Boeken / Non-fictie

Plaatjes kijken tussen de regels door

recensie: Saskia de Bodt - De verbeelders. Nederlandse boekillustratie in de twintigste eeuw.

Laat een kunsthistoricus een boek samenstellen over boekillustratie in de twintigste eeuw en je krijgt een gedegen naslagwerk. Kwaliteit is gegarandeerd, volledigheid zoveel mogelijk nagestreefd, maar de aantrekkelijkheid laat wat te wensen over.

Hans Borrebach, omslag voor 'Zuster Belinda' (De Bezige Bij, 1971)

Hans Borrebach, omslag voor ‘Zuster Belinda’ (De Bezige Bij, 1971)

Kunsthistoricus Saskia de Bodt brengt met De verbeelders. Nederlandse boekillustratie in de twintigste eeuw het eerste overzichtswerk over boekillustratie vanaf het begin van de twintigste eeuw tot aan onze tijd. Een lijvige publicatie die op chronologische volgorde de toepassing van diverse illustratievormen laat zien en uitvoerig de bijbehorende geschiedenis bespreekt. De verschillende tijdvakken worden voorafgegaan door een uitstekende inleiding en verder ingevuld met tal van illustratoren die voor de desbetreffende periode belangrijk worden geacht.

Kinderboek
Aan het begin van de vorige eeuw werden tekeningen, als voorloper van de boekillustratie, vooral ingezet om verhalen te verluchtigen die als feuilleton in kranten en tijdschriften werden gepubliceerd. De vroege romans van Louis Couperus kregen op die wijze grote bekendheid en werden vervolgens in boekvorm, al dan niet met illustraties, uitgebracht. De tekeningen ontstegen nauwelijks het begrip ‘plaatje bij een praatje’ en werden meestal gemaakt door bijverdienende kunstenaars.

Bart van der Leck, illustratie in 'Het vlas' (De Spieghel, 1942)

Bart van der Leck, illustratie in ‘Het vlas’ (De Spieghel, 1942)

Door de jaren heen wordt de illustratie steeds meer een tekstverbeelding van het kinderboek. Dat zal ongetwijfeld met de komst van de fotografie te maken hebben gehad, maar komt ook doordat de gewoonte boeken voor volwassenen te illustreren langzaam verdwijnt. Tegelijkertijd is te zien dat verschillende kunststromingen hun invloed uitoefenen op de boekillustratie: Jugendstil, Art Deco, Nieuwe Zakelijkheid en expressionisme bepalen in chronologische volgorde mede het beeld.

El Pintor
De Bodt weet op boeiende wijze de invloed van de boekillustratie te schilderen, waarbij ze zich richt op de grootste namen uit heden en verleden, van Rie Cramer en Anton Pieck tot Max Velthuijs en Ted van Lieshout. Het is vooral de bekende mainstream die hier wordt gepresenteerd maar gezien de kunsthistorische insteek is dat onvermijdelijk. De strenge afbakening, door exclusief de boekillustratie te behandelen, maakt dat alle andere vormen van cross-overs – illustratoren die ook werk maken voor kranten, tijdschriften, strips, digitale media, etcetera – noodgedwongen buiten de boot vallen.

El Pintor, illustratie in 'Kom binnen in het huis van El Pintor (...)' (Variété, 1943)

El Pintor, illustratie in ‘Kom binnen in het huis van El Pintor (…)’ (Variété, 1943)

Het is jammer dat de vele prachtige afbeeldingen in het boek worden overspoeld door een enorme hoeveelheid tekst. De inleidingen van de verschillende tijdvakken vormen een bron van informatie die ruimschoots de lading dekt, toch kiest de auteur ervoor de portretten van de geselecteerde illustratoren te voorzien van uitvoerige (levens)beschrijvingen. In plaats van de complete biografie van El Pintor (1941-1943) hadden beter meer – en grotere – illustraties van dit obscure gezelschap geplaatst kunnen worden.

Beeldmakers
Dat de boekillustratie in het heden vooral het domein is van kinderboekenmakers wordt in het algemeen weerlegd door een enkele geïllustreerde poëziebundel of het literaire tijdschrift. De opkomst van de graphic novel – boekillustratie bij uitstek – blijkt als een marginale uiting gezien te worden die in De verbeelders met een enkele regel wordt afgedaan. Ook de zogenaamde ‘verstripping’ van literaire romans mag blijkbaar geen boekillustratie heten en wordt door illustratrice Joke van Leeuwen laatdunkend weggezet als tautologische vorm: de letterlijke verbeelding van de bestaande tekst is in feite nutteloos. Dat zou Couperus eens moeten horen.

Marlies Visser, illustratie in 'Eenvoudige vormen' (De Korenmaat, 2012)

Marlies Visser, illustratie in ‘Eenvoudige vormen’ (De Korenmaat, 2012)

In het nawoord geeft De verbeelders een eigentijdse stand van zaken: de illustratie als beeldmiddel in boeken bestaat nauwelijks meer, er is alleen de – zeer levendige – subcategorie kinderboekillustratie. Toch is op menig kunstopleiding het vakgebied illustratie populair, alleen heet het dan illustratieve vormgeving en noemen de studenten zich gewoonweg beeldmakers. Terwijl we wachten op een boek over deze nieuwe illustratoren en hun werk is met De verbeelders. Nederlandse boekillustratie in de twintigste eeuw alvast een degelijke basis gelegd.

 

Reageer op dit artikel