Boeken / Fictie

Ach, leefde Toon Hermans nog maar..

recensie: Drs. P. - 3 x 3 + 2 / Jan van der Hoeven - Grap-, Graf- en andere Schriften

Zowel de Nederlandse Zwitser Drs. P als de Vlaming Jan van der Hoeven bracht onlangs een bundeltje met luchtig dichtwerk (‘light verse’) uit. Een beetje tè luchtig dichtwerk, zo leert een nadere beschouwing.

Drs. P., die te boek staat als taalvirtuoos, mag graag met taal spelen en dan het liefst volgens ingewikkelde rijmschema’s. In zijn recent verschenen bundeltje 3 x 3 + 2 heeft hij honderd gedichtjes opgenomen, die uit elf regels bestaan. De eerste regel rijmt op de negende, de tweede op de vierde, de derde op de zevende enzovoorts. Een taalvirtuoos wil het zichzelf natuurlijk niet al te makkelijk maken en mag de hersentjes graag laten kraken. Dat is hem van harte gegund, maar helaas levert dit bundeltje maar weinig versjes op die je vol bewondering doen uitroepen dat de oude meester het ‘m toch maar weer heeft gelapt. De gedichtjes, of het nu over de geneugten van een treinreis gaat of over de kat in zijn stamcafé, kabbelen maar zo’n beetje voort.
Nou ja, écht slecht is Drs P. natuurlijk nooit, want zoals we van de meester mogen verwachten, komt hij af en toe met een gedichtje op de proppen dat toch heus wel grapig is. Zo beschrijft hij een aardbeving in Mexico, denkt hij dat zijn laatste uur heeft geslagen om uiteindelijk opgelucht te eindigen met: “De rust kwam weer, na een minuut of zo, niet alles loopt slecht af in Mexico.”

Kleine anekdotes

~

Drs. P. vertelt graag kleine anekdotes, bijvoorbeeld over een fout orkest dat niet alleen doorspeelde tijdens de bezetting, maar dat ook nog eens voor de Wehrmacht optrad. Na de oorlog worden de orkestleden fraai voor paal gezet. Ik zal de clou niet verklappen, maar het is knap hoe onze taalkunstenaar zo’n anekdote in elf regels weet te vertellen. Helaas zakt die bewondering snel weer weg, want aan het volgende gedicht, dat over nazi’s gaat die in Zwitserland (het geboorteland van de dichter) geen poot aan de grond kregen, weet hij niet echt een draai te geven. “Maar ook de N.S.B. doet niet meer mee,” besluit hij wat slapjes. Ja, zo kan ik ook nog wel een paar clubs opsommen die niet meer meedoen…

Soms wordt er een leuk verhaaltje verteld, soms moeten we het doen met de mededeling dat hij twee Mormonen aan de deur heeft gehad van wie hij een boekje heeft gekocht, en dat was het dan – totdat je op pagina 54 op een ronduit briljant vers stuit, waarbij een beul tegen een van zijn klanten begint te ouwehoeren. “Wel wel! Wie zien we hier? U woonde indertijd toch naast de bakker?” Waarna de beul uitgebreid gaat vertellen hoe het de bakker is vergaan om schijnbaar achteloos te eindigen met: “Komaan, leg hier uw hoofd maar even neer.” Alsof het een scheerbeurt betreft.

