Boeken / Fictie

Meesterwerk heruitgegeven

recensie: Fernando Pessoa - Het boek der rusteloosheid (vert. Harrie Lemmens)

Het boek der rusteloosheid is het enige grote prozawerk van de Portugese auteur Fernando Pessoa (1888-1935), maar het werd meteen ook een van de meesterwerken uit de literatuurgeschiedenis: fragmentarisch, weemoedig, levendig en o zo citeerbaar.

Deze klassieker verscheen in 1990 bij De Arbeiderspers in de bekende reeks Privé-domein, waarin belangrijke, zogenoemde ‘egodocumenten’ van auteurs aan bod komen: brievenboeken, autobiografieën en overpeinzingen. Omdat de uitgeverij dit jaar tachtig jaar bestaat, werd besloten om de literaire hoogtepunten opnieuw uit te brengen, onder de afgeleide noemer ‘AP-domein’. En daarin mag Het boek der rusteloosheid uiteraard niet ontbreken.

Onvoltooid

Meer dan twintig jaar werkte Pessoa aan dit boek, dat bij zijn dood in 1935 nog niet voltooid was. Een drama is dat niet, want het werkstuk is opgebouwd uit fragmentarische beschouwingen, overpeinzingen en observaties van het toenmalige Lissabon. ‘Hoofdfiguur’ is ene Bernardo Soares, de ik-figuur die de pen zogezegd ter hand neemt. Pessoa speelde graag dit soort spelletjes: hoewel het nooit moeilijk is de auteur achter het heteroniem te zien, verzon hij er bij leven en welzijn maar liefst meer dan twintig. Een ander bekend heteroniem van de schrijver is Ricardo Reis, die José Saramago zelfs in een van zijn boektitels verwerkte (Het jaar van de dood van Ricardo Reis).

Ik-figuur

~

Soares is een wat brave kantoorklerk die met zijn ganse ziel verbonden is aan zijn stad Lissabon. Hij lijkt niets liever te doen dan haar te bewieroken, haar mysterieuze aantrekkingskracht te beschrijven en zijn liefde voor de straten en wijken te bezingen. Die passie voor Lissabon stoort echter niet. Meer nog, ze sluit eigenlijk naadloos aan bij de andere onderwerpen die aan bod komen: de al even mysterieuze gegevens ‘liefde’ en vrouw, het raadsel van identiteit en de rusteloosheid van het schrijverschap. In de jachtige hoofdstad die Lissabon is, lijken deze onderwerpen als vissen in een woelig water.

Observaties

Waarin schuilt de kracht van Het boek der rusteloosheid? Vooral in de scherpte en diepte van de fragmenten, die bij momenten filosofische traktaatjes op zichzelf zijn. Een voorbeeld kiezen is moeilijk, maar dit is een hele mooie: ‘Goede raad geven is iemand krenken in zijn vermogen om fouten te maken.’

Het interessante aan dit boek is, is dat het een onuitputtelijke bron van vermakelijke wijsheid en observatie is. Over zowat alles valt in dit boek wel iets te rapen, en toch lijkt het boek één organisch geheel te vormen. Ieder haalt er op die manier uit wat hij eruit wil halen. Wie durft dromers nog iets maken als ze dit lezen:

Een kop koffie, een sigaret waarvan je de geur opsnuift bij het roken, de ogen bijna dicht in een schemerige kamer… meer dan dat en mijn dromen verlang ik niet van het leven… Of dat weinig is? Ik weet het niet. Weet ik soms wat weinig of veel is?

En wie kan atheïsten en agnosten tegenspreken na dit fragment?

Ik ben geboren in een tijd dat de meeste jongeren het geloof in God hadden verloren, om dezelfde reden als ouderen het hadden gehad – zonder te weten waarom.

Gefrustreerde of onzekere schrijvers, ook zij kunnen troost vinden in dit werk:

Ook al weet je dat het werk dat je nooit zult maken slecht zal zijn, nog slechter is dat waar je nooit aan begint. Het werk dat je maakt, bestaat tenminste.

Viersterrenmaaltijd

Het boek in één ruk uitlezen valt niet aan te raden – dat zou hetzelfde zijn als een viersterrenmaaltijd naar binnen te schrokken. Lekker misschien, maar veel subtiliteit gaat op die manier verloren. Beter is het dit boek te koesteren als een raadgever, een stille vriend. In de rugzak, op het nachtkastje, naast het toilet, keuze zat. Proef af en toe een fragment of drie en voor heel, heel even zal de rusteloosheid uit uw leven sluipen.