Theater / Voorstelling

Gezellig, maar gezapig

recensie: Pieter Derk - Spot

Spot, zo heet de nieuwe voorstelling van Pieter Derks. Voor een cabaretvoorstelling klinkt een dergelijke titel misschien als een pleonasme; het schetst dan ook de verbazing dat het met dat spottende gehalte in Spot wel meevalt.

Bijtend wordt het namelijk nergens. Het blijft allemaal behoorlijk gezapig en weinig verassend. Van strubbelingen met het koffiezetapparaat en de vuilnisbak tot de vele praatjes met de plaatselijke snackbaruitbater. Deze kleinburgerlijke avonturen worden soms in het kader van grotere maatschappelijke kwesties geplaatst, maar Derks wil te graag relativeren om daar iets scherps over te kunnen zeggen.

Die relativeringsdrang is een terugkomend element in de voorstelling. De wereld is op hol geslagen, observeert Derks. Dusdanig dat je in een gesprek met een willekeurige kennis niet meer weet wat je wel en niet meer kunt zeggen, zonder te kwetsen en te triggeren. Daar heeft Derks wellicht iets van de tijdsgeest te pakken, maar zijn oplossing voelt bijna Rutteiaans aan: laten we met z’n allen gewoon even normaal doen. Die analyse is echter te karig en te veilig voor een onderhoudende avondvullende theatervoorstelling.

Adempauze

Pieter Derks is bij het grote publiek met name bekend geworden als hofnar van De Wereld Draait Door. In dat programma hebben ze bedacht om een stand-up komiek iedere vrijdag in twee minuten op lollige wijze de week te laten doornemen (tot en met 2014 was dit Pieter Derks). Een voor een cabaretier vernederend format, want wat kun je in twee minuten opbouwen met je publiek? Er is enkel ruimte voor een clou zonder opbouw. In Spot is er meer tijd, maar Derks heeft zich het snelle tempo van De Wereld Draait Door eigen gemaakt. In hoog tempo knalt hij door de voorstelling heen. Continu in dezelfde cadans, waardoor je als toeschouwer al spoedig naar een adempauze verlangt. In combinatie met een snel uitgewerkte thematiek zorgt dit ervoor dat de voorstelling wel twintig tot dertig minuten korter had mogen duren. Neem de anekdote, die de gehele voorstelling terugkeert, waarin Derks patat gaat halen bij een Turkse snackbarhouder. De kracht zou hem in de herhaling moeten zitten, maar bij de vierde keer “ik was laatst bij de snackbar”, is de grap toch echt uitgewerkt en levert die alleen nog maar meer van hetzelfde op.

Dit betekent niet dat de voorstelling niet vermakelijk is. Dat is Spot bij vlagen wel degelijk, maar dat komt meer door de gezellige “zaterdagavondhuiskamer-sfeer” die Derks weet neer te zetten, dan door zijn ijzersterke grappen. De voorstelling steekt daarnaast goed in elkaar. Het zijn geen aaneengeschakelde losse anekdotes, maar goed in elkaar overlopende, naar elkaar verwijzende grappen en thema’s die van Spot een prettige compositie maken, hoewel de herhaling in het laatste half uur de voorstelling begint op te breken.

Spot is een gemoedelijke voorstelling gebouwd op de observaties van een vrolijke huisvader. Bij vlagen humoristisch en zeker goed voor een gezellig avondje uit, maar weinig verassend of origineel.

Reageer op dit artikel

Theater / Voorstelling

Een originele en swingende avond vol musicals

recensie: Musicals in concert - Live on tour

Musicals in concert- Live on tour gaat ook dit jaar weer langs verschillende Nederlandse theaters De zes solisten, Simone Kleinsma, Stanley Burleson, Tony Neef, Carolina Dijkhuizen, Jim Bakkum en Vajèn van den Bosch zingen en spelen de sterren van de hemel.

De avond wordt op een originele manier geopend met een speciaal geschreven nummer over musicals, waarin de artiesten elkaar voorstellen en de humoristische toon meteen wordt gezet. De show duurt inclusief pauze maar liefst drie uur, maar verveelt geen moment. De goede en ervaren cast en het diverse repertoire maken het een origineel concert dat anders is dan de voorgaande edities in de Ziggodome.

Goede cast

De cast bestaat uit een aantal artiesten die hun sporen in de musicalwereld al ruimschoots verdiend hebben: Simone Kleinsma, Stanley Burleson en Tony Neef. Alle drie zouden ze afzonderlijk al een hele solovoorstelling kunnen dragen. Met Stanley en Tony heeft de voorstelling de beste en meest ervaren mannelijke musicalartiesten van Nederland op de planken staan en het is dan ook bijzonder het drietal eens samen op het podium te zien.

Voor menig theaterbezoeker is Vajèn van den Bosch een onbekende naam en daar wordt gedurende de avond ook leuk op ingespeeld door de andere artiesten met diverse grapjes. Vajèn laat tijdens het concert zien dat zij haar plekje echt verdient tussen de andere grote musicalsterren. Ze zingt de sterren van de hemel, kan elk nummer aan, danst daar ook nog eens goed bij en laat zien nog wel meer in huis te hebben dan collega’s Jim Bakkum en Carolina Dijkhuizen. Voor Vajèn lijkt een mooie toekomst te zijn weggelegd in het musicalvak.

