Boeken / Fictie

Kliniek vol overspannen kunstenaars beklijft niet

recensie: D. Hooijer - De wanden van Oeverhorst

.

Antoinette is een tekenlerares die na een afwezigheid van tien jaar terugkeert in Oeverhorst, de psychiatrische kliniek waar ze op haar negenentwintigste belandde na twee abortussen en een uit de hand gelopen vrijage tussen haar vriend en beste vriendin. De kliniek is inmiddels getransformeerd tot instelling voor oververmoeide kunstenaars en Antoinette gaat er tekenlessen geven. Centraal motief is het wandschilderij dat ze elk jaar opnieuw overschildert en dat voor reuring zorgt onder de burgemeester, de kunstenaars en, opvallend genoeg, de hele gemeente.

Gebrek aan urgentie
Van Hooijer zijn we wel wat absurdisme gewend en ook in ‘De wanden van Oeverhorst’ grossiert ze weer in buitenissige randfiguren en bizarre situaties. Zoals de wereldvreemde man die door de bosjes van de tuin sluipt en de internen bespiedt. Of de nerveuze en zichzelf mateloos overschatte kunstenaars die ruzie maken over kleurnuances. En een vierhoeksverhouding tussen Antoinette, de psychiaters Olaf en Wibold en secretaresse Louise. Ingrediënten genoeg voor een intrigerend stuk proza, maar helaas stranden alle pogingen in de moeizame structuur en de oeverloze uitweidingen over niets. Er is niets mis met een fragmentarische compositie, maar wel als de draden zo los en zonder gewicht gesponnen zijn dat het de lezer nog maar weinig interesseert wat er komen gaat.

De steeds terugkerende wandschildering is waarschijnlijk een poging om vaste vorm te geven aan de vertelstructuur, maar na vier hoofdstukken beginnen die repeterende overpeinzingen over wel of niet een wandschildering lichtelijk te irriteren. Vooral omdat je het antwoord inmiddels wel kunt raden. En zo verloopt het ook met elementen die wél potentiële spanning in zich dragen. Omdat Hooijer ervoor kiest situaties luchthartig te schetsen, verliezen ze alle onontkoombaarheid. Abortussen vervliegen met de wind, mensen gaan dood zonder dat er een indringende gedachte aan gewijd wordt en keuzes worden gemaakt zonder dat daar wrijving of ambiguïteit aan ten grondslag ligt. Allemaal leuk en aardig, maar dat is dan ook precies waar het bij blijft. ‘Niet iedereen heeft de luxe ten onder te gaan aan een tragisch conflict’, verzucht Wibold in een gesprek met Antoinette. De spanningsboog van deze roman had echter wel wat dramatiek kunnen gebruiken.

Gekunstelde stijl
Helaas wil het met de stijl van Hooijer ook niet echt lukken. Alhoewel er hier en daar eigenzinnige, geestige en speelse zinnetjes opduiken, ademt De wanden van Oeverhorst vooral een zakelijke stijl die grenst aan het simplistische. Vaak geforceerd, wemelt het bovendien van de slordigheden in interpunctie en logica die op den duur struikelstenen gaan vormen. Een bijna pijnlijk voorbeeld is de scène waarin de wandschildering gekaapt dreigt te worden door twee megalomane kunstschilders en Antoinette het voorval met Jan, een vriend van haar overleden man, bespreekt.

‘Waar blijf je toch Antoinette.’
‘Ik zit thuis.’
‘Je gaat toch niet terug?’
‘Alleen fixeren nog. Twee schilders, Van Dommelen en Wegener, misschien ken je ze wel, willen iets anders en dat zetten ze door. Ze hebben aan mijn wand geprutst.’
‘Dan zijn ze strafbaar. Jij moet nu gauw hierkomen, we moeten werken. Er is …  een opdracht.’

Buiten het vraagteken dat voor de zoveelste keer zonder enige relevantie ontbreekt, vraag je je ook af waarom twee patiënten in een psychiatrische kliniek in godsnaam strafbaar zouden zijn voor het willen schilderen van een wand. Als dat ironie is, ligt het er iets te dun bovenop. Maar nog erger is de dramatiek die opgedrongen wordt door de drie puntjes in de laatste zin. Alsof we in een detectiveserie zitten waarin de acteur een pauze laat vallen om spanning te creëren.

Vederlichte figuranten
De grootste tekortkoming blijven echter de personages die als figuranten in hun eigen verhaal optreden.Nergens gaat Hooijer dieper of geeft ze enig gewicht aan haar karakters die daardoor, en door de vaak geforceerde monologen die ze uitkramen, verworden tot karikaturen zonder ziel of eigenheid. Verbintenissen blijven aan de oppervlakte spartelen en er wordt de lezer weinig ruimte gegeven om met de personages mee te leven. Ondanks een aantal grappige scènes en de originele setting blijft de oogst na het lezen dan ook magertjes. En je vraagt je af of Hooijer niet beter terug zou kunnen gaan naar het korte verhaal waarin ze zich wel bewezen heeft.