en uiteindelijk voor één van hen kiest, omdat de ander geen saus heeft. Het feest gaat helemaal los als ze ‘Atardi’ zingt, dat op Curaçao ook wel als het tweede volkslied bekend is . De in een lange zwarte jurk met rode onderrok gehulde Calister bewijst met haar voordracht en uitbundige vertolkingen van de Plaate-composities dat ze de sterrenstatus met waarde te bezitten.

 

 

Reageer op dit artikel