Diverse avond

Het repertoire van de avond is zeker niet standaard: er is gekozen om bekende met minder bekende musicalnummers af te wisselen en sommige liedjes worden op een totaal andere manier vertolkt dan het origineel. Zo valt ‘De Celbloktango’ (Chicago) op, waarin het zestal zingt en hun verhalen over de liefde vertelt aan de hand van liedjes uit andere musical als Tanz der Vampire en Kiss of a Spiderwoman. Bijzondere vertolkingen zijn ook de nummers ‘Grease lightning’ in een gospel versie en een soulversie van ‘Climb every mountain’. Opvallend is de acapella Disneymedley van Carolina met de achtergrondzangers en Jims vertolking van ‘Sweet Transvestite’ waarin het publiek hem van een hele andere kant leert kennen.

De liedjes worden voornamelijk in het Nederlands gezongen en er komt een breed scala van musicals aan bod: van Ramses tot Sweet Charity en van Hair tot Aïda. De repertoirekeuze en de invulling van de liedjes is origineel, maar ook de klassiekers die onlosmakelijk verbonden zijn aan de musicalsterren worden niet vergeten: Natuurlijk zingt Simone Kleinsma ‘De Winnaar Krijgt de Macht’ uit Mamma Mia en zingt Tony Neef ‘Waarom God?’ uit Miss Saigon en danst Stanley Burleson ‘Mister Bojangles’ uit Fosse.

Musicals in concert – Live on tour is echt wat anders dan de voorgaande twee edities van Musicals in concert live in Ziggodome. Dat waren meezingspektakels met bekende musicalnummers die iedere liefhebber uit volle borst meezong. Nu is het repertoire origineler, wordt er ook uit kleinere en minder bekende musicals gezongen en slechts een enkele keer wordt het publiek uitgenodigd om mee te zingen. Er waren themablokken van liedjes uit dansmusicals of bijvoorbeeld Disneymusicals. Al had er ook wel een blokje met meezingers mogen zijn, maar een groot gemis is het niet.

Het is een prestatie dat een avond vol met musicalnummers zo origineel is ingevuld en niet het standaardrepertoire behandeld, hierdoor verveelt het geen moment. Het is een mooie muzikale avond met ook veel dans en een goede dosis humor. Stage Entertainment heeft zichzelf overtroffen met deze originele musical, dit mag wel een jaarlijks terugkomend fenomeen worden.

Reageer op dit artikel

Meindert Talma
Muziek / Interview
special: Interview met Meindert Talma
Meindert Talma

Een mooie ode aan Jannes

Meindert Talma zingt op zijn laatste cd over Jannes van der Wal, de excentrieke dammer die in de jaren 80 (met name door zijn media-optredens) een soort cultheld werd. 8WEEKLY sprak met Talma vlak voor zijn optreden in TivoliVredenburg. “Je bent iets of je bent het niet hè.”

Wat maakt Jannes van der Wal zo interessant?

“Hij was een onaangepast figuur en maakte veel gekke dingen mee. Als Jannes ergens was, gebeurde er altijd wel iets. En hij is natuurlijk tragisch aan zijn einde gekomen. Overal waar ik optrad, kwamen mensen naar me toe om verhalen over Jannes te vertellen. Ik had er nog wel een paar coupletten bij kunnen schrijven.” (‘De Ballade van Jannes van der Wal’ duurt 22 minuten, MC)

Vertel nog eens een aardige anekdote …

Jannes van der Wal“In Surhuisterveen vertelde een kroegeigenaar me dat Jannes ooit -na een damsimultaan- in het café was blijven plakken tot het laatst. Hij vroeg toen of hij er mocht blijven slapen, maar dat vond de eigenaar geen goed idee. Toen is hij maar bij een andere bezoeker blijven slapen die dat wel goed vond. Het tekent een beetje de persoon Jannes. Hij liet alles maar gebeuren en had gewoon geen zin om de bus terug te nemen.”

Heb je hem ooit ontmoet?

“Net als ik kwam hij vaak in de Vera in Groningen, waar je goedkoop kon eten. Maar ik heb hem nooit gesproken: ik was geen type om op hem af te stappen. Daar ben ik toch te teruggetrokken voor.”

Zijn er overeenkomsten tussen Jannes en jij?

“We zijn allebei afkomstig van het Friese platteland en verhuisd naar Groningen. Daarnaast onttrek ik me, net als hij deed, ook een beetje van de maatschappij. Bovendien verdien ik ook niet veel en heb ik, net als Janne, een bepaalde bezetenheid om door te gaan. Het verschil tussen ons? Ik ben geen bekende Nederlander geworden.”

Wanneer is bij jou de interesse voor de damsport gewekt?

“Midden jaren tachtig was dammen erg populair in Nederland. Je had toen ook veel goede dammers, zoals Harm Wiersma, Ton Sijbrands en Jannes natuurlijk. Dammen was toen ook veel op tv te zien. De WK-match tussen Wiersma en Jannes in 1984 was wekelijks op de buis, met Dieuwertje Blok als presentatrice.”

Ben je zelf eigenlijk een goede dammer?

“Als jongetje damde ik veel met een vriendje en met mijn familie, maar ik ben nooit bij een damclub gegaan. Ja, ik had best wereldkampioen dammen willen zijn, maar je bent iets of je bent het niet hè. Overigens hou ik ook erg van schaken.”

Veel van je liedjes gaan over sport …

“Ja, ik ben een liefhebber, ook van tennis en voetbal. Het mooie van sport is dat er veel dramatiek in zit. Een sportleven is kort, maar daarna gebeuren vaak nog allerlei dingen. In 2018 verschijnt er een nieuwe voetbal-cd van mij, met o.a. liedjes over Arjen Robben die als kind van Bedum naar Groningen fietste, Stijn Vreven die wegkwijnde in Cyprus en Abe Lenstra.”

Waar ben je verder nog mee bezig?