Dat zijn van die, jammergenoeg schaarse, momenten die je doen schaterlachen. Wat je hem ook moet nageven is dat Drs. P. als vanouds een prachtig Nederlands hanteert, dat langzamerhand teloor dreigt te gaan in een land waar Engels de voertaal is geworden, tenminste als je de reclameuitingen van discotheken en musea mag geloven. Woorden als ‘behaaglijk’, ‘minzaam’, ‘onbekommerd’, ‘verzot’, ‘wereldbrand’ en ‘minneroes’ zijn gewoon Nederlands, maar worden nog zelden gebruikt. Het zijn inmiddels haast archaïsche woorden die mooi passen bij de minzame, ietwat knorrige dichter, die steevast een verse bolknak tussen de lippen heeft geklemd. Nee, geef de rijmende doctorandus maar een liedje als La Paloma (“weemoedig, sober, uiterst muzikaal”), want “wat tegenwoordig doorgaat voor muziek, is meestal dom, vulgair of excentriek”. En dat hij graag over onderwerpen schrijft die uit lang vervlogen tijden dateren, zoals over de Putsch van ’23, Parijse courtisanes of stoute plaatjes in de Engelse badplaats Brighton, dat vergeef ik hem graag. Tenslotte hoeven we niet allemaal over de Betuwelijn te schrijven.

Te licht bevonden

Rhijnvis Feith
Rhijnvis Feith

Zijn Vlaamse collega Jan van der Hoeven wordt door inleider Paul de Wispelaere geïntroduceerd als een ‘experimenteel’ dichter, die al tien bundels op zijn naam heeft staan. Maar Van der Hoeven heeft ook een humoristische kant en die wil hij ook wel eens laten zien. Zo ontstond een bundeltje met grafschriften, limericks en andere vormen van ‘light verse’. Maar helaas, humor is ver te zoeken in deze luchtige geschriften. De grafschriften gaan over schrijvers en dichters die alleen in héél kleine kring bekend zijn, òf uit een zeer grijs verleden stammen. Om anno 2006 nog met een grafschrift voor de aan braafheid overleden Bertus Aafjes aan te komen zetten, is nog tot daaraan toe, maar om te dichten over Rhijnvis Feith (1753-1824), die hooguit nog wordt gelezen door een verdwaalde student letterkunde, getuigt toch wel van bloedarmoede.
En als ze nou nog grappig waren, die grafschriften, maar verder dan “Hier knaagt meedogenloos de worm, geen vent meer en evenmin een vorm” (over Menno ter Braak) komen ze niet. Of wat dacht u van deze dijenkletser: “Het wordt hier alsmaar droever aan die andere oever” (over Karel van den Oever). Het zijn versjes die je doen mompelen: leefde Toon Hermans nog maar.

De limericks van Jan van der Hoeven – het zal geen verbazing wekken – doen je evenmin schuddebuiken, zoals uit dit voorbeeld mag blijken: “Er was eens een Brit in Leeuwarden, die kon ’t in Leeuwarden niet harden, en toen men hem vroeg, waarover hij kloeg, zei hij: I miss in Leeuwarden my garden.” Het is vast wel humor, maar dan een van de flauwste soort. Iets leuker wordt het als Van der Hoeven een lang gedicht over lingerie schrijft (Trois Suisses), waarin hij afwisselend met Franse, Engelse en Nederlandse woorden speelt. Dat gaat dan zo: “Kom langs en zie onze prima prix parti; volg het devies van de markies en ’t is in de valies, want voor de vips zijn er de slippertjes slips, de slip en slap slips met gevoerd voorpand, gaan zo van de hand.” Het is weliswaar geen poëzie waar je steil van achterover slaat, maar hier verraadt zich wel de hand van een dichter. En dat kun je van de meeste lichte versjes in dit bundeltje helaas niet zeggen. Wat mijn enthousiasme wel vermocht op te wekken is de vormgeving van Grap-, Graf- en andere Schriften, die verzorgd is door het PoezieCentrum in Gent. Het drukwerk is dermate liefdedevol en smaakvol uitgevoerd, dat je die zouteloze versjes van Van der Hoeven graag voor lief neemt.

Drs. P. • 3 x 3 + 2 • Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar • Prijs: € 12.50(paperback) • 112 bladzijden • ISBN: 90-388-1442-7

Jan van der Hoeven • Grap-, Graf- en andere Schriften met cartoons van Marec • Uitgeverij: PoezieCentrum Gent • Prijs: € 17,50 • 120 bladzijden • ISBN: 90-5655-353-4

Reageer op dit artikel