Boeken / Fictie

Een Noorse Anton Wachter

recensie: Karl Ove Knausgård (vert. Paula Stevens) - Zoon

In het derde deel van de zesdelige cyclus over zijn eigen leven gaat Karl Ove Knausgård terug naar zijn vroegste jeugd op een eiland voor de kust van Noorwegen. Net als in het eerste deel staat de relatie met zijn tirannieke vader centraal, maar daarnaast roept hij in krachtig, ritmisch proza het dagelijks leven op van een gevoelig, begaafd kind. Een Noorse Anton Wachter in de jaren zeventig van de vorige eeuw.

De huistiran uit deel 1, Vader, die zijn leven eindigde te midden van lege drankflessen was jaren eerder een knappe, donkere leraar geweest, zo is te lezen in deel 3. Thuis gedraagt hij zich als een dictator, die zijn beide zoons van zich vervreemdt door zijn obsessieve strengheid.

Magische heerschappij
Voor de jongste van de twee, Karl Ove, is het zaak zo veel mogelijk uit de buurt te blijven van zijn vader. Want die lijkt in het bezit te zijn van magische krachten en kan dwars door de jongen heen kijken. Iedere afwijking van de regels wordt opgemerkt en bestraft. Op het gras lopen, door het huis rennen, knoeien of treuzelen met eten, op avontuur in de vrije natuur – alles ziet hij en alles mishaagt hem.

De angst om een fout te maken, de zekerheid niet goed genoeg te zijn, worden er ingestampt met harde klappen, kille minachting en uitbarstingen van onredelijke woede. Waar is de moeder? Merkt ze niets, durft ze zich niet te verzetten? ‘Zij was er altijd, dat weet ik, ik kan het me alleen niet herinneren.’ Haar aanwezigheid is kennelijk voldoende om hem op de been te houden.

Watervrees?
Soms probeert de vader in een vlaag van inzicht contact te krijgen met het schuwe kind. In een schitterend vertelde scène neemt hij hem mee naar een rotspunt om hem te leren zwemmen. De jongen durft het water niet in om naar de uitgespreide armen van zijn vader, die een paar meter verderop staat, te zwemmen. Razend concludeert deze ten slotte dat zijn zoon lijdt aan watervrees!

De rollen zijn omgedraaid als Karl Ove gaat skiën en tot zijn verbijstering merkt dat de almachtige er niets van terecht brengt. Met een feilloos gevoel voor ‘show, don’t tell’ laat de schrijver Karl Ove eerst achterblijven – hij wil niet bij die stuntel horen – om later verscheurd van medelijden – ‘arme, arme Papa’ – een poging te doen hem te helpen. Het is een van de vele scènes waarin de ambivalentie en onvoorwaardelijke trouw van een kind door het verhaal heen schijnen.

Onuitstaanbaar
Dit overgevoelige kereltje is zo nu en dan ook onuitstaanbaar. Een huilebalk tot in het extreme. Een vroegrijpe boekenwurm en liefhebber van muziek die iets spannender is dan de gewone hitparade. Een opschepper, die zonder genade zijn klasgenoten te kijk zet als ze minder goed presteren of terechtkomen in beschamende huiselijke omstandigheden. Zelf wordt hij uiteraard regelmatig gepest en buitengesloten.

Maar de sociale cohesie van een provinciaals milieu in het naoorlogse Noorwegen is nog te stevig om kinderen helemaal uit te stoten. Als zijn vriendjes blijk hebben gegeven van hun ongenoegen over zijn gedrag mag hij uiteindelijk altijd weer meespelen. Over zijn thuissituatie praat hij niet. Nooit mogen er kinderen bij hem thuis komen. Volgens vader is bezoek lastig en het huis kan trouwens vies worden. De moeder zorgt voor tegenwicht door haar rustige en behulpzame houding.

Verlangen naar een meisjeslijf
Het lijkt of Knausgård alleen maar hoeft te gaan zitten en zijn jeugdherinneringen rollen als kleine en grote golven over elkaar heen naar hem toe. Dialogen zijn gedetailleerd en levendig, het ritme van beschrijvingen van uiterlijke en innerlijke ervaringen betoverend. De scène waarin hij na lange en minutieuze voorbereidingen eindelijk het meisje van zijn dromen mag kussen in het bos is hilarisch. Want wat moet je in godsnaam doen na het kussen? Opnieuw kussen? Waar moet je het over hebben samen? Hoe onhandig kun je worden van pure verliefdheid – en hoe saai is de werkelijkheid met de uitverkorene! En hoe brandend is ondertussen het verlangen van de jongen naar een meisjeslijf.

Karl Ove Knausgård neemt de lezer op een vanzelfsprekende manier mee naar zijn jeugd. De natuurlijke toon komt geheel tot zijn recht in de voortreffelijke vertaling van Paula Stevens. De discussies die sinds de verschijning van zijn roman zijn losgebarsten over het waarheidsgehalte lijken weg te vallen tegen de literaire kwaliteiten. Zelf schrijft hij in dit verband:

Het is nooit de waarheidsdrang die bepaalt of het geheugen een gebeurtenis correct weergeeft of niet. Dat is het eigenbelang. Het geheugen is pragmatisch, het is slinks en sluw, maar niet op en vijandige of gemene manier: integendeel, het doet alles om zijn gastheer te gerieven.