“Ik ga een Friestalig album maken over gewone Friezen. En er komt een vervolg op ‘Kelderkoorts’, mijn autobiografische roman. Daar zit ook een muziek-cd bij die ik, in combinatie met Super 8 filmpjes, live zal gaan presenteren.”

Sander Pleij van de VN noemde je ooit: “Nederlands onbekendste popster” …

“Ja, dat vond ik een mooi thema en dat is ook het uitgangspunt geworden van mijn roman ‘Kelderkoorts’. Het dekt wel beetje de lading: ik doe wel een belletje rinkelen bij de mensen, maar ze kennen me niet echt. Toch heb ik al dertien albums gemaakt. Maar ik ben niet voor de massa weggelegd, denk ik.”

Reageer op dit artikel

BluesUpdataVol4
Muziek / Album

Een pracht drietal

recensie: Blues Update Volume 4
BluesUpdataVol4

Met het heuse bluesalbum Blue & Lonesome van de Rolling Stones in de schappen afgelopen december, lijkt de aandacht voor dit genre wel te zijn hernieuwd. Maar is de blues dan ooit weggeweest? Voor de liefhebbers is dat een heel duidelijke nee.

In deze Blues Update hebben we aandacht voor een drietal bands die de blues ieder op hun eigen wijze weten te interpreteren. We beginnen met de winnaar van de Dutch Blues Challenge Award uit 2015, Phil Bee’s Freedom. Vervolgens duiken we in het studiodebuut van Band of Friends met een Nederlands bandlid, om af te sluiten met de Nederlandse bluesformatie Dynamite Blues Band.

De parel in het midden

Memphis Moon van Phil Bee’s Freedom is een bijzonder bluesalbum dat balanceert op de grens van de zuivere blues en de soul. Dat laatste komt mede op rekening van de soulrijke stem van Phil Bee, maar ook de acht man sterke band draagt bij aan de sfeer van het album. Prachtige vocalen in de achtgrond verhogen de soulinvloed, terwijl de Hammond een stevig nootje meeklinkt.

Een van de allermooiste composities van het album is zonder twijfel het bijna acht minuten durende ‘One Last Kiss’. Met dit nummer stijgt Phil Bee tot eenzame hoogte met zijn band door de navolgende elementen: zijn stem gaat omlaag als je net verwacht dat hij zal uithalen, het achtergrondkoortje van Nicole Verouden en Maartje Keijzer geeft Bee prachtige rugdekking en midden in de song zit een heerlijke luwte met gitaarwerk van John F. Klaver en Berland Rours dat langzaam aanzwelt tot een uitbarsting naar het slot van het nummer. Hier wordt de soul omgebogen tot een prachtige blues ballad met de mooiste gitaarklanken die je maar voor kunt stellen. Als je dit nummer gehoord hebt, ben je waarschijnlijk helemaal overtuigd van de kwaliteiten van deze band; beter dan dit wordt het niet. Deze parel schittert in het midden van Memphis Moon. Een parel om te koesteren en om heel vaak van te genieten. Alle omringende liedjes bewijzen alleen maar de grootsheid van de band, want ook die blijven in de overweldiging overeind.

 

Hartverwarmende bluesrock

Band of Friends debuteerde twee jaar geleden op een bijzondere manier met een DVD en een daarbij behorende mini-CD. Eigenlijk is het nu uitgekomen album Repeat After Me het echte studiodebuut van de band met bijna allemaal zelfgeschreven songs; slechts één cover van Frankie Miller’s ‘A Sense of Freedom’. De overige tien composities zijn van de hand van McAvoy, McKenna en Scherpenzeel. De eerste twee speelden vroeger samen met Rory Gallagher en dat is te horen. Na het overlijden van Gallagher voegde Marcel Scherpenzeel zich bij het duo, waarmee Band of Friends ontstond. De band heeft zich inmiddels losgemaakt van het coveren van Gallaghers werk en stort zich nu op eigen werk, dat natuurlijk wel de bluesrocktraditie voortzet.

Het album opent lekker stevig met ‘Don’t Ever Change’, een titel die duidelijk refereert aan waar de band voor staat. Waarom zou je wat anders spelen dan de bluesrock die je gewend bent? Gitarist en zanger Scherpenzeel zet samen met de stevige ritmetandem McAvoy/McKenna een strakke sound neer. De heren zijn goed op elkaar ingespeeld, zodat het album van de eerste tot de laatste noot strak in elkaar zit. Het grootste deel van de tijd zit de vaart er lekker en goed in. Het album sluit echter af met een fraaie akoestische track getiteld ‘King Of The Street’. Wie weet is dit een voorbode voor een extra project met akoestische blues? De tijd zal het leren. Vooralsnog kan de bluesrockliefhebber, die Gallagher alweer dik twintig jaar node mist, zijn hart verwarmen aan deze prachtplaat van Band of Friends.

 

Stevig op de kaart

De Nederlandse formatie The Dynamite Blues Band debuteerde twee jaar geleden met Shakedown & Boogie. De band werkte daarna vooral aan hun live-reputatie om nu bijna op de dag af twee jaar later met de studio-opvolger Kill Me With Your Love te komen. Live weet The Dynamite Blues Band er een werkelijk feest van te maken. Zo speelde de band onlangs als eerste van de reeks “Blues op zondagmiddag” op het Nightclub Roepaen podium. De toegiften bleven maar volgen, terwijl de zaal uitzinnig bleef reageren. Het optreden van de band stond als het spreekwoordelijke huis.

Zanger en mondharmonicaspeler Wesley van Werkhoven lijkt geen minuut stil te kunnen staan, terwijl gitarist JJ van Duijn de ene mooie riff na de andere uit zijn snaren weet te toveren. De ritmesectie, gevormd door drummer Niels Duindam en bassist Renzo van Leeuwen is zo strak, dat de vouwen in de broek van Van Leeuwen er messcherp in blijven staan.

Dat de band door het vele optreden de afgelopen jaren op tal van festivals is gegroeid, is te horen aan de fraaie bluescomposities op dit nieuwe album en de dikkere sound. Op de plaat horen we blazers, die we live dan moeten missen. We kunnen maar één conclusie trekken en dat is dat The Dynamite Blues Band zich stevig op de kaart heeft gezet in de Nederlandse blues-scène zowel live als met dit denderende tweede album Kill Me With Your Love.

 

Reageer op dit artikel

tafel met schrijfveer en boek
Boeken / Fictie

De vreemde ongelijkheid bij Michaïl Sjisjkin

recensie: Michaïl Sjisjkin - De kalligrafieles
tafel met schrijfveer en boek

Niet zo heel lang geleden zijn van Sjisjkin de romans Onvoltooide liefdesbrieven en Venushaar in het Nederlands verschenen. Nu ligt voor ons De kalligrafieles met acht zeer goed vertaalde verhalen die enigszins wisselend van kwaliteit en aanpak zijn.

Het titelverhaal is een dialoog waarvan geen echte kern te pakken is. Mogelijk speelt mee dat Sjisjkin met dit verhaal in 1993 debuteerde. In ‘De blinde muzikant’ wordt nauwelijks duidelijk waar het over gaat en wie de deelnemende personages zijn. Maar de andere verhalen blinken uit door een heldere samenspanning van autobiografie, reflectie daarop en een dwingende stijl.

Als emigrant in het Zwitserland van zijn vrouw blijft het Rusland hem bezighouden dat onder het communisme voor ontelbaren een hel was. Na de dood van zijn moeder geconfronteerd met haar dagboeken, vraagt Sjisjkin zich af waaraan zij toch nog enig geluk beleefd kan hebben. Uit zijn bitterheid ontsnapt tussen de regels door een humor die allicht aan het cynisme grenst. Wanhopige slotzin: ‘De enige manier om te sterven, is te stikken van geluk.’

Kleinood

Het verhalende essay wordt beoefend alsof Sjisjkin zijn hand er niet voor omdraait. Overpeinzingen voeren gecombineerd met personages, gebeurtenissen, perioden en plekken niet de boventoon: het verhalende wint. Uit het kleinood ‘Nabokovs inktpot’ het citaat:

Geld stinkt overal, maar het ruikt niet in alle landen hetzelfde. In Zwitserland smeert het zijn oksels met deodorant, maar in Rusland stinkt het een uur in de wind. Klein geld ruikt naar zweet en armoe, maar groot geld…

In ‘Een pan en vallende sterren’ krijgt de verteller bezoek van zijn zoon en herinnert zich een familiegeschiedenis. Onvoorstelbaar is het trieste ‘De Campanile van Venetië’, gebaseerd op geschreven bronnen waarvan je je afvraagt of alleen Sjisjkin daar ooit op gestuit is in een Amsterdams archief. Het is een verhaal van levens verspild aan de hersenschim van de Russische revolutie. Sjisjkin weet dat alleen geluk met je meest nabijen geen hersenschim hoeft te zijn.

Strapatsen

De bundel besluit met een lyrisch essay over de strapatsen van de taal. De ene na de andere beeldspraak beneemt enigszins het zicht op wat de schrijver duidelijk wil maken – bijvoorbeeld: ‘Alles wat belangrijk is, vindt buiten de woorden plaats. En dit belangrijke, buitentalige, moet vertaald worden in de taal van de muziek, de kleuren of de taal.’ Hopelijk kan Sjisjkin inmiddels toch het dialect van zijn Zwitserse woonomgeving vertalen in iets waar hij wijs uit wordt.

 

 

Reageer op dit artikel

Praag
Boeken / Interview
special: Interview met schrijver Marek Šindelka
Praag

‘De jeugdjaren van mijn generatie zijn voorbij’

Marek Šindelka is slechts een dag in Amsterdam. Na een paar interviews reist hij door naar Brussel en Gent. Ondanks de lovende ontvangst in zowel Tsjechië als Nederland van Anna in kaart gebracht, dat in 2016 door Das Mag werd uitgegeven, blijft Šindelka (1984) onbekend bij het grotere publiek.

Hoe zou je jezelf introduceren?

‘Hoe zou ik mezelf introduceren… Ik ben een Tsjechische schrijver. Mijn debuut was een poëziebundel. Daarna maakte ik de overstap naar proza. Mijn eerste prozaboek was een zeer experimentele roman. Daarna publiceerde ik twee verhalenbundels, waarvan Anna in kaart gebracht er een is.’

In een eerder interview refereerde je aan Anna in kaart gebracht als een ‘niet-lineaire roman’. Tegelijkertijd is het ook een verhalenbundel.

‘Het is iets ertussenin. Een literaire mutant. Ik koos voor deze vorm vanwege het onderwerp van het boek. Ik probeerde op een structuur te komen die daarbij kon horen en besefte dat het fragment goed zou passen. Onze levens zijn gefragmenteerd en door sociale netwerken een soort web geworden. Je kunt verbindingen maken tussen de verschillende verhalen.’

Die fragmentatie zie je terug in de cover. Het plastic is een los hoesje.

(Lacht) ‘Dat heeft een Nederlandse grafisch ontwerper bedacht. We hebben het erover gehad met mijn Tsjechische grafisch ontwerper. Zij heeft de kristalstructuur ontworpen die ook op de Nederlandse editie staat. Maar misschien is de Nederlandse versie wel mooier dan de Tsjechische…’

Hoe begon je aan Anna in kaart gebracht? Wat was de eerste vonk?

‘Ik zag een meisje voor me dat niet aanwezig zou zijn in het verhaal. Onzichtbaar, een puzzel. Je weet in het begin niet wie Anna is, ze is niet in het eerste verhaal, niet in het tweede verhaal. In het derde duikt ze ineens op. Later realiseer je je dat ze ergens ook aanwezig was in het eerste verhaal en dat haar partner zijn opwachting maakte in het tweede. Het was heel spannend zo te schrijven.’

‘Ik wilde schrijven over het moderne leven. Dat was moeilijk.Het moderne leven is fluïde, het is als water, het glipt door je vingers. Je kunt het zien, maar niet vastpakken. De uitdaging was deze gevoelens, deze sfeer en alles wat ermee te maken heeft vast te leggen.’

foto van Marek Šindelka

Fotograaf: Prokop Souček

Hoe is je dat gelukt? Was er ergens een doorbraak?

‘Ik had een aantal fragmenten, stukken uit mijn dagboek. Dat is een soort literair DNA. Toen ik aan Anna in kaart gebracht begon, heb ik deze fragmenten gebruikt. Twee verhalen waren zeer belangrijk. Een daarvan is ‘Onroerend goed’, dat is een echt een pilaar waar het boek op rust. De kern van ‘Onroerend goed’ is een schrijver die verhalen haat, maar ermee geïnfecteerd is en niet kan stoppen ze te vertellen. Hij heeft het gehad met de geschiedenis, met al deze verhalen die ons omringen maar die we niet kunnen stoppen. Hem op papier krijgen was een cruciaal moment. In dat moment ontwikkelde ik een nieuwe aanpak tot tekst in het verhaal. Deze verteller en zijn flow, zijn gedachten…’

Zijn tirade tegen de wereld.

‘Ja, precies. Dat uitspuwen van woorden. Hij is bang voor mensen, voor de wereld, maar hij durft ook niet alleen te zijn. Hij kan niet alleen zijn. Hij heeft iemand nodig die naar hem luistert. Deze spanning was cruciaal.’

Anna in kaart gebracht slaagt er uitstekend in zowel een levendig beeld van een specifieke tijd en plaats te geven – in dit geval Tsjechië, en vooral Praag, na de val van het communisme – als een boodschap te geven die de condition humaine weergeeft. Zo lezen enkele verhalen, waaronder ‘Onroerend goed’, niet alleen als een elegie voor het Praag uit de jaren negentig, maar ook als een verhaal over menselijk verlangen.

‘In het begin van dat verhaal,’ legt Šindelka uit, ‘gaat het over de Nuselsky-brug, en zakenmannen met champagne in de handen in hun Cadillacs en de hoofden uit het raam. Het is deels een grap, maar ook weer niet zó ver verwijderd van de realiteit. Staatsondernemingen en -fabrieken werden geprivatiseerd. Mensen verdienden veel geld. Iedereen deed ergens zaken in. Dit waren de jeugdjaren van mijn generatie – het leek wel een droom. Deze tijd is nu voorbij. Het moderne Praag is anders. Maar toen ik het boek schreef, dacht ik aan Europa, aan hedendaagse dertigers in heel Europa.’

Wanneer Šindelka wil laten zien hoe de tijden zijn veranderd, refereert hij aan zijn vrienden. Velen van hen zijn communist geworden, wat tien jaar geleden nog ondenkbaar was. ‘Mensen zouden je op straat in je gezicht slaan,’ zegt hij, lachend. Het communisme werd gehaat. Maar dit is, blijkbaar, veranderd.

In het derde verhaal zegt de verteller, de verhalen-hatende schrijver: ‘Plotseling merkte ik dat tussen de woorden Holocaust en Transformers geen groot verschil meer zat.’ In zo’n tijd leven we blijkbaar.

‘Klopt. Voor een jongere generatie zijn dit woorden uit een parallel universum. Ik schrik ervan als ik zie hoe gemakkelijk we de Tweede Wereldoorlog veranderen in een Disneyland voor schrijvers. Misschien gebeurt het altijd, maar het verbaasde me hoe verhalenvertellers elk kwaad in zich op kunnen nemen en het ombuigen naar entertainment. Er is het kwaad, en het goede, sommige bad guys zijn eigenlijk goed, sommige good guys vallen ten prooi aan het kwaad. In Mefisto beschrijft Klaus Mann op wonderbaarlijke wijze hoe complex en gecompliceerd de situatie vroeger was. Er waren geen slechteriken of helden. Dat was niet zichtbaar, het liep door je vingers.’

‘Uit de geschiedenis zijn zoveel verhalen te vertellen, gebeurtenissen uit het verleden zijn zo gepolijst opgeleverd. Er blijven heldere, schitterende vormen over die we gemakkelijk tot ons kunnen nemen en waar we gemakkelijk over kunnen dromen. Maar we zijn niet in staat lessen te leren van het verleden en deze lessen door te geven. Mensen willen de meest simpele oplossing, of de meest eenvoudige verklaring van wat er gebeurt, maar die bestaat niet. De wereld is ingewikkeld, en zo verbonden met onze geschiedenis. Je moet uitzoomen om te begrijpen wat er gebeurt.’

Postmoderne vercommercialisering leidt ook naar wat wel ‘kopieën van kopieën’ genoemd wordt. We verlangen naar verhalen, maar willen ze niet. Dan ben je nergens.

‘Kopieën van kopieën, dat is… dat is niets nieuws, dat heb ik niet verzonnen. Baudrillard schreef erover. Volgens mij is het cruciaal in onze maatschappij, vooral kopieën van andere levens…’

Zoals die van Anna.

‘Zoals die van Anna, precies. Het centrale verhaal in Anna in kaart gebracht gaat over een familie-infectie, bijna een soort ziekte. Routinematig gedrag, gedachten en strategieën. Anna voelde veel druk, bijvoorbeeld die van haar familiegeschiedenis. De manier waarop haar vader en haar moeder leefden, hun ongelukkige relatie, beïnvloedde haar toen ze nog een kind was en later heeft ze haar eigen relaties door zulke schema’s laten schaden. Op het moment dat ze dat beseft en besluit zich te ontdoen van deze patronen, gedachten en waarden, die ze immers geërfd heeft en daardoor nooit echt bij haar hoorden, op dat moment groeit ze eindelijk op. Ze breekt los uit hun greep.’

Een thema dat al Šindelka’s boeken verbindt, is de aandacht voor het lichaam en lichamelijke ervaringen. Anna wordt via haar lichaam in kaart gebracht. De eerste zin zegt dat luid en duidelijk: ‘Het begon heel lichamelijk.’ ‘Alles wat ik schrijf gaat over het lichaam, over het lichaam als probleem of als een kooi, als een gevangenis’, zegt Šindelka.

Anna komt in de roman door haar lichaam in beeld – haar ogen, haar lippen, enzovoort. Is het lichaam zo belangrijk voor wie we zijn? Beginnen we daar?

‘Zeker weten. Dat kun je niet ontkennen. In de christelijke traditie, in onze op die traditie geschoolde maatschappij, wordt het onderscheid tussen lichaam en geest onderstreept. We komen er niet van af. Ik durf wel te stellen dat het onderscheid in de moderne maatschappij nog wat sterker is, omdat onze geest door zoveel gadgets en digitale hulpmiddelen van ons lichaam gescheiden wordt.’

Tot slot: leestips. Wat moeten wij volgens Marek Šindelka lezen?

‘Ik bewonder Witold Grombowicz. Hij is een genie en niet zo populair als hij zou moeten zijn. Milan Kundera is geweldig, ik houd van zijn boeken. Hij was ook heel belangrijk voor me. (Zachtjes) En Cormac McCarthy. Hij schrijft ook over lichamelijke ervaringen, over onderwerpen zoals moord, dood en het menselijk lichaam in extreme situaties. Dat zijn heel belangrijke onderwerpen. We vergeten soms dat de dood bestaat. We zijn veilig, zo veilig – misschien wel té! We vergeten dat we levende wezens zijn. Dat is heel raar.’

Reageer op dit artikel

Touché Amoré
Muziek / Concert

Nederland heeft liefde voor Touché Amoré

recensie: Touché Amoré@Theaterzaal, De Melkweg
Touché Amoré

Touché Amoré wordt met het jaar populairder resulterend in een uitverkochte Theaterzaal. Niet alleen op plaat imponeert de emotionele hardcoreband: gesteund door enthousiast publiek spelen ze het volle zaaltje plat.

Deze Valentijnsavond speelt Touché Amoré voor het eerst in een Europese zaal die al in de voorverkoop uitverkocht. Nu is de Theaterzaal van de Melkweg weliswaar klein (pardon, ‘intiem’), maar het illustreert hoe deze emotionele hardcoreband steeds populairder wordt. Met recht, zo merken we vanavond.

Niet de nieuwe A$AP Rocky

Eerst is het echter aan Angel Du$t om de boel een beetje wakker te schudden. En nee, dat is niet de nieuwe A$AP Rocky of Joey Bada$$, maar een no-nonsense punkband. Het optreden is vooral een lekker rechttoe-rechtaan ragpartij. De derde noot is nog niet gespeeld of er staat al een groep mensen te moshen. Iemand uit de moshpit beukt hard tegen een meisje aan, waarna vriendlief haar even toelacht. Kijk, zo kun je je Valentijnsdag ook doorbrengen.

Liefde voor de band

Daarover gesproken: Touché Amoré heeft, naast een toepasselijke bandnaam, zeer geschikte muziek voor mensen die zich op deze dag ellendig en alleen voelen. Niet dat daar vanavond veel sprake van is: de toeschouwers worden verbonden door liefde voor de band. Die uiten ze door enthousiast tegen elkaar aan te beuken en vanaf het podium roekeloos de mensenmassa in te springen. Vooral dat laatste voegt wat extra spanning toe aan het optreden, aangezien dappere crowdsurfers meer dan eens op onprettige manier kennismaken met de vloer.

Het publiek geniet, en datzelfde geldt voor Jeremy Bolm, de sympathieke vocalist van de band. Die geeft zich, net als de toeschouwers, volledig over aan de muziek. Dat blijkt vooral tijdens zijn korte praatjes tussendoor: dat lijkt wel een martelgang, zodanig is hij zijn stem kwijt.

Kleinigheidje

Gelukkig is daar niets van te merken tijdens de nummers zelf en ook de rest van de band zet een strak optreden neer. Hoewel, van de gitarist weten we dat minder zeker. Dat ligt niet aan hemzelf, maar aan het feit dat hij tijdens hardere stukken (en daar zijn er nogal wat van) finaal verzuipt in de mix. Daardoor verliest de muziek geregeld de knappe riffs en melodieën die op plaat zo belangrijk zijn.

Gelukkig zijn we hier bij een concert. Optimaal geluid of niet, het knalt simpelweg van begin tot eind, vooral tijdens klappers als ‘Just Exist’ en ‘Home Away From Here’. Nederland heeft liefde voor Touché Amoré en Bolm en zijn band zullen op hun beurt met een goed gevoel Nederland verlaten.

Reageer op dit artikel

Spinvis
Muziek / Concert

Succes van Spinvis is geen toeval

recensie: Spinvis@Stadsschouwburg Utrecht
Spinvis

Er is een nieuw Spinvisalbum in aankomst: Trein/Vuur/Dageraad. Voor Erik de Jong om die reden de popzalen afgaat, is er eerst een theatertour. Vandaar dat we vanavond luisteren naar een uitstekend Spinvisconcert met theatrale trekjes.

Als de drummer in zijn kinderjaren niet tegen een vriend had gelogen dat hij kon drummen, was hij hier niet geweest. Als kleine dingen anders waren verlopen, had niemand van het publiek deze donderdag gezeten waar zij of hij zit. De redenen dat Erik de Jong (Spinvis) zijn liedjes op papier zette zoals hij deed, hangen van toeval aan elkaar.

Toeval, toeval en nog eens toeval

Toeval dus, dat is het thema van het concert met theatrale trekjes dat Spinvis in de Utrechtse Stadsschouwburg speelt. Het zit overal in verweven. Op de achtergrond komen door een computer bij elkaar gebrachte foto’s voorbij. Als twee afbeeldingen elkaar aanvullen of juist een contrast vormen, is dat toeval. Tussendoor vinden vraaggesprekken plaats met De Jong en zijn bandleden, waarin naar voren komt hoe toevalligheden een hoofdrol spelen in al hun levens.

Spinvis is niet alleen gefascineerd door de toevalligheden die ieders leven bepalen. Het boeit hem ook hoe toevallig bij elkaar gezette woorden of plaatjes vanzelf een verhaal vertellen. Neem bijvoorbeeld de woorden Trein/Vuur/Dageraad. (Niet) geheel toevallig de naam van zijn aankomende album. Het zijn drie woorden die De Jong zomaar samenbracht en waaruit alle nummers van het album voortkwamen. Dat we vanavond luisteren naar de single ‘Hallo Maandag’ en albumtrack ‘Dageraadplein’ is dan ook, je raadt het al, toeval.

Uitstekende uitvoeringen

Toch draait het vanavond vooral om de muziek. De Jong heeft een sterke band om zich heen verzameld, die zijn gelaagde popliedjes uitstekend uitvoert. Bekende Spinvisklassiekers als ‘Bagagedrager’ en ‘Ik Wil Alleen Maar Zwemmen’ hebben een nieuw maar herkenbaar jasje gekregen. Daardoor sluiten ze aan bij de algehele sound van de avond, waarin zingende zagen en trombones langskomen en een subtielere rol voor electronica is weggelegd.

Met die nieuwe plaat komt het verder wel goed. De nieuwe nummers bevatten wederom uitstekende arrangementen, aansprekende melodieën en een enkele keer een gezonde portie chaos. En laten we de kenmerkende, altijd indrukwekkende Spinvisteksten niet vergeten.

Nu snappen we het wel

Het enige minpuntje zit hem uiteindelijk toch in de rode draad van het optreden, het toeval. Dat thema wordt aan het begin van de show subtiel in het geheel verwerkt. Bij de laatste twee vraaggesprekken verdwijnt die subtiliteit. Vooral wanneer bandleden een paar keer expliciet noemen dat gebeurtenissen uit hun leven ‘toeval’ zijn, ontstaat een ‘nu snappen we het wel’-gevoel.

Het is een kleinigheidje in een verder meer dan geslaagd concert. Van de bekende tot de gloednieuwe nummers, De Jong en zijn band overtuigen nummer na nummer. Spinvis behoort na meer dan vijftien jaar nog altijd tot de Nederlandse top en dat berust heus niet alleen maar op toeval.

Reageer op dit artikel

billie & seb
Boeken / Fictie

Vreugdeloos schieten

recensie: Ivo Victoria - Billie & Seb
billie & seb

‘Een romantisch boek’, concludeert Ivo Victoria in VPRO Boeken over zijn nieuwste roman. Heb ik iets gemist? Billie & Seb is een doorlopende lofzang op de eenzaamheid, een deprimerend verhaal over zwalkende mensen die elkaar zelfs op de meest desolate plek op aarde niet weten te vinden.

Misschien doelt Victoria op het stréven naar romantiek, de absolute wil om ergens een vorm van romantiek te ontdekken of zelf te scheppen. Als dat zijn bedoeling was met de personages in Billie & Seb, dan is dat niet uit de verf gekomen. Het zijn stuk voor stuk gemankeerde zielen, opgesloten in hun wereld van gemakzuchtige zekerheden en niet in staat de bestaande situatie te doorbreken.

Airsoftgeweer

Seb is een 17-jarige autist die probeert om te gaan met de ‘cirkels en driehoeken in zijn hoofd’. Hij voelt zich op zijn best als hij bij Billie is, een wispelturig meisje dat Seb openhartig in de armen sluit. Samen op pad in de natuur, of springend op de trampoline in Billies achtertuin. Op een dag valt Billie met haar hoofd op de rand van de trampoline en raakt in coma. Ze komt in het plaatselijke ziekenhuis te liggen, wordt kunstmatig in leven gehouden en Seb mag niet op bezoek komen. Ter compensatie krijgt hij van zijn ouders een airsoftgeweer, een exacte replica van een echt wapen, waarmee plastic kogeltjes kunnen worden afgevuurd.

Het komt niet als een verrassing dat Seb langzaam wegzakt in een steeds gewelddadiger wordend kinderspel. Contact met zijn vrienden bestaat uit het elkaar opjagen in fictieve oorlogssituaties, waarbij de vooraf afgesproken regels zorgen voor een duidelijk kader. Maar Seb wil meer, zijn wapenarsenaal bestaat inmiddels ook uit een echte luchtbuks en er is even verderop in het boek sprake van een echt pistool. Het duurt echter nog tientallen pagina’s voordat er werkelijk gebeurt wat de lezer allang in het hoofd heeft zitten.

