Boeken / Non-fictie

Massamens of filosoof?

recensie: Joep Dohmen - Brief aan een middelmatige man

In Brief aan een middelmatige man roept humanist Joep Dohmen op tot een nieuwe publieke moraal. Volgens hem kunnen we met behulp van de filosofie ons eigen leven een goede richting geven.

De term ‘publieke moraal’ doet in eerste instantie vermoeden dat Dohmen een nieuw stelsel van waarden en normen wil waaraan de gehele maatschappij zich zou moeten houden. Maar eerder is het tegendeel waar. In de inleiding van Brief aan een middelmatige man maakt hij duidelijk dat hij juist het individu op het oog heeft:

De tragiek van het liberalisme is dat het zich ingezet heeft voor de emancipatie van individuen uit overheersende kaders, maar dat het nagelaten heeft om een moraal te ontwikkelen waarmee die bevrijde individuen hun autonomie zodanig gestalte kunnen geven dat we een samenleving overeind houden van even zelfredzame als op elkaar betrokken individuen.

Levenspolitiek

Dohmen is een van de helderste ‘apologeten’ van de levenskunst of bestaansethiek. In dit boek spreekt hij ook wel over ‘levenspolitiek’. Hierbij staat niet langer emancipatie centraal – de bevrijding van een groep – maar een bewuste uitdieping van het even moderne als onverschillige motto ‘vooral jezelf zijn’.

Dat het een levenspolitiek is, duidt op het feit dat ik me als individu moet leren verhouden tot de sociale en maatschappelijke orde waarin ik met mijn leven en levensvragen word geïndividualiseerd. Op wie en waarop kan ik vertrouwen als ik mijn eigen leven wil leiden, als ik mezelf wil ontwikkelen op een goede wijze in een duurzame wereld?

De levenskunst is het posttraditionele of postmoderne alternatief voor het religieus en ideologisch bepaalde wereldbeeld. De levenskunst wijst ‘overheersende kaders’ af; een nieuwe, publieke moraal wordt individueel geleid. De levenskunst is individualistisch, maar niet egoïstisch. De levenskunst bindt niet, maar verbindt je.

Verantwoordelijke levensstijl


Dohmen levert al te stevige politieke en ideologische retoriek: zo beschouwt hij persoonlijke groei als een kapitalistische metafoor die verwijst naar winstverwachting en vlucht volgens hem iedereen in de neoliberale massamaatschappij in een commerciële lifestyle. Op dat kritiekpunt na legt Dohmen noodzaak en doel van een nieuwe publieke moraal goed uit. Maar wat kan een middelmatig mens hiermee?

De middelmatige man uit de titel is een briefschrijver aan de Volkskrant die wanhopig de vraag stelde hoe hij eindelijk toch met zijn ’talentjes’ in ‘iets’ zou kunnen uitblinken. De vaagheid en onkunde die uit zijn woorden blijken, zijn voor Dohmen aanleiding voor een hernieuwde oproep het leven werkelijk zelf richting te geven.

Een publieke moraal is een sociale houding, die iemand verwerft als hij in de praktijk van het dagelijks leven een eigen, verantwoordelijke levensstijl hanteert. Ik pleit voor een nieuwe cultuur van ‘sociale’ zelfontplooiing: een vorm van leven waarin mensen, aandachtig en creatief, even bescheiden als zelfbewust, ernaar streven om iets meer van hun leven te maken, niet ten koste van anderen maar samen en met het oog op anderen.

De brief vormt een ideaal praktijkvoorbeeld bij de historische en theoretische onderbouwing voor de levenskunst als zelfzorg die Dohmen schetst. Zelfzorg beschrijft Dohmen als een proces van zelfkennis (wie ben je, wie wil je zijn), van oefening (wat is de beste houding in dagelijkse situaties) en morele oriëntatie (hoe waardeer je iets, welke waarden hanteer je).

Jezelf worden


De middelmatige man, en volgens Dohmen vrijwel iedereen in onze samenleving met hem, leeft onverschillig als slaaf van vluchtige, oppervlakkige verlangens en sociale druk. Zijn eerdere werk Tegen de onverschilligheid overtreft in praktische toepasbaarheid van de levenskunst de Brief aan een middelmatige man. Maar dit laatste boek is relevanter vanwege de nadruk op het publieke, sociale aspect van een wijsgerige levensstijl.

Dohmen laat zien hoe Sire-spotjes, politieke oproepen tot fatsoen of normen en waarden, en de conservatieve vraag naar een herstel van traditionele maatschappelijke verbanden tekort schieten in een geïndividualiseerde samenleving en hoe de levenskunst een op maat te maken alternatief biedt. En, belangrijker nog, Dohmen maakt duidelijk dat elk middelmatig mens gehoor kan geven aan de oproep jezelf te worden.