Lethargie

Die uitgesmeerde verwachting maakt dat Ivo Victoria veel tekst nodig heeft om tot zijn punt te komen. Ruimte genoeg om te verhalen over de tragische oorlogsgeschiedenis van de onbewoonde boerderij waar Seb zijn combat-game speelt. Ook veel ruimte om de familie van Seb aan het woord te laten. De vader, de moeder en de oom – die naamloos gepresenteerd worden – komen op regelmatige momenten terug in een onderling verband. Hun machteloosheid over de ontwikkeling van Seb, hoe hij vlucht in het wapentuig, is van een naïviteit die de atmosfeer in deze roman nog somberder kleurt. Ze wisselen hun onbenullige wijsheden uit alsof het de meest verheven filosofieën zijn. Zelfs als Seb zijn eerste en enige slachtoffer maakt – hij schiet met zijn luchtbuks een buurjongen in het hoofd – gaan er geen alarmbellen af om hier met harde hand op te treden.

Victoria heeft met Billie & Seb willen schrijven over de onmogelijkheid een door omstandigheden opgelegde situatie alsnog een goede kant op te manoeuvreren. Mensen zakken weg in lethargie, ongeacht de dramatische feiten die zich onder hun ogen afspelen. Een vreugdeloze toestand die irritatie oproept, noem het een vorm van verzet, alsof we gedwongen meegenomen worden in een wereld waar geen enkele wil aanwezig is om een wending te forceren.

Het is vooral de taal van de schrijver die dit effect nog verhevigt. Victoria’s bloemrijke stijl bezit een pathetische lading, waardoor dit slepende verhaal nog moeilijker leesbaar wordt. Zijn doorlopend toegepaste metaforen en personificaties (een station ‘dat opgelucht oogt’, een schuur ‘die niet meer over de kracht beschikt om haar mond te houden’) laten duidelijk zien hoe hij als stilist te werk gaat. Deze toch al mistroostige roman wordt er niet sterker door.

Reageer op dit artikel

Kaipa da Capo @ Hedon 3
Muziek / Concert

Kaipa Da Capo @ Hedon te Zwolle

recensie: Progrock van formaat
Kaipa da Capo @ Hedon 3

Kaipa Da Capo lijkt voor de niet-kenners een vrij nieuwe formatie. Toch heeft deze band zijn wortels in de jaren zeventig. Het is feitelijk de heropgerichte oerversie van de nog steeds bestaande groep Kaipa. Roine Stolt is het schitterende middelpunt van de band.

Voor progrock-liefhebbers hoeven we niet uit te leggen wie Roine Solt is. Voor wie niet zo thuis is in deze muzieksoort is het goed om te weten dat deze gitarist en zanger sinds de vroege jaren zeventig actief is. Heden ten dage vinden we hem in groepen als The Flower Kings en Transatlantic. Vorig jaar maakte hij een prachtalbum samen met ex-Yes frontman Jon Anderson.

De herrezen bezettingKaipa da Capo @ Hedon 1

We mogen ons tot één van de eerste bezoekers rekenen die zich melden in de kleine zaal van Hedon. Een gezellige zaal met bar, een paar statafeltjes en een tiental barkrukken. Voor een beroemdheid als Stolt een piepklein zaaltje dat toch groot genoeg bleek voor de ongeveer vijftig bezoekers die op het enige concert in Nederland van deze oer-bezetting van Kaipa zijn afgereisd. Gelukkig lijdt het spelplezier van de mannen er geenszins onder en spelen ze vanaf het eerste nummer direct de sterren van de hemel!

Samen met oudgedienden Tomas Eriksson en Ingemar Bergman richtte Stolt in 2014 de band opnieuw op. Omdat Kaipa nog steeds bestaat in een nieuwe bezetting en daar ook succesvol mee is, kozen Stolt en de zijnen voor de naam Kaipa Da Capo. Samen met zijn broer Michael Stolt als zanger en toetsenist Max Lorentz maakte hij inmiddels het prachtige album Dårskapens Monotoni. Het grote verschil met de huidige bezetting van Kaipa is dat deze versie van de oerband zich vooral richt op muziek met een lager tempo en er wordt gezongen in het Zweeds.

Gedreven spelKaipa da Capo @ Hedon 2

Tijdens het optreden in het Zwolsche Hedon grijpt de groep regelmatig terug naar het eerste album van de band getiteld Kaipa, dat zo’n veertig jaar geleden verscheen. Ook toen zong de band alleen Zweeds. Het is muziek die naadloos aansluit op de composities van het jongste album. Het is voor wie de ogen sluit nauwelijks waarneembaar dat er inmiddels ruim veertig jaar is verstreken tussen toen en nu.

In de bijna twee uur die de band in twee sets speelt, is het overduidelijk dat Roine Stolt – gehuld in een hagelwit spijkerpak – het middelpunt van de band is. Zijn gitaarwerk is alleen maar te kenmerken als subliem. Toch laat hij genoeg ruimte voor zijn bandmaatjes om net als hem te stralen. Zijn broer Michael geeft de soms lang uitgesponnen composities met zijn zware, lage stem een bijzondere Zweedse intonatie. Ook krijgt Lorentz met zijn toetsenwerk een aantal malen flink de ruimte om te soleren.

Na twee uur heeft de band nog geen minuut weten te vervelen. Wanneer de band tot een paar toegiften wordt “gedwongen”, kunnen we slechts concluderen dat de oude meesters het hoge niveau nog steeds halen en nog steeds uitermate gedreven spelen.

Reageer op dit